michielenmarieke.reismee.nl

Antarctica en on the road again zuid Chili

Michiel is terug! Met mooie verhalen en nog mooiere plaatjes van het woeste en onwerkelijke Antarctica. Na een maand op Vuurland reizen we door naar Chili en zijn we aanbeland bij Torres del Paine, waar zich de mooiste bergen van de wereld bevinden en die zelfs Unesco worldheritage zijn verklaard.


Dat was in het kort hoe de afgelopen weken zijn verlopen. Maar nu! Pak lekker een bak thee, een rol koekjes en nestel je op de bank en lees vanuit je veilige comfort zone hoe het ons vergaan is in deze uithoek van de wereld en wildernis waar je ogenschijnlijk moeilijk kan komen maar waar het reizen stiekem eigenlijk zeer makkelijk is met luxe cruiseboten die af en aan varen naar de Zuidpool, een verse asfaltweg all the way naar Ushuaia en heerlijke spa’s waar ik voor een paar centen (thank you Western Union!) kan relaxen en het beste eten kan krijgen wat ik maar wil.


Ik bekijk vanuit m’n eigen veilige comfort zone (vanuit de camper op mijn plekje op de dam) het dagelijkse leven in Ushuaia. Het is een prachtig uitzicht zo over de baai, het beagle kanaal en de besneeuwde bergen. Ik sta er twee weken en ontdek dat ik me best vermaak zonder Michiel maar dat een week leuk was en daarna wat minder. Ik ben gewoon liever samen, tuttebel die ik ben. Alleen heb ik me echter niet gevoeld, daar kreeg ik de kans niet voor. Na de workshop pasta maken, komen Giulia en Fabio nog regelmatig langs voor een bakkie, ontbijt en de laatste nieuwtjes. We gaan ook nog een keer gezellig uit eten samen bij een chefkok thuis met een Argentijns stel en Roberto, een Italiaanse motorrijder die z’n verjaardag met ons viert. Later in de week vind ik nog een pot pompoensoep in de reserveband, zelfgemaakt kadootje van Giulia en Fabio, zo lief. Ook ga ik nog een bakkie doen bij Floor en Jorn, zijn we een nachtje buren op de dam en nuttigen we gezamenlijk alle leftovers met een paar flessen wijn als geïmproviseerd diner. Dagelijks staan er vele auto en overlanders om mij heen en ook hier zijn busladingen chinezen (ondertussen allemaal met mondkapjes op vanwege het Corona virus die ze alleen af doen om een selfie te nemen) die genieten van hetzelfde uitzicht als ik. Zo ontmoet ik o.a. Sebastian en Martina uit Liechtenstein, Edwin en z’n vrouw uit Duitsland, Patrick de padvinder ook uit Duitsland en een geëmotioneerd stel uit Amerika die na 3,5 jaar in hun landrover eindelijk zijn aangekomen op hun eindbestemming. Ook vanuit de plaatselijke bevolking leer ik mensen kennen zoals Jack de Nederlander die er al 16 jaar woont, de chauffeur van de hopon hopoff bus die dagelijks 4x langs rijdt en zwaait, de kapster die voor 10 euro m’n haar verft, Gustan en z’n gehandicapte zoon die de camper geweldig vindt, de zoon van Gustavo (ja die uit Rio Grande) die vakantie heeft en een foto voor de truck komt maken en Irene waar ik een zelfgebreide muts bij koop.


Ik pak af en toe de motor om boodschappen te doen, naar een Spa te gaan of gewoon een stukje te rijden, maar soms ook de fiets of ik ga een stuk wandelen om een beetje te trainen met m’n knie, die gevoelig en stijf blijft helaas. Ik trakteer mezelf regelmatig op een uitgebreide lunch aan het raam in de winkelstraat waar ik naar al die voorbij trekkende avonturiers kijk en probeer te raden uit welk land ze komen. Iemand vraagt aan mij de weg op straat, blijkbaar blend ik lekker in en ik kan het hem nog vertellen ook (in het spaans!). Sjors en Monique, de ervaren overlanders die momenteel in Zuid Afrika zitten, appen me dat het een teken is dat het tijd is om weer te vertrekken en ze hebben gelijk.


Het is hier vaak kil en koud, bijna altijd waait het hard en het regent vaak, dat maakt ook dat twee weken wel wat lang is. Gelukkig is er nog het thuisfront waar ik dagelijks contact mee heb d.m.v. videobellen en lieve berichten. Zelfs Michiel kan mailen! Helaas worden z’n mailtjes als spam gezien door de overijverige mailserver en kom ik er pas na 6 dagen achter dat de lieverd me hele epistels heeft geschreven terwijl ik me ongerust maakte over gekapseisde schepen, zeeziekte, Chinezen met enge virussen en zelfs over de beeldschone tourleidster waar hij mogelijk voor gevallen is! Lekker dat hoofd van mij, soms is het wel lastig als je een beetje teveel fantasie hebt. Niet voor niets heet ik naast het vriendschappelijke Kiek ook nog wel eens Kiekiepaniekie als ik mijn vaak overmatige zorgen deel met m’n vrienden.


Ik koop de Lonely Planet (reisgids) van Chili en start met inlezen en verheugen, want jeetje daar is ook weer zo’n hoop moois! Ik kijk uit naar woensdagochtend want dan is Michiel er weer en kunnen we eindelijk weer op pad. De Hondius verschijnt op de Marine radar (fijne app) en ik zie dat hij koerst op Kaap Hoorn, dat is al heel erg dichtbij! Plots ontvang ik een appje van Michiel op dinsdag, dat betekent binnen bereik! En rond negenen ‘s avonds zie ik het schip aan komen varen door het Beagle kanaal en ik neurie het melodietje van Loveboat terwijl ik m’n helm opzet en op de motor naar de pier scheur om mijn lief op te halen. Een vreugdevolle hereniging volgt en we hebben elkaar een hoop te vertellen.


De volgende dag vertrekken we uit Ushuaia (eindelijk!), maar niet voordat Marcel en Imke een bakkie komen doen. (Zij zaten bij Michiel aan boord), Jack nog even een paar tips komt geven voor het vervolg van de reis, Edwin en z’n vrouw komen vragen hoe het in Antarctica was en de was klaar is bij de wasserette. Ook moeten de motor en de fiets weer op de camper, moet ik Michiel nog even de spinnekrabbensoep laten proeven in m’n favoriete lunchrestaurant (ik ken ze ondertussen allemaal en krijg een amicale hand van de ober bij binnenkomst), en moeten de dieseltanks en watertank gevuld worden en de toilet cassettes geleegd. Voor we wegrijden is het al begin van de avond. En als we zo’n 12 km verder parkeren omdat we daar de volgende ochtend nog een mooie wandeling willen doen, komen we er achter dat we de route helemaal niet hebben gedownload en dat we nog wat andere zaken op internet willen checken. Dat betekent weer terug naar Ushuaia (kom ik hier ooit weg?) en de mannen bij de politiepost aan het begin van de stad zwaaien nog een keer. Gelukkig is het uitzicht op de bergen onderweg supermooi en verveelt het niet. Ook de wandeling de volgende ochtend naar het Esmeralda meer is erg mooi, het is heerlijk weer, 16 graden en zon, en als ik met m’n blote voeten in het witblauwe gletsjermeer bungel zo met m’n maatje weer naast me en denk “je zal maar moeten werken vandaag”, vind ik mezelf weer zo’n ongelooflijke bofkont en ben ik zo blij met de keuzes die we hebben gemaakt, iets wat iedere dag wel een paar keer door m’n hoofd gaat trouwens. Heel blij!


Op advies van Jack nemen we de alternatieve gravelweg terug naar Chili. We zijn de enige bij de piepkleine grensovergang maar moeten toch even wachten want de Argentijnse douanier is vissen. Hijgend komt hij binnen en zegt met een grote lach dat het goed is dat we langs komen, want dan komt hij tenminste nog aan z’n beweging. Na een kilometer komen we bij de Chileense douaniers, die zijn iets formeler en na een grondige zoektocht door de camper nemen ze m’n wierrookhouder van bamboo in beslag en ook het zakje hondebrokjes dat ik in Ushuaia had gekocht voor de zwerfhonden op de dam, maar compleet vergeten was. Ons smokkelwaar (walnoten, pinda’s, honing en rozijnen) vinden ze niet en gelukkig maar want in Chili is alles een stuk duurder.


We overnachten bij Lago Blanco en daar is het de volgende dag zulk heerlijk weer (geen wind, zon, 20 graden), dat we er de hele dag blijven hangen, beetje klusjes doen, vissen en zelfs even zwemmen en snorkelen, het water is kraakhelder (en ijskoud!). Jack komt toevallig ook nog langs (echt he, 300 km van Ushuaia en in een ander land, small world) om de Belgische Tom de mooie plekken te tonen aangezien die in november een groepswandelreis heeft georganiseerd door Vuurland en nu wil checken wat hij eigenlijk allemaal opneemt in z’n plan. Tom heeft ongelooflijke haast, hij wil in korte tijd veel zien en binnen een uurtje vertrekken ze alweer. Jack vertelt nog wel dat in Vuurland dit weer maar 10 dagen per jaar voorkomt, dat je ‘s avonds moet blinkeren om forel te vangen en dat hij meer van z’n pick-up houdt dan van z’n vrouw!


Dan arriveert er een Duits stel met een grote Chileense huurcamper (13.000 euro voor 11 weken, wháááát!!!), ze zijn net een paar dagen onderweg en de rammelripioweg heeft een bout van hun reservewiel als slachtoffer geëist waardoor ze het wiel bijna zijn verloren en Michiel op zeer harkerige wijze dirigeren het maar even te fiksen, die gelijk onder de camper kruipt en het natuurlijk wel even mcgyvert met z’n slijptol en een stukje draadeind. Niks geen dank je wel maar wel eindeloze verhalen over zichzelf, vragen stellen en niet naar het antwoord luisteren, voortdurend interrumperend omdat hun eigen verhaal zoveel belangrijker is en met een nare air om zich heen. Ons vakantiegevoel van die dag verdwijnt zienderogen en al snel zijn we de boel aan het inpakken en vertrekken we alsnog naar een rustig plekje 100 km verder.  Denken we. Daar komt binnen een half uur een grote pick-up aanrijden, er stapt een gezin uit (vader, moeder, 5 kinderen en een puppy). Ze zien er overstuur uit, vader grijpt voortdurend naar z’n hoofd, moeder huilt met het puppy in haar armen en de vijf kinderen zijn ook aan het huilen en schreeuwen. Ze vragen niet om hulp, sterker nog, ze lijken ons helemaal niet te zien en gaan helemaal op in hun verdriet. We vermoeden dat het puppy plots dood is gegaan, want we zien vader een gat graven, later toedekken en het gezin blijft er tot zonsondergang bij zitten en huilen. En dat allemaal in the middle of nowhere 10 meter van onze camper vandaan. We weten niet wat we er van moeten denken en of we iets moeten doen om te helpen of zo. Uiteindelijk kiezen we er maar voor om het gezin met rust te laten en binnen te blijven gezien de heftigheid van de emoties. De volgende dag word ik wakker van kinderstemmen, huh? Blijkbaar hebben ze in de pick-up geslapen en zijn ze er nog, ook zie ik het puppy vrolijk door het gras stuiteren! We snappen er niets meer van en zullen het ook nooit weten aangezien ze al snel vertrekken en hun plekje wordt ingenomen door het stel uit Liechtenstein (werkelijk!) die ik voorstel aan Michiel en waar we ook weer verhalen mee uitwisselen.


De weg wordt vervolgd langs de kust naar Porvenir, een dorpje bestaande uit een mix van Kroatische immigranten en Chilenen. Er staan vrolijk gekleurde huisjes met mooie versierde daklijsten. We doen er boodschappen en lunchen er in een restaurant. Eigenlijk wilden we een nacht blijven om dan de volgende dag met de ferry de straat van Magellaan weer over te steken na een maand. Echter blijkt de boot morgen niet te varen en kunnen we gelukkig nog terecht op de avondferry. De zee is als een spiegeltje (wat zeer zeer uitzonderlijk is in Patagonië!), we doen 2 uur over de overtocht naar Punta Arenas en zien dolfijnen, pinguïns en walvissen zwemmen! En zo heb ik ook nog een soort van Antarctica cruise, zonder zeeziek te worden en precies lang genoeg voor mij. Wat is het hier toch bijzonder! Chiao Chiao Tierra del fuego, que lindo eres!


In Punta Arenas halen we de volgende dag de fietsen uit de truck om de stad te verkennen. Daar zien we de gevolgen van de rellen van de laatste maanden, die begonnen zijn omdat de regering besloot de prijs van het openbaar vervoer te verhogen, maar later doorgingen i.v.m. algehele onvrede, ook toen de regering de prijzen weer verlaagde (een soort gele hesjes beweging van ontevreden mensen die niet half beseffen dat ze het eigenlijk best goed hebben en gewoon lijken te willen rellen). De winkelstraten zien er uit als oorlogsgebied, alle ramen zijn ingegooid en nu gebarricadeerd met houten planken en golfplaten. Er zit rode verf op een aantal graven op de overigens markante begraafplaats met z’n honderden torenhoge coniferen en overal door de stad zien we graffiti. Na de lunch die bijzonder duur en ook nog eens niets bijzonders is, besluiten we te vertrekken naar het volgende dorp, Puerto Natales, dat de toegangspoort is naar het 80 km verderop gelegen National Park Torres del Paine. We doen er inkopen voor een week en storten geld voor ons prepaid internet. Waar je dat in Uruguy bij een mannetje op straat doet, in Argentinië bij de kiosk, doe je dat in Chili bij de apotheek, logisch.


Als we ‘s ochtends voor vertrek aan het ontbijt zitten, met de luiken dicht want het oude vertrouwde zuid Patagonië weer is weer terug (koud, harde wind, 4 seizoenen in een dag), wordt er op de camper geklopt. Buiten staat een jonge man die in het Nederlands vraagt of wij Aad van Vliet (een vriend van ons) kennen. What? Het blijkt Laurent uit Schiedam die in z’n uppie al backpackend een wereldreis maakt, net begonnen is en het adres van onze reissite een tijdje geleden van Aad (die hij kent van een sportclub) heeft gekregen. We nodigen hem uit voor een bakkie, het worden er twee en we hebben elkaar veel te vertellen, zo is de ochtend alweer overgegaan in de middag. We nemen afscheid en vertrekken dan alsnog naar Torres del Paine, waar Michiel onderweg (weer) een paar Duitsers helpt, nu met een lekke band. Ondertussen appt Laurent dat hij besloten heeft ook een campertje te huren voor drie weken, geïnspireerd door ons verhaal. Die gaan we dus nog wel tegen komen, leuk. Ondertussen praten Michiel en ik over een vervolg na onze Zuid Amerika reis en hebben we het ineens over Azië en een tijdje wonen en reizen in Indonesië van de opbrengst van de truck als we hem verkopen over een paar jaar. Dit dan weer geïnspireerd door Laurent die ons er aan herinnert hoe goedkoop je in Azië kunt leven. En zo openen zich weer nieuwe wegen naar nieuwe avonturen over en weer en voel ik dat ik het idee van moeten werken tot je 67ste steeds verder ontstijg en dat voelt heel goed!


Ondertussen zijn we aangekomen in Torres del Paine en is het landschap nog mooier dan we hadden verwacht. Net niet echt die rafelige hoge bergen met witte toppen die zich aftekenen tegen de hemel gevuld met vreemde ufovormige wolken en regenbogen, grote blauwe ijsbergen in de gletjsermeren en zwevende condors boven ons hoofd. De wind is echt bizar hard en gaat af en aan als een lichtknopje, het waait soms zo hard dat het water uit de meren geblazen wordt en als regen op ons neerkomt. Campers waaien hier soms om en ik ben blij met onze 11 ton die niet zomaar omgaat. We maken prachtige wandelingen en af en toe doet Michiel een langere, zwaardere hike, wat mij nog niet lukt. Er zijn ontstellend veel toeristen en daarom ook best wel wat voorzieningen. Als we in een bar van een hotel twee biertjes drinken en 20 euro aftikken, ben ik wel weer een beetje klaar met Chili, wat een prijzen! Over een paar dagen gaan we de grens weer over terug naar Argentinië, maar daar over in het volgende blog.


Waar blijft nou dat Antarctica verhaal, hoor ik je denken. Tja nou Michiel vertelt er na terugkomst enthousiast over en hij vond het heel bijzonder, zeker het geld waard (hij heeft er al z’n aandelen voor verkocht, dus gaat het gelukkig niet van ons gezamenlijk budget). Hij heeft prachtige ijsbergen gezien en vele dieren. Wat hij heel gaaf vond waren de geluiden en kleuren van het continent, het harde kraken van de gletsjers, de uitademende walvissen die hij met honderden zag en het diepblauwe van de ijsbergen. De boot was nieuw en fantastisch, hij heeft leuke mensen ontmoet en er was een druk en afwisselend programma met o.a. 2x per dag in een zodiak er op uit, vele interessante lezingen en natuurlijk heerlijk eten. Hij is alleen de eerste dag zeeziek geweest, daarna niet meer. Maar ik denk dat de foto’s dit verhaal veel beter kunnen vertellen dan ik, dus ik zeg, zet nog een bakkie voor jezelf en klik door naar de foto’s als je wil zien wat Michiel allemaal heeft beleeft!





Tierra del fuego (Vuurland) en El fin del Mundo (het einde van de wereld)

Zo bijzonder om na bijna 10 jaar dromen aan te zijn gekomen in Ushuaia! Deze stad sprak zeer tot onze verbeelding. 

Ten eerste omdat het in Vuurland ligt. Toen ik deze naam voor het eerst op de lagere school hoorde, zag ik een rood gekleurd land voor me met overal vulkanen en vuur, zoiets als men zich voorstelt bij de hel. Daarna werd er boeiend verteld door m’n geschiedenisleraar over de ontdekkingsreizigers en de vele schepen die hier vergingen bij hun zoektocht naar kortere wegen, de straat van Magellaan, Kaap Hoorn en het Beagle kanaal. 

Ten tweede is het de meest zuidelijke stad ter wereld die je over de weg kunt bereiken en gelegen in een regio vol indrukwekkende bergen en ijslandschappen. Voor onze truck is het dus tot hier en niet verder, the only way is north! 

En ten derde omdat Ushuaia vaak een eind- of beginpunt is voor reizigers. Er wordt veel over geschreven en gesproken door overlanders, maar ook door zeilers, cruisebootvakantiegangers, Antarticafanaten en hikingliefhebbers. We verwachten er dus een smeltpot van verschillende soorten reizigers in een stadje dat helemaal toegerust is op al die avonturiers, gelegen in een prachtige omgeving aan het einde van de wereld. En dat blijkt inderdaad ook zo te zijn!


Maar voordat we aankomen hebben we nog zo’n 600 km te gaan en maken we nog van alles mee. Voor we op reis gingen, gaf Michiel aan eigenlijk het liefst ieder half jaar naar Nederland terug te gaan. Niet voor z’n geliefde vrienden en familie, niet uit heimwee, niet voor z’n huis, niet om te gaan werken, maar voor z’n mondhygiënist! De enige die hij z’n gebit toevertrouwt nadat z’n vorige tandarts er een zooitje van had gemaakt. Gelukkig draait hij bij na het zien van de prijzen van vliegtickets (voor één vliegticket kunnen we samen een maand reizen) en gaat hij in Rio Gallegos op zoek naar iemand die z’n gebit kan ontdoen van tandsteen. Wat na twee pogingen uiteindelijk goed gedaan wordt door een tandarts die ook Engels spreekt, wat het een stuk gemakkelijker maakt om uit te leggen wat er nu eigenlijk moet gebeuren.


Van David hadden we als tip gekregen om naar Cabo Virgenes aan de kust te gaan, deze kaap ligt 120 km van routa 3, vlak voor de Chileense grens, aan een doodlopende weg en we doen er 4 uur (!) over. Het is een gravelweg met veel wasbordhobbeltjes. Hier rijdt de truck normaliter vrij makkelijk overheen. Maar in deze weg zitten ook nog eens heel veel potholes (kleine diepe kuilen), waardoor we soms zo langzaam en heen en weer schuddend rijden dat ik een compliment van m’n stappenteller krijg dat ik goed bezig ben! Maar uiteindelijk vinden we het de lange en moeizame rit meer dan waard, want we komen uit bij een piepklein parkeerplaatsje gelegen midden in een grote pinguïnkolonie, waarschijnlijk de enige plek op de hele wereld waar je kunt overnachten tussen duizenden pinguïns. En terwijl we genieten van weer zo’n prachtige zonsondergang en heftige hoge golven die op het strand beuken, wordt de truck langzaam en voorzichtig omsingelt door nieuwsgierige pinguïns die koddig schuin omhoog kijken naar dat blauwe gevaarte dat in hun buurtje is verschenen. De volgende dag rijden we de slechtste weg tot nu toe weer terug en zien alleen maar lege pampa en één verdwaalde boerderij. We overnachten bij Lago Azul, een kratermeer midden in een lavaveld, een opvallende verschijning in het verdere vlakke landschap. Daar verstoppen we onze etenswaren in de truck die we eigenlijk niet mee mogen nemen naar Chili waar we de volgende dag de grens over gaan en Vuurland bereiken.


Vuurland is in feite een groot eiland met duizenden eilandjes er omheen. Dat grote eiland is voor de helft van Chili en de onderste punt is dan weer van Argentinië. We gaan in een half uurtje met de pont de straat van Magellaan over en zouden in één dag door het Chileense deel kunnen rijden, zo’n 150 km. Echter besluiten we te overnachten bij één van de weinige dorpjes, Cerro Sombrero. Een populaire plek want uiteindelijk staan we er met 7 andere voertuigen, de meeste overlanders bij elkaar tot nu toe. Dat is heel gezellig en er worden veel ervaringen uitgewisseld en bij elkaar in de voertuigen gekeken, die echt allemaal zo verschillend zijn, super leuk. Ute en Ralph staan er ook met hun Unimog, we ontmoeten Jorn en Floor met hun geweldige mooie gele oldtimer bus, een Pools gezin met twee kinderen met een kant en klaar gekochte expeditiecamper, twee kleine volkswagenbusjes, een paar reizigers op de motor en nog een andere Mercedestruck (zoiets als de onze) uit Duitsland. We vertrekken pas begin van de volgende middag om verder te rijden en onderweg nog een pinguïnkolonie te bezoeken, maar dan geen Magellaen pinguïns die we tot nu toe steeds gezien hebben, maar de zeer imposante, grote en prachtig gekleurde koningspinguïns. De enige kolonie ter wereld die zich pas sinds 10 jaar op het vaste land heeft gevestigd, alle andere kolonies bevinden zich op eilandjes rond Antartica, maar door het veranderende klimaat lijken ze op zoek naar nieuwe visgronden. Ze staan met z’n vierentachtigen bij elkaar (ik heb ze geteld!), sommigen hebben een groot ei tussen hun voeten en sommigen waggelen een beetje rond, wat echt een komisch gezicht is. Ik voel me live in een National Geographic documentaire, wat een voorrecht om dit allemaal mee te mogen maken!


Eind van de middag gaan we weer de grens over, nu van Chili naar Argentinië, en het gaat er allemaal zeer gemoedelijk en ontspannen aan toe, we moeten een paar stempels halen in een klein kantoortje in de middle of nowhere waar de radio keihard “shape of you” van Ed Sheeran laat horen en binnen 5 minuten rijden we weer verder. We hebben geen zin meer om verder te rijden en parkeren de truck langs de kant van de weg. Michiel “jaagt” een grote zeebaars bij één van de vissershutjes aan zee en redt ons van droge crackers met leverworst. Wonderlijk genoeg hebben we internet (er is in de verste verte geen dorp) en spieken we op YouTube hoe je zo’n vis nou eigenlijk fileert en klaar maakt. Het is een fantastisch maal!


We reizen nog steeds te snel en “dreigen” veel te vroeg in Ushuaia aan te komen, daarom blijven we een paar dagen in Rio Grande, een flinke stad met 50.000 inwoners en dus genoeg winkels, musea en een bioscoop ter onzer vermaak. Helaas blijkt de film nagesynchroniseerd te zijn en snap ik er heel weinig en Michiel helemaal niets van, het leukste is eigenlijk dat het publiek vaak moet lachen en aan het eind enthousiast applaudisseert. Als we uit de bios komen ligt er een grote plas onder de truck en sijpelt er flink water uit de bodem van ons huis. Het is zoveel water dat we vermoeden dat de plastic watertank van 400 liter gescheurd is op de slechte hobbelwegen. Dit moeten we eerst zeker weten voor we actie kunnen ondernemen, dus zal de watertank er uit moeten. Michiel heeft deze echter zeer stevig ingebouwd in de overvolle garage en er daarna allemaal waterleidingen en andere zaken voor gebouwd. Dus zal de garage leeg moeten en moet er e.e.a. gesloopt worden om bij de watertank te kunnen komen, zucht. De volgende dag regent het ook nog eens pijpenstelen, het is nog geen 10 graden, het waait hard en is het dus geen weer om dat nou eens even op straat te doen. We gaan op zoek naar een plekje waar we overdekt kunnen werken, maar dat valt niet mee met een grote vrachtwagen. Dus rijden we rondjes in een soort groot industriegebied a la Spaanse Polder. Na een uur zoeken, zie ik een grote hoge hal waar een paar jongens aan een brommertje sleutelen. Het blijkt een autowasserij met op dat moment geen klanten en als ik vraag of we binnen even onze watertank kunnen bekijken worden we enthousiast ontvangen door Gustavo en zijn team. Dat “even” wordt een flink aantal uren en iedereen helpt mee, er worden zelfs heerlijke broodjes gehaald door de zoon van Gustavo en als we eindelijk de tank uit de truck hebben, is deze tot ons grote geluk (want waar haal je in godsnaam in Zuid Amerika een nieuwe passende tank van 400 liter?) nog helemaal heel! Het blijkt te lekken bij de uitlaat van de tank, en dit wordt verholpen door inventief te veilen en uit een stuk rubber een nieuwe afsluitende ring te maken, waarna het probleem opgelost is, iedereen blij is en het nog eens een flink uur duurt om alles weer in te bouwen. Ondertussen kletsen we over Holland, Argentinië en reizen en laat Gustavo foto’s zien die hij op dat moment van z’n vrouw via de whatsapp binnen krijgt. Het blijken foto’s van de truck die ze de dag ervoor heeft gemaakt toen we langs de boulevard stonden. Hoe toevallig is dat! Als we eind van de middag eindelijk klaar zijn, nemen we afscheid. Gustavo wil absoluut niets hebben voor z’n hulp, z’n tijd, de broodjes en het droge onderkomen. Dus zet ik z’n bedrijf als dank op Ioverlander in de hoop dat de zaak meer klanten krijgt, plak ik de bedrijfssticker op onze bumper voor extra reclame en ben ik weer eens heel blij met m’n voorraad Nederlandse sleutelhangers zodat ik een cadeautje kan geven. We zijn opgelucht dat het voor elkaar is voordat Michiel vertrekt naar Antarctica zodat ik gewoon in ons huis kan blijven en niet in een hotelletje hoef te gaan zitten.

We komen steeds meer in de buurt van Ushuaia, we zien het landschap veranderen van pampa met droge prikkelbosjes vol met guanacas naar golvende heuvels met wapperend hoog gras en kleine riviertjes, af en toe een estancia en heel veel schapen maar soms ook koeien en groepjes paarden. Het doet ons een beetje aan Schotland denken. We rijden richting een merengebied en zien steeds meer bomen her en der afgekloven door bevers die hier ooit geïmporteerd zijn, maar nu een plaag vormen. In de verte verschijnen de eerste echte bergen, op sommigen ligt zelfs nog een beetje sneeuw. Echt een “Bob Ross” landschap. Bij Tolhuin staan we ook aan zo’n prachtig meer met uitzicht op de bergen, daar hebben we een gezellige middag met Peter en Francien die we na ruim twee weken weer tegenkomen in hun brandweerwagen en die ondertussen al in Ushuaia zijn geweest en ons voorzien van allerlei nuttige info. We werpen ook nog een hengeltje uit aangezien dit een beroemd forellengebied is, maar hebben hier geen geluk mee, wel zien we nog twee bevers voorbij zwemmen.


Voordat we de route 3 verder afrijden naar Ushuaia, slaan we eerst nog even links af route “J” in. Ook dit is een doodlopende gravelweg nu van zo’n 90 km. Na 40 km door het bos rijden en waar we ook nog een oud Argentijns mannetje een lift geven (hij woont in het bos, waar we her en der een hutje zien staan gemaakt van hardboard en golfplaten), bereiken we het Beagle kanaal. De weg gaat vlak langs de kust verder en is prachtig, het lijkt heel erg op de Milford Sound in Nieuw Zeeland. Halverwege staat de Haberton Estancia bestaande uit een groot woonhuis, meerdere schuren en bijgebouwen en ook een museum met een restaurant (met zowaar Wifi, wat je gewoon niet verwacht zo bijna aan het einde van de wereld!). We rijden verder en helemaal aan het eind van de weg bevindt zich een klein huisje met de laatste politiepost. Dit is echt het aller zuidelijkst dat we kunnen rijden en dit is dus eigenlijk het begin van de weg naar Alaska, de Panamericana! We blijven 3 dagen in dit mooie stukje natuur en zien walvissen, dolfijnen, een zeeleeuw, heel veel verschillende soorten vogels, oude beverburchten en natuurlijk guanacas. De verrekijker draait overuren. De kiezelstranden zijn bezaaid met drijfhout, schelpen, botten, kelp en af en toe een zee-egel. Het weer is vier seizoenen in één dag en door de harde wind wisselt het beeld echt voortdurend van felle opklaringen naar hagel, naar regen, met jagende wolken en prachtige regenbogen. Uit de wind in de zon is het zo’n 14 graden en anders zo rond de 8-10 graden.


En dan is het eindelijk zo ver, we rijden door de uitlopers van het Andesgebergte naar de zuidelijkste stad, die veel groter is dan we dachten maar verder precies aan onze verwachtingen voldoet, hartstikke leuk. We gaan op zoek naar een mooie plek waar ik de komende weken kan doorbrengen. Er zijn geen campings hier, dus moet ik zeker 11 dagen zelfvoorzienend zijn. Dat gaat  lukken met 400 liter water, twee gasflessen, de zonnepanelen, de kachel op diesel en de boiler voor warm water. Het enige wat nog even de vraag is of ik in m’n eentje genoeg heb aan de twee toiletcassettes of dat ik deze toch een keer ergens moet legen (wat we normaal op een ver afgelegen plekje doen, maar waar ik nu juist niet wil staan in m’n eentje). We proberen een paar plekken in en vlakbij de stad want ik wil wel graag internet hebben en komen uiteindelijk uit op de plek die Ute me al aangeraden had namelijk op de dam tussen de stad en het vliegveld in, ver genoeg van het lawaaierige verkeer maar op loopafstand naar de stad, met 4g én met een prachtig uitzicht op de haven en het Beagle kanaal aan de ene kant en de stad met daarachter de besneeuwde bergen en gletsjers aan de andere kant. Hier staan ook af en toe andere overlanders wat gezellig is. We zien daar ook Fabio en Giulia terug na 3 maanden, het Italiaanse stel waar we in Uruguay een paar gezellige dagen mee gehad hebben. Zij hebben als hobby koken en zijn gevraagd om in Ushuaia 2x een workshop Italiaans koken te geven, ze staan zelfs in de plaatselijke krant met een verhaal over hun reis en liefde voor koken. Ze nodigen me uit om ook te komen later in de week om te leren hoe je pasta maakt en dat lijkt me hartstikke leuk.


Voor Michiels vertrek zijn we ook nog een paar dagen in het National Park Tierra del Fuego, zo’n 15 km ten westen van de stad. Ook weer zo’n mooie plek met veel natuur, meren, bergen, dieren. Maar ook met veel toeristen deze keer, met busladingen worden ze in het park gedropt. Zo stopt er naast ons een grote toerbus waar zo’n 40 chinezen uit rennen om snel zoveel mogelijk foto’s te maken. Met dezelfde vaart rennen ze bij ons de camper binnen terwijl we daar op ons gemak zitten te lunchen en schieten het ene naar het andere plaatje om vervolgens weer verder te rennen. We kijken elkaar verbijsterd aan, gebeurde dit echt? En barsten daarna in lachen uit.

We maken een paar wandelingen. Met mijn knie gaat het steeds beter en zolang ik geen gekke bewegingen maak, heb ik geen pijn meer. Wel blijft er een instabiel gevoel tussen mijn boven- en onderbeen en lijkt er vertraging te zitten tussen de aansturing vanuit m’n hersenen en het daadwerkelijk uitvoeren van de opdracht in m’n knie en ga ik dus niet mee met Michiel op de wat langere hikes. Hopelijk verbetert dit nog voordat we naar Torres del Paine in Chili gaan, waar wandelen een must is. Michiel beklimt natuurlijk ook hier weer een berg en wordt op de top aangesproken door een man die hem zegt te kennen. Michiel moet even denken en dan ziet hij het. Het is de tandarts van 600 km en drie weken geleden. De wereld is echt soms zo klein!


Het geboekte Antartica-arrangement van Michiel start met één hotelovernachting in het sjieke 5sterren hotel Las Hayas waar ook de briefing plaats vindt de dag voor vertrek. Michiel legt uit dat hij die overnachting niet nodig heeft en probeert nog of hij korting kan krijgen. Maar nee, de overnachting hoort er gewoon bij aldus de organisatie. Dus gaan we naar de briefing en maken we kennis met Chris, een oudere Engelse heer, waar hij de kamer (en straks op de boot de cabin) mee deelt. We leggen hem uit dat hij vannacht de kamer lekker voor zichzelf heeft, want Michiel slaapt gezellig naast mij in de camper die we op het parkeerterrein van het hotel hebben gezet. Wel willen we gebruik maken van het uitgebreide luxe ontbijtbuffet waar Michiel ook gewoon recht op heeft, maar ik natuurlijk niet. Acting “rich and confident” kom ik toch binnen, er is nog even gedoe dat mijn naam niet op de lijst staat, maar uiteindelijk lukt het toch en hebben we er veel lol om samen en laten we het ons goed smaken. Via de snelle wifi van het hotel download ik ook nog even 10 films en een paar series voor de komende dagen. Heerlijk, ik verheug me er nu al op. ‘s Middags installeert Michiel mij en de vrachtwagen op de uitgekozen plek. Mijn fiets en motor staan klaar, ik maak het binnen gezellig en dan is het tijd om met Michiel naar de pier te lopen en hem gedag te zeggen. Dat voelt best raar en ik zal hem zeker missen. Ik zwaai hem uit en hoor ondertussen een berichtje binnenkomen van Jorn en Floor of ik een biertje kom doen in de kroeg, daarna gaan we gezamenlijk naar de workshop van Giulia en Fabio en leren we verschillende soorten pasta maken met vier Hollanders en 5 Argentijnen, wat heel leuk en gezellig is. De volgende dag ontvang ik een mailtje van Michiel dat hij heel zeeziek is geweest ondanks de tabletten (hij is nooit zeeziek!) en ben ik zo ontzettend blij dat ik niet mee gegaan ben.


Hoe het de komende dagen zal gaan geen idee, hoe het volgende reisverslag er uit gaat zien nu we feitelijk twee weken apart reizen, geen idee. Maar zoals ik vorige keer al zei, dit verhaal schrijft zich in feite vanzelf en terwijl ik dit zit te schrijven zie ik “Mexi” voorbij rijden, de camper van de twee Duitse doktoren die ook bij ons op de boot zaten vanuit Antwerpen. En zo kom ik steeds weer bekenden tegen of zijn er nieuwe mensen met een leuk verhaal of handige info (zoals de woestaantrekkelijke duikintructeur Gonzalo, supergezellige Duitsers Katja en Thorsten, digital nomad Inge en fietsmeisje Tomo uit Cuba). De lieve berichtjes en gezellige videogesprekjes vanuit Nederland zijn ook heel fijn en zorgen dat ik niet teveel heimwee krijg. Misschien leuk om een keer een Q&A (question&answer) te doen? Ik kan me zo voorstellen dat er vragen zijn over deze manier van reizen of over ons. Laat het maar weten, altijd blij met jullie comments, vragen en reacties!!

Spanning en sensatie in South Argentina

Gillende sirenes begeleiden mijn tocht in de ambulance naar het ziekenhuis, high tea in de woestijn, omsingeld door duizenden pinguïns op het strand, van een modderige berg afglijden met een onbestuurbare vrachtwagen, waarschuwingsborden voor puma’s op de plek waar 24 uur vast komen te zitten, aanval van een grote mannetjeszeeleeuw, heksen in Puerto Deseado, 100 dronken jongelui op een zaterdagnacht om de camper, kangoeroes in de woestijn, het aanbod om met een legertank te mogen rijden, zumba les op het dorpsplein, suïcidale guanacas op de snelweg, gratis overnachten bij een luxe lodge in the middle of nowhere, Michiel op struisvogeljacht, laffe broodjes bij de benzinepomp met kerst, ettelijke flessen wijn bij een onverwacht heel gezellig uiteinde, bijzondere ontmoetingen en 1500 km dichterbij  Ushuaia. Wie zei dat een tocht van twee weken door de pampa van Patagonië saai zou zijn?

Maar laat me bij het begin beginnen. Gaiman, een klein dorp wat meer landinwaarts, is ooit opgericht door immigranten uit Wales. Het ligt midden op de pampa maar heeft bomen en mooie tuinen omdat er een riviertje doorheen loopt, het lijkt en blijkt een oase in de woestijn. Er zijn meerdere theehuizen waar je een high tea kan nuttigen voorzien van scones, sandwiches en wel 10 soorten taartjes en natuurlijk een oneindige pot thee compleet met gehaakt warmhoudjasje. Wat een genot! In een volgend dorp is een optocht met gaucho’s op paarden, zijn er vele foodtrucks en staat er een podium met geluidsinstallatie klaar voor een optreden. We halen een paar IPA biertjes en installeren ons op de bankjes er om heen in afwachting van een goed concert. Echter blijkt het de wekelijkse zumba les te zijn waar zo’n 40 vrouwen in alle vormen en maten zeer enthousiast de danspassen van het zumba team op het podium nadoen. Het bier is niet sterk genoeg om ons ook aan het dansen te krijgen maar het is wel vermakelijk om naar te kijken. Wat een verademing om te zien dat de vrouwen zo’n lol hebben en het ze blijkbaar geen reet interesseert hoe ze er uit zien.

Op weg naar één van de grootste pinguïnkolonies bij Punta Tombo worden we ingehaald door tig toeristenbusjes. Dit doet ons besluiten om door te rijden naar het verder afgelegen Cabo dos Bahias, waar ook (zoals vele plekken aan de kust van Patagonië blijkt later) veel pinguïns zijn met ons als enige bezoekers. In de verte liggen zeeleeuwen op een zandplaat en de wilde lama’s lopen dwars door de kolonie heen. Overal piepen kuikens om eten, ze zijn nu zo’n 5 á 6 weken oud en zien er uit als pluche knuffelbeesten, zo cute. We overnachten aan een mooie baai waar we een kampvuur maken van drijfhout en alweer zo’n spectaculaire zonsondergang zien. Doordat het vaak waait zit er veel stof in de lucht waardoor de hemel iedere avond schitterend rood kleurt, echt prachtig.

Bahia Bustamante bestaat uit een voormalige zeewier boerderij aan de kust en verder niets, het eerstvolgende dorp ligt 200 km verder, echt in the middle of nowhere dus. De estancia is omgebouwd naar een luxe lodge voor rijke toeristen en wordt in glamourbladen en op internet gepromoot als de “verborgen Galapagos van Argentinië”. Mattias, de eigenaar, is zelf een overlander en laat ons gratis op z’n erf staan en we mogen gebruik maken van alle faciliteiten. Het is een supervriendelijke en relaxte gast die net als z’n personeel enthousiast (en in vloeiend Engels) kan vertellen over de historie van de boerderij (opgericht door z’n grootvader) en al het natuurschoon om ons heen. Hij neemt ons mee in z’n boot voor een excursie langs de eilanden in de baai. Het is een mooi getijdengebied vol met zeekraal, er leven allerlei zeer zeldzame vogels, verschillende soorten aalscholvers, en natuurlijk zeeleeuwen (met net geboren pups) en pinguïns die nieuwsgierig om de boot heen zwemmen. Helaas geen orka’s, walvissen en dolfijnen deze keer, maar genoeg te zien met boeiende verhalen, koffie, mate en zelfgebakken koekjes onderweg. Mattias is erg weg van onze truck (“dit is wel de mooiste die ik ooit gezien heb!”) en vraagt net als David wat dat nou zou moeten kosten. Hij neemt foto’s en stelt voor dat wij er mee naar Alaska rijden zodat hij ‘m dan kan kopen over twee jaar en er mee naar Argentinië kan terug rijden. Strak plan! Dus wie weet! We blijven een paar dagen, Michiel kan er lekker mountainbiken tussen de nandu’s die de camper soms omsingelen met hun jonkies of langs sjokken op het strand (ik zal een filmpje uploaden voor wie het nog niet op facebook heeft gezien) en ik vermaak me met strandjutten en het maken van een vliegengordijn van drijfhout en repen stof.

Als we vertrekken is het eerste kerstdag. Na een lange rit komen we ‘s avonds aan in Comodoro Rivadavia (moet je ‘ns een paar keer snel achter elkaar zeggen, hahaha). Wat een desillusie! Het is een oerlelijke, stoffige grote stad met allemaal boefjes (volgens Mattias) die slechts bestaansrecht heeft omdat er olie gevonden wordt. Bij een ongezellig, kaal en met tl lampen verlicht benzinestation eten we een goor broodje kip als kerstmaal. Geen leuke overnachtingsplek, dus zoeken we nog even verder, in het volgende dorp staan allemaal verbodsborden, dus dat wordt ‘m ook niet en als we met zonsondergang een verlaten strand oprijden, blijkt daar ineens bewaking in een keet te verblijven. Ik voel me ondertussen net Jozef en Maria, moe en op zoek naar een plekje om te overnachten zo met kerst. Dus kloppen we netjes aan om om toestemming te vragen. Twee agenten met geweren openen de poort en reageren zeer enthousiast en met hun lange verhalen in rap Spaans zijn ze duidelijk blij dat ze ook even aanspraak hebben. Ze blijken het strand te bewaken omdat er ooit een woonwijk gebouwd gaat worden, het is dus eigenlijk een bouwterrein. We zijn van harte welkom en zoeken een beschut plekje in een duinpan. De volgende dag lopen we er nog een rondje en de kliffen blijken vol fossielen te zitten, dus even schat zoeken maar weer, heerlijk.

Verderop is weer een zeeleeuwenkolonie, we blijven het leuk vinden. Route 3, zeg maar de snelweg naar het zuiden, loopt er pal langs en vanuit de wagen zijn de dieren al te zien. Ze lijken geen moeite te hebben met het langs razende verkeer en ook niet met mensen op het strand. De vrouwtjes en jonge dieren zijn zelfs erg nieuwsgierig en zwemmen steeds langs waar ik zit op het strand, tot één van de grootste mannetjes het zat is dat ze meer naar mij kijken dan naar hem en mij jaloers verjaagt door in een verbazend rap tempo het strand op te schuiven, luid blaffend en met groot vertoon van z’n angstaanjagende gebit mij aan het rennen krijgt, wat normaal niet snel gebeurt en voorlopig ook niet meer zal gebeuren na wat me in het volgende dorp overkomt! (voel je de spanningsopbouw?).

Puerto Deseado betekent zoiets als haven van wensen en is ook alweer zo’n afgelegen dorp aan een doodlopende weg, dus iedere bezoeker is er een bezienswaardigheid, al helemaal als je uit het buitenland komt met een nogal opvallend voertuig. Als ik op de kaart naar een plekje om te overnachten zoek, denk ik nog “hé ze hebben hier zelfs een ziekenhuis”. We parkeren aan de monding van de brede rivier ook weer met veel getijdenverschil en een paar eilandjes vol met vogels en pinguïns. We facetimen met onze vrienden die derde kerstdag in ons huis vieren, zo grappig en fijn dat dit kan! Het stromende zeewater en geluid van scholeksters, meeuwen en kletsende pinguïns is heerlijk rustgevend en de volgende dag stap ik vol vertrouwen op de motor om de was weg te brengen naar de lavanderia. Michiel blijft achter om nog wat te klussen aan de truck. Ik toer op m’n gemakje door het dorp, het is er heerlijk rustig. Als ik de was heb weg gebracht, twijfel ik even welke route ik terug zal nemen en besluit op het laatste moment toch maar naar links te gaan. Als ik start aan het nemen van de bocht, remt de auto voor me onverwacht (waarom snap ik nog steeds niet, er kwam niets aan). Ik hang al scheef door de bocht en als ik m’n voorrem iets te fanatiek in knijp, voel ik gelijk dat de motor onderuit glijdt op de losse steentjes. Ik denk dit wel op te kunnen vangen, maar heb het gewicht van de motor behoorlijk onderschat en deze valt op m’n onderbeen terwijl ik nog aan het draaien ben om m'n val te breken. Ik voel en hoor wat knappen in m’n onderbeen en voel gelijk een waanzinnige pijn. Ik gil in het Engels dat die motor omhoog moet en in no time staan er zeker 20 mensen om me heen (waar die nou ineens vandaan komen?) en wordt de motor weg gehaald. Ik grijp naar m’n been en ben er van overtuigd dat er iets gebroken is gezien de knak en de pijn. Ik hoor de mensen in het Spaans zeggen dat ik die buitenlandse van die blauwe vrachtwagen ben. Ik word in het Engels aangesproken door Carlos. Hij is heel kalm en beheerst, waardoor ik ook gelijk weer kalm ben en hij neemt samen met mij het EHBO protocol door. Ik kan mijn voet nog bewegen wat een goed teken is, maar waarom doet het dan zo verdomde pijn? Ik zie ook geen afwijkende stand van mijn been en even hoop ik zo weer op de motor te kunnen stappen. Maar als ik probeer naar de kant van de weg te lopen (ik zit nog steeds midden op straat) doet het echt heel erg zeer. Ineens staat er een ambulance, krijg ik een brace om m’n been, word ik de brancard op getild en in de ambulance geschoven, Carlos rijdt met me mee en zorgt dat Michiel geïnformeerd wordt via whatsapp, tolkt voor me waar nodig en blijft me geruststellen. Met gillende sirenes rijden we drie straten verder naar het ziekenhuis(je), het is haast grappig. Ik ben de enige patiënt zo lijkt het en word gelijk onderzocht door een arts en er worden drie röntgenfoto’s gemaakt, het gaat allemaal heel snel. Volgens de dokter is er niets gebroken en ik word met zachte doch dwingende hand van de brancard geduwd want blijkbaar is er niets aan de hand. Ik gil het uit van de pijn, mijn lijf stelt een hele andere diagnose. Dan wordt er een injectie met pijnstilling in m’n bil gejast en moet ik toch echt weg wezen en nee ik hoef niets te betalen en ze hoeven verder geen gegevens van me, oh ok dan. Gelukkig werkt de injectie heel snel en is Michiel ondertussen gearriveerd. Er is ook nog 2 man politie die willen weten wat er gebeurd is. Carlos legt het voor me uit. Ik word in een rolstoel gezet en tot de buitendeur gereden, daar helpt de politie me de camper in. Ik bedank Carlos en zijn ondertussen gearriveerde vrouw van harte en neem geëmotioneerd afscheid, het treft me diep dat hij me zo fijn heeft bijgestaan en natuurlijk ben ik ook een beetje high door de injectie en de adrenaline. Onder politie escorte rijden we weer drie straten terug en daar blijkt een agent al die tijd op m’n motor te hebben gelet, wow wat een service! Maar nu moeten we dus iets illegaals gaan doen, namelijk de motor voorop de truck terug zetten onder toeziend oog van 3 agenten. Maar ze zeggen er niets van, ze vinden de truck geweldig en nemen zelfs foto’s! Als Michiel een grote doos Diclofenac heeft gehaald met het mee gegeven recept, vraag ik hem om alsjeblieft weer terug te rijden naar “ons” plekje buiten het dorp waar we vervolgens nog een paar dagen staan om bij te komen van dit avontuur.

Vervolgens ontmoeten we allerlei mensen die langs komen voor een praatje en ons uitnodigen om te komen eten. We hebben de insteek dat we nooit ergens nee tegen zeggen bij uitnodigingen omdat het altijd tot iets leuks en/of bijzonders leidt. Maar nu wordt de agenda echt te vol en besluiten we alleen op de uitnodiging van Carlos en Pamela in te gaan die via de app contact zijn blijven houden om te vragen hoe het met m’n been is. Hij blijkt majoor op de legerbasis en tankdivisie aan het begin van het dorp, waar hij ook woont. We gaan er lunchen samen met buren, hun zoontje en oma en we hebben een hele leuke, gezellige middag met heerlijk eten, een cursusje hoe het ritueel van mate werkt en een rondleiding over de legerbasis. Carlos vraagt of we de volgende dag weer willen langskomen, want dan kan hij zorgen dat we met een tank kunnen rijden. We spreken niet definitief af omdat we mogelijk ook gewoon verder willen. Het is heel gek maar Puerto Deseado voelt als een soort Twin Peaks dorp, afgesloten van de buitenwereld met übervriendelijke bewoners die ons zo overladen met aandacht, complimenten en kadootjes dat we er een beetje achterdochtig van worden en het zelfs benauwd krijgen. Zo komen er ook iedere dag twee vrouwen langs, die uren blijven zitten en heel enthousiast over van alles kletsen (in rap Spaans, wel leerzaam overigens), ze plaatsen foto’s op facebook van ons, nemen ook eten en cadeaus mee, blijken bevriend met Pamela (uiteraard, klein dorp), sturen allerlei berichtjes enz….Ik heb het er helemaal druk mee. En als Michiel me op een ochtend wakker schud omdat “m’n vriendinnen zo weer langs komen”, ben ik er klaar mee en we “vluchten” de stad uit. We gaan nog wel even gedag zeggen tegen Francien en Peter, twee gezellige brabo’s die in een supergave knalrode brandweerwagen rond reizen, we hebben heel wat over en weer te kletsen en de dag vliegt plots voorbij. Als we het dorp dan toch eindelijk verlaten, worden we nog staande gehouden door een man die ons een grote zak kersen geeft, gewoon omdat hij het zo leuk vindt dat we zijn dorp bezoeken en 500 meter verder biedt iemand aan om ons voor te rijden het dorp uit zodat we niet verdwalen! Ik slaak een zucht van verlichting als we eindelijk weer op de lege pampa rijden.

Lege pampa, eindeloos ver kunnen kijken en niets zien, waar een bocht een bijzonderheid is en een heuveltje in het landschap al snel aangemerkt wordt als heel mooi omdat het even wat anders is. Hoewel ik zeg leeg, maar dat is het eigenlijk helemaal niet. We zien honderden guanacas die langs de weg staan te grazen en paniekerig alle kanten op schieten (dus ook de weg op) als we langs rijden. Prachtige luchten, bermen vol bloemetjes en heel af en toe eens een andere overlander. De tankstations zijn welkome oases net als de roadhouses in Australië waar we even kunnen internetten, toiletteren, snacken en een bakkie kunnen doen. Ik geniet enorm van de rit maar mijn been is nog stijf en pijnlijk en ik kan bepaalde bewegingen niet maken en soms voelt het alsof m’n onderbeen los bungelt t.o.v. m’n bovenbeen. Ik heb een hele dikke knie. Na wat speur- en leeswerk kom ik er achter dat er een kruisband is afgescheurd. Dat was de knap die ik hoorde en voelde en daarom deed het zo’n pijn. Ik lees ook dat ik vooral moet bewegen om m’n spieren te trainen zodat die de functie gaan overnemen van de pees die het niet meer doet en dat het dan allemaal wel goed komt. Een hersteloperatie wordt alleen gedaan bij jonge en hele sportieve mensen, ben ik even blij dat ik beiden niet ben, hahaha! Dus doen we dagelijks een wandeling en merk ik dat dit inderdaad gelukkig helpt.

In Puerto San Julian komen we op oudjaarsdag de Fransen waar we een maand mee aan boord hebben gezeten, tegen. Echt superleuk! Even later komen ook Francien en Peter de camping op rijden en hebben we spontaan een hele gezellige oudejaarsavond met z’n zessen en later ook nog met andere mensen op de camping. Na het zien van alle lege wijnflessen  de volgende dag, kruip ik terug m’n bed in om vervolgens twee dagen en nachten te slapen. Blijkbaar had ik dat even nodig!

Heb ik nu alles verteld? Oh nee het verhaal van de glijdende vrachtwagen nog!! Dat was echt eng afgelopen week! We bezoeken het Nationale Park Monte Leon. Het is vanaf de snelweg 25 km gravelroad naar de kust om daar ook weer pinguïns, zeeleeuwen en misschien dolfijnen en puma’s te zien. De weg gaat behoorlijk op en neer een aantal valleien en hoogvlaktes over en is goed te doen. De omgeving is prachtig en ook hier weer vele guanacas die ons het gevoel geven dat Patagonië één lange safaritocht is. Het enige waar de rangers ons voor waarschuwen is dat we er niet mogen overnachten en vóór 19.00 weer vertrokken moeten zijn, wat ik jammer vind want juist dan worden de puma’s actief. De pinguïns zijn weer superleuk en nieuwsgierig, je mag ze niet benaderen, maar ze komen zelf naar ons toe en gaan op het strand zelfs om me heen liggen (ook hier zal ik een filmpje van uploaden als het lukt). Tussen de middag lunchen we aan de kust in de truck en het begint te motregenen, dit wordt langzaam meer en harder. Na een uurtje komen de rangers langs rijden, ze vragen iedereen te vertrekken omdat de weg heel slecht wordt als het regent en je er dan mogelijk niet meer uitkomt.  Er rijden een paar gewone auto's, een paar 4wd pickups en een motorfiets rond en wij dan met onze 11 ton. En juist dat gewicht nekt ons. Iedereen redt het over de blubberige en ondertussen spiegelgladde weg behalve de motor wiens wielen zo vol blubber raken dat ze gered moeten worden door de rangers. Wij komen ook een heel eind door 4x4 te rijden en soms zelfs de wielen te blokkeren m.b.v. de difflock functie op de truck als er een wiel slipt bij bergje op. De laatste heuvel is echter te veel gevraagd, we proberen het drie keer maar de banden zitten vol blubber, hebben hierdoor geen grip meer en ze slippen nu allemaal door in de gladde smurrie. Langzaam begint de wagen naar de zijkant te glijden die best wel schuin weg loopt en ik krijg visioenen van een gekantelde vrachtwagen in de berm. Michiel kan even niets meer doen. Ik vlucht de cabine uit naar buiten wat best lastig is nu de wagen zo schuin staat en met een zeer been (ik zit aan de hoge kant) en geef Michiel het advies zo snel mogelijk z’n rem los te laten en naar achteren te rijden nu hij nog op de weg staat, naar het vlakke gedeelte. Dit lukt gelukkig! Weer een ervaring rijker! De volgende dag einde van de ochtend is de weg iets opgedroogd en lukt het alsnog om weg te komen, yessss!

Dat was dus de tweede keer in korte tijd dat ik even dacht dat onze reis ten einde was, maar dat het allemaal wel weer meeviel en zelfs positief eindigde (toch nog overnachten in Monte Leon, zelfs met toestemming van de rangers). En maar goed ook want ondertussen heeft Michiel een reis van 11 dagen naar Antartica geboekt (ik wil en ga dus niet mee, veel te duur, veel te koud, veel te grote kans op zeeziek worden) en moeten we vóór 25 januari in Ushuaia zijn. Het ziet er nu naar uit dat we dat makkelijk gaan halen. Het is nog zo’n 600 km en we moeten zelfs een beetje langzaam aan gaan doen anders zit ik straks een paar weken in Ushuaia en zoveel is er nou ook weer niet te beleven aan het einde van de wereld. Eind goed al goed voor nu. Sorry voor het lange verhaal, maar het schrijft zich iedere keer weer vanzelf. En dan heb ik je nog niet eens verteld van de hangjongeren en de kangoeroes besef ik me nu ineens. Ach kijk de foto’s maar, die vertellen ook zo hun verhaal. Tot de volgende maar weer!

Op weg naar Patagonië.

Accu’s dus, nou ik kan je er nu dus alles over vertellen en dan ook nog in het Spaans! Wat een zoektocht was dat!

Op de motor scheuren Michiel en ik een paar dagen van Repuestos naar Repuestos (auto-onderdelen zaken) door Mardel (zoals de locals Mar del Plata noemen) op zoek naar accu’s, kabels en een digitaal voltagemetertje. Ik zal jullie verder niet vermoeien met de details maar uiteindelijk bleek dat er maar één soort en merk accu’s was te krijgen voor ons doel en dat alle winkels die we bezochten met dezelfde leverancier belden die zeer verbaasd was over de plotselinge hoge vraag naar deze dure, grote accu en dan nog vier stuks ook. Na twee dagen kreeg één van de winkeliers dan ook te horen “oh die Hollanders staan zeker aan je balie”, het was hem ondertussen duidelijk dat wij overal aan het informeren waren. Uiteindelijk was het dus een kwestie van prijzen vergelijken, een keuze maken en daarna nog 4 dagen wachten op levering. Wat ook nog een punt was dat zwaar mee woog, was op welke manier we konden afrekenen. Betalen met creditcard is in Argentinië heel ongunstig, je betaalt extra kosten en krijgt een hele slechte wisselkoers, dit geldt ook voor geld pinnen. We hadden vernomen van andere reizigers, dat je via Western Union veel pesos krijgt voor een euro, zo’n 30% meer dan bij alle andere manieren van wisselen! Echter betaal je in Argentinië voor dure spullen niet in pesos maar in Amerikaanse dollars (volg je het nog?). Gelukkig vonden we een zaak waar we met pesos mochten betalen, waarna we nog een dag bezig zijn geweest om een Western Union kantoor te vinden die zoveel pesos in huis had, en met letterlijk een rugzak vol bankbiljetten hebben we uiteindelijk de accu’s voor 1300 euro kunnen kopen, waar ze anders 2000 kostten. Alle moeite meer dan waard dus!

Ondertussen verkennen we de stad iedere dag beetje bij beetje. We staan op een camping (zodat we elektriciteit hebben) met een zwemparadijs met grote glijbanen waar het iedere dag mudje vol kinderen op schoolreisje is. Iedere avond wordt er een disco georganiseerd in de grote tent pal naast onze truck met zulke bizar harde muziek dat het te grappig is om ons er aan te irriteren, en als ze één keer wat later beginnen dan normaal, missen we het gewoon een beetje. We bbq-en iedere avond, het vlees is hier super lekker en goedkoop, voor 4 euro heb je een kilo biefstuk die zo mals is dat je ‘m met een lepel kunt snijden! Naast maar ook door de zoektocht naar onderdelen zien we veel van de stad. Deze is mooi gelegen aan zee en heeft vele verschillende stranden. In de haven zien we een grote kolonie zeeleeuwen, wat er enigszins vervreemdend uitziet met de hoge flats in de achtergrond. We bezoeken het museum van de moderne kunst en onderweg daar naar toe stoppen we bij een rijtje mooie oldtimers en felgekleurde hotrods (zelfgebouwde auto’s ) en ontdekken dat er een gave hardrockband speelt in het daarnaast gelegen motorrijderscafé. Het museum kan wachten, dus met een paar grote pullen bier mengen we ons in het publiek dat er zeer ruig uitziet, maar die ons meerdere keren netjes een barkruk aanbieden, wat een schatjes. Ik ga ook nog een dagje winkelen terwijl Michiel een eind langs de kust fietst op z’n mountainbike. En omdat je alles toch een keer moet proberen, gaan we later in de week naar het enige naaktstrand van Argentinië, en verbrand ik op plekken waar ik nog nooit ben verbrand! (sorry to much information?). Het is vreemd dat topless of laat staan naakt hier verder op alle stranden een “no go” is, terwijl ze er wel in de kleinste en meest sexy bikini’s lopen die ik ooit gezien heb.In een “tenedor libre” (vrije vork), dat in feite het concept is van een all you can eat restaurant, laat ik mezelf een middagje gaan en ben ook daar maar zo’n 6 euro kwijt. Fijn hoor die goede wisselkoers!

Na een week ontvangen we het verlossende whatsappje, de accu’s zijn gearriveerd. Binnen een uurtje zijn de accu’s omgewisseld en zijn we weer zelfvoorzienend en niet meer afhankelijk van de camping, heel fijn! Ik krijg nog een knuffel van de klusjesman van de camping en eindelijk kunnen we weer op pad. We volgen de kust verder naar het zuiden. Her en der staan we op prachtige afgelegen plekken aan het strand, wat een rust en stilte, tot het soms plotseling gaat stormen. Het lijkt dan wel of er ineens een knop omgezet wordt. Ik wist dat Patagonië bekend staat om harde wind, maar was er niet op voorbereid dat het zo snel kan wisselen. Zo zit ik nog rustig buiten op m’n hurken te plassen bij een windkrachtje 2 en zo waait de straal tegen m’n enkels aan en voor ik m’n onderbroek weer omhoog heb, is het dus windkracht 7 á 8 en krijgt ik ternauwernood de deur van de camper nog open en word ik volledig gezandstraald. Het is haast eng!

Patagonië betekent ook fruit en vlees controles en een flink aantal politieposten. We zien deze nu met wat meer vertrouwen tegemoet, maar het blijft een beetje spannend. Zo worden we een keer aangehouden en wil de agent ons bekeuren voor het niet dragen van een gordel, wat verplicht is in Argentinië. Maar onze wagen heeft geen gordels en we proberen uit te leggen dat el camion viejo (oud) is en dus geen gordel hoeft, oldtimer, oldtimer. Maar de agent houdt vol dat het verplicht is en dat we het dan maar in moeten laten bouwen. Daar stappen we over op het “no entiendo” scenario en als Michiel dat drie á vier keer heeft herhaald, geeft de agent het op en zegt zuchtend “rij maar door en een goede reis verder”. Dat verstaan we dan weer wel en snel rijden we weg.

De volgende agent vraagt om onze papieren. Deze heb ik standaard gekopieerd en gelamineerd klaar liggen, we geven nooit meer onze echte papieren nadat een agent in Marokko ooit weigerde ons paspoort terug te geven als we hem niet betaalden (wat we overigens met een lange adem bleven weigeren, waarna hij boos onze paspoorten in de auto smeet en weg liep). Deze Argentijnse agent ziet overduidelijk dat het niet onze echte papieren zijn, maar ook hier helpt het dat hij dit niet weet uit te leggen aan twee domme toeristen die geen Spaans spreken. Wat ook helpt is het feit dat wij in onze truck heel hoog zitten en de agent letterlijk onder ons staat, dit vinden ze zichtbaar niet prettig en lijken ons daarom ook vaak snel door te wuiven. Overigens altijd heel vriendelijk en beleefd over en weer.

In El Cóndor aan de kust, zo’n plaatsje met twee straten en meer niet, huist de grootste papegaaienkolonie van de wereld. Dat willen we niet missen, dus nemen we de kustweg i.p.v. de snelweg en overnachten boven op de kliffen, het lijkt noord Frankrijk wel. Als de zon ondergaat, keren de duizenden (er wonen 37.000 paartjes en ze hebben allen jongen) papegaaien terug naar hun nesten in de klifwanden en het is echt een magisch gezicht. Ik ben een tijdje zoet met mooi gekleurde veren rapen op het strand terwijl Michiel zorgt voor foto’s van boven af zodat je goed de kleuren van de vogels kunt zien. ‘s Ochtends bij zonsopkomst herhaalt het ritueel zich maar dan andersom, alle vogels worden wakker en vliegen uit met een hoop gebabbel en geklets vlak langs de truck, ik wordt wakker in een wolk van blauwe en groene tinten, wow! Er is die nacht een grote camper bij ons op de parkeerplaats komen te staan en we maken kennis met het Argentijnse stel dat met hun dochter woont en reist, hij doet aan parapenten en de kliffen zijn de perfecte plek voor hem. Zij is creabea en ik krijg nog een mooi zelfgemaakt schilderijtje van een cactus als ze mijn voorliefde voor deze plant in de camper weerspiegeld ziet en hun dochter is superblij met de Hollandse houten schoenen sleutelhanger.

Op de kaart zien we dat de kustroute 200 km verder weer uitkomt bij de snelweg, dus besluiten we langs de kust te blijven rijden over de gravelroad. Het gaat daardoor niet erg hard en onderweg zien we ook nog een zeeleeuwenkolonie, nog meer papegaaien, hagedissen, grote zwarte meeuwen met een spanwijdte van zeker 2 meter, gordeldieren, gieren die geplaagd worden door kamikazevalkjes, flamingo’s, dolfijnen, onze eerste wilde lama’s, sprintende nandu’s (struisvogels) met wel 20 jongen, een dode nandu, dus even veren plukken ter versiering van de cabine, naast de koeienschedel die ik al vanaf Uruguay daar heb liggen maar nog niet goed weet wat ik er mee moet. Het loopt al tegen het einde van de middag als we aankomen in Bahia Creek, een dorpje met maar één zandstraat op tweederde van de kustweg. Daar worden we staande gehouden door een man op een motor die aangeeft dat de weg weg is. Huh? De wind en de duinen hebben blijkbaar de weg bedolven onder een hoge laag zand, zo hoog dat de weg gesloten is. Maar zegt de man je kunt wel over het strand nu het nog laag water is en dan 5 km verder weer de weg op. Tja dit zorgt voor een groot dilemma. Michiel ziet avontuur en ik zie vast komen te zitten in het zand bij opkomend tij in the middle of nowhere en dan tegen de klok in een vrachtwagen van 11.000 kilo proberen uit te graven. We discussiëren met elkaar en met een aantal locale bewoners voor zeker een half uur. Veel overlanders zoals jullie doen dit hoor, ja er komen er wel eens een paar vast te zitten (tot groot vermaak van de dorpsbewoners) maar als je je bandenspanning maar laag genoeg maakt, is het geen probleem. Zodra je de weg weer op gaat, pomp je je banden gewoon weer op en rij je verder. En daar begint ook Michiel te twijfelen, we hebben nog nooit geprobeerd de banden leeg te laten lopen en later weer op te pompen via het luchtsysteem van de truck. Dit wil hij dus eerst eens even proberen (gelukkig!) en blijkt niet te werken (gelukkig!) omdat het benodigde luchtapparaatje niet werkt (gelukkig!) en het reserveapparaatje ook niet (gelukkig!). Dus heb ik niet veel overredingskracht meer nodig om Michiel er van te overtuigen dat we terug moeten en zo’n 300 km zullen moeten omrijden, wat ik ook niet echt tof vind, maar beter dat dan het dramascenario van vast komen te zitten. Chagrijnig draait Michiel de truck weer oostwaarts mopperend dat we daar toch juist een 4x4 voor hebben gekocht en ik houd wijselijk even een tijdje m’n mond als we dezelfde weg waar we de hele dag over hebben gedaan weer terug rijden. De volgende dag vinden we een afslag van de snelweg die ons 10 km voorbij Bahia Creek weer aan de kust brengt en pakken we (ondertussen weer vrolijk, maar wel 100 liter diesel lichter) de draad weer op. We overnachten in Puerto San Antonio waar de zeeleeuwen niet achter een hekje liggen, maar gewoon op het strand naast de camper en waar we een spectaculaire zonsondergang zien.

We rijden door naar Valdés, een groot schiereiland (het kost ons een hele dag om een rondje te rijden), vlak, bedekt met pampa en een paar zoutvlaktes. Het is een natuurreservaat, en we zien er pinguïns, zeeolifanten en nog meer zeeleeuwen, guanacas (wilde lama’s), gordeldieren en nandu’s. De walvissen en orka’s waar Valdés om bekend is, zijn er niet, het is niet het juiste seizoen. Als er jonge zeeleeuwen zijn die moeten gaan leren zwemmen in februari/maart zijn de orka’s in de buurt om zich bewust op het strand te storten om de jongen van de vloedlijn te snatchen, een spectaculair gezicht (zo zien we op de films en foto’s in het bezoekerscentrum) en de enige plek op de wereld waar orka’s deze jachttechniek toepassen. Er is een mooie film over gemaakt (el faro de las orcas), een aanrader en te zien op Netflix.

We vieren Michiel z’n verjaardag in Puerto Madryn, een stad vlakbij Valdés en zoeken contact met Ute en Ralph die we via facebook kennen omdat zij een maand eerder als ons aan dezelfde reis zijn begonnen met hun Unimog en ons op de hoogte hielden met handige tips en info over geldzaken, grensovergangen en mooie plekken om te kamperen. Ze zijn in de buurt en we brengen een paar gezellige dagen door aan de mooie woestijnachtige kust ten zuiden van Puerto Madryn. Vandaag gaan wij verder door naar the end of the world, Ushuaia, waar we over een week of drie/vier zullen aankomen. Onderweg zullen we heel veel lege pampa’s over trekken die volgens een hoop reizigers geestdodend en saai zijn, maar ook door velen juist erg gewaardeerd worden om hun leegte en verlatenheid. Gelukkig horen wij tot de laatste categorie en zolang we in de buurt van de zee zijn, vind ik het al lang fantastisch. We gaan dus een bijzondere kerst tegemoet en wensen ook jullie allen fijne en gezellige dagen en een goede jaarwisseling toe. Tot volgend jaar!! xxx

Argentina here we come!

Het is dus toch Argentinië geworden en hoe! Ook daar weer ontzettend veel te zien en te beleven, dus ons gemiddelde van 100 km per dag (zoals ik het thuis bedacht en ingecalculeerd had), halen we bij lange na niet en na twee weken zijn we nog maar zo’n 400 km verder. Maar dat geeft helemaal niets want tijd hebben we genoeg gelukkig en wat is het fijn om gewoon ergens langer te kunnen blijven als er veel te beleven is of gewoon omdat het goed voelt. En vandaag merk ik dat het echter ook weer super is om verder te rijden en te ontdekken dat het verderop ook weer zo leuk is!


Het verhaal eindigde vorige keer bij de warmwaterbaden van San Nicanor waar we relatief veel betalen om er te mogen overnachten (alle voorgaande plekken waren gratis of bijna gratis) en waar we na twee dagen ook wel weer klaar mee zijn. We zijn vlakbij de grens met Argentinië maar we hikken er een beetje tegenaan om er heen te gaan. Ten eerste omdat we Uruguay heel leuk vinden, maar vooral ook omdat we veel problemen verwachten bij de politiecontroleposten waar we de uitgelezen melkkoe zijn voor corrupte politieagenten omdat we een motorfiets voorop hebben, wat in Argentinië bij wet verboden is. Via veel blogs en Facebook reacties lees ik dat we er echt serieus rekening mee moeten houden dat we bij iedere post aangehouden gaan worden en dat men zal proberen om ons te laten betalen ook al mogen agenten zelf officieel geen boetes innen. We hebben thuis al een paar scenario’s bedacht wat we dan zullen doen zoals b.v. doorrijden en net doen of we het stopteken niet begrijpen (het Bonny en Clyde scenario), net doen of we geen Spaans spreken (het no comprendo scenario), de politie een zeer uitgebreid fake formulier van de zogenaamde toeristenpolitie laten invullen (het luie agent scenario), onze nepverklaring in het spaans op papier geven dat onze koningin het goed vindt dat we de motor voorop hebben (het “hé Maxima komt ook uit Argentinië” scenario) of flink gaan afdingen (het allerlaatste en slechtste noodscenario). We besluiten toch maar te gaan want Argentinië belooft ons een hoop moois en is een stuk goedkoper qua boodschappen en diesel wat toch wel van essentieel belang is als je werkeloos bent.


Bij de grens is ons niet helemaal duidelijk hoe het allemaal werkt. Wel hebben we er voor gezorgd dat alle Uruguayaanse peso's op zijn (zoals echte Nederlanders betaamt) en dat alle fruit en groente verstopt is, want de controles hierop zouden streng zijn. We worden echter helemaal niet gecontroleerd, alleen een stempel in ons paspoort en hoppeta we mogen 8 maanden blijven! Wel nog even tol betalen om de brug, over de rivier die de twee landen scheidt, over te mogen en nee euro’s nemen ze niet aan. Gelukkig wil het taxfreewinkeltje wel wat wisselen, mits ik er wat koop. Ik kan kiezen uit wijn, parfum, chocolade of een pistool dus met een potje nutella van 6 euro en weer een zak vol Uruguayaanse peso's gaan we uiteindelijk de grens over. Gelukkig mag ik er mee betalen in de eerstvolgende supermarkt in Argentinië, blijkbaar gebeurt dit vaker. Dan de snelweg op richting Buenos Aires. Het is er een stuk drukker dan in Uruguay en overal staan reclameborden, even wennen weer al die prikkels. Het landschap verschilt niet zoveel, ook hier is het vlak met veel weilanden vol koeien. Wat wel anders is, zijn dus die vele politieposten en vooral dit stuk snelweg staat bekend om z’n corrupte agenten. Als we de eerste post zien aankomen, bereiden we mentaal al onze scenario’s voor om vervolgens te zien dat de agent te druk is met z’n mobieltje en ons helemaal niet ziet! Bij de volgende post rijden we achter een hoge bus die wordt aangehouden en zien ze de motor voorop pas op het allerlaatste moment. We zien dat de politie er voor gekozen heeft om steeds onder een viaduct te gaan staan, dus bij de derde post rijden we gewoon de snelweg af, het viaduct over en er aan de andere kant weer af, de snelweg op. We krijgen er lol in totdat we nog na lachend ineens een rij tolhokjes zien opdoemen en nee creditcard en euro’s nemen ze niet aan. Tjonge staan we dan op de snelweg, er is één klein eetcafeetje, maar daar wisselen ze ook niet. Een gezin dat daar zit te eten biedt aan om wat te wisselen en zo kunnen we weer verder. Al met al een vermoeiende dag en we overnachten in een bos vlakbij de snelweg om de volgende dag weer verder te rijden richting hoofdstad. Onderweg lunchen we bij een BBQ restaurant bij een benzinepomp en daar wordt ook net een bus Turkse zakenmannen uitgeladen om te gaan eten. Ze zijn enorm enthousiast als ze ons en de truck zien en er wordt gelijk een liter bier gehaald voor ons, we worden aan alle kanten gefeliciteerd met ons geluk, worden getrakteerd op hapjes en belanden met een foto op Facebook. Als we in het Turks dankjewel zeggen (ooit geleerd op reis door Turkije dat het klinkt als “twosugerd’rin, je hoofd onthoudt soms de raarste dingen), vinden ze ons helemaal geweldig en kan hun dag niet meer kapot. We zijn er beduusd van.


Onder het rijden, lees ik in de lonely planet dat het in Tigre, een voorstad van Buenos Aires, ook heel leuk is. Het ligt in een rivierendelta waar je met een watertaxi de eilanden kan bezoeken. We verblijven er twee dagen en fietsen, varen en wandelen door de mooie omgeving. Het doet ons heel erg denken aan Warmond en de Kagerplassen met mooie villa’s en leuke weekendhuizen voor de rijken uit BA. Daarna door naar de daadwerkelijke hoofdstad. Ik navigeer ons dwars door de stad over een soort Coolsingel van 20 km lang (we doen er 2 uur over) en er is een hoop te zien. Wij blijken echter ook een bezienswaardigheid en overal staan mensen te fotograferen en te filmen. Bij één van de vele stoplichten steekt er een groep musicerende Hara Krishna aanhangers over en zelfs zij stoppen met zingen om ons allerlei vragen te stellen, zo grappig! Ik heb nog nooit zoveel mannen bewonderend hun duim naar me zien opsteken en waar de rit voor Michiel behoorlijk stressvol is door die megadrukke stad met soms wel 16 banen (!) naast elkaar, geniet ik van al die verwonderde gezichten, maar ook van de mooie gebouwen en de statige avenues met prachtige bloeiende Jacaranda bomen, de hele stad ziet er paars van. We parkeren uiteindelijk aan een boulevard in het centrum en staan daar een week vlakbij een opgepimpt havengebied a la de Wilhelmina pier in Rotterdam maar dan 3x zo groot en i.p.v. de oudehoert (loopbruggetje bij Katendrecht) een prachtige brug van Calatrava, m’n favoriete architect. De eerste dag als we internet geregeld hebben in het centrum, stromen de berichten binnen met o.a. veel waarschuwingen voor berovingen in BA. Ik kijk op m’n telefoon naar een foto die ik die ochtend heb genomen van de truck en zie tot mijn grote ontzetting dat het raam van de badkamer nog open staat! We snellen door de stad terug naar de camper ondertussen opsommend wat er allemaal verdwenen zal zijn en we worden steeds chagrijniger. Echter is alles nog in orde tot onze grote verbazing en geluk, het raampje heeft de hele dag opengestaan!


Op onze fietsen verkennen we de stad dagenlang, het is het perfecte voertuig, er zijn overal fietspaden en we kunnen stoppen waar we willen en het is minder vermoeiend dan slenteren. B.A. is een superleuke stad met heerlijke koffietentjes (lees heerlijke gebakjes) en veel bezienswaardigheden. We bezoeken een aantal musea op de regenachtige dagen, de megagrote begraafplaats van Recoleta waar ook Evita Peron ligt begraven, een boekenwinkel in een oud theater, een Japanse tuin en de kleurrijke wijk la Boca en San Telmo met z’n leuke markt (soort swanmarket met kunst, artiesten en veel zelfgemaakte spullen). Op veel plekken in de stad wordt de tango gedanst. Als de zon schijnt zitten veel mensen in hun zwemkleding op bankjes in de parken. Ook in het park waar wij geparkeerd staan. Regelmatig komen mensen vragen of ze agua caliente kunnen kopen voor hun mate, ze denken dat we een foodtruck zijn, we vullen hun thermoskan en leggen uit dat elektriciteit voor ons gratis is en zo ontstaan de leukste gesprekken. Doordeweeks staat er ineens een parkeerwachter naast de truck en wordt er om ons heen druk geparkeerd door forenzen. De parkeerwachter probeert ons duidelijk te maken dat wij ook moeten betalen en we passen het “no comprendo” scenario toe, dat goed werkt. Aan het eind van de week geef ik hem een sleutelhanger met twee Hollandse klompjes aangezien hij tot ons dagelijks uitzicht tijdens het ontbijt is gaan horen en altijd vriendelijk gedag zegt. Hij drukt het cadeautje ontroerd tegen zijn hart en met een grote glimlach, een ferme handdruk en enthousiast zwaaiend nemen we afscheid van hem.


Via Facebook vraag ik de overlandersgemeenschap of ze een goede garage weten om al onze olie te verversen. Dit hadden we in Nederland al willen doen, dan start je namelijk met een “schone lei”, maar we hebben er gewoonweg geen tijd meer voor gehad. Vele antwoorden met dat doe je toch gewoon zelf, en anderen zeggen weer dat ze nooit een Argentijnse monteur aan hun wagen zouden laten zitten. Hierop reageert ene David uit Argentinië furieus dat er juist heel veel goede Argentijnse monteurs zijn en stuurt mij vervolgens een privé bericht met de uitnodiging om langs te komen bij hem, tenslotte woont hij dichtbij, 300 km verderop in Mar de Ajo aan de kust. Via messenger raken we aan de praat en nodigt hij ons ook uit om met hem mee te gaan kijken naar autoracen in het aankomende weekend. Nou dat lijkt ons wel wat en in twee dagen rijden we er heen. Onderweg is niet heel veel te zien, behalve veel kraampjes langs de weg met huisgemaakte salami’s en kazen. We stoppen er bij een en daar prijst de verkoopster de Goudse kaas aan en vertelt ze over haar Nederlandse voorouders. We mogen van alles proeven en de Goudse is net plastic, dus kopen we een stukje kruidenkaas, daar zit tenminste nog wat smaak aan. De salami’s zijn wel heerlijk! We rijden een keer verkeerd en komen zo midden in een dorpje terecht. Net voor we de snelweg weer opdraaien, blijkt er een elektriciteitskabel lager te hangen dan de truck hoog is. Hij knapt, we weten niet goed raad met de situatie en automatisch kiezen we de Bonny and Clyde strategie. Achteraf vinden we dit heel asociaal van onszelf, maar is het helaas niet meer terug te draaien.


Op donderdag komen we bij David aan, hij komt ons tegemoet in een dikke Dodge RAM pick-up, omhelst en kust ons beiden en zegt dat de camper wel bij zijn appartementencomplex in de tuin past en dat blijkt inderdaad zo te zijn. Hij geeft ons direct een bos sleutels van één van de appartementen en de buitendeuren en we mogen zo lang blijven als we willen. Hij spreekt vloeiend Engels aangezien hij een tijd in de USA heeft gewoond en blijkt een gewiekste zakenman en ondernemer die ons graag wil laten zien hoe mooi en gastvrij Argentinië is, maar ook vooral wil laten zien hoe geweldig hij het zelf allemaal voor elkaar heeft. Na drie uur praten over zichzelf en z’n familie, zegt hij “zo genoeg over mij, morgen hoor ik jullie verhaal, welterusten”. Onze oren tuten nog na en ook hier zijn we nogal overdonderd en beduusd. Ik kijk naar het grote, luxe maar kille en onpersoonlijke appartement (met van die handdoekzwanen op het bed) en besluit dat ik eigenlijk veel liever in m’n eigen knusse huisje slaap. Michiel denkt er gelukkig ook zo over en als ik de volgende ochtend pap sta te koken in de camper is David zeer verontwaardigd en begrijpt hij er niets van dat we zijn appartement niet gebruiken, ik krijg het ook niet uitgelegd, maar gelukkig wordt het “gedoogd” door de teleurgestelde David die zegt dat hij nu het gevoel heeft dat hij ons niets geeft. Terwijl wij ons juist opgelaten voelen om gratis gebruik te maken van zijn aanbod. Pffff ingewikkeld die verschillen in cultuur. Hij geeft ons allerlei tips over wat te doen in de omgeving. We bezoeken o.a. een soort Seaworld met dolfijnen en een orka, verkennen Mar de Ajo en zwemmen in het prachtige zwembad dat zich in de tuin naast onze camper bevindt. Tijdens een lunch in de stad ontmoeten we Melanie die ons serveert en enthousiast vraagt waar we vandaan komen. We doen ons verhaal en zij blijkt een Duitse toeriste die 5 jaar geleden in Argentinië is gaan wonen voor de liefde. Er is gelijk een goede klik en ze nodigt ons uit om de maandag samen door te brengen want dan is haar vrije dag, ‘s avonds mogen we dan aanschuiven bij de asado. We wisselen in ieder geval onze gegevens uit en ze geeft me wel drie keer een knuffel als we afscheid nemen. De mensen hier doen dit zo makkelijk. David en z’n vader doen dit b.v. ook iedere dag met hun (vrouwelijke) personeel. In Nederland wordt je dan gelijk aangeklaagd voor ongewenste intimiteiten of seksuele intimidatie. Ik vind het wel wat hebben en het voelt in ieder geval heel vriendelijk en oprecht.


David vertelt ons meer over de races van a.s. zondag. Het blijkt dat hij zelf een aantal jaar autoracer is geweest maar er 7 jaar geleden mee is gestopt omdat hij altijd maar won (yeah yeah). Nu wil zijn zoon van 19 het ook gaan doen, dus gaat hij het hem a.s. zondag leren. David gaat dus zelf racen, dat is leuk! Hij legt uit dat ze afgelopen week nog even de racewagen in elkaar hebben gezet en dat er geen tijd is om te oefenen, maar ach dat heeft hij ook niet nodig, aldus David (yeah yeah). Hij loopt zo over van zelfvertrouwen dat het grappig is. Zondagochtend is het zover, we rijden naar het raceterrein in de duinen 70 km verderop en daar start David met z’n zoon David jr. als laatste. Omdat hij zo lang niet gereden heeft, is hij niet geclassificeerd.  Hij zet echter wonder boven wonder de tweede snelste tijd neer en mag daarom bij de “echte” race aan het eind van de middag als derde starten! Tussendoor ontmoeten we de rest van de familie en het raceteam, we eten mee met de BBQ en Davids vader (die ik standaard opa noem en hij mij Maxima) maakt het beste broodje vlees dat ik ooit at, met supermalse biefstuk, chorizo, gebakken paprika en ui, echt heerlijk! David zegt dat hij nog even met de organisator heeft gepraat en geregeld heeft dat de loterij die ze altijd doen in ons voordeel zal uitvallen zodat we een rondje mee mogen rijden met een racewagen (yeah yeah). De echte race is heel spannend, het duurt een half uur. De 14 auto’s rijden zo’n 15 rondjes door het mulle zand en het wisselt sterk wie er voor op ligt. Er komen er ook nog een paar met een lekke band of andere pech te staan, maar David en z’n zoon racen gestaag door, steeds dichter naar de eerste positie. We kijken elkaar aan, zou hij het echt gaan winnen? En ja hoor, hij wint!! We rennen naar de finish en zien de mannen op hun auto klimmen, elkaar omhelzen en juichen. David jr. is in tranen en z’n vader geeft me een knipoog en zegt “I told you I would win”, om vervolgens de beker en champagne in ontvangst te nemen. Wat een geweldige dag weer! Dat we de uitslag van de loterij niet hebben meegekregen, kwam omdat wij geen Spaans spreken en David toen net even lag te slapen, aldus David. (yeah yeah)


Voor de volgende dag heeft David zijn eigen monteur gevraagd om Michiel te helpen met het verwisselen van de olie. Ze werken samen de hele dag en de monteur wil niet meer hebben dan 40 euro. De olie (zo’n 70 liter) betalen we uiteraard zelf. We zijn heel blij dat dit nu geregeld is en we zijn heel dankbaar wat David allemaal voor ons betekend heeft, maar ondertussen zijn we er ook wel weer aan toe om verder op pad te gaan. Dus dat doen we. We lopen zodoende een aantal asado’s mis, maar dat is dan maar zo. Zowel David als Melanie zijn gelukkig niet beledigd en snappen het wel, ze zijn zelf ook fervente reizigers. Soms is het gewoon weer tijd om verder te gaan.


Dus zijn we gisteren verder naar het zuiden gereden, en hebben we overnacht in Mar Chiquita, een klein dorpje aan een grote lagune. Vandaag zijn we niet verder gekomen dan Mar del Plata, 30 km verder. Vanmorgen bleken de accu’s in het leefgedeelte het namelijk niet meer goed te doen. Dit kwam niet geheel onverwacht. Toen we de truck kochten waren de accu’s al 7 jaar oud en nu dus 10 jaar. Dat is ook zo’n beetje de maximale levensduur van de accu’s. Eigenlijk hadden we gewoon nieuwe moeten kopen, maar door verkeerde zuinigheid (hoewel het is wel ff 2000 euro waar we het over hebben) hebben we nu een uitdaging. Namelijk zulke accu’s vinden in Zuid Amerika. Of dat lukt lezen jullie in het volgende verslag! Van de politie hebben we trouwens geen centje last, we zijn geen ene keer aangehouden en er wordt vriendelijk door ze gezwaaid in het voorbij gaan. Misschien hebben ze opdracht om toeristen met rust te laten in deze economische slechte tijd voor Argentinië. Voor ons is het gunstig, we krijgen veel pesos voor onze euro en zodoende is het hier echt een stuk goedkoper. Nou hopelijk vinden we in Mar del Plata (de laatste grote stad voor we Patagonië in gaan) dus accu’s en ook voor een redelijke prijs, we gaan het zien.



Gaucho’s, mate en asados een rondje Uruguay.

De afgelopen twee weken hebben we Uruguay verkend. Zonder gids of reisboek (die melden alleen maar dat Uruguay geen hoogtepunten en geen bezienswaardigheden heeft) maar met behulp van alle tips en adviezen die we overal krijgen van enthousiaste en trotse bewoners van dit prachtige land. En dat we een hoop mooie dingen hebben gezien en veel leuke ervaringen hebben gehad, merk ik als ik de foto’s voor deze editie probeer te sorteren. Het zijn er gewoon te veel! Daarnaast laten we ons (vage) plan om naar zuid Brazilië te gaan, varen om nog wat langer van Uruguay te genieten. Het is hier ook heerlijk weer, iedere dag zon en gemiddeld zo’n 25 graden.


Vanaf de boerderij van Jan en Marieke vertrekken via de kust richting het noorden. Het is zo’n 300 km naar de grens van Brazilië, maar we nemen de tijd en doen er acht dagen over met een paar mooie tussenstops. Eerst gaan we naar Punta del Este. Ik had er nog nooit van gehoord maar het is een decadente badplaats a la Monaco/St Tropez die van december t/m februari afgeladen vol is met allerlei beroemdheden en de crème de la crème van de wereld. Nu is het er uitgestorven stil en zo bevalt het ons prima. We bezoeken Casa Pueblo, een bijzonder gebouw zonder hoeken, gemaakt door kunstenaar Carlos Páez Vilaró die ook prachtige schilderijen en keramieke figuren heeft gemaakt. Me gusta mucho! Ook maken we een wandeling over het schiereiland waar de stad op ligt. De stranden liggen bezaaid met gouden eieren ter grote van pingpong ballen, het is een surrealistisch gezicht. Later in het Museo del Mar leren we dat dit de eieren zijn van schelpen, zoiets als onze wulk, die hier veel voor de kust voorkomen. In de haven zwemmen zeeleeuwen in afwachting van het slachtafval van de visafslag en op de parkeerplaats vlakbij waar we ook de nacht doorbrengen worden we veel bezocht door nieuwsgierige passanten met allerlei vragen, wat een dagelijks ritueel wordt gedurende onze reis door Uruguay. De parkeerplaats blijkt ook een datingsite voor zo’n 50 plaatselijke papegaaitjes die druk kwetterend om elkaar heen draaien en duidelijk op zoek zijn naar een partner. Tja lente hé.


Voor de volgende nacht parkeren we weer aan de zee voor een paar miljoenenvilla’s, nu in La Barra, we genieten er gratis van hetzelfde uitzicht in onze eigen milliondollartruck waartoe ons huisje op wielen  verheven wordt door alle enthousiaste reacties en ook door ons zelf. Want wat bevalt dit goed en iedere dag zeggen we tegen elkaar dat het precies aan onze wensen voldoet en dat je meer eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Voor mijn gevoel zou ik zo de rest van m’n leven wel door kunnen en willen brengen. Ik hoef nooit te stofzuigen, bezempje erdoor en klaar.  Ik hoef geen was te doen, dat gaat naar de wasserette. Ik hoef minder te koken, uit eten is vaak goedkoper. De wereld is onze achtertuin, het uitzicht kiezen we zelf uit, we zijn dicht bij de natuur en zien veel dieren van dichtbij vanuit onze “mirador”. Maar goed uit ervaring weet ik dat ik over niet al te lange tijd heimwee krijg naar iedereen die me lief is in Nederland en dan zal ik wel weer anders piepen. We zien het wel. Voor nu alleen maar heel blij dat we doorgezet hebben en hier nu zijn met deze truck die zonder enige moeite over wasbordwegen, kuilen en gaten en door rivieren rijdt en echt voelt als een veilig en knus huis.


In de volgende twee dorpjes aan zee staan vuurtorens en uiteraard overnachten wij daarnaast want dat verhoogd ons thuisgevoel en ook daar is het uitzicht op zee natuurlijk weer prachtig. Naast de vele Urugayanen die ons ook daar weer bezoeken, komt er ook een Australische kreeftenvisser (type lang blond haar, jong, surfer, dude) langs. Hij eet een bord macaroni mee, we delen zijn fles wijn, wisselen reisverhalen uit en kijken samen de zonsondergang. Hij biedt me een blow aan (nee dank je), wiet is vrij verkrijgbaar in Uruguay, alleen niet voor toeristen. Hij vertelt dat hij het van een dankbare lifter heeft gekregen die hij een stuk mee heeft genomen in z’n huurauto waar hij ook in overnacht bij dezelfde vuurtoren als ons.


Cabo Polonia is ook een dorpje aan zee, alleen ligt dit 8 km van de weg. Om er te komen moet je dus lopen door het bos en de hoge duinen of meerijden met de “taxitrucks” die er om de twee uur rijden. We besluiten heen te lopen en terug met de truck te gaan. Het valt niet mee door het mulle zand en stiekem ben ik blij dat we geen toestemming hebben om met onze eigen truck te gaan. In het dorpje wonen veel creatievelingen, er staan allemaal gekleurde huisjes met muurschilderingen langs de zandpaadjes en er is een zeeleeuwenkolonie. We hebben er een leuke dag, eten chevice in een prachtige strandtent met muren bemozaiekt met schelpen. De rit met de taxitruck is ook gaaf, we zitten boven op het dak en rijden kilometers over het strand met de wind in onze haren.


In Punto del diablo blijven we drie nachten, het is liefde op het eerste gezicht. Prachtige kust (doet ons aan Australië denken) met rotsen en uitgestrekte stranden, een rollende blauwe zee, ook hier allerlei verschillende hutjes/huisjes, zandweggetjes maar net iets meer leven en infrastructuur als het vorige dorp. We maken lange wandelingen, zwemmen in de zee en kijken naar de surfers vanaf de bank. Als daarna het weer een paar dagen wat minder is, trekken we het binnenland in. Daar maken we een wandeling door de stromende regen in een ravijn (Quebrada de los Cuervos) en gaan op weg naar een vallei in het noorden van het land (Valle de Lunarejo) wat ons van meerdere kanten is aangeraden. Het rijden gaat niet snel, op z’n hardst 75 km per uur en de wegen zijn her en der erg slecht. We besluiten daarom het voor die dag voor gezien te houden en een plek langs de weg te zoeken om te overnachten. We vinden een zijweggetje dat openbaar lijkt en rijden langs een kleine chacra en twee km verder parkeren we in the middle of nowhere en zien donkere onweerswolken op ons afkomen. Even later komt er ook een jonge man met hond en een flink geweer (!) met grote passen door het weiland op ons af. Hij richt z’n geweer en voor we kunnen overleggen hoe we dit moeten interpreteren, schiet hij……...gelukkig in de lucht. Tja hier moeten we wel in actie komen, ik spreek het beste spaans en werk als vrouw hopelijk letterlijk ontwapenend dus verlaat m’n veilig huis en stap op de man af met een grote gefakete glimlach. Ik leg uit dat we toeristen zijn en of het ok is dat we daar de nacht doorbrengen. Het is natuurlijk helemaal geen probleem zegt Sebastiaan die zich ondertussen aan me heeft voorgesteld en ook een big smile heeft, maar dan een echte en hij legt uit dat hij op vogels en ratten jaagt voor het avondeten (voor zover ik z’n verhaal begrijp). Ik stel Michiel nog even aan hem voor, die nu ook uit de truck durft te komen, maar dan is m’n Spaans op en staan we nog een beetje naar elkaar te glimlachen. Met een “no pasa nada aqui” (er gebeurt hier niets, of te wel hier ben je veilig) neemt hij afscheid en wenst ons een goede reis voor morgen. Pffffeeew……


De volgende dag bezoeken we een oud gouddelversdorpje en lunchen daar in een hotel dat zo uit een western komt, ik krijg m’n koffie en melk in zilveren kannetjes. Daar is ook de oudste hydro-elektrische waterkrachtcentrale in Zuid Amerika (18 honderd zoveel), totaal verwaarloosd en spooky. In een stadje onderweg kopen we extra internet na wat rondvragen bij een mannetje die aan de weg zit met een klein tafeltje en een soort rekenmachine. Als we hem 5 euro geven, typt hij wat nummers in z’n rekenmachine en wonder boven wonder ontvangen we een sms-je dat we weer 3 Gb internet hebben. Eind van de middag bereiken we de vallei en rijden we een paar keer heen en weer door de rivier gewoon omdat het kan en omdat het leuk is dat het kan. Dit blijkt ook de beste plek om te overnachten (hoewel in een rivierbedding?). Michiel macgyvert nog even een lek luchtslangetje (wat is het toch een handige gozert!) en daarna doen we snel alles dicht want het stikt er van de muggen. Ik zoek op wikiloc (app met wandelingen) een leuke wandeling in de buurt, die blijkt 5 km verder en we rijden daar na het ontbijt naar toe en ik beleef daar één van mijn top tien perfecte dagen tot nu toe, alle juiste ingrediënten zijn aanwezig. Het begint met het vriendelijke ontvangst van Cesar die een kleine schapenfarm heeft (en camping blijkt later) bij de start van het wandelpad. Hij vertelt ons over de wandeling, geeft bruikbare tips, biedt aan om mee te gaan als gids maar vindt het ook helemaal goed als we aangeven liever zelf te wandelen. Hij blijkt zelf de routes op wikiloc te hebben gezet zodat je het ook zonder gids kan doen. Hij nodigt ons uit om

‘s avonds mee te eten met de asado, legt uit dat er nog meer gasten zijn (3 meiden in een tentje en 2 stellen in de cabana, allen uit Uruguay) en dat wij ook welkom zijn om te blijven overnachten. Dat klinkt goed en we zeggen toe dat we mee eten en blijven, en beginnen aan de wandeling, deze is zo’n 8 km en gaat door het bos de berg af de vallei in, daar komen we bij een rivierbedding met allemaal glinstersteentjes, alsof er geplaveid is met edelstenen. De wandeling eindigt bij een mooie waterval met meerdere etages en hier brengen we heerlijk de middag door met zwemmen en picknicken met de eigengemaakte pasta van de vorige dag. Vlinders en libellen vliegen om ons heen, er staat een zacht briesje, de zon schijnt en ik heb een spannend boek bij me en af en toe koelen we af in de poeltjes bij de waterval. Als we de berg in de namiddag weer terug op geklommen zijn wacht ons daar een koud biertje, een hangmat, een paar katten, ganzen en schapen, en een paar natuurgidsen waarin ik de vogels kan opzoeken die ik allemaal gezien heb. Cesar en Santiago stellen ons voor aan de andere gasten, voorzien ons van hapjes en drankjes en pakken er een paar gitaren bij en blijken echt goed te kunnen spelen en zingen. De zonsondergang is spectaculair en goed te zien vanaf de berg, het kampvuur gaat aan en de matebeker gaat rond. Tot grote hilariteit van het gezelschap heb ik nog nooit mate op en wordt uitgeroepen tot matemaagd Maria en natuurlijk moet ik worden “ontmaagd”. De mate smaakt naar groene thee en is best lekker, maar het is vooral het sociale aspect dat het leuk maakt, het rond gaan van de beker en niet iedereen bezopen aan het eind van de BBQ (heeft ook zo z’n charme). Ondertussen wordt er nog steeds prachtig gitaar gespeeld en gezongen, er wordt ook een cajon (drum) en een mondharmonica bij gehaald en vanuit het donker komt er ineens iemand al saxofoon spelend aanschuiven (waar komt die nou weer vandaan?), echt geweldig! De oranje gloed aan de horizon neemt af, de sterren fonkelen boven ons hoofd en aan de andere kant komt de bijna volle maan omhoog. Vuurvliegjes fonkelen in het weiland om ons heen, er wordt gezellig gekletst en gelachen, er gaan grote lappen vlees op het oude ijzeren bed dat boven de gloeiende kooltjes staat, er worden pizza’s gebakken op een ijzere plaat boven het vuur. Als ik twee liedjes op de gitaar doe, word ik van alle kanten gefilmd en gefotografeerd en krijg ik het grootste applaus ooit. Als we om 23.00 (!) eindelijk aan tafel zitten nuttigen we het heerlijke vlees en blijkt de saxofonist één Nederlands woord te kennen namelijk “koe”, dus eten we chorizo de koe en asado de koe, wat leuker is als je er bij bent besef ik me nu ik het zo opschrijf, hahaha. Daarna vallen we zeer voldaan in slaap om de volgende dag wakker te worden met het geblaat van de schapen en “no woman no cry” door de mannen op de gitaar. Het weiland stroomt ondertussen vol met dagjesmensen, die ook allemaal de camper natuurlijk willen zien en als Cesar en Santiago ook nog even binnen komen kijken, vinden ze m’n gitaar (zo heee een echte spaanse!) en geven spontaan een huiskamerconcertje in de camper, echt geweldig. We nemen afscheid met wederom omhelzingen en kussen en het ontroerd me diep dat we hier spontaan zo’n fijne tijd hebben gehad.


We reizen verder door het groene platteland met her en der struisvogels in de weiden, af en toe een dorpje van 3 straten en vele andere vogels in de rivieren en meertjes (o.a. ooievaars, lepelaars en grote roofvogels) en bereiken na twee dagen de thermale baden bij San Nicanor. Het is zondag dus erg druk met bbq-ende gezinnen, vossen lopen over de camping om te kijken of er wat te snaaien valt. We vermaken ons aan en in het zwembad en ik neem de tijd om de foto’s uit te zoeken en dit verhaal te schrijven. We proberen toch een beetje een plan te maken voor het vervolg, maar dat valt niet mee met zoveel te kiezen. Waarschijnlijk gaan we komende week richting Argentinië, maar of dat daadwerkelijk zo is, lezen jullie in het volgende verhaal!


(p.s. we genieten ook enorm van jullie reacties, dus ga daar vooral mee door! Wil je er dan wel de eerste letter van je achternaam bij vermelden, we blijken aardig wat mensen te kennen met dezelfde voornaam, thnx allen en tot de volgende maar weer, liefs en groetjes Michiel en Marieke)






2,5 weken "en el campo" (op het platteland)

Weer een nieuwe fase van onze reis is voorbij, namelijk het opstarten en wennen aan een nieuw continent en de truck reisklaar maken. Een betere plek dan op de chacra (boerderij) van Jan en Marieke hadden we ons niet kunnen wensen! Daar horen we alles wat we willen weten over Uruguay (en de omringende landen) en worden we ingeburgerd en klaargestoomd om onze verdere reis goed beslagen ten ijs te komen. Daarnaast doen we er de laatste klussen en is het er gewoon beregezellig en superrelaxed!


Op vrijdag 18 oktober kwamen we aan in Montevideo met de boot. Om 10 uur varen we de haven binnen. Voor we eindelijk de stad in rijden is het 17.00. Het lossen neemt veel tijd in beslag, daarna moeten we nog met alle campers door een hele grote scanner rijden, er wordt gezocht naar drugs. Hoe ze dat kunnen zien, is ons een raadsel, ze zien zelfs de motor niet in de garage staan en we attenderen de douane er maar even zelf op anders krijgen we geen stempel voor de motor en krijgen we problemen als we Uruguay straks weer uit willen. De stempel wordt zonder problemen gegeven en de sfeer is joviaal en vrolijk, geïnteresseerd vraagt de beambte of mijn oma Emmerentia heette en complimenteert me voor m’n verdere geboortenamen (Maria Rafaëlla), grappig. We nemen afscheid van de andere passagiers en maken nog een eerste en gelijk laatste groepsfoto, daarna gaat ieder z’n eigen kant op. Er was niet echt sprake van groepscohesie, ook niet na een maand op elkaars lip. Maar achteraf gezien hebben we toch met iedereen wel leuke gesprekken gevoerd (behalve met shark) en was het tof allemaal hetzelfde doel en dezelfde droom te hebben. Sowieso kijk ik na een paar weken op het vaste land een stuk positiever terug op de bootreis (en op de opvarenden), die toch echt wel héél gaaf was om mee te maken.


La Chacra Holandesa is een boerderijtje op het platteland van Atlantida, zo’n 5 kilometer van de kust en zo’n 50 kilometer van Montevideo. In een uurtje rijden we met het licht van de ondergaande zon langs de kust naar de plek van bestemming. We kijken onze ogen uit, veel mensen relaxen op de boulevard met een thermoskan onder hun arm en een theebeker met zilverkleurig rietje in hun hand. Her en der staan er mooie art-deco gebouwen. Het is zo fijn weer nieuwe input te hebben en met de truck te rijden. Er wordt regelmatig naar ons gezwaaid en getoeterd, wat we eerst interpreteren als waarschuwing dat we iets fout doen (Rijden we ergens wat niet mag? Staat ons licht wel aan? Missen we iets?) maar het blijkt gewoon enthousiasme over het buitenlandse nummerbord en de truck! Wat leuk, wat voelen we ons welkom! Ook bij de Chacra worden we zo enthousiast ontvangen, drie vrolijk blaffende en kwispelende honden en Jan en Marieke die ons letterlijk en figuurlijk met open armen en dikke zoenen het hek binnen laten en direct aan het bier en de hapjes zetten. We zijn nog maar een paar uur aan wal en vinden Uruguay al helemaal geweldig, wat de dagen er na alleen maar meer bevestigd wordt.


De volgende ochtend wordt ik wakker van de fluitende vogeltjes en de kraaiende haan, wat een genot. Ik gooi alle luiken open en verbaas me er weer over hoe gaaf gezicht dat is als alles open staat, super uitzicht en gelijk contact met de buitenwereld. De zon komt net op en schijnt door de grondmist over het groene platteland. Om ons heen niets anders dan weilanden met koeien en paarden. Over het zandpad, waar de boerderij aan ligt, komt in de verte een paard en ruiter aan, het is een gaucho (zuid Amerikaanse cowboy) compleet met schapenvacht op het zadel, hoge rijlaarzen en schuine baret op z’n hoofd. Vriendelijk zwaait hij gedag in het voorbij gaan en ik staar hem met open mond na. Het voelt alsof ik in een film beland ben. Na een lekker bord havermout (fijn ons eigen ontbijt weer maken) neemt Jan ons mee naar de markt voor de eerste inkopen en legt uit hoe e.e.a. werkt (nummertje trekken bij de groentekraam, ergens anders afrekenen, waar haal je kaas, waar je brood, wat is de beste wijn, welke slager is goed enz…). Ik koop van alles 200 gram, want dat is het enige dat ik in het Spaans kan zeggen en er wordt hier geen woord Engels gesproken! Toch lukt het goed om met die paar woorden uit de voeten te kunnen en de op de boot geleerde lessen werpen z’n vruchten af.


Voor de avond regelt Jan vlees voor de BBQ, we worden samen met het Nieuw-Zeelandse stel die er ook kamperen, uitgenodigd om mee te feesten met huisvriend Daniël die z’n vijftigste verjaardag viert op de boerderij. Ook hij (en tevens al zijn feestende vrienden en familie) ontvangen ons met een omhelzing en een zoen, gewoonte in Uruguay, aldus Jan. Er zijn empanadas (gevulde deegenvelopjes) en vooral heel veel vlees, 1 kilo de man! De fruitsalade die ik heb gemaakt wordt door de Uruguayanen niet gegeten, je gaat toch geen fruit eten als je vlees kunt eten! Gelukkig vinden de gringos en de kinderen ‘m wel lekker en gaat-ie toch nog op. De wijn vloeit rijkelijk, er is een vrolijke, uitgelaten sfeer en we worden overal bij betrokken. Goed voor ons Spaans. Al snel staat iedereen te dansen en gaat het feest tot in de kleine uurtjes door. Een aantal gasten blijft slapen in het airbnb huisje. En als ze de volgende ochtend vertrekken worden wij, de motor en de truck nog even op de film gezet, gewoon omdat ze het allemaal zo leuk vinden! Oh ja en ze hebben ook nog even met een paar man de motor uit de truck getild. En wij ons maar zorgen maken over hoe we dat zouden gaan fiksen.


De dagen worden gevuld met klusjes doen en de omgeving verkennen op de motor. We delen de camper (Marieke noemt het de keet met haar lekkere Twentse accent) handiger in. Michiel maakt een kledingkast, sluit de verwarming, de gasflessen en de achteruitkijkcamera aan, maakt stopcontacten en usb aansluitingen in de cabine, past de trap verder aan, hangt de brandblusser op, maakt verlichting in de garage en zorgt dat alle spiegels goed staan en vast zitten. Ik verf het laatste muurtje binnen nog een keer geel, probeer de oven en de magnetron uit (jaaaaa het werkt allemaal!), ga in m’n uppie op de motor een paar keer boodschappen doen in het dorp (wat ben ik blij dat ik dit kan en durf, helemaal gelukkig cross ik langs de knalgele bermen vol heerlijk geurende brem!) en knutsel een bordje voor in de tuin van drijfhout van het plaatselijke strand. Ook helpen we op de boerderij met wat klusjes, ik maai het gras (doe daar 2 dagen over en na een week is het alweer nodig!), en laat de honden uit en Michiel helpt bij het verplaatsen en opnieuw zetten van een afrastering om de paardenwei. Ook worden we een paar keer aangesteld als campinghouders als Jan en Marieke een middag of een avondje weg gaan. Heel druk is dat niet, want de helft van de dagen zijn we de enigen kampeerders. Naast de Nieuw-Zeelanders, die maar twee nachten blijven, zijn er ook nog een Duits stel, een Italiaans stel en een Belgisch stel voor een paar nachten. We eten gezamenlijk onder de grote overkapping en dat gaat heel gemoedelijk en gezellig. Iedereen brengt wat ter tafel qua eten en qua verhalen en op één van de avonden is er zelfs een heus darttoernooi met Michiel als winnaar. Ook hierbij vloeit de wijn rijkelijk, iedere avond wel eigenlijk en ik kies er regelmatig voor om na het eten lekker m’n boek te gaan lezen in “de keet” om te voorkomen dat er nog meer kilo’s bij vliegen door een te hoge alcoholconsumptie. Iets waar Michiