michielenmarieke.reismee.nl

Hoe is het nu?

Tja hoe is het nu? Het is een veelgehoorde vraag en daarom reden om toch nog een verhaal te schrijven. Het vorige verhaal voelde ook ergens nog zo onaf. We zijn ondertussen al weer 6 weken terug in Nederland, terug in ons eigen huis en allebei weer aan het werk. Zo snel kan het gaan.

Eind april brengt Claudio ons naar het vliegveld. We hebben vooralsnog geen berichten van geannuleerde vluchten gekregen en met mondkapjes op maar toch nog een stevige omhelzing nemen we afscheid van onze redder in nood. Claudio en z’n ouders hebben ons 6 weken opgenomen in hun gezin, hun familie en vriendenkring en hun mooie dorp en wij hebben hen opgenomen in ons hart. Wat een lieverds! We hopen dat we elkaar ooit weer in goede gezondheid en in vrijheid gaan terug zien.

Met een tussenlanding op Puerto Montt, vliegen we in een paar uurtjes naar Santiago waar we ’s avonds, net voor de avondklok in gaat, aankomen. We overnachten in een hotel vlakbij het vliegveld en staan de volgende dag met 470 andere toeristen in een lange rij om in te checken voor de repatriëringsvlucht van Air France die ons naar Parijs brengt. Medewerkers van de Nederlandse ambassade zijn ook op het vliegveld om waar nodig vragen te beantwoorden en te helpen bij alle paperassen. Ook krijgen we vlak voor boarding nog een persoonlijk appje van Vivian van de ambassade of het allemaal volgens plan loopt en om ons een goede vlucht te wensen. Wat een service! Er is ook een aansluitende vlucht van Parijs naar Amsterdam geregeld voor alle Nederlanders aan boord en zo zijn we dus ineens weer in Nederland.

We kiezen er voor om 14 dagen in zelf quarantaine te gaan na 3 vluchten opgepropt tussen heel veel mensen te hebben gezeten. Eigenlijk slaat het nergens op, maar ergens hebben we deze twee overgangsweken ook wel nodig. Nog even geen werk, nog even niet naar huis, nog heel even “vakantie” om de rollercoaster aan emoties in ons hoofd tot rust te laten komen. We hebben de reis van ons leven waar we ons 10 jaar op verheugd hebben, voortijdig moeten afbreken. Een reis die nog mooier en gaver was dan we ooit hadden durven hopen in onze “220 horses with no name” truck die helemaal voldeed en nu werkeloos in de loods van Claudio staat aan de andere kant van de wereld vanwege dat klotevirus. Om dat een plekje te kunnen geven, duurt wel even en we proberen opnieuw richting in ons leven te vinden.

Gelukkig mogen we twee weken in het appartement van Michiel z’n zus in Rotterdam verblijven. We maken lange wandelingen door de stad en verbazen ons over de vrijheden die we hier hebben. Bijna niemand draagt een mondkapje, winkels zijn gewoon open, we kunnen naar de kapper en we kunnen heerlijk eten halen bij de toko’s op de Nieuwe Binnenweg. Ik spreek met vriendinnen af in het park onder de Euromast waar we heerlijk in de zon picknicken. Michiel gaat bij vrienden langs en doet rondjes op z’n rollerskates door de stad. Samen bezoeken we Michiel z’n ouders op afstand in de tuin van hun nieuwe huis in Rotterdam en hebben we een gezellige avond bij Floor en Jorn, die toevallig ook in Rotterdam zijn gaan wonen.

Na een paar telefoontjes met onze oude werkgevers kunnen we beiden per 1 juni weer aan de slag. Michiel als procesoperator op z’n oude plek bij de AVR en ik als wakende nachtzuster op een kleine afdeling in de stad. Precies wat ik zoek, een paar nachten in de week, in m’n uppie, geen zware gesprekken, geen binding, geen agressie, geen vergaderingen, half uurtje rijden van huis, verstand op nul maar me toch nuttig kunnen maken en ons reisbudget weer een beetje aanvullen.

Als we na twee weken in Rotterdam naar Hellevoetsluis gaan en eindelijk echt thuis komen, is het heerlijk weer, de kat kruipt gelijk op schoot en we genieten van onze fijne tuin en het weerzien van familie, buren, vrienden en bekenden. Eindelijk kunnen we ons enigszins neerleggen bij onze keuze om naar huis te gaan en er zelfs blij om zijn. We hebben nog steeds contact met een aantal overlanders, die we onderweg ontmoet hebben en waar we vele gezellige avonden mee hadden. Het is heel prettig om met hen onze ervaringen te delen omdat vooral zij zo goed begrijpen wat we achter hebben gelaten en de dilemma’s waar we voor gestaan hebben. Hoe is het eigenlijk met hun?

Floor en Jorn met de mooie gele Mercedesbus die we regelmatig in zowel Argentinië en Chili hebben ontmoet en waar we in maart mee op de vlucht naar het noorden reden. We lieten ze achter in Chaiten, waar wij terug reden naar de familie en zij twee dagen later de pont pakten naar Puerto Montt. Zij zijn volgens plan in twee dagen doorgereden naar de camping waar Inge in haar uppie stond, kwamen daar uitgeput aan en belandden de volgende dag in een “no extranjeros” (geen buitenlanders) demonstratie waarna ze besloten zo snel mogelijk naar Nederland te gaan i.v.m. de dreigende sfeer. Zij konden met de laatste lijnvlucht mee, hebben in R’dam een appartement gehuurd en zijn ook terug naar hun oude werkgevers. Hun bus staat bij een Chileense kennis van Inge en zij hopen terug te gaan zodra het kan om hun reis te vervolgen.

Inge de digital nomad, die we in Ushaia ontmoetten, is met Floor en Jorn mee terug gevlogen, haar wagen staat ook nog in Chili. Zij is met haar vriend bij haar schoonouders ingetrokken, ze hebben een camper gekocht om op te knappen en willen zolang ze nog niet terug kunnen naar Zuid Amerika, gaan rondtrekken in Europa.

Francien en Peter van de knalrode brandweerwagen, die we ook achter moesten laten in Chaiten, hebben 5 dagen na ons afscheid de pont naar Hornopirén kunnen nemen en hebben met hulp van de Nederlandse ambassade binnen een paar dagen ook één van de laatste lijnvluchten naar Nederland kunnen nemen. Hun truck staat bij een Chileens overlanders stel dat ze onderweg naar het noorden hebben ontmoet. Zij wonen nu in hun busje op de oprit van hun eigen woning in Brabant die ze verhuurd hebben aan hun dochter en hopen ook hun reis te kunnen hervatten zodra het kan.

Imke en Marcel die bij Michiel aan boord zaten naar Antarctica en die we daarna nog een paar keer zijn tegen gekomen, kwamen vast te zitten in Argentinië. Zij werden door de politie op een camping gezet en hebben daar een aantal weken in hun uppie gestaan tot ze een vrijbrief kregen om naar Buenos Aires te rijden en van daar naar Nederland te vliegen. Hun wagen staat in Argentinië in een stalling en zij zijn bij Imkes moeder ingetrokken, hebben een camper in Nederland gekocht en gaan daar na wat pimpen voorlopig in wonen. Ook zij zijn terug naar hun werk tot ze weer verder kunnen.

Ute en Ralph het Duitse stel met de Unimog, kwamen ook vast te zitten in Argentinië. Ze probeerden nog verder naar het noorden te rijden net als ons in de hoop op beter weer, maar mochten het volgende dorp niet in. Terug naar waar ze vandaan kwamen ging ook niet meer en even zaten ze vast in de middle of nowhere. Uiteindelijk zijn ze door de politie op een camping met nog 6 overlanders gezet waar ze nu al drie maanden staan. Gisteren stuurden ze een foto van de eerste sneeuw die was gevallen. Ze wachten tot de grens naar Uruguay open gaat om daar hun truck te stallen en terug te vliegen naar Duitsland. Zij hopen dan over een  jaar weer verder te kunnen reizen.

Fabio en Giulia de jonge Italianen op huwelijksreis, die we ook meerdere keren tegen kwamen onderweg en waar ik veel mee op trok in Ushuaia strandden in Argentinië waar de dorpsbewoners in eerste instantie fel reageerden op hun Italiaanse nummerbord, ook zij werden gezien als paria’s. Zij huurden een cabana met wat andere reizigers. Giulia bleek onverwachts zwanger en zij kwamen hierdoor ook voor allerlei dilemma’s te staan. Uiteindelijk zijn ze na drie maanden verleden week gerepatrieerd naar Italië. Hun busje hebben ze gestald in Argentinië en als de baby geboren is hopen ze met z’n drieën weer verder te kunnen reizen.

Frances en Denis het Franse stel waar we een maand mee op de Grande Amburgo zaten en een heel gezellig oud en nieuw mee hebben gevierd in Argentinië waren net op tijd terug naar Frankrijk. Zij hadden hun truck al op de boot terug gezet. Deze is ook aangekomen in Antwerpen maar staat daar al drie maanden op een parkeerplaats in de haven omdat de grenzen gesloten zijn en ze de wagen dus niet op kunnen halen vanuit Frankrijk. We appen en videobellen nog regelmatig met ze.

Edouard de Fransman die ook bij ons aan boord zat op de heenweg, zijn we tijdens de reis niet meer tegen gekomen. We hadden nog wel app contact en uiteindelijk zat hij bij ons in het vliegtuig naar Parijs! Hij ging z’n werk als anesthesist weer oppakken, zijn camper staat nog in Chili.

Samantha en Jochen uit België waarmee we de eerste week in Uruguay bij Jan en Marieke stonden en nog altijd contact mee hadden, bleken ook in Cohaique in Chili toen wij daar strandden. Zij waren echter heel snel en besluitvaardig en hebben nog een lijnvlucht naar België kunnen regelen. Hun wagen staat  bij de douane in Cohaique. Voor hun is de reis ten einde. Ze hopen ooit hun wagen te kunnen verschepen terug naar België.

Irma en Gert die we in Argentinië twee keer ontmoetten en waar we een bakkie mee deden midden op weg in the middle of nowhere zijn ook terug naar Nederland. Hun wagen staat in Argentinië en zij hopen ook t.z.t. weer terug te kunnen.

Ad en Anne-Marie die we in El Calefate ontmoetten, zie ik in de “stuck in chile” appgroep weer opduiken en ik bel een paar keer met Anne-Marie. Zij zitten nog steeds in Chili, een stuk noordelijker dan dat wij zaten, ze hebben een appartement aan het strand gehuurd en willen niet terug naar Nederland voorlopig. Zij hebben hun huis verhuurd en zijn klaar met werken, dus eigenlijk niets om voor terug te moeten.

Arik, Berber en Atlas die we in El Chalten hebben ontmoet met hun pechbusje stonden in maart zo’n 200 km boven ons in Chili wederom met pech. Na veel wikken en wegen zijn ze eind maart toch naar Nederland terug gevlogen. Arik heeft weer een baan en Atlas is begonnen met school. De reis houdt daarom voor hun nu op.

Eva en Marco een Duits stel met een grote gele MAN truck die we een paar keer in Chili tegen kwamen, besloten in Chili te blijven. Het is hun wel gelukt om ondertussen wat meer naar het noorden te rijden.

Maarten en Gonnie die we ontmoetten voor we op reis gingen en waar we via social media nog contact mee hebben, kregen begin van het jaar pech met hun truck in Zuid Amerika en zijn terug gegaan naar Nederland. De truck werd net op tijd verscheept en hebben ze vlak voor de grenzen sloten nog uit de Antwerpse haven kunnen halen.

Laura en Nathan een Engels stel die met hun kinderen rond reed in een in Nederland gebouwde truck en die we spraken bij Torres del Paine, bleken ook in Chili op het moment dat de grenzen sloten. Ze besloten te blijven in de hoop dat ze na een paar maanden verder konden reizen. Echter nu blijkt dat het allemaal langer duurt dan verwacht, zijn ze deze week toch met een repatriëringsvlucht naar Londen gevlogen. Dit betekent voor hun einde reis. Ze proberen de truck vanuit Chili naar huis te verschepen.

Amandine en Vincent en hun twee zoontjes, waarmee we de Cuevos de los manos bezochten in Argentinië, besloten begin maart toch maar niet naar Antarctica te gaan en richting noorden te gaan rijden. Net op tijd verlieten ze Tierra del Fuego. Helaas brak één van de jongens zijn arm bij een val van zijn fiets. Angstige en boze dorpsbewoners wilden hun geen doorgang verlenen naar het ziekenhuis waarna ze door de politie ontzet en geëscorteerd werden naar de eerste hulp. Uiteindelijk verbleven ze 6 weken bij de directrice van het ziekenhuis in de tuin in hun truck in de hoop dat ze verder konden reizen. Echter besloten ook hun begin mei toch maar terug naar Frankrijk te gaan. Ook zij zijn gerepatrieerd en ze proberen hun truck vanuit Zarate terug te verschepen.

Margot en Tom die een half jaar eerder dan ons begonnen aan hun reis door Zuid Amerika en wiens blog ik daarom volgde en af en toe info mee uitwisselde, waren in de USA aan het reizen in maart toen ze beseften dat het menens werd. Zij konden nog net hun wagen verkopen en terugvliegen naar Nederland voor de lockdown.

En zo zijn er nog veel meer verhalen van overlanders die ik volg via hun blogs/vlogs/facebook/instagram enz…..Ik zou er een boek mee kunnen vullen en wie weet is dat nog wel een idee voor later, een “hoe is het nu met…..” boek. Ik hoor in die zin ook positieve verhalen. Zo zouden Marieke en Ruud in april voor 6 maanden op reis gaan met hun camper, dit leek in het water te vallen, maar toch zijn ze verleden week vertrokken om eerst Nederland te verkennen en mogelijk later alsnog de landen in Europa die op hun lijstje stonden, aan te doen. Sjors en Monique die al jaren rondreizen met hun truck maar net in Nederland waren toen de grenzen dicht gingen, gaan het ook proberen binnenkort, gewoon maar kijken hoever ze komen in de hoop de Noordkaap te halen. En zo zullen er meer zijn die de eerste “reisstappen” weer gaan zetten. Gaat het reisvirus het Coronavirus verslaan?

Helaas is het centrum van de pandemie nu verplaatst naar Zuid Amerika. Het aantal besmettingen en doden per dag neemt nog steeds fors toe en het einde hiervan lijkt nog niet in zicht. Hoe lang gaat dit nog duren? Wanneer is het weer leuk, veilig en verstandig om daar te gaan reizen? De werkeloosheid neemt toe en daarmee ook de criminaliteit waarschijnlijk. Willen we rondreizen in landen waar we niet veilig zijn? Waar nog geen andere reizigers zijn? Waar de bevolking bang van ons is of boos op ons is?

En hier in Nederland, hoe gaan we het hier doen? Hoe ga ik invulling geven aan m’n leven in Nederland dat voorheen bestond uit concerten, festivals, theater, bioscoop, restaurant en kroegbezoek? M’n zangkoor bestaat niet meer, ik mag nog maar maximaal 2x per week 3 kwartier naar het zwembad, geen pokerclub, geen eetclub, geen stedentrips in Europa, geen weekendje met vriendinnen weg. Maar vooral geen reizen om naar toe te leven, naar uit te kijken, dagen af te tellen en dan dat heerlijke gevoel van samen weer op pad te gaan.

Ik moet er maar niet teveel over na denken, inderdaad maar even verstand op nul, m’n uurtjes werken, zoveel mogelijk in beweging blijven en afleiding zoeken en maar hopen dat er snel een einde komt aan deze virusshitzooiellende.

Hoe doen jullie dat dan? Tips en adviezen zijn meer dan welkom!

Pauze in Patagonia

We zijn stilgezet, iedereen is stil gezet en naast dat het wennen is in deze “nieuwe wereld” brengt het ook heel veel goeds. Het wij-gevoel is groot en niet alleen tussen Michiel en mij maar ook met familie, vrienden, kennissen, oud-collega’s en vooral ook met de andere overlanders die verspreid over heel de wereld zijn stil gezet en benieuwd zijn of ze ooit weer kunnen doen wat ze het liefste doen, namelijk reizen in deze nieuwe realiteit waarin reizen juist not done is en de veroorzaker is van het verspreiden van het “bijroes” zoals Claudio het meest uitgesproken woord van de laatste tijd zo mooi zegt. (Ja zeg het ook maar even hardop op z’n Spaans, hahaha, klinkt een stuk minder gevaarlijk hé?).


We berusten ons er steeds meer in dat we voorlopig blijven en inwoners zullen zijn van Villa Mañihuales in het mooie maar steeds kouder wordende Patagonië. De camper voelt wel erg klein als het hard regent en koud is, en we voelen ons ook nog steeds een beetje indringers en afhankelijk zolang we bij de familie in de tuin staan, dus vragen we Claudio of het mogelijk is om een huisje te huren in het dorp voor de komende maanden. We bezoeken een paar cabanas en vinden uiteindelijk precies wat we zoeken. Een leuk houten huisje aan de rivier met een gezellige houtkachel en een hottub in de tuin! Wow zo voelt het als een vakantie i.p.v. wachten wachten wachten op wat eigenlijk? Helaas is het huisje al verhuurd aan een lerares, echter zijn de scholen hier ook dicht i.v.m het “bijroes” en is de lerares tijdelijk naar haar geboortedorp terug. Mogelijk komt ze in mei terug als de overheid besluit de scholen weer te openen, maar dat wordt pas duidelijk in mei. Als de lerares niet terugkomt, mogen wij het huren, aldus de eigenaresse.


Ondertussen vullen we de dagen toch weer met wandelen. Het was niet vol te houden om steeds binnen te moeten zitten en we hebben gelukkig een weggetje achter het dorp gevonden waar niemand komt en wij 5 km heen en 5 km terug kunnen lopen. Ondanks dat het steeds dezelfde weg is, zien we steeds nieuwe dingen en is het ook heel leuk dat Picho zo super enthousiast is. Elke ochtend zit hij voor de deur op ons te wachten en raakt iedere keer helemaal buiten zinnen als blijkt dat hij mee mag de tuin uit, we worden er zelf ook helemaal blij van. Zijn fascinatie met de rivier is ook heel grappig, hij lijkt vooral steeds even z’n buik te willen koelen want verder gaat hij er niet in tot hij op een dag (na een paar dagen flink regenen) door de sterk stromende rivier wordt meegesleurd. We schrikken ons dood en zien hem al spartelend naar de overkant zwemmen en net zo makkelijk zwemt hij ook weer terug! Grapjas. Af en toe komen we een stuurs kijkende gaucho te paard tegen, die toch altijd weer heel vriendelijk een praatje probeert aan te gaan in onverstaanbaar dialect. We zien de kleuren in het landschap langzaam veranderen van groen naar geel, oranje en rood, iedere dag een beetje meer, en vanaf de toppen van de bergen steeds meer naar beneden. Ook ligt er steeds vaker sneeuw als we ‘s ochtends naar de bergen kijken.


Op 13 april ben ik jarig, normaal vier ik dat niet en zorg ik dat ik dan lekker een weekendje weg ben met m’n moeder of zo om te vieren dat het lente wordt. Dit jaar is een hele andere verjaardag. In Chili wordt veel waarde gehecht aan familiedingen, dus ook verjaardagen. Michiel heeft Claudio buiten mijn weten ingelicht en die heeft Rita en Fito opgetrommeld. Ik word gevraagd naar de woonkamer te komen en word daar onthaald door de zingende familie begeleid door vader op de accordeon. Er zijn kadootjes, een grote limoentaart en een paar flessen appelcider en weer word ik geraakt door de warmte en hartelijkheid van deze lieve mensen. We hebben een gezellig middag, maar ook uit andere delen van de wereld komen gelukswensen, de camper hangt vol slingers met foto’s van alle vrienden en we videochatten er op los, echt superleuk!



Zo zijn er vele gezellige middagen en avonden waar we over en weer voor elkaar koken en bijzondere dingen proeven. Zo eten ze in Chili nooit gekookt fruit en wordt er met argwaan naar de gestoofde peren gekeken die toch goed samengaan met de hutspot en gehaktballen, ook de Thaise curry is hier niet bekend maar de pasta a al mama met bruscetta kennen ze wel en vindt gretig aftrek. Wij eten Chileense sopaipillas (gefrituurde broodjes), picarones (donuts van pompoen), aardappelballetjes gevuld met kaas, Rita’s zelfgemaakte schapenworst in darm, gekookte koeietong en gekookte hersenen en kalfslapjes gebakken met hele tenen knoflook boven een houtvuurtje. We drinken veel goede wijn (el Diablo, uiteraard uit Chili), bier met Calefatebessen en Terramotos (aardbevingen), wat bestaat uit grenadine, jonge witte wijn en een schep ananasroomijs, waar je er zo drie van weg klokt en als je dan probeert op te staan, val je onverwachts om, vandaar die aardbeving! Het Spaans spreken lijkt ook steeds soepeler te gaan, maar dat kan ook door de alcohol komen.


Regelmatig komt er een autootje langs met heerlijke gevulde empanadas. Ik leg ook contact met de plaatselijke bakkerij via facebook waar ze wekelijks met speekseltrekkende foto’s van allerlei baksels adverteren en er voor zorgen dat ik ‘s avonds in het donker door de regen (dan val ik minder op) een “once” haal, wat het tussendoortje is tussen de lunch en het avondeten in Chili, maar vaak zo uitgebreid dat het avondeten komt te vervallen. Zo bakken Michiel en Claudio bijvoorbeeld pannenkoeken (wat niet meevalt met een nederlandse koekepan met dikke bodem op een houtfornuis) als tussendoortje voor een heel weeshuis, dik belegd met dulce de leche en zelfgemaakte kersenjam.


We zeggen niet meer dat we vastzitten in Chili maar dat we wonen in Patagonië, dat klinkt veel leuker en geeft gelijk een positief gevoel. We raken steeds meer ingeburgerd en mensen zwaaien in het voorbij gaan en zeggen gedag in de supermarkt, ik maak praatjes met de bakker en de mevrouw van de groentewinkel en kroel met de paarden in de straat. Claudio laat Michiel mee klussen aan het bouwen van een metalen kast voor de plaatselijke vrijwillige brandweer (hij is ook brandweerman deze alleskunner!) en hij laat ons zijn auto gebruiken zodat we wat minder afhankelijk zijn en redelijk low profile de omgeving wat verderop kunnen verkennen. Dit zijn heerlijke uitjes en het voelt alsof we weer samen op reis zijn. Zo houden we het wel een tijdje vol en eigenlijk is het super leuk om een kijkje te krijgen in het leven van een gezin in Patagonië. We maken via videobellen ook kennis met Claudio’s dochter Matilda en zijn zus die ver weg in het noorden van Chili woont. Ook heb ik nog steeds dagelijks contact met Janette (Claudio’s nicht in Holland).Via facebook hebben we contact met Claudio’s vriendin die ook ver weg woont en door de coronamaatregelen niet kan langs komen. Ik maak een zakje met Nederlandse kadootjes voor Matilda die 10 wordt. We appen en videobellen veel met het thuisfront en we raken er aan gewend op deze manier te communiceren met ouders en vrienden.


En dan komt er plotseling een mail van de Nederlandse ambassade in Chili en slaat de appgroep “stuck in Chili” met bijna 200 deelnemers op hol. Er komt een repatriëringsvlucht vanuit Frankrijk en mogelijk mogen er ook andere nationaliteiten mee, het is niet gegarandeerd dat we een plek krijgen maar of we interesse hebben. We kijken elkaar aan, hebben we interesse? En zo begint de hele riedel weer van voren af aan, onrust, slapeloze nachten, heftige emoties, alle voors en tegens doorlopen en opschrijven, wat gaan we doen in Nederland, wat gaan we doen als we blijven maar we maanden niet kunnen reizen, wat willen we nu eigenlijk, wat is belangrijk, wat is leuk, wat is avontuurlijk, wat is handig. We komen er niet uit en de klok tikt door. De ambassade heeft een deadline gezet tot wanneer we ons op kunnen geven en dat doen we uiteindelijk maar, nee zeggen kan altijd nog en we piekeren weer verder. Dan komt er een mail van Air France, zij verzorgen de vlucht en er zijn twee stoelen voor ons beschikbaar, of we willen bevestigen dat we mee gaan. Hmmmm Air France daar krijgen we nog geld van i.v.m. de gecancelde vlucht in maart, misschien kunnen we het verrekenen, dat zou het een stuk aantrekkelijker maken. En weer beginnen we ons voorzichtig te verheugen op de leuke dingen van het terug naar Nederland gaan. Helaas volgens Air France is het een “computer says no” gevalletje aangezien de terugbetaalprocedure al gestart is. Dat het geld er na de beloofde 21 werkdagen nog niet is en waarschijnlijk ook nooit zal komen, daar kunnen ze niets aan veranderen want dat is door een ander kantoor van Air France geregeld. Dus we kunnen mee, maar dan moeten we wel (voor de 3e keer) 1600 euro betalen. Dit word op deze manier het duurste enkeltje ooit en we denken aan de uren die we daarvoor weer moeten werken of de drie maanden die we daarvan kunnen reizen (als je kunt reizen).


Ja als je kunt reizen en dat is nou precies het hete hangijzer, niemand weet wanneer en hoe dit nog kan en dat geeft uiteindelijk de doorslag. Want wonen in een klein dorpje in Patagonië is natuurlijk hartstikke leuk en avontuurlijk, maar eigenlijk is reizen het liefste wat we doen. De vrijheid hebben om van omgeving te veranderen, gelijkgestemden te ontmoeten,  en ons te verwonderen over nieuwe input. Lang op één plek is nooit ons ding geweest. Michiel gooit een ideetje in de lucht om in Nederland een oud campertje te kopen en daar voorlopig in Nederland mee rond te reizen. Ondertussen kunnen we ons reispotje aanvullen door te werken (we kunnen allebei zo weer aan de slag) in de hoop op betere tijden. De truck rijdt al 32 jaar en zal het over een paar maanden, jaren (?) ook nog wel doen. Claudio zal er goed op passen, hij staat binnen in de garage, wordt wekelijks gestart en de Temporary Import Permit mag van de douane in Chili iedere 6 maanden weer met 6 maanden verlengd worden door Claudio. We kijken samen op marktplaats wat er zoal te koop wordt aangeboden en ondertussen horen we berichten van meerdere overlanders in Nederland die eigenlijk precies dat zelfde idee hebben opgevat en ineens worden we enthousiast, ja dit gaan we doen!


Met nog een paar dagen te gaan, wil Claudio ons nog van alles laten zien, laten proeven en laten meemaken. De familie heeft 1200 hectare grond in de bergen, 2 uur rijden vanaf het dorp. Het is weidegrond met daar omheen bossen en een groot meer, Lago Matilda vertelt Claudio trots. De weidegrond wordt verhuurd aan boeren die hun koeien er op laten grazen in de zomer. Er lopen ook een paar paarden. Claudio’s vader vertelt dat één van de paarden gewond is geraakt door het gewei van een agressief edelhert. De merrie heeft een grote diepe snee in haar voorbeen die flink aan het etteren is, daarnaast is ze ook nog zwanger. Claudio wil het hert gaan afschieten en vraagt of we mee gaan, tevens moet het paard naar het dorp om door een arts gezien te worden. En zo vertrekken we op een mooie ochtend met de familie richting de bergen dicht bij de grens met Argentinië. De zon schijnt en de ochtendmist komt als een waterval over de bergkam heen stromen, een prachtig gezicht. Het landschap en de herfstkleuren zijn onwaarschijnlijk mooi. Met de jeep rijden we door het bos de berg op over een megablubberige 4x4 weg, het is één grote glibber en schuifpartij, maar voor Claudio is dit een makkie en fluitend rijdt hij naar boven terwijl ik de nagels in m’n handpalmen heb staan. De dag vullen we met zorgen voor de paarden, hout hakken, vliegvissen, naar het meer wandelen, naar het edelhert zoeken, met de drone vliegen en een simpele maar overheerlijke BBQ buiten naast een rustiek huisje aan de rand van het rode/gele/oranje bos met uitzicht over de weidegronden in de vallei van het meanderende kraakheldere riviertje vol forellen (Claudio vangt er vier, wij 0). De stilte is er oorverdovend en het voelt of we ons in een Bob Ross schilderij bevinden. Het is een heerlijke dag en de perfecte afsluiter van ons verblijf.


We waren 40 dagen in Villa Mañihuales en we hadden het absoluut niet willen missen! Wat een mooie, leerzame maar ook heftige tijd, met vele piekende en dalende emoties waar we soms allebei horendol van werden maar waarvan we weten dat velen dit over de hele wereld ook mee maken. En regelmatig denk ik terug aan mijn bezoek aan een museum in het Nationaal Park Patagonia zo’n 8 weken geleden (vóór het “bijroes” wereldwijd toesloeg). Dit ging vooral over de (nadelige) invloed die de mens op de natuur heeft. Ik stond daar naar een grafiek te kijken die de bevolkingsgroei weergaf sinds het bestaan van de mens. De laatste honderd jaar was bijna een rechte streep omhoog! Ik heb er zeker een kwartier met open mond naar staan kijken en dacht “dit kan zo niet doorgaan!” Laat er alsjeblieft een virus komen dat een groot deel van de bevolking steriel maakt of zo zoals in de fictieve roman Inferno van Dan Brown die ik jaren geleden las en toen al een goed idee vond. En nu is er Corona en ook ik of mijn geliefden kunnen hier aan dood gaan, maar ergens vind ik het ook haast gerechtvaardigd dat de aarde met deze maatregel komt, jammer dat het zo’n klote manier van dood gaan is, dan liever zo’n virus als Dan Brown bedacht heeft, maar ja we hebben het niet voor het zeggen. Vooralsnog blijft het doel de tijd die ons gegeven is zo plezierig en zinvol mogelijk door te brengen. Volgens Claudio (en vele met  hem) is dat het krijgen van een kind, je voortplanten en je kennis en talenten doorgeven aan de volgende generatie. Die discussie hadden we afgelopen week in het Spaans/Engels en onder het genot van 3 flessen el Diablo (hoe toepasselijk). Mijn woordenschat schoot tekort om uit te leggen waarom ik daar anders over denk en ook in het Nederlands kan ik het vaak niet uitleggen waarom ik absoluut nooit kinderen heb gewild, maar eigenlijk denk ik dat er gewoon teveel van ons zijn en grijpt de natuur nu in. En naast dat ik verdrietig ben dat het onze droomreis heeft verstoord en vele levens, ja eigenlijk ieders leven op z’n kop heeft gezet, snap ik het ergens ook als ik terugdenk aan die grafiek van 8 weken geleden. De tijd zal het leren (cliché cliché oladijee).


Ik weet niet of er de komende tijd nog verhalen te vertellen zijn, of dat dit pas weer aan de hand is als we terug vliegen naar Chili, wat ook zeker nog steeds een plan is.


Bedankt in ieder geval voor al jullie support, reacties, meeleven en eigen verhalen. Het heeft onze reis en ons leven enorm verrijkt, en we gaan jullie “fanmail” missen! Let’s stay in touch!!

Reizen is zó 2019!

Reizen is zó 2019! Dat is een mooie maar ook trieste titel voor een boek over deze hele shit situatie waar de wereld zich nu in bevindt en ik heb er alle tijd voor denk ik al drie weken. Maar op één of andere manier heb ik nog niet de rust om er voor te gaan zitten of er überhaupt m’n gedachten over te laten gaan. Want mijn gedachten vliegen voortdurend alle kanten op en proberen te anticiperen op de situatie die iedere dag weer verandert. Knettergek worden we er van en we zijn niet de enigen van wat ik om me heen zie en hoor en dat biedt dan wel weer enige troost. 


Daarom bedankt voor al jullie reacties, berichtjes, telefoontjes en videocalls! Het helpt ons heel erg door deze compleet rare tijd heen, om de boel samen te relativeren en om gewoon af en toe eens heerlijk te lachen met en om jullie. Want wat worden mensen creatief in tijden van crisis en de ene na de andere grap, leuke foto, huiskamerconcert of hart onder de riem komt voorbij. Echt heel fijn en ik besef me des te meer hoe belangrijk menselijk contact is en merk een steeds grotere behoefte om te weten hoe het met iedereen gaat, ook mensen waar ik het contact mee verloren ben of die ik normaal weinig spreek. Gelukkig is er facebook en allerlei andere social media en hoewel er vaak negatief of lacherig over gedaan wordt, ben ik er heel blij mee! Sharing is caring blijft voor mij het motto en in plaats van de social distancing die ons opgelegd is, probeer ik juist zoveel mogelijk mensen te bereiken vanuit dit kleine dorpje ver weg in het afgelegen Patagonië. 


Villa Mañihuales is één van de weinige dorpjes aan de Carretera Austral, de hoofdader die met z’n 1240 km door de provincie Aysen in zuidelijk Chili één van de mooiste roadtrips ter wereld is. Een dorp met 3000 inwoners in een provincie 2,5 keer zo groot als Nederland en met totaal maar 108.000 inwoners met tot nu toe nog maar 8 besmettingen in de hele provincie, met 0 in dit dorp. Want ook wij blijken na twee weken zelf quarantaine gelukkig niet besmet en kunnen letterlijk en figuurlijk opgelucht ademhalen. 


Die twee weken van ogenschijnlijke rust omdat we niet anders kunnen dan in de camper verblijven hebben we echter ervaren als een op hol geslagen rollercoaster waarin we iedere ochtend weer veel te vroeg wakker worden, het internet op gaan, gaan piekeren en vervolgens weer in een onrustige slaap weg zakken, halverwege de ochtend wakker worden en dan via Janette het laatste nieuws over Chili horen, we met elkaar weer bespreken of we moeten blijven of naar Nederland moeten gaan, dit weer voorleggen aan vrienden, familie en andere overlanders, weer denken de juiste beslissing te hebben genomen om te blijven om vervolgens weer op zoek te gaan naar vliegtickets die we tot twee keer toe ook daadwerkelijk kopen (waar ik dan verschrikkelijk verdrietig van wordt omdat dat einde reis betekent), en waarvan de vluchten weer gecanceld worden (waar ik dan ook weer verdrietig van wordt omdat ik me ondertussen had ingesteld op een spoedige hereniging met vrienden en familie). 


Ondertussen staan we met de truck onder een half afgemaakte garage bij Claudio en zijn ouders in de tuin met uitzicht op de bergen waar de eerste verse sneeuw valt. Iedere dag brengt weer verrassingen, zeker ook in positieve zin. Het geluid van vele haviken in de lucht, de briesende paarden van de buurman, het hinnikende veulen dat gewoon los door de straat loopt, gaucho’s die zwaaiend voorbij komen op hun paard en roedel honden om zich heen, de drie katten die ons dagelijks bezoeken, de vrolijke, energieke, knorrende hond Picho van de familie, de rommelende kippen om de truck. Lieve Claudio die ons iedere dag weer op een wonderbaarlijke manier weet gerust te stellen, ons welkom laat voelen daar waar wij ons bezwaard voelen en denken de familie te belasten met onze komst. Ons allerlei lekkers brengt (grote moten zelf gevangen zalm, kersen en kersenjam uit eigen tuin, vruchtentaart voor z’n verjaardag, limoentaart omdat hij hoort dat dat m’n lievelings is, blikjes bier enz... enz..), en ons ondertussen heel veel vertelt over Chili, z’n werk, z’n familie en de tradities, waarden en normen die hier in Patagonië gelden. Hij spreekt goed Engels, stuurt mij zelfs berichtjes in het Nederlands via google translate wat echt heel grappig is, maar probeert ons ook Spaans bij te brengen, wat super is. Zelfs Michiel leert deze weken meer dan in de afgelopen 6 maanden. We houden ons verder bezig met lezen, series kijken, foto’s uitzoeken, zelf brood bakken, klusjes doen, gitaar spelen en heel veel appen, bellen en nieuws lezen. 


Na twee weken zijn we bewezen niet besmet en neemt Claudio ons mee naar Coyhaique. Het voelt als een schoolreisje en ik raak ontroerd door het mooie landschap onderweg waar we de eerste keer veel te snel en gehaast door heen zijn gereden in onze “vlucht” naar het noorden. Het is prachtig nazomer weer met zon en 20 graden. Het is echt genieten er weer op uit te kunnen. Claudio laat ons watervallen zien en vertelt trots over dit prachtige land. In Coyhaique lopen nog best veel mensen op straat, we zien wel meer mondkapjes en ook wij dragen die in de stad. De bedoeling was om bij een notaris een document te laten maken waarin wij toestemming geven aan Claudio om onze truck te beheren zolang we in Nederland zijn. Dit is nodig om te voorkomen dat de douane de truck in beslag kan nemen zodra de Temporary Import Permit (TIP) verloopt over twee maanden. Echter maak je hier geen afspraak bij een notaris, je gaat gewoon langs. Er staan lange rijen voor alle kantoren waar we langs rijden, daarnaast krijg ik net een email dat de vlucht naar Nederland weer gecanceld is, dus is de noodzaak ook minder groot. We slaan de notaris dus even over voor nu. Ook gaan we langs de douane om ons visum te verlengen, maar die vertellen ons dat dit pas twee weken voor het aflopen van ons visum kan, gewoon via internet. Een klusje dat we voor eind mei in de agenda zetten. We doen nog wat boodschapjes en gaan ook nog even langs Puerto Aysen een ander dorp in de buurt vlak aan de zee, hier zien we honderden gieren in een weiland zitten, een bijzonder gezicht. Eind van de middag zijn we weer terug na een heerlijk dagje uit. 


De volgende dagen maken we heerlijke, urenlange wandelingen samen en verkennen de omgeving. Picho gaat steeds dolenthousiast mee, rent blaffend om ons heen, duikt in iedere rivier en zelfs Michiel, die helemaal niets met honden heeft, moet om hem lachen. We zien zalmen zwemmen van meer dan een meter, vele vogels, mooie herfstkleuren en wederom een prachtig landschap. We komen tot rust en prijzen ons gelukkig dat we zijn gebleven. 


Claudio blijkt de Crocodile Dundee van Patagonië te zijn! Hij heeft zelfvoorzienend zijn hoog in het vaandel en jaagt op herten, everzwijnen, zalmen en forellen. Hij lost zoveel mogelijk problemen zelf op, bouwt en knutselt zelf, recycled van alles, kan slachten, fileren, koken en naait zelfs mondkapjes met vrijwilligers van het dorp. Hij vertelt dat Vito en Rita (een oom/tante van hem) helemaal zelfvoorzienend zijn. Zij hebben een huisje aan de rivier 15 km buiten het dorp met een grote moestuin en 25 schapen. Het enige wat ze nodig hebben om te overleven is zout, aldus Claudio, om etenswaren in te kunnen conserveren. Een poema heeft gisteren echter twee schapen doodgebeten en dan komt de voedsel en wol voorziening in het geding. Claudio is gevraagd of hij kan komen helpen met dit probleem. Hij heeft een val geplaatst en vraagt ons de volgende dag mee om te kijken of de poema gevangen is. Om bij het huisje te komen moeten we de diepe en snel stromende rivier over. Er is geen brug, geen weg maar wel een kabelbaantje met een gammele oude ijzeren kooi er aan hoog boven de rivier. Oh neeeeeee moeten we daar mee naar de overkant? Claudio stelt ons gerust met verhalen over wat er allemaal al mee naar de overkant gebracht is, waar onder koeien en zelfs een klein autootje. We laden onze hengels en Claudio z’n grote geweer in en klimmen in het bakje, Claudio trekt eerst Michiel en mij naar de overkant waar Rita staat te wachten en dan volgt Claudio. We worden hartelijk ontvangen door Vito en Rita en ze nemen ons mee het land op waar de dode schapen liggen en waar de val is. Die is leeg en daar ben ik stiekem blij om want ik geloof niet dat dat een heel fijn gezicht zou zijn! Voorzichtig lopen we er om heen om ons de rest van de dag bezig te houden met ons bekwamen in vissen op forellen. Claudio leert ons van alles onderweg lopend langs de rivier. We eten de vruchtjes van de fuchsia die hier overal in het wild groeit, hij lokt een paar meerkoetachtige vogeltjes die nieuwsgierig komen kijken als hij langdurig “WetWet” roept en vangt bij de eerste inworp al gelijk een kanjer van een forel!! Het is wederom prachtig weer, een groot gevoel van vrijheid en plezier overmant ons en we genieten van het “intothewild” landschap en fijne idee iets nieuws te leren. 

Eind van de middag lopen we terug naar het huisje van Vito en Rita, daar zijn ook vriend Claudio (een andere Claudio) met z’n vrouw en zoontje van 10. We stellen ons een beetje onhandig voor, wel/geen hand, wel/geen omhelzing) en worden binnen gevraagd, aan tafel gezet en we krijgen een groot bord met gerookte schaap, aardappelen en verschillende salades voor gezet, met een glas vruchtensap! Wow allemaal van eigen land! Ik kijk om me heen, het huisje is niet veel groter dan ons tuinhuisje met een groot brandend houtfornuis in het midden met daar op allemaal pruttelende en lekker ruikende pannetjes. We zitten er met z’n achten en de kat om heen en het is er heel behaaglijk en gezellig, het eten smaakt verrukkelijk na zo’n dagje buiten. Aan het plafond hangen allemaal kruiden te drogen, zakjes vol knoflookteentjes en andere zaken uit de tuin en strengen wol waar Rita prachtige beenwarmers voor Vito van breit. We kletsen over en weer over de Coronasituatie en Claudio beantwoord vragen over hoe je het beste ontsmet en hygiënisch te werk gaat. Zijn werk is namelijk virus, schimmel en bacterie bestrijding in de zalmkwekerijen hier in zuid Chili en ook van dit onderwerp weet hij veel. 

Na het eten schieten de mannen om de beurt (bij gebrek aan een poema) op een blikje in de verte, en hier heeft Michiel dus jaren op de kermis voor geoefend bij het fotoschieten, hij schiet meteen raak en oogst hiermee grote bewondering bij de anderen! We nemen afscheid en krijgen nog zakken sla, koriander en blauwe bessen mee van Rita. We doen het avontuur met het bakje over de rivier nog een keer en zo eindigt deze dag met een gouden randje, met recht een lekkerdagje!! 


In het weekend worden we uitgenodigd om mee te eten met de familie, Rita, Vito en andere Claudio met z’n gezin zijn er ook. Claudio legt uit dat zij bijna wekelijks zo met elkaar eten, een soort eetclub dus. Er wordt varken, koe en chorizo gebakken en weer heerlijke salades en aardappels er bij. De wijn vloeit rijkelijk. Na het eten komt er een gitaar en een accordeon te voorschijn en wordt er de rest van de avond gespeeld en gezongen, zelfs ik doe nog een paar liedjes. Het is super gezellig en ook dit voelt weer zo authentiek, we maken Patagonië van dichtbij mee en deze ervaringen hadden we nooit willen missen ondanks alle ellende van de Coronacrisis om ons heen. Zondagmiddag eten we met z’n allen de restjes van de vorige avond en ik beloof volgende week Hollands te koken voor iedereen wat met groot enthousiasme wordt ontvangen. 


Echter worden de berichten over Corona in Chili ook steeds heftiger en daarmee de maatregelen van de overheid en de angst onder de bevolking ook. Claudio vertelt dat het leger in het dorp is gearriveerd om nieuwe regels te handhaven. Er is een avondklok, tussen 22.00 en 6.00 mag niemand op straat. Je overdag onnodig op straat begeven mag van de overheid in deze provincie nog wel maar wordt door de meeste dorpsbewoners zelf als zeer ongewenst gezien. Zij willen liever nog strengere maatregelen. Het is dan ook not done om nog te gaan wandelen en zelfs boodschappen doen we nu samen met Claudio met de auto. We zitten weer opgehokt in de camper en m.n. Michiel heeft het daar binnen twee dagen helemaal mee gehad. Claudio probeert nog wat klusjes voor hem te verzinnen en kijkt zelfs voor ons om in het dorp een huisje te huren zodat we wat meer bewegingsruimte hebben. Dat is de situatie nu en we houden de vluchten naar Nederland goed in de gaten. Echter hebben we al bijna 3000 euro aan tickets uitgegeven die allemaal gecanceld werden en waar we maar van moeten afwachten of we het geld gaan terug krijgen. Er komen steeds minder vluchten en in Chili zitten te weinig Nederlanders om een repatriëringsvlucht te sturen. Wel konden we volgens de ambassade misschien mee met een Duitse repatriëringsvlucht maar dat was ook erg onzeker. We zitten 1400 km onder Santiago en om nou op de bonnefooi daar heen te gaan met het gevaar vast te komen zitten en/of besmet te raken, vinden we een te groot risico. Hopelijk gaan er over een tijdje weer vliegtuigen vliegen, maar ergens weten we ook wel dat dit nog heel lang gaat duren. Bijna alle overlanders die we ontmoet hebben, zijn ondertussen terug naar eigen land. Ook de Nederlandse stellen die we achter hebben gelaten in Chaiten. We hebben gelukkig nog steeds contact met elkaar en hopen met z’n allen dat deze nachtmerrie voor iedereen snel overgaat en dat we ooit weer de draad op kunnen pakken. De afgelopen 6 maanden waren geweldig en die hebben we maar mooi mee mogen maken. We voelen ons nog steeds ontzettende bofkonten en dankbaar dat we hier bij Claudio en zijn ouders mogen zijn. Hoe het verhaal verder gaat, weet niemand, maar vooralsnog kan ik het nog steeds zien als een avontuur en dat houdt mij op de been. Weet iemand nog een leuk bezigheidstherapietje voor Michiel? Tenslotte is iedereen nu ervaringsdeskundige. Veel sterkte en liefs voor jullie en blijf ons op de hoogte houden en contacten, dat doet ons goed!

Van wereldreiziger naar vluchteling.

Dit wordt een heel ander verhaal dan de voorgaande verhalen. De wereld is veranderd door de maatregelen omtrent het Coronavirus en de vraag is of we ooit nog zo onbekommerd zullen kunnen rondreizen zoals de afgelopen 6 maanden. De veranderingen gaan heel snel, haast niet bij te benen en de laatste dagen is onze status van wereldreiziger omgeturnd naar vluchteling en potentiële besmettingsbron en moeten we nadenken over hoe we gaan overleven in een land waar we niemand kennen, de taal niet van spreken en waar al enge dingen gebeurden afgelopen half jaar (rellen, politie die gericht op demonstranten schiet, plunderingen enz….) voor dat er überhaupt een Coronavirus was en de regerende macht het in het verleden niet zo nauw nam met de mensenrechten.


We zijn sinds 2 maart in Chili en hebben een groot deel van de Carretera Austral, de hoofdweg door het Chileense Patagonië gereden door een prachtige omgeving van hoge bergen, gletsjers, mooie blauwe rivieren en groene bossen. Op sommige plekken doet het ons zelfs aan Thailand denken door de vorm van de bergen, de grote wilde rabarberbladen, bamboe en hoge bomen.


We volgen van een afstand het nieuws over het Coronavirus, het voelt erg ver van ons bed en we zijn nog in de modus van “ach het is maar een griepje”, de wereld is gek geworden, wat een massahysterie. Zo hebben we afgelopen week nog een prachtige kayaktocht gemaakt en heeft Michiel zondag met een groep toeristen nog een excursie naar en op een gletsjer gemaakt.


Als we afgelopen zondagavond in Puerto Rio Tranquilo met een groep toeristen in een cerveceria een biertje zitten te drinken en horen dat de grenzen hier mogelijk in de toekomst gesloten gaan worden en dat er ten zuiden van ons een besmetting heeft plaats gevonden door een toerist op een cruiseboot die aankwam in een dorpje en dat dat dorpje nu afgesloten is, valt het kwartje bij ons. Dit zou wel eens vervelend kunnen gaan worden. We bespreken onderling wat de mogelijke gevolgen zouden zijn en zijn het over één ding eens we willen geen van allen hier zijn als het winter wordt, dan liever ergens aan een strand in het noorden waar de temperatuur aangenaam blijft (we denken dan nog ongestoord aan een strand te kunnen gaan staan). Dus beginnen met inpakken voor het vertrek op maandag.


In dit deel van Chili zijn veel backpacker en fietsers op pad, we hebben er ook al een aantal meegenomen die stonden te liften. Op zondagavond vraagt een jonge Duitse fietser aan mij of hij de volgende dag mee mag rijden naar Coyhaique want vanaf daar kan hij met het openbaar vervoer verder. Hij smeekt me en zegt astma te hebben en daarom in de doelgroep te vallen van vatbare mensen. Hij wil zo snel mogelijk naar Santiago om naar huis te vliegen. Ik zeg hem zich de volgende ochtend om 9.00 te melden. We slapen slecht en lezen ‘s nachts de verhalen die gaan binnendruppelen van toeristen die stranden en hoe besmettelijk het virus eigenlijk is. We krijgen spijt van onze beslissing om nog lifters mee te nemen, maar als Jacob zich de volgende ochtend meldt, besluiten we hem toch maar mee te nemen op voorwaarde dat hij vanaf Coyhaique zelf z’n boontjes dopt. Als we zijn fiets staan in te laden, melden zich meer fietsers die mee willen, maar er past maar één fiets binnen, dus moeten we nee zeggen, wat al behoorlijk vervelend voelt.


In Coyhaique merken we dat de sfeer is veranderd, locals zijn minder aardig en bij kassa’s ronduit bot, de eigenaresse van een klein winkeltje waar ik 8 pakken melk en twee dozen havermout “hamster” zegt op boze toon dat m’n creditcard niet werkt en ik zie dat ze het machientje expres niet goed gebruikt, ik betaal cash en vertrek snel.  We voelen de angst toenemen en zien een lange rij mensen voor een keetje staan waar ze een griepprik kunnen krijgen. Wij lachen er nog om dat ze zo naïef zijn dat ze denken dat dat helpt. Bij de Mercedesgarage vraagt de verkoper of we uit het zuiden of noorden komen, als we zeggen zuiden, zien we zijn angst ook toenemen en krijgen vervolgens te horen dat de reparatie die nodig is aan ons koppelingspedaal niet op korte termijn gedaan kan worden, te druk. Maar wij willen door naar het noorden.


We krijgen van Marcel en Imke te horen dat zij in quarantaine zijn gezet door de politie op een camping in Argentinië, ze zijn daar de enigen en er wordt een politieagent voor de uitgang van de camping gepost. Eten krijgen ze van de staat en ze moeten minimaal 14 dagen blijven waar ze zijn. We schrikken enorm en proberen in te schatten hoeveel dagen we in Chili nog hebben om door te rijden. Ondertussen druppelen steeds meer berichten van overlanders binnen. Inge (de global nomad uit Ushuaia) appt dat ze een gesloten camping 800 km ten noorden van ons heeft gevonden waar ze mag blijven van de eigenaar. Er zijn douches en toiletten, ziekenhuis, supermarkt en drinkwater in de buurt en 4g dus internet. Hoewel internet, onze telefoons zijn na 30 dagen door de Chileense provider geblokkeerd, vaste procedure als je je telefoon niet hebt geregistreerd wat alleen kan als je een Chileens BSN nummer hebt. We beseffen ons dat communicatie wel eens heel belangrijk kan worden en kopen een Chileense telefoon waar we een hotspot mee maken zodat we toch onze telefoons kunnen gebruiken.


Peter en Francien (van de rode brandweerwagen) appen dat ze in Puerto Cisnes zitten (één dag reizen boven ons) en of we het fijn zouden vinden dat ze op ons wachten om daarna samen door te reizen. We geven aan dit heel fijn te vinden en samen met Floor en Jorn waar we de laatste dagen mee zijn opgetrokken reizen we daar dinsdag heen. We komen door het dorpje Villa Manuales. Een aangetrouwd nichtje van mij heeft een paar dagen geleden op mijn blog gereageerd dat als we iets nodig hebben we daar bij familie van haar kunnen aankloppen. We twijfelen even maar rijden toch door aangezien we afgesproken hebben met z’n zessen naar de pont te rijden en het is toch ook wel heel fijn om met bekenden te zijn die onze taal spreken en waar we mee kunnen discussiëren en reflecteren of we niet te lichthartig maar ook niet te dramatisch over zaken denken. Onderweg zien we wanhopige lifters en met pijn in ons hart laten we ze staan in de hoop dat ze nog met openbaar vervoer mee kunnen.


Aan het eind van de dag treffen we elkaar op het strand waar we parkeren voor de nacht, BBQ-en met verse zalm en bespreken hoe verder, wat we lacherig crisisberaad noemen. Ondanks de zorgen, is het heel gezellig. De wagen van Floor en Jorn is niet geschikt voor winterkou, en zij hebben geen douche/wc. Francien en Peter willen ook liever door naar het noorden i.v.m. de aankomende kou. Voor ons maakt het niet uit, wij zijn totaal zelfvoorzienend, maar willen graag bij de anderen blijven en vinden kou/regen ook niet zo aantrekkelijk en de plek die Inge heeft gevonden lijkt te voldoen aan wat we denken nodig te hebben de komende tijd. Rond 22.30 arriveert de plaatselijke wijkagent en zegt dat de plek waar we staan gesloten is ivm het virus en of we willen vertrekken. Uiteindelijk vindt hij het goed dat we blijven op voorwaarde dat we de volgende ochtend vertrekken, wat we ook doen. Het is ondertussen woensdag. We hebben wederom slecht geslapen en liggen zoals voorgaande nachten in bed internet af te speuren naar berichten om een inschatting te kunnen maken hoe ver we nog kunnen komen in de verwachting dat het ieder moment verboden kan worden om je nog verder te verplaatsen. Als dat punt daar is willen we wel op een plek zijn waar we een tijd kunnen doorbrengen op een redelijk aangename manier.


We racen door naar de volgende stad zo’n 300 km verder en voelen de tijd dringen. Daar eindigt de weg en is de enige mogelijkheid om verder te komen een ferry naar Puerto Montt of een ferry naar Hornopirén. Jorn en Floor zijn sneller op de weg en komen een uur eerder aan dan ons, zij kopen snel een ticket voor vrijdag (waar je je paspoort en autopapieren voor nodig hebt, dus kunnen zij dit niet voor ons doen) en als wij aankomen vertelt de dame achter de balie dat er net besloten is geen tickets meer aan buitenlanders te verkopen! What the fu……!!!! We kunnen nog wel een ticket kopen naar Hornopirén bij een andere maatschappij, maar dat is pas voor zondag, over 5 dagen. We kopen toch maar een ticket (120 euro) en gaan ook hier in Chaiten weer flink inkopen doen en cash geld pinnen voor als we straks alleen nog maar bij boeren terecht kunnen voor eten. Het voelt alsof we in een slechte film zijn beland, een aflevering van Black Mirror, een nachtmerrie, een oorlog, en weer liggen we heel de nacht te piekeren. Wat als de pont niet meer vaart straks, wat als we er niet meer op mogen, wat als we ook hier weg gestuurd worden, wat als we de provinciale grens niet meer overkomen, wat als we gelijk in quarantaine worden gezet op een hotelkamer met het telefoonnummer van een bezorgservice voor een paar maanden (dit gebeurt in Argentinië momenteel), wat als ons straks ook diesel, boodschappen, gezondheidszorg enz….. ontzegd gaat worden? Wat als we nu ziek worden of misschien al zijn? Verschrikkelijke scenario’s gaan door m’n hoofd, van opgejaagd wild worden tot opgesloten worden in een concentratiekamp. We lezen de verschrikkelijkste verhalen op internet van backpackers die in de woestijn belanden zonder eten en drinken, toeristen die als paria’s behandeld worden en net als ons weg gestuurd worden. Hostels en campings sluiten, vliegtuigen worden gecanceld, toeristen aan hun lot overgelaten. Als we nog naar huis zouden willen, kunnen we niet eens meer bij het vliegveld komen. We worden emotioneel en raken in paniek.


De afgelopen dagen hebben we steeds via whatsapp contact gehouden met veel anderen om te overleggen, o.a. met Janette (mijn aangetrouwde Chileense nicht). Zij is journaliste en weet als geen ander waar ze haar nieuws vandaan moet halen en houdt ons voortdurend op te hoogte van de ontwikkelingen in Chili. Haar aanbod om hulp te krijgen van de familie wordt steeds aantrekkelijker, maar ondertussen zijn we dus met z’n zessen en zijn de andere wagens niet geschikt om een winter door te brengen in Patagonië. Na lang beraad beslissen we voor ons zelf te kiezen omdat we er ondertussen vanuit gaan dat we de camping bij Inge niet meer gaan halen en niet opgesloten willen worden terwijl we een prima huis hebben met ondertussen voldoende voorraad voor een maand. Ik overleg met de familie, zij hebben plek voor één wagen. Dat betekent dat we als een malle terug moeten gaan rijden want we zitten ondertussen in een andere provincie en de provinciegrenzen zijn per 0.00 uur gesloten afgelopen nacht! We gokken er op dat die regels hier in het verre zuiden nog niet helemaal doorgedrongen zijn en besluiten om 8.00 donderdagochtend snel te vertrekken. Dit betekent dat we afscheid moeten nemen van de anderen wat ons zeer zwaar valt. We worden allemaal emotioneel en wij hebben het gevoel dat we de anderen in de steek laten. We kunnen niet eens een knuffel of een kus geven ter afscheid, het is verschrikkelijk, huilend rijden we weg. We halen nog meer boodschappen (er is nu nog zat te krijgen) voor als we onderweg vast komen te zitten en bellen met vrienden en familie over de genomen beslissing.


Daarna beginnen we aan een zeer spannende tocht. Janette spreekt voor ons in het Spaans een voicebericht in, dat we politie bij roadblocks kunnen laten horen, dat we al 6 maanden in Zuid Amerika zijn en in quarantaine willen bij familie (lang leve de Chileense telefoon, beste aankoop ever! En lang leve Janette!!!). Ze blijft de hele dag stand by zodat we haar kunnen bellen als we een tolk nodig hebben, zo wordt ze onze lifeline onderweg naar de familie in het zuiden. De weg is leeg op een paar campers van toeristen na die we naar het noorden zien rijden, waarschijnlijk met de zelfde hoop als ons gisteren om met de pont naar veiligere oorden te komen. Na twee uur rijden bereiken we de provinciegrens. Die ligt in the middle of nowhere en daar is geen roadblock, maar dat zegt nog niets. En ja hoor bij het eerstvolgende dorp staan pionnen over de weg en twee politieagenten. Ik heb ook weer even internetbereik en vraag Janette of ze er nog is, en dat is ze. De agent die ons aanhoudt spreekt onverstaanbaar Spaans en ik lepel mijn verhaaltje op van Google translate dat we op weg zijn naar familie om daar in quarantaine te gaan en dat Claudio, waar we heen gaan, dit telefonisch kan bevestigen. Hij knikt een paar keer en wijst naar de motor en naar zichzelf en herhaalt een paar keer een voor mij onverstaanbare zin. Uiteindelijk maak ik er uit op dat hij de motor wil hebben, iets anders kan ik er niet van maken!! Ik zeg een paar keer no no no en dan schiet ik in m’n “no entiendo” scenario. Dan vraagt hij onze papieren, bedenkt zich (waarschijnlijk wil hij ze niet aanraken) en klopt op de wagen en zegt zoiets als rij maar door. Ik roep naar Michiel “GAS” en weg zijn we! We komen verder geen problemen meer tegen en vlak voor het donker wordt, komen we aan. Uitgeput en gespannen, maar ook juichend en opgelucht. We hebben het gehaald!!


Claudio ontvangt ons zeer gastvrij en enthousiast en we voelen ons heel welkom en veilig. Naast het huis waar hij met z’n ouders woont is hij een loods aan het bouwen. Met een slijptol haalt hij spontaan een stuk weg, zodat we naar binnen kunnen rijden. We maken kennis waarbij we 1,5 meter afstand in acht houden, want we kunnen besmet zijn, zonder dat we het weten. Via Janette en mijn neef Casper communiceren we e.e.a. met Claudio en we spreken uiteindelijk af dat we voorlopig in zelf quarantaine gaan in onze truck tot we zeker weten dat we het virus niet hebben. Daarna kunnen we een gezondheidsverklaring regelen waarmee we ter zijner tijd hopelijk weer op reis kunnen. We gaan er nu echter vanuit dat we hier voorlopig wonen en denken in termen van maanden.


Ondertussen bedenken we hoe we ons hier nuttig zouden kunnen maken zodra we gezond blijken. Michiel kan helpen met klussen en ik zou kunnen helpen in het huishouden en bij de verzorging van Claudio’s moeder die half verlamd is en niet kan praten door een CVA. Mogelijk kunnen we t.z.t ook iets voor het dorp betekenen, maar zo ver vooruit durven we nog niet te denken. Voor nu zijn we veilig bij deze lieve familie en zijn we heel dankbaar en ontroerd, ook voor de hulp van Casper en Janette, zonder hen was dit nooit gelukt. We zijn weer eens ontzettend blij met onze truck die ons weer heeft gered en overal heen brengt. We snappen een stuk beter hoe vluchtelingen zich voelen en leven mee met alle reizigers en locals die we hier in Zuid Amerika hebben leren kennen maar ook met al onze vrienden, familie, kennissen en cliënten in Europa die in hetzelfde onzekere bootje zitten als ons. Van een oud collega hoor ik dat ze cliënten niet meer mag bezoeken wat verschrikkelijk is, dit spookt dagelijks door m’n hoofd en ook hier heb ik een dilemma, moet ik terug om te gaan helpen. Maar we kunnen niet meer terug voorlopig en we zijn aan de andere kant ook blij dat we hier dicht bij de natuur zitten in een piepklein dorpje zonder besmettingen omringt door fruitbomen, los lopende kippen en een grote voorraad zalmen en forellen in de meren en herten en everzwijnen in de bossen. Voor nu is het goed zo.


Sterkte allemaal in deze heftige tijd en laat ons alsjeblieft weten hoe het met jullie gaat en hoe jullie deze tijd doorkomen.


Liefs Michiel en Marieke

Twee weken terug naar Argentinië.

Om van zuid Chili naar boven te kunnen rijden, moeten we terug naar Argentinië of op een boot stappen. Er is geen weg. Dus hebben we de afgelopen weken in Argentinië door gebracht en daar ook weer prachtige dingen gezien.


Maar eerst moeten we nog de grens over van Torres del Paine met z’n mooie bergen en meren naar de vlakke, dorre en lege pampa aan de oostkant van het Andesgebergte. Daar krijgen we een berisping omdat Michiel gesnapt wordt op 100 meter spookrijden als hij parkeert voor de grensovergang, voor de agent duidelijk een aanknopingspunt om eens uitgebreid te socializen met ons over Holland, voetbal en de harde wind in Patagonië, hij raakt maar niet uitgepraat, maar blijft er wel ernstig bij kijken, grappig.


Op de zoutvlaktes zien we weer rhea’s (nandu’s, kleine struisvogels), guanacos en wilde paarden. Dus niet helemaal leeg, maar het is wel een lange rit naar El Calefate, het eerst volgende dorp van betekenis aan deze kant van de grens, dat zo’n 300 km verder ligt. De pauze bij de tussenliggende benzinepomp is dan ook een welkome break, waar we uitgebreid lunchen en ik voor weinig een schapenvel koop waar op ik heerlijk met m’n blote voeten op het dashboard zit.


In El Calefate is het een drukte van belang, dit dorp ligt vlakbij de gletsjer Perito Moreno, één van de grootste toeristische trekpleisters van Zuid Amerika en het is hoogseizoen. Er is een groot podium in het midden van de stad waarop iedere avond die hele week concerten worden gegeven. We zijn er drie avonden en het blijkt een bovenmaats podium voor ondermaatse artiesten waar vooral gezinnen met kinderen en zwerfhonden op afkomen. Wat opvalt is o.a. het machtsvertoon van de grote hoeveelheid agenten bij de ingang (haast meer agenten dan publiek en tot de tanden toe bewapend), er wordt geen alcohol verkocht, niemand rookt en er ligt helemaal niets op de grond in tegenstelling tot een concert in Nederland waar de grond bezaaid ligt met lege bekers en allerlei andere troep. Dit alles maakt dat we steeds al snel belanden in de cerveceria om de hoek waar ze heerlijke tapas hebben van onder andere gerookte lam en guanaco, en natuurlijk ook lekkere biertjes, hier hebben we ook een gezellige avond met Jorn en Floor, de Nederlanders met de mooie gele bus die we her en der weer tegenkomen.


Natuurlijk gaan we ook een dag naar de gletsjer. We overwegen nog even een boottocht, maar het lopen gaat beter dan verwacht, het is een mooie zonnige dag en we wandelen een paar uur over de houten trappen en terrassen die op de heuvel tegenover de gletsjer zijn aangelegd en waar vanaf we een spectaculair uitzicht hebben over het blauwwitte ijs dat af en toe met een donderend geraas afbreekt aangezien de gletsjer eigenlijk een rivier van ijs is en voortdurend verschuift. Een zeer imposant gezicht én geluid.


Ondertussen drupt er al een tijdje olie uit de cilinder van het koppelingspedaal. Michiel legt uit dat als de olie op is, hij niet meer zal kunnen schakelen. Tijd dus om rond te gaan zoeken naar een nieuwe cilinder. Via de app Ioverlander zoeken we naar een garage waar ook Engels gesproken wordt, daar worden we echter verwezen naar “M&M Frenos” en komen terecht bij Martin, die alleen Spaans spreekt, maar toch wel begrijpt wat er nodig is. Hij legt uit dat de cilinder vanuit een grotere stad moet komen en dat hij het dan morgen kan maken. Echter komt hij toevallig ‘s avonds langs joggen bij het meer waar wij staan en vertelt dat het toch wel wat langer gaat duren, zeker een paar dagen. Daar hebben we niet zo’n zin in, dus vult Michiel de olie zelf bij en gokken we er maar op dat dit goed blijft gaan tot de volgende grote stad Puerto Montt in Chili over een maand of zo.


We rijden door naar El Chalten, het is heerlijk weer, zon, weinig wind, 25 graden en het is een mooie rit met werkelijk fantastisch uitzicht op het Andesgebergte waar we proberen een iconische foto te maken met de truck op de voorgrond. Zulk helder weer is het hier namelijk maar zelden en vaak zijn de bergen door wolken aan het zicht onttrokken horen we van anderen. In El Chalten is er maar één plek waar je mag overnachten in een camper en dat is op een groot veld vlak voor het dorp. Daar staan dus nog veel meer campers en ook hier komen we weer een aantal bekenden tegen maar ook weer nieuwe mensen zoals hipsters Arie en Berber en hun grijpgrage zoontje van 4 met de wonderlijke naam “Atlas” wat later natuurlijk gewoon Ad wordt. Zij hebben in Ushuaia een busje gekocht en daar ontzettend veel pech mee, ze hebben al veel garages gezien. Tja zo kan het dus ook.


In de drie dagen dat we hier zijn, maken we een aantal wandelingen. Michiel loopt ook nog een keer in z’n uppie een tocht van 25 km waarbij hij net als “into the Wild” halverwege met een diepe snelstromende rivier geconfronteerd wordt maar het toch haalt naar de overkant gelukkig. Ik doe die dag een ritje op de motor en loop naar een mooie waterval. De omgeving is prachtig met al die bossen, bergen en rivieren, het dorpje genoeglijk laid back ondanks de vele backpackers, en het is leuk om bij te praten op de “camping” waar Jorn en Floor ons verrassen met een zelfgebakken brownietaart, heerlijk!


De benzinepompen in dit deel van Patagonië zijn schaars en soms is hun voorraad diesel op en kan het dagen duren voor de tankwagen met nieuwe diesel langs komt. Daarom vult iedereen z’n tank bij iedere pomp die je tegenkomt, want je weet maar nooit. Zo ook bij de enige pomp in El Chalten. Voor we vertrekken staan we dus eerst een uur in de rij en is de pompbediende behoorlijk chagerijnig, wat ik begrijp als hij uitlegt dat de rij de hele dag doorgaat en hij in z’n uppie moet werken van 8.00 tot 22.00. Er staan veel lifters bij de uitgang van het dorp en ze doen van alles om een lift te krijgen, b.v. gekke dansjes of saxofoon spelen. Echter is er ook een busstation 100m verder en hebben wij niet zo’n zin om 300 km met mensen opgescheept te zitten. Na 100 km zien we echter twee jongens in het midden van de pampa langs de kant van de weg zitten, tja die kan je echt niet laten staan op een weg waar 1 auto per uur voorbij komt. Dus nemen we ze mee. Ze vertellen er al 12 uur te staan en zijn superblij dat ze mee kunnen.


José en Matias komen uit Chili, zijn 20 jaar en spreken een klein beetje Engels. Ze vertellen een wat wazig verhaal over op reis zijn en lijken niet echt een doel te hebben of te weten voor hoe lang. Verder is het wel gezellig en weer heel goed voor ons Spaans, we leren zelfs wat Chileense “slang”. Ze willen ook heel graag naar het volgende Parque National dat nog eens 240 km verder ligt en waar geen openbaar vervoer heen is. Dus pikken we ze de volgende ochtend weer op bij het benzine station waar ze gekampeerd hebben in hun tentje en rijden in vijf uur door de grote leegte en stofstormen naar het NP Perito Morene dat dezelfde naam heeft als de wereldberoemde gletsjer van een week geleden, maar er dus verder helemaal niets mee te maken heeft. We leren de jongens beter kennen en het zijn twee jonge knullen op roadtrip die zonder angst en zorgen maar ook met 0,0 voorbereiding op pad zijn gegaan na hun studie en wel zien waar ze uitkomen. Ze hebben dus ook niet voldoende eten bij zich en ik geef ze een zak rijst, een pak tortilla’s, wat smeerkaas en een heel brood mee, waar ze ook weer superblij mee zijn en ze vertrekken met hun veel te zware rugzakken richting de refugios (hutjes) in de bergen om een paar trektochten te gaan maken.


Het woord park is niet helemaal van toepassing hier. We zijn namelijk beland aan de voet van het Andesgebergte waar gletsjers de bergen gevormd hebben met de vreemdste kleuren en vormen  en voor een paar bizar blauwe meren hebben gezorgd. Het is enorm afgelegen en daardoor komen er ook nauwelijks mensen. Als we ons eind van de middag melden bij de ranger, die in een klein huisje midden in al die leegte van honderden kilometers woont, zijn we de eerste die dag en de komende 5 dagen komen we 3 auto’s  tegen. Er zijn wel veel dieren. Over de prairie lopen honderden guanacos en tientallen rhea’s, ook zien we vossen, en heel veel vogels o.a. flamingo’s, El Paraiso! Er wonen ook poema’s en chinchilla’s, maar die zien we niet helaas. Als ik op een ochtend wakker word, zie ik vlakbij een stinkdier scharrelen. Ik ga naar buiten waar hij me direct opmerkt en keihard op me af komt rennen met z’n mooie pluimstaart recht omhoog. Mijn wil om een foto te maken overwint het van de angst om ondergespoten te worden door een stinkend goedje en ik blijf staan. Eenmaal vlakbij ziet hij dat ik niet z’n mogelijk nieuwe maatje ben maar een vreemd zwart en wel erg hoog dier dat hij nog nooit eerder zag. Ik hoor een hard sissend geluid en bereid me voor op het ergste, maar het geluid komt uit z’n bek en niet vanonder z’n staart gelukkig. Langzaam, op z’n hoede en mij goed in de gaten houdend loopt hij blazend achteruit  en kan ik nog een mooi plaatje van hem schieten. ‘s Middags zien we een dode guanaco met 6 condors en een adelaar aan de lunch. Gefascineerd loop ik er heen en denk aan de condorveer (70 cm!) die ik bij de ranger heb zien hangen. De condors kiezen daarop het luchtruim (prachtig!) maar de adelaar peuzelt onverstoorbaar verder en ik krijg een biologielesje over hoe een guanaco er van binnen uitziet, bijzonder! Helaas geen veer gevonden. Verder maken we mooie wandelingen en zien we weer vreemde ufowolken boven de bergen die met de ondergaande zon nog beter uitkomen. Naast het huisje van de ranger is een oude smeerput die Michiel gebruikt om de wat slippende V-snaar vast te zetten en om een onderhoudsbeurt smeerpunten vullen te doen. Ik vermaak me ondertussen met de tamme vogeltjes die op de truck zitten. Dan verlaten we dit paradijs, nog steeds verbaasd dat hier zo weinig mensen zijn.


Onderweg zien we in de verte een wagen aankomen met een Nederlands nummerbord. Het blijken Gert en z’n vrouw, waar ik in El Chalten al een babbeltje mee had gemaakt en we stoppen midden op de weg (er komt toch niemand) voor een bakkie met elkaar, gezellig. Bij de volgende stop eind van de middag, waar we gaan overnachten, parkeert ook een Frans gezin in een campertruck die ons veel tips kunnen geven over Chili, waar ze net een maand hebben rondgereisd. De volgende ochtend bezoeken we gezamenlijk Cueva de las manos, een rotswand in een canyon waar recent tekeningen van 8000 jaar geleden zijn gevonden, een soort graffiti from the past, indrukwekkend. We wisselen gegevens uit, en het is leuk dat je elkaar zo kunt blijven volgen via Facebook, Instagram, Polarsteps en/of een persoonlijke blogsite. We hebben nog veel app contact met andere reizigers die we ontmoet hebben, maar ook met locals die nog regelmatig vragen hoe het gaat, waar we zijn en of we iets nodig hebben, zo lief. Via Facebook ontmoet ik ook veel overlanders (opvallend vaak mannen) waar ik contact mee heb en Michiel maakt schunnige grapjes over dat ik een zwak heb voor mannen met een dikke uitlaat, tsssssss.


De volgende dagen rijden we via het plaatsje Lago Posadas naar de grensovergang Paso Roballo. Ook hier is het landschap weer enorm indrukwekkend, het doet ons denken aan death valley en de prairie in de USA met tafelbergen en canyons maar dan nog grootser en weidser. We komen de hele dag één buggie tegen die zo uit een Mad Max film komt, verder niemand. Als we stoppen voor een plaspauze vindt Michiel de holy grail, een condorveer!! Wow, het mooiste souvenir uit de Andes! Die krijgt een mooi plekje in de truck, waar we overigens nog steeds geen naam voor hebben tot verbazing van veel andere reizigers. Ik vraag aan Michiel hoeveel PK de truck eigenlijk heeft en hij antwoordt “250 paarden” en zo wordt het dus “250 horses with no name” waarmee we door de “desert” rijden (zie ook videofilmpje met geluid) en die de steilste hellingen met gemak omhoog ploegt (zolang ze niet nat en blubberig zijn) en waarin we ondertussen veel vertrouwen hebben gekregen omdat-ie zich het afgelopen half jaar (wááááát een half jaar al?) bewezen heeft als een veilige, betrouwbare en zeer gebruiksvriendelijke wagen die ondanks z’n 32 jaar altijd start en altijd door rijdt waar nodig. En aan de verhalen van de andere overlanders te horen, is dat dus niet altijd even vanzelfsprekend!


En nu dus in Chile, waar we de legendarische Carretera Austral willen gaan rijden, of dat lukt (de weg is in slechte staat volgens de berichten), lees je in het volgende verhaal waarin we ook terugblikken op ons eerste half jaar on the boat and on the road. Superleuk als je een berichtje achter laat, daar genieten we echt van! Tot de volgende…….

 


Antarctica en on the road again zuid Chili

Michiel is terug! Met mooie verhalen en nog mooiere plaatjes van het woeste en onwerkelijke Antarctica. Na een maand op Vuurland reizen we door naar Chili en zijn we aanbeland bij Torres del Paine, waar zich de mooiste bergen van de wereld bevinden en die zelfs Unesco worldheritage zijn verklaard.


Dat was in het kort hoe de afgelopen weken zijn verlopen. Maar nu! Pak lekker een bak thee, een rol koekjes en nestel je op de bank en lees vanuit je veilige comfort zone hoe het ons vergaan is in deze uithoek van de wereld en wildernis waar je ogenschijnlijk moeilijk kan komen maar waar het reizen stiekem eigenlijk zeer makkelijk is met luxe cruiseboten die af en aan varen naar de Zuidpool, een verse asfaltweg all the way naar Ushuaia en heerlijke spa’s waar ik voor een paar centen (thank you Western Union!) kan relaxen en het beste eten kan krijgen wat ik maar wil.


Ik bekijk vanuit m’n eigen veilige comfort zone (vanuit de camper op mijn plekje op de dam) het dagelijkse leven in Ushuaia. Het is een prachtig uitzicht zo over de baai, het beagle kanaal en de besneeuwde bergen. Ik sta er twee weken en ontdek dat ik me best vermaak zonder Michiel maar dat een week leuk was en daarna wat minder. Ik ben gewoon liever samen, tuttebel die ik ben. Alleen heb ik me echter niet gevoeld, daar kreeg ik de kans niet voor. Na de workshop pasta maken, komen Giulia en Fabio nog regelmatig langs voor een bakkie, ontbijt en de laatste nieuwtjes. We gaan ook nog een keer gezellig uit eten samen bij een chefkok thuis met een Argentijns stel en Roberto, een Italiaanse motorrijder die z’n verjaardag met ons viert. Later in de week vind ik nog een pot pompoensoep in de reserveband, zelfgemaakt kadootje van Giulia en Fabio, zo lief. Ook ga ik nog een bakkie doen bij Floor en Jorn, zijn we een nachtje buren op de dam en nuttigen we gezamenlijk alle leftovers met een paar flessen wijn als geïmproviseerd diner. Dagelijks staan er vele auto en overlanders om mij heen en ook hier zijn busladingen chinezen (ondertussen allemaal met mondkapjes op vanwege het Corona virus die ze alleen af doen om een selfie te nemen) die genieten van hetzelfde uitzicht als ik. Zo ontmoet ik o.a. Sebastian en Martina uit Liechtenstein, Edwin en z’n vrouw uit Duitsland, Patrick de padvinder ook uit Duitsland en een geëmotioneerd stel uit Amerika die na 3,5 jaar in hun landrover eindelijk zijn aangekomen op hun eindbestemming. Ook vanuit de plaatselijke bevolking leer ik mensen kennen zoals Jack de Nederlander die er al 16 jaar woont, de chauffeur van de hopon hopoff bus die dagelijks 4x langs rijdt en zwaait, de kapster die voor 10 euro m’n haar verft, Gustan en z’n gehandicapte zoon die de camper geweldig vindt, de zoon van Gustavo (ja die uit Rio Grande) die vakantie heeft en een foto voor de truck komt maken en Irene waar ik een zelfgebreide muts bij koop.


Ik pak af en toe de motor om boodschappen te doen, naar een Spa te gaan of gewoon een stukje te rijden, maar soms ook de fiets of ik ga een stuk wandelen om een beetje te trainen met m’n knie, die gevoelig en stijf blijft helaas. Ik trakteer mezelf regelmatig op een uitgebreide lunch aan het raam in de winkelstraat waar ik naar al die voorbij trekkende avonturiers kijk en probeer te raden uit welk land ze komen. Iemand vraagt aan mij de weg op straat, blijkbaar blend ik lekker in en ik kan het hem nog vertellen ook (in het spaans!). Sjors en Monique, de ervaren overlanders die momenteel in Zuid Afrika zitten, appen me dat het een teken is dat het tijd is om weer te vertrekken en ze hebben gelijk.


Het is hier vaak kil en koud, bijna altijd waait het hard en het regent vaak, dat maakt ook dat twee weken wel wat lang is. Gelukkig is er nog het thuisfront waar ik dagelijks contact mee heb d.m.v. videobellen en lieve berichten. Zelfs Michiel kan mailen! Helaas worden z’n mailtjes als spam gezien door de overijverige mailserver en kom ik er pas na 6 dagen achter dat de lieverd me hele epistels heeft geschreven terwijl ik me ongerust maakte over gekapseisde schepen, zeeziekte, Chinezen met enge virussen en zelfs over de beeldschone tourleidster waar hij mogelijk voor gevallen is! Lekker dat hoofd van mij, soms is het wel lastig als je een beetje teveel fantasie hebt. Niet voor niets heet ik naast het vriendschappelijke Kiek ook nog wel eens Kiekiepaniekie als ik mijn vaak overmatige zorgen deel met m’n vrienden.


Ik koop de Lonely Planet (reisgids) van Chili en start met inlezen en verheugen, want jeetje daar is ook weer zo’n hoop moois! Ik kijk uit naar woensdagochtend want dan is Michiel er weer en kunnen we eindelijk weer op pad. De Hondius verschijnt op de Marine radar (fijne app) en ik zie dat hij koerst op Kaap Hoorn, dat is al heel erg dichtbij! Plots ontvang ik een appje van Michiel op dinsdag, dat betekent binnen bereik! En rond negenen ‘s avonds zie ik het schip aan komen varen door het Beagle kanaal en ik neurie het melodietje van Loveboat terwijl ik m’n helm opzet en op de motor naar de pier scheur om mijn lief op te halen. Een vreugdevolle hereniging volgt en we hebben elkaar een hoop te vertellen.


De volgende dag vertrekken we uit Ushuaia (eindelijk!), maar niet voordat Marcel en Imke een bakkie komen doen. (Zij zaten bij Michiel aan boord), Jack nog even een paar tips komt geven voor het vervolg van de reis, Edwin en z’n vrouw komen vragen hoe het in Antarctica was en de was klaar is bij de wasserette. Ook moeten de motor en de fiets weer op de camper, moet ik Michiel nog even de spinnekrabbensoep laten proeven in m’n favoriete lunchrestaurant (ik ken ze ondertussen allemaal en krijg een amicale hand van de ober bij binnenkomst), en moeten de dieseltanks en watertank gevuld worden en de toilet cassettes geleegd. Voor we wegrijden is het al begin van de avond. En als we zo’n 12 km verder parkeren omdat we daar de volgende ochtend nog een mooie wandeling willen doen, komen we er achter dat we de route helemaal niet hebben gedownload en dat we nog wat andere zaken op internet willen checken. Dat betekent weer terug naar Ushuaia (kom ik hier ooit weg?) en de mannen bij de politiepost aan het begin van de stad zwaaien nog een keer. Gelukkig is het uitzicht op de bergen onderweg supermooi en verveelt het niet. Ook de wandeling de volgende ochtend naar het Esmeralda meer is erg mooi, het is heerlijk weer, 16 graden en zon, en als ik met m’n blote voeten in het witblauwe gletsjermeer bungel zo met m’n maatje weer naast me en denk “je zal maar moeten werken vandaag”, vind ik mezelf weer zo’n ongelooflijke bofkont en ben ik zo blij met de keuzes die we hebben gemaakt, iets wat iedere dag wel een paar keer door m’n hoofd gaat trouwens. Heel blij!


Op advies van Jack nemen we de alternatieve gravelweg terug naar Chili. We zijn de enige bij de piepkleine grensovergang maar moeten toch even wachten want de Argentijnse douanier is vissen. Hijgend komt hij binnen en zegt met een grote lach dat het goed is dat we langs komen, want dan komt hij tenminste nog aan z’n beweging. Na een kilometer komen we bij de Chileense douaniers, die zijn iets formeler en na een grondige zoektocht door de camper nemen ze m’n wierrookhouder van bamboo in beslag en ook het zakje hondebrokjes dat ik in Ushuaia had gekocht voor de zwerfhonden op de dam, maar compleet vergeten was. Ons smokkelwaar (walnoten, pinda’s, honing en rozijnen) vinden ze niet en gelukkig maar want in Chili is alles een stuk duurder.


We overnachten bij Lago Blanco en daar is het de volgende dag zulk heerlijk weer (geen wind, zon, 20 graden), dat we er de hele dag blijven hangen, beetje klusjes doen, vissen en zelfs even zwemmen en snorkelen, het water is kraakhelder (en ijskoud!). Jack komt toevallig ook nog langs (echt he, 300 km van Ushuaia en in een ander land, small world) om de Belgische Tom de mooie plekken te tonen aangezien die in november een groepswandelreis heeft georganiseerd door Vuurland en nu wil checken wat hij eigenlijk allemaal opneemt in z’n plan. Tom heeft ongelooflijke haast, hij wil in korte tijd veel zien en binnen een uurtje vertrekken ze alweer. Jack vertelt nog wel dat in Vuurland dit weer maar 10 dagen per jaar voorkomt, dat je ‘s avonds moet blinkeren om forel te vangen en dat hij meer van z’n pick-up houdt dan van z’n vrouw!


Dan arriveert er een Duits stel met een grote Chileense huurcamper (13.000 euro voor 11 weken, wháááát!!!), ze zijn net een paar dagen onderweg en de rammelripioweg heeft een bout van hun reservewiel als slachtoffer geëist waardoor ze het wiel bijna zijn verloren en Michiel op zeer harkerige wijze dirigeren het maar even te fiksen, die gelijk onder de camper kruipt en het natuurlijk wel even mcgyvert met z’n slijptol en een stukje draadeind. Niks geen dank je wel maar wel eindeloze verhalen over zichzelf, vragen stellen en niet naar het antwoord luisteren, voortdurend interrumperend omdat hun eigen verhaal zoveel belangrijker is en met een nare air om zich heen. Ons vakantiegevoel van die dag verdwijnt zienderogen en al snel zijn we de boel aan het inpakken en vertrekken we alsnog naar een rustig plekje 100 km verder.  Denken we. Daar komt binnen een half uur een grote pick-up aanrijden, er stapt een gezin uit (vader, moeder, 5 kinderen en een puppy). Ze zien er overstuur uit, vader grijpt voortdurend naar z’n hoofd, moeder huilt met het puppy in haar armen en de vijf kinderen zijn ook aan het huilen en schreeuwen. Ze vragen niet om hulp, sterker nog, ze lijken ons helemaal niet te zien en gaan helemaal op in hun verdriet. We vermoeden dat het puppy plots dood is gegaan, want we zien vader een gat graven, later toedekken en het gezin blijft er tot zonsondergang bij zitten en huilen. En dat allemaal in the middle of nowhere 10 meter van onze camper vandaan. We weten niet wat we er van moeten denken en of we iets moeten doen om te helpen of zo. Uiteindelijk kiezen we er maar voor om het gezin met rust te laten en binnen te blijven gezien de heftigheid van de emoties. De volgende dag word ik wakker van kinderstemmen, huh? Blijkbaar hebben ze in de pick-up geslapen en zijn ze er nog, ook zie ik het puppy vrolijk door het gras stuiteren! We snappen er niets meer van en zullen het ook nooit weten aangezien ze al snel vertrekken en hun plekje wordt ingenomen door het stel uit Liechtenstein (werkelijk!) die ik voorstel aan Michiel en waar we ook weer verhalen mee uitwisselen.


De weg wordt vervolgd langs de kust naar Porvenir, een dorpje bestaande uit een mix van Kroatische immigranten en Chilenen. Er staan vrolijk gekleurde huisjes met mooie versierde daklijsten. We doen er boodschappen en lunchen er in een restaurant. Eigenlijk wilden we een nacht blijven om dan de volgende dag met de ferry de straat van Magellaan weer over te steken na een maand. Echter blijkt de boot morgen niet te varen en kunnen we gelukkig nog terecht op de avondferry. De zee is als een spiegeltje (wat zeer zeer uitzonderlijk is in Patagonië!), we doen 2 uur over de overtocht naar Punta Arenas en zien dolfijnen, pinguïns en walvissen zwemmen! En zo heb ik ook nog een soort van Antarctica cruise, zonder zeeziek te worden en precies lang genoeg voor mij. Wat is het hier toch bijzonder! Chiao Chiao Tierra del fuego, que lindo eres!


In Punta Arenas halen we de volgende dag de fietsen uit de truck om de stad te verkennen. Daar zien we de gevolgen van de rellen van de laatste maanden, die begonnen zijn omdat de regering besloot de prijs van het openbaar vervoer te verhogen, maar later doorgingen i.v.m. algehele onvrede, ook toen de regering de prijzen weer verlaagde (een soort gele hesjes beweging van ontevreden mensen die niet half beseffen dat ze het eigenlijk best goed hebben en gewoon lijken te willen rellen). De winkelstraten zien er uit als oorlogsgebied, alle ramen zijn ingegooid en nu gebarricadeerd met houten planken en golfplaten. Er zit rode verf op een aantal graven op de overigens markante begraafplaats met z’n honderden torenhoge coniferen en overal door de stad zien we graffiti. Na de lunch die bijzonder duur en ook nog eens niets bijzonders is, besluiten we te vertrekken naar het volgende dorp, Puerto Natales, dat de toegangspoort is naar het 80 km verderop gelegen National Park Torres del Paine. We doen er inkopen voor een week en storten geld voor ons prepaid internet. Waar je dat in Uruguy bij een mannetje op straat doet, in Argentinië bij de kiosk, doe je dat in Chili bij de apotheek, logisch.


Als we ‘s ochtends voor vertrek aan het ontbijt zitten, met de luiken dicht want het oude vertrouwde zuid Patagonië weer is weer terug (koud, harde wind, 4 seizoenen in een dag), wordt er op de camper geklopt. Buiten staat een jonge man die in het Nederlands vraagt of wij Aad van Vliet (een vriend van ons) kennen. What? Het blijkt Laurent uit Schiedam die in z’n uppie al backpackend een wereldreis maakt, net begonnen is en het adres van onze reissite een tijdje geleden van Aad (die hij kent van een sportclub) heeft gekregen. We nodigen hem uit voor een bakkie, het worden er twee en we hebben elkaar veel te vertellen, zo is de ochtend alweer overgegaan in de middag. We nemen afscheid en vertrekken dan alsnog naar Torres del Paine, waar Michiel onderweg (weer) een paar Duitsers helpt, nu met een lekke band. Ondertussen appt Laurent dat hij besloten heeft ook een campertje te huren voor drie weken, geïnspireerd door ons verhaal. Die gaan we dus nog wel tegen komen, leuk. Ondertussen praten Michiel en ik over een vervolg na onze Zuid Amerika reis en hebben we het ineens over Azië en een tijdje wonen en reizen in Indonesië van de opbrengst van de truck als we hem verkopen over een paar jaar. Dit dan weer geïnspireerd door Laurent die ons er aan herinnert hoe goedkoop je in Azië kunt leven. En zo openen zich weer nieuwe wegen naar nieuwe avonturen over en weer en voel ik dat ik het idee van moeten werken tot je 67ste steeds verder ontstijg en dat voelt heel goed!


Ondertussen zijn we aangekomen in Torres del Paine en is het landschap nog mooier dan we hadden verwacht. Net niet echt die rafelige hoge bergen met witte toppen die zich aftekenen tegen de hemel gevuld met vreemde ufovormige wolken en regenbogen, grote blauwe ijsbergen in de gletjsermeren en zwevende condors boven ons hoofd. De wind is echt bizar hard en gaat af en aan als een lichtknopje, het waait soms zo hard dat het water uit de meren geblazen wordt en als regen op ons neerkomt. Campers waaien hier soms om en ik ben blij met onze 11 ton die niet zomaar omgaat. We maken prachtige wandelingen en af en toe doet Michiel een langere, zwaardere hike, wat mij nog niet lukt. Er zijn ontstellend veel toeristen en daarom ook best wel wat voorzieningen. Als we in een bar van een hotel twee biertjes drinken en 20 euro aftikken, ben ik wel weer een beetje klaar met Chili, wat een prijzen! Over een paar dagen gaan we de grens weer over terug naar Argentinië, maar daar over in het volgende blog.


Waar blijft nou dat Antarctica verhaal, hoor ik je denken. Tja nou Michiel vertelt er na terugkomst enthousiast over en hij vond het heel bijzonder, zeker het geld waard (hij heeft er al z’n aandelen voor verkocht, dus gaat het gelukkig niet van ons gezamenlijk budget). Hij heeft prachtige ijsbergen gezien en vele dieren. Wat hij heel gaaf vond waren de geluiden en kleuren van het continent, het harde kraken van de gletsjers, de uitademende walvissen die hij met honderden zag en het diepblauwe van de ijsbergen. De boot was nieuw en fantastisch, hij heeft leuke mensen ontmoet en er was een druk en afwisselend programma met o.a. 2x per dag in een zodiak er op uit, vele interessante lezingen en natuurlijk heerlijk eten. Hij is alleen de eerste dag zeeziek geweest, daarna niet meer. Maar ik denk dat de foto’s dit verhaal veel beter kunnen vertellen dan ik, dus ik zeg, zet nog een bakkie voor jezelf en klik door naar de foto’s als je wil zien wat Michiel allemaal heeft beleeft!





Tierra del fuego (Vuurland) en El fin del Mundo (het einde van de wereld)

Zo bijzonder om na bijna 10 jaar dromen aan te zijn gekomen in Ushuaia! Deze stad sprak zeer tot onze verbeelding. 

Ten eerste omdat het in Vuurland ligt. Toen ik deze naam voor het eerst op de lagere school hoorde, zag ik een rood gekleurd land voor me met overal vulkanen en vuur, zoiets als men zich voorstelt bij de hel. Daarna werd er boeiend verteld door m’n geschiedenisleraar over de ontdekkingsreizigers en de vele schepen die hier vergingen bij hun zoektocht naar kortere wegen, de straat van Magellaan, Kaap Hoorn en het Beagle kanaal. 

Ten tweede is het de meest zuidelijke stad ter wereld die je over de weg kunt bereiken en gelegen in een regio vol indrukwekkende bergen en ijslandschappen. Voor onze truck is het dus tot hier en niet verder, the only way is north! 

En ten derde omdat Ushuaia vaak een eind- of beginpunt is voor reizigers. Er wordt veel over geschreven en gesproken door overlanders, maar ook door zeilers, cruisebootvakantiegangers, Antarticafanaten en hikingliefhebbers. We verwachten er dus een smeltpot van verschillende soorten reizigers in een stadje dat helemaal toegerust is op al die avonturiers, gelegen in een prachtige omgeving aan het einde van de wereld. En dat blijkt inderdaad ook zo te zijn!


Maar voordat we aankomen hebben we nog zo’n 600 km te gaan en maken we nog van alles mee. Voor we op reis gingen, gaf Michiel aan eigenlijk het liefst ieder half jaar naar Nederland terug te gaan. Niet voor z’n geliefde vrienden en familie, niet uit heimwee, niet voor z’n huis, niet om te gaan werken, maar voor z’n mondhygiënist! De enige die hij z’n gebit toevertrouwt nadat z’n vorige tandarts er een zooitje van had gemaakt. Gelukkig draait hij bij na het zien van de prijzen van vliegtickets (voor één vliegticket kunnen we samen een maand reizen) en gaat hij in Rio Gallegos op zoek naar iemand die z’n gebit kan ontdoen van tandsteen. Wat na twee pogingen uiteindelijk goed gedaan wordt door een tandarts die ook Engels spreekt, wat het een stuk gemakkelijker maakt om uit te leggen wat er nu eigenlijk moet gebeuren.


Van David hadden we als tip gekregen om naar Cabo Virgenes aan de kust te gaan, deze kaap ligt 120 km van routa 3, vlak voor de Chileense grens, aan een doodlopende weg en we doen er 4 uur (!) over. Het is een gravelweg met veel wasbordhobbeltjes. Hier rijdt de truck normaliter vrij makkelijk overheen. Maar in deze weg zitten ook nog eens heel veel potholes (kleine diepe kuilen), waardoor we soms zo langzaam en heen en weer schuddend rijden dat ik een compliment van m’n stappenteller krijg dat ik goed bezig ben! Maar uiteindelijk vinden we het de lange en moeizame rit meer dan waard, want we komen uit bij een piepklein parkeerplaatsje gelegen midden in een grote pinguïnkolonie, waarschijnlijk de enige plek op de hele wereld waar je kunt overnachten tussen duizenden pinguïns. En terwijl we genieten van weer zo’n prachtige zonsondergang en heftige hoge golven die op het strand beuken, wordt de truck langzaam en voorzichtig omsingelt door nieuwsgierige pinguïns die koddig schuin omhoog kijken naar dat blauwe gevaarte dat in hun buurtje is verschenen. De volgende dag rijden we de slechtste weg tot nu toe weer terug en zien alleen maar lege pampa en één verdwaalde boerderij. We overnachten bij Lago Azul, een kratermeer midden in een lavaveld, een opvallende verschijning in het verdere vlakke landschap. Daar verstoppen we onze etenswaren in de truck die we eigenlijk niet mee mogen nemen naar Chili waar we de volgende dag de grens over gaan en Vuurland bereiken.


Vuurland is in feite een groot eiland met duizenden eilandjes er omheen. Dat grote eiland is voor de helft van Chili en de onderste punt is dan weer van Argentinië. We gaan in een half uurtje met de pont de straat van Magellaan over en zouden in één dag door het Chileense deel kunnen rijden, zo’n 150 km. Echter besluiten we te overnachten bij één van de weinige dorpjes, Cerro Sombrero. Een populaire plek want uiteindelijk staan we er met 7 andere voertuigen, de meeste overlanders bij elkaar tot nu toe. Dat is heel gezellig en er worden veel ervaringen uitgewisseld en bij elkaar in de voertuigen gekeken, die echt allemaal zo verschillend zijn, super leuk. Ute en Ralph staan er ook met hun Unimog, we ontmoeten Jorn en Floor met hun geweldige mooie gele oldtimer bus, een Pools gezin met twee kinderen met een kant en klaar gekochte expeditiecamper, twee kleine volkswagenbusjes, een paar reizigers op de motor en nog een andere Mercedestruck (zoiets als de onze) uit Duitsland. We vertrekken pas begin van de volgende middag om verder te rijden en onderweg nog een pinguïnkolonie te bezoeken, maar dan geen Magellaen pinguïns die we tot nu toe steeds gezien hebben, maar de zeer imposante, grote en prachtig gekleurde koningspinguïns. De enige kolonie ter wereld die zich pas sinds 10 jaar op het vaste land heeft gevestigd, alle andere kolonies bevinden zich op eilandjes rond Antartica, maar door het veranderende klimaat lijken ze op zoek naar nieuwe visgronden. Ze staan met z’n vierentachtigen bij elkaar (ik heb ze geteld!), sommigen hebben een groot ei tussen hun voeten en sommigen waggelen een beetje rond, wat echt een komisch gezicht is. Ik voel me live in een National Geographic documentaire, wat een voorrecht om dit allemaal mee te mogen maken!


Eind van de middag gaan we weer de grens over, nu van Chili naar Argentinië, en het gaat er allemaal zeer gemoedelijk en ontspannen aan toe, we moeten een paar stempels halen in een klein kantoortje in de middle of nowhere waar de radio keihard “shape of you” van Ed Sheeran laat horen en binnen 5 minuten rijden we weer verder. We hebben geen zin meer om verder te rijden en parkeren de truck langs de kant van de weg. Michiel “jaagt” een grote zeebaars bij één van de vissershutjes aan zee en redt ons van droge crackers met leverworst. Wonderlijk genoeg hebben we internet (er is in de verste verte geen dorp) en spieken we op YouTube hoe je zo’n vis nou eigenlijk fileert en klaar maakt. Het is een fantastisch maal!


We reizen nog steeds te snel en “dreigen” veel te vroeg in Ushuaia aan te komen, daarom blijven we een paar dagen in Rio Grande, een flinke stad met 50.000 inwoners en dus genoeg winkels, musea en een bioscoop ter onzer vermaak. Helaas blijkt de film nagesynchroniseerd te zijn en snap ik er heel weinig en Michiel helemaal niets van, het leukste is eigenlijk dat het publiek vaak moet lachen en aan het eind enthousiast applaudisseert. Als we uit de bios komen ligt er een grote plas onder de truck en sijpelt er flink water uit de bodem van ons huis. Het is zoveel water dat we vermoeden dat de plastic watertank van 400 liter gescheurd is op de slechte hobbelwegen. Dit moeten we eerst zeker weten voor we actie kunnen ondernemen, dus zal de watertank er uit moeten. Michiel heeft deze echter zeer stevig ingebouwd in de overvolle garage en er daarna allemaal waterleidingen en andere zaken voor gebouwd. Dus zal de garage leeg moeten en moet er e.e.a. gesloopt worden om bij de watertank te kunnen komen, zucht. De volgende dag regent het ook nog eens pijpenstelen, het is nog geen 10 graden, het waait hard en is het dus geen weer om dat nou eens even op straat te doen. We gaan op zoek naar een plekje waar we overdekt kunnen werken, maar dat valt niet mee met een grote vrachtwagen. Dus rijden we rondjes in een soort groot industriegebied a la Spaanse Polder. Na een uur zoeken, zie ik een grote hoge hal waar een paar jongens aan een brommertje sleutelen. Het blijkt een autowasserij met op dat moment geen klanten en als ik vraag of we binnen even onze watertank kunnen bekijken worden we enthousiast ontvangen door Gustavo en zijn team. Dat “even” wordt een flink aantal uren en iedereen helpt mee, er worden zelfs heerlijke broodjes gehaald door de zoon van Gustavo en als we eindelijk de tank uit de truck hebben, is deze tot ons grote geluk (want waar haal je in godsnaam in Zuid Amerika een nieuwe passende tank van 400 liter?) nog helemaal heel! Het blijkt te lekken bij de uitlaat van de tank, en dit wordt verholpen door inventief te veilen en uit een stuk rubber een nieuwe afsluitende ring te maken, waarna het probleem opgelost is, iedereen blij is en het nog eens een flink uur duurt om alles weer in te bouwen. Ondertussen kletsen we over Holland, Argentinië en reizen en laat Gustavo foto’s zien die hij op dat moment van z’n vrouw via de whatsapp binnen krijgt. Het blijken foto’s van de truck die ze de dag ervoor heeft gemaakt toen we langs de boulevard stonden. Hoe toevallig is dat! Als we eind van de middag eindelijk klaar zijn, nemen we afscheid. Gustavo wil absoluut niets hebben voor z’n hulp, z’n tijd, de broodjes en het droge onderkomen. Dus zet ik z’n bedrijf als dank op Ioverlander in de hoop dat de zaak meer klanten krijgt, plak ik de bedrijfssticker op onze bumper voor extra reclame en ben ik weer eens heel blij met m’n voorraad Nederlandse sleutelhangers zodat ik een cadeautje kan geven. We zijn opgelucht dat het voor elkaar is voordat Michiel vertrekt naar Antarctica zodat ik gewoon in ons huis kan blijven en niet in een hotelletje hoef te gaan zitten.

We komen steeds meer in de buurt van Ushuaia, we zien het landschap veranderen van pampa met droge prikkelbosjes vol met guanacas naar golvende heuvels met wapperend hoog gras en kleine riviertjes, af en toe een estancia en heel veel schapen maar soms ook koeien en groepjes paarden. Het doet ons een beetje aan Schotland denken. We rijden richting een merengebied en zien steeds meer bomen her en der afgekloven door bevers die hier ooit geïmporteerd zijn, maar nu een plaag vormen. In de verte verschijnen de eerste echte bergen, op sommigen ligt zelfs nog een beetje sneeuw. Echt een “Bob Ross” landschap. Bij Tolhuin staan we ook aan zo’n prachtig meer met uitzicht op de bergen, daar hebben we een gezellige middag met Peter en Francien die we na ruim twee weken weer tegenkomen in hun brandweerwagen en die ondertussen al in Ushuaia zijn geweest en ons voorzien van allerlei nuttige info. We werpen ook nog een hengeltje uit aangezien dit een beroemd forellengebied is, maar hebben hier geen geluk mee, wel zien we nog twee bevers voorbij zwemmen.


Voordat we de route 3 verder afrijden naar Ushuaia, slaan we eerst nog even links af route “J” in. Ook dit is een doodlopende gravelweg nu van zo’n 90 km. Na 40 km door het bos rijden en waar we ook nog een oud Argentijns mannetje een lift geven (hij woont in het bos, waar we her en der een hutje zien staan gemaakt van hardboard en golfplaten), bereiken we het Beagle kanaal. De weg gaat vlak langs de kust verder en is prachtig, het lijkt heel erg op de Milford Sound in Nieuw Zeeland. Halverwege staat de Haberton Estancia bestaande uit een groot woonhuis, meerdere schuren en bijgebouwen en ook een museum met een restaurant (met zowaar Wifi, wat je gewoon niet verwacht zo bijna aan het einde van de wereld!). We rijden verder en helemaal aan het eind van de weg bevindt zich een klein huisje met de laatste politiepost. Dit is echt het aller zuidelijkst dat we kunnen rijden en dit is dus eigenlijk het begin van de weg naar Alaska, de Panamericana! We blijven 3 dagen in dit mooie stukje natuur en zien walvissen, dolfijnen, een zeeleeuw, heel veel verschillende soorten vogels, oude beverburchten en natuurlijk guanacas. De verrekijker draait overuren. De kiezelstranden zijn bezaaid met drijfhout, schelpen, botten, kelp en af en toe een zee-egel. Het weer is vier seizoenen in één dag en door de harde wind wisselt het beeld echt voortdurend van felle opklaringen naar hagel, naar regen, met jagende wolken en prachtige regenbogen. Uit de wind in de zon is het zo’n 14 graden en anders zo rond de 8-10 graden.


En dan is het eindelijk zo ver, we rijden door de uitlopers van het Andesgebergte naar de zuidelijkste stad, die veel groter is dan we dachten maar verder precies aan onze verwachtingen voldoet, hartstikke leuk. We gaan op zoek naar een mooie plek waar ik de komende weken kan doorbrengen. Er zijn geen campings hier, dus moet ik zeker 11 dagen zelfvoorzienend zijn. Dat gaat  lukken met 400 liter water, twee gasflessen, de zonnepanelen, de kachel op diesel en de boiler voor warm water. Het enige wat nog even de vraag is of ik in m’n eentje genoeg heb aan de twee toiletcassettes of dat ik deze toch een keer ergens moet legen (wat we normaal op een ver afgelegen plekje doen, maar waar ik nu juist niet wil staan in m’n eentje). We proberen een paar plekken in en vlakbij de stad want ik wil wel graag internet hebben en komen uiteindelijk uit op de plek die Ute me al aangeraden had namelijk op de dam tussen de stad en het vliegveld in, ver genoeg van het lawaaierige verkeer maar op loopafstand naar de stad, met 4g én met een prachtig uitzicht op de haven en het Beagle kanaal aan de ene kant en de stad met daarachter de besneeuwde bergen en gletsjers aan de andere kant. Hier staan ook af en toe andere overlanders wat gezellig is. We zien daar ook Fabio en Giulia terug na 3 maanden, het Italiaanse stel waar we in Uruguay een paar gezellige dagen mee gehad hebben. Zij hebben als hobby koken en zijn gevraagd om in Ushuaia 2x een workshop Italiaans koken te geven, ze staan zelfs in de plaatselijke krant met een verhaal over hun reis en liefde voor koken. Ze nodigen me uit om ook te komen later in de week om te leren hoe je pasta maakt en dat lijkt me hartstikke leuk.


Voor Michiels vertrek zijn we ook nog een paar dagen in het National Park Tierra del Fuego, zo’n 15 km ten westen van de stad. Ook weer zo’n mooie plek met veel natuur, meren, bergen, dieren. Maar ook met veel toeristen deze keer, met busladingen worden ze in het park gedropt. Zo stopt er naast ons een grote toerbus waar zo’n 40 chinezen uit rennen om snel zoveel mogelijk foto’s te maken. Met dezelfde vaart rennen ze bij ons de camper binnen terwijl we daar op ons gemak zitten te lunchen en schieten het ene naar het andere plaatje om vervolgens weer verder te rennen. We kijken elkaar verbijsterd aan, gebeurde dit echt? En barsten daarna in lachen uit.

We maken een paar wandelingen. Met mijn knie gaat het steeds beter en zolang ik geen gekke bewegingen maak, heb ik geen pijn meer. Wel blijft er een instabiel gevoel tussen mijn boven- en onderbeen en lijkt er vertraging te zitten tussen de aansturing vanuit m’n hersenen en het daadwerkelijk uitvoeren van de opdracht in m’n knie en ga ik dus niet mee met Michiel op de wat langere hikes. Hopelijk verbetert dit nog voordat we naar Torres del Paine in Chili gaan, waar wandelen een must is. Michiel beklimt natuurlijk ook hier weer een berg en wordt op de top aangesproken door een man die hem zegt te kennen. Michiel moet even denken en dan ziet hij het. Het is de tandarts van 600 km en drie weken geleden. De wereld is echt soms zo klein!


Het geboekte Antartica-arrangement van Michiel start met één hotelovernachting in het sjieke 5sterren hotel Las Hayas waar ook de briefing plaats vindt de dag voor vertrek. Michiel legt uit dat hij die overnachting niet nodig heeft en probeert nog of hij korting kan krijgen. Maar nee, de overnachting hoort er gewoon bij aldus de organisatie. Dus gaan we naar de briefing en maken we kennis met Chris, een oudere Engelse heer, waar hij de kamer (en straks op de boot de cabin) mee deelt. We leggen hem uit dat hij vannacht de kamer lekker voor zichzelf heeft, want Michiel slaapt gezellig naast mij in de camper die we op het parkeerterrein van het hotel hebben gezet. Wel willen we gebruik maken van het uitgebreide luxe ontbijtbuffet waar Michiel ook gewoon recht op heeft, maar ik natuurlijk niet. Acting “rich and confident” kom ik toch binnen, er is nog even gedoe dat mijn naam niet op de lijst staat, maar uiteindelijk lukt het toch en hebben we er veel lol om samen en laten we het ons goed smaken. Via de snelle wifi van het hotel download ik ook nog even 10 films en een paar series voor de komende dagen. Heerlijk, ik verheug me er nu al op. ‘s Middags installeert Michiel mij en de vrachtwagen op de uitgekozen plek. Mijn fiets en motor staan klaar, ik maak het binnen gezellig en dan is het tijd om met Michiel naar de pier te lopen en hem gedag te zeggen. Dat voelt best raar en ik zal hem zeker missen. Ik zwaai hem uit en hoor ondertussen een berichtje binnenkomen van Jorn en Floor of ik een biertje kom doen in de kroeg, daarna gaan we gezamenlijk naar de workshop van Giulia en Fabio en leren we verschillende soorten pasta maken met vier Hollanders en 5 Argentijnen, wat heel leuk en gezellig is. De volgende dag ontvang ik een mailtje van Michiel dat hij heel zeeziek is geweest ondanks de tabletten (hij is nooit zeeziek!) en ben ik zo ontzettend blij dat ik niet mee gegaan ben.


Hoe het de komende dagen zal gaan geen idee, hoe het volgende reisverslag er uit gaat zien nu we feitelijk twee weken apart reizen, geen idee. Maar zoals ik vorige keer al zei, dit verhaal schrijft zich in feite vanzelf en terwijl ik dit zit te schrijven zie ik “Mexi” voorbij rijden, de camper van de twee Duitse doktoren die ook bij ons op de boot zaten vanuit Antwerpen. En zo kom ik steeds weer bekenden tegen of zijn er nieuwe mensen met een leuk verhaal of handige info (zoals de woestaantrekkelijke duikintructeur Gonzalo, supergezellige Duitsers Katja en Thorsten, digital nomad Inge en fietsmeisje Tomo uit Cuba). De lieve berichtjes en gezellige videogesprekjes vanuit Nederland zijn ook heel fijn en zorgen dat ik niet teveel heimwee krijg. Misschien leuk om een keer een Q&A (question&answer) te doen? Ik kan me zo voorstellen dat er vragen zijn over deze manier van reizen of over ons. Laat het maar weten, altijd blij met jullie comments, vragen en reacties!!

Spanning en sensatie in South Argentina

Gillende sirenes begeleiden mijn tocht in de ambulance naar het ziekenhuis, high tea in de woestijn, omsingeld door duizenden pinguïns op het strand, van een modderige berg afglijden met een onbestuurbare vrachtwagen, waarschuwingsborden voor puma’s op de plek waar 24 uur vast komen te zitten, aanval van een grote mannetjeszeeleeuw, heksen in Puerto Deseado, 100 dronken jongelui op een zaterdagnacht om de camper, kangoeroes in de woestijn, het aanbod om met een legertank te mogen rijden, zumba les op het dorpsplein, suïcidale guanacas op de snelweg, gratis overnachten bij een luxe lodge in the middle of nowhere, Michiel op struisvogeljacht, laffe broodjes bij de benzinepomp met kerst, ettelijke flessen wijn bij een onverwacht heel gezellig uiteinde, bijzondere ontmoetingen en 1500 km dichterbij  Ushuaia. Wie zei dat een tocht van twee weken door de pampa van Patagonië saai zou zijn?

Maar laat me bij het begin beginnen. Gaiman, een klein dorp wat meer landinwaarts, is ooit opgericht door immigranten uit Wales. Het ligt midden op de pampa maar heeft bomen en mooie tuinen omdat er een riviertje doorheen loopt, het lijkt en blijkt een oase in de woestijn. Er zijn meerdere theehuizen waar je een high tea kan nuttigen voorzien van scones, sandwiches en wel 10 soorten taartjes en natuurlijk een oneindige pot thee compleet met gehaakt warmhoudjasje. Wat een genot! In een volgend dorp is een optocht met gaucho’s op paarden, zijn er vele foodtrucks en staat er een podium met geluidsinstallatie klaar voor een optreden. We halen een paar IPA biertjes en installeren ons op de bankjes er om heen in afwachting van een goed concert. Echter blijkt het de wekelijkse zumba les te zijn waar zo’n 40 vrouwen in alle vormen en maten zeer enthousiast de danspassen van het zumba team op het podium nadoen. Het bier is niet sterk genoeg om ons ook aan het dansen te krijgen maar het is wel vermakelijk om naar te kijken. Wat een verademing om te zien dat de vrouwen zo’n lol hebben en het ze blijkbaar geen reet interesseert hoe ze er uit zien.

Op weg naar één van de grootste pinguïnkolonies bij Punta Tombo worden we ingehaald door tig toeristenbusjes. Dit doet ons besluiten om door te rijden naar het verder afgelegen Cabo dos Bahias, waar ook (zoals vele plekken aan de kust van Patagonië blijkt later) veel pinguïns zijn met ons als enige bezoekers. In de verte liggen zeeleeuwen op een zandplaat en de wilde lama’s lopen dwars door de kolonie heen. Overal piepen kuikens om eten, ze zijn nu zo’n 5 á 6 weken oud en zien er uit als pluche knuffelbeesten, zo cute. We overnachten aan een mooie baai waar we een kampvuur maken van drijfhout en alweer zo’n spectaculaire zonsondergang zien. Doordat het vaak waait zit er veel stof in de lucht waardoor de hemel iedere avond schitterend rood kleurt, echt prachtig.

Bahia Bustamante bestaat uit een voormalige zeewier boerderij aan de kust en verder niets, het eerstvolgende dorp ligt 200 km verder, echt in the middle of nowhere dus. De estancia is omgebouwd naar een luxe lodge voor rijke toeristen en wordt in glamourbladen en op internet gepromoot als de “verborgen Galapagos van Argentinië”. Mattias, de eigenaar, is zelf een overlander en laat ons gratis op z’n erf staan en we mogen gebruik maken van alle faciliteiten. Het is een supervriendelijke en relaxte gast die net als z’n personeel enthousiast (en in vloeiend Engels) kan vertellen over de historie van de boerderij (opgericht door z’n grootvader) en al het natuurschoon om ons heen. Hij neemt ons mee in z’n boot voor een excursie langs de eilanden in de baai. Het is een mooi getijdengebied vol met zeekraal, er leven allerlei zeer zeldzame vogels, verschillende soorten aalscholvers, en natuurlijk zeeleeuwen (met net geboren pups) en pinguïns die nieuwsgierig om de boot heen zwemmen. Helaas geen orka’s, walvissen en dolfijnen deze keer, maar genoeg te zien met boeiende verhalen, koffie, mate en zelfgebakken koekjes onderweg. Mattias is erg weg van onze truck (“dit is wel de mooiste die ik ooit gezien heb!”) en vraagt net als David wat dat nou zou moeten kosten. Hij neemt foto’s en stelt voor dat wij er mee naar Alaska rijden zodat hij ‘m dan kan kopen over twee jaar en er mee naar Argentinië kan terug rijden. Strak plan! Dus wie weet! We blijven een paar dagen, Michiel kan er lekker mountainbiken tussen de nandu’s die de camper soms omsingelen met hun jonkies of langs sjokken op het strand (ik zal een filmpje uploaden voor wie het nog niet op facebook heeft gezien) en ik vermaak me met strandjutten en het maken van een vliegengordijn van drijfhout en repen stof.

Als we vertrekken is het eerste kerstdag. Na een lange rit komen we ‘s avonds aan in Comodoro Rivadavia (moet je ‘ns een paar keer snel achter elkaar zeggen, hahaha). Wat een desillusie! Het is een oerlelijke, stoffige grote stad met allemaal boefjes (volgens Mattias) die slechts bestaansrecht heeft omdat er olie gevonden wordt. Bij een ongezellig, kaal en met tl lampen verlicht benzinestation eten we een goor broodje kip als kerstmaal. Geen leuke overnachtingsplek, dus zoeken we nog even verder, in het volgende dorp staan allemaal verbodsborden, dus dat wordt ‘m ook niet en als we met zonsondergang een verlaten strand oprijden, blijkt daar ineens bewaking in een keet te verblijven. Ik voel me ondertussen net Jozef en Maria, moe en op zoek naar een plekje om te overnachten zo met kerst. Dus kloppen we netjes aan om om toestemming te vragen. Twee agenten met geweren openen de poort en reageren zeer enthousiast en met hun lange verhalen in rap Spaans zijn ze duidelijk blij dat ze ook even aanspraak hebben. Ze blijken het strand te bewaken omdat er ooit een woonwijk gebouwd gaat worden, het is dus eigenlijk een bouwterrein. We zijn van harte welkom en zoeken een beschut plekje in een duinpan. De volgende dag lopen we er nog een rondje en de kliffen blijken vol fossielen te zitten, dus even schat zoeken maar weer, heerlijk.

Verderop is weer een zeeleeuwenkolonie, we blijven het leuk vinden. Route 3, zeg maar de snelweg naar het zuiden, loopt er pal langs en vanuit de wagen zijn de dieren al te zien. Ze lijken geen moeite te hebben met het langs razende verkeer en ook niet met mensen op het strand. De vrouwtjes en jonge dieren zijn zelfs erg nieuwsgierig en zwemmen steeds langs waar ik zit op het strand, tot één van de grootste mannetjes het zat is dat ze meer naar mij kijken dan naar hem en mij jaloers verjaagt door in een verbazend rap tempo het strand op te schuiven, luid blaffend en met groot vertoon van z’n angstaanjagende gebit mij aan het rennen krijgt, wat normaal niet snel gebeurt en voorlopig ook niet meer zal gebeuren na wat me in het volgende dorp overkomt! (voel je de spanningsopbouw?).

Puerto Deseado betekent zoiets als haven van wensen en is ook alweer zo’n afgelegen dorp aan een doodlopende weg, dus iedere bezoeker is er een bezienswaardigheid, al helemaal als je uit het buitenland komt met een nogal opvallend voertuig. Als ik op de kaart naar een plekje om te overnachten zoek, denk ik nog “hé ze hebben hier zelfs een ziekenhuis”. We parkeren aan de monding van de brede rivier ook weer met veel getijdenverschil en een paar eilandjes vol met vogels en pinguïns. We facetimen met onze vrienden die derde kerstdag in ons huis vieren, zo grappig en fijn dat dit kan! Het stromende zeewater en geluid van scholeksters, meeuwen en kletsende pinguïns is heerlijk rustgevend en de volgende dag stap ik vol vertrouwen op de motor om de was weg te brengen naar de lavanderia. Michiel blijft achter om nog wat te klussen aan de truck. Ik toer op m’n gemakje door het dorp, het is er heerlijk rustig. Als ik de was heb weg gebracht, twijfel ik even welke route ik terug zal nemen en besluit op het laatste moment toch maar naar links te gaan. Als ik start aan het nemen van de bocht, remt de auto voor me onverwacht (waarom snap ik nog steeds niet, er kwam niets aan). Ik hang al scheef door de bocht en als ik m’n voorrem iets te fanatiek in knijp, voel ik gelijk dat de motor onderuit glijdt op de losse steentjes. Ik denk dit wel op te kunnen vangen, maar heb het gewicht van de motor behoorlijk onderschat en deze valt op m’n onderbeen terwijl ik nog aan het draaien ben om m'n val te breken. Ik voel en hoor wat knappen in m’n onderbeen en voel gelijk een waanzinnige pijn. Ik gil in het Engels dat die motor omhoog moet en in no time staan er zeker 20 mensen om me heen (waar die nou ineens vandaan komen?) en wordt de motor weg gehaald. Ik grijp naar m’n been en ben er van overtuigd dat er iets gebroken is gezien de knak en de pijn. Ik hoor de mensen in het Spaans zeggen dat ik die buitenlandse van die blauwe vrachtwagen ben. Ik word in het Engels aangesproken door Carlos. Hij is heel kalm en beheerst, waardoor ik ook gelijk weer kalm ben en hij neemt samen met mij het EHBO protocol door. Ik kan mijn voet nog bewegen wat een goed teken is, maar waarom doet het dan zo verdomde pijn? Ik zie ook geen afwijkende stand van mijn been en even hoop ik zo weer op de motor te kunnen stappen. Maar als ik probeer naar de kant van de weg te lopen (ik zit nog steeds midden op straat) doet het echt heel erg zeer. Ineens staat er een ambulance, krijg ik een brace om m’n been, word ik de brancard op getild en in de ambulance geschoven, Carlos rijdt met me mee en zorgt dat Michiel geïnformeerd wordt via whatsapp, tolkt voor me waar nodig en blijft me geruststellen. Met gillende sirenes rijden we drie straten verder naar het ziekenhuis(je), het is haast grappig. Ik ben de enige patiënt zo lijkt het en word gelijk onderzocht door een arts en er worden drie röntgenfoto’s gemaakt, het gaat allemaal heel snel. Volgens de dokter is er niets gebroken en ik word met zachte doch dwingende hand van de brancard geduwd want blijkbaar is er niets aan de hand. Ik gil het uit van de pijn, mijn lijf stelt een hele andere diagnose. Dan wordt er een injectie met pijnstilling in m’n bil gejast en moet ik toch echt weg wezen en nee ik hoef niets te betalen en ze hoeven verder geen gegevens van me, oh ok dan. Gelukkig werkt de injectie heel snel en is Michiel ondertussen gearriveerd. Er is ook nog 2 man politie die willen weten wat er gebeurd is. Carlos legt het voor me uit. Ik word in een rolstoel gezet en tot de buitendeur gereden, daar helpt de politie me de camper in. Ik bedank Carlos en zijn ondertussen gearriveerde vrouw van harte en neem geëmotioneerd afscheid, het treft me diep dat hij me zo fijn heeft bijgestaan en natuurlijk ben ik ook een beetje high door de injectie en de adrenaline. Onder politie escorte rijden we weer drie straten terug en daar blijkt een agent al die tijd op m’n motor te hebben gelet, wow wat een service! Maar nu moeten we dus iets illegaals gaan doen, namelijk de motor voorop de truck terug zetten onder toeziend oog van 3 agenten. Maar ze zeggen er niets van, ze vinden de truck geweldig en nemen zelfs foto’s! Als Michiel een grote doos Diclofenac heeft gehaald met het mee gegeven recept, vraag ik hem om alsjeblieft weer terug te rijden naar “ons” plekje buiten het dorp waar we vervolgens nog een paar dagen staan om bij te komen van dit avontuur.

Vervolgens ontmoeten we allerlei mensen die langs komen voor een praatje en ons uitnodigen om te komen eten. We hebben de insteek dat we nooit ergens nee tegen zeggen bij uitnodigingen omdat het altijd tot iets leuks en/of bijzonders leidt. Maar nu wordt de agenda echt te vol en besluiten we alleen op de uitnodiging van Carlos en Pamela in te gaan die via de app contact zijn blijven houden om te vragen hoe het met m’n been is. Hij blijkt majoor op de legerbasis en tankdivisie aan het begin van het dorp, waar hij ook woont. We gaan er lunchen samen met buren, hun zoontje en oma en we hebben een hele leuke, gezellige middag met heerlijk eten, een cursusje hoe het ritueel van mate werkt en een rondleiding over de legerbasis. Carlos vraagt of we de volgende dag weer willen langskomen, want dan kan hij zorgen dat we met een tank kunnen rijden. We spreken niet definitief af omdat we mogelijk ook gewoon verder willen. Het is heel gek maar Puerto Deseado voelt als een soort Twin Peaks dorp, afgesloten van de buitenwereld met übervriendelijke bewoners die ons zo overladen met aandacht, complimenten en kadootjes dat we er een beetje achterdochtig van worden en het zelfs benauwd krijgen. Zo komen er ook iedere dag twee vrouwen langs, die uren blijven zitten en heel enthousiast over van alles kletsen (in rap Spaans, wel leerzaam overigens), ze plaatsen foto’s op facebook van ons, nemen ook eten en cadeaus mee, blijken bevriend met Pamela (uiteraard, klein dorp), sturen allerlei berichtjes enz….Ik heb het er helemaal druk mee. En als Michiel me op een ochtend wakker schud omdat “m’n vriendinnen zo weer langs komen”, ben ik er klaar mee en we “vluchten” de stad uit. We gaan nog wel even gedag zeggen tegen Francien en Peter, twee gezellige brabo’s die in een supergave knalrode brandweerwagen rond reizen, we hebben heel wat over en weer te kletsen en de dag vliegt plots voorbij. Als we het dorp dan toch eindelijk verlaten, worden we nog staande gehouden door een man die ons een grote zak kersen geeft, gewoon omdat hij het zo leuk vindt dat we zijn dorp bezoeken en 500 meter verder biedt iemand aan om ons voor te rijden het dorp uit zodat we niet verdwalen! Ik slaak een zucht van verlichting als we eindelijk weer op de lege pampa rijden.

Lege pampa, eindeloos ver kunnen kijken en niets zien, waar een bocht een bijzonderheid is en een heuveltje in het landschap al snel aangemerkt wordt als heel mooi omdat het even wat anders is. Hoewel ik zeg leeg, maar dat is het eigenlijk helemaal niet. We zien honderden guanacas die langs de weg staan te grazen en paniekerig alle kanten op schieten (dus ook de weg op) als we langs rijden. Prachtige luchten, bermen vol bloemetjes en heel af en toe eens een andere overlander. De tankstations zijn welkome oases net als de roadhouses in Australië waar we even kunnen internetten, toiletteren, snacken en een bakkie kunnen doen. Ik geniet enorm van de rit maar mijn been is nog stijf en pijnlijk en ik kan bepaalde bewegingen niet maken en soms voelt het alsof m’n onderbeen los bungelt t.o.v. m’n bovenbeen. Ik heb een hele dikke knie. Na wat speur- en leeswerk kom ik er achter dat er een kruisband is afgescheurd. Dat was de knap die ik hoorde en voelde en daarom deed het zo’n pijn. Ik lees ook dat ik vooral moet bewegen om m’n spieren te trainen zodat die de functie gaan overnemen van de pees die het niet meer doet en dat het dan allemaal wel goed komt. Een hersteloperatie wordt alleen gedaan bij jonge en hele sportieve mensen, ben ik even blij dat ik beiden niet ben, hahaha! Dus doen we dagelijks een wandeling en merk ik dat dit inderdaad gelukkig helpt.

In Puerto San Julian komen we op oudjaarsdag de Fransen waar we een maand mee aan boord hebben gezeten, tegen. Echt superleuk! Even later komen ook Francien en Peter de camping op rijden en hebben we spontaan een hele gezellige oudejaarsavond met z’n zessen en later ook nog met andere mensen op de camping. Na het zien van alle lege wijnflessen  de volgende dag, kruip ik terug m’n bed in om vervolgens twee dagen en nachten te slapen. Blijkbaar had ik dat even nodig!

Heb ik nu alles verteld? Oh nee het verhaal van de glijdende vrachtwagen nog!! Dat was echt eng afgelopen week! We bezoeken het Nationale Park Monte Leon. Het is vanaf de snelweg 25 km gravelroad naar de kust om daar ook weer pinguïns, zeeleeuwen en misschien dolfijnen en puma’s te zien. De weg gaat behoorlijk op en neer een aantal valleien en hoogvlaktes over en is goed te doen. De omgeving is prachtig en ook hier weer vele guanacas die ons het gevoel geven dat Patagonië één lange safaritocht is. Het enige waar de rangers ons voor waarschuwen is dat we er niet mogen overnachten en vóór 19.00 weer vertrokken moeten zijn, wat ik jammer vind want juist dan worden de puma’s actief. De pinguïns zijn weer superleuk en nieuwsgierig, je mag ze niet benaderen, maar ze komen zelf naar ons toe en gaan op het strand zelfs om me heen liggen (ook hier zal ik een filmpje van uploaden als het lukt). Tussen de middag lunchen we aan de kust in de truck en het begint te motregenen, dit wordt langzaam meer en harder. Na een uurtje komen de rangers langs rijden, ze vragen iedereen te vertrekken omdat de weg heel slecht wordt als het regent en je er dan mogelijk niet meer uitkomt.  Er rijden een paar gewone auto's, een paar 4wd pickups en een motorfiets rond en wij dan met onze 11 ton. En juist dat gewicht nekt ons. Iedereen redt het over de blubberige en ondertussen spiegelgladde weg behalve de motor wiens wielen zo vol blubber raken dat ze gered moeten worden door de rangers. Wij komen ook een heel eind door 4x4 te rijden en soms zelfs de wielen te blokkeren m.b.v. de difflock functie op de truck als er een wiel slipt bij bergje op. De laatste heuvel is echter te veel gevraagd, we proberen het drie keer maar de banden zitten vol blubber, hebben hierdoor geen grip meer en ze slippen nu allemaal door in de gladde smurrie. Langzaam begint de wagen naar de zijkant te glijden die best wel schuin weg loopt en ik krijg visioenen van een gekantelde vrachtwagen in de berm. Michiel kan even niets meer doen. Ik vlucht de cabine uit naar buiten wat best lastig is nu de wagen zo schuin staat en met een zeer been (ik zit aan de hoge kant) en geef Michiel het advies zo snel mogelijk z’n rem los te laten en naar achteren te rijden nu hij nog op de weg staat, naar het vlakke gedeelte. Dit lukt gelukkig! Weer een ervaring rijker! De volgende dag einde van de ochtend is de weg iets opgedroogd en lukt het alsnog om weg te komen, yessss!

Dat was dus de tweede keer in korte tijd dat ik even dacht dat onze reis ten einde was, maar dat het allemaal wel weer meeviel en zelfs positief eindigde (toch nog overnachten in Monte Leon, zelfs met toestemming van de rangers). En maar goed ook want ondertussen heeft Michiel een reis van 11 dagen naar Antartica geboekt (ik wil en ga dus niet mee, veel te duur, veel te koud, veel te grote kans op zeeziek worden) en moeten we vóór 25 januari in Ushuaia zijn. Het ziet er nu naar uit dat we dat makkelijk gaan halen. Het is nog zo’n 600 km en we moeten zelfs een beetje langzaam aan gaan doen anders zit ik straks een paar weken in Ushuaia en zoveel is er nou ook weer niet te beleven aan het einde van de wereld. Eind goed al goed voor nu. Sorry voor het lange verhaal, maar het schrijft zich iedere keer weer vanzelf. En dan heb ik je nog niet eens verteld van de hangjongeren en de kangoeroes besef ik me nu ineens. Ach kijk de foto’s maar, die vertellen ook zo hun verhaal. Tot de volgende maar weer!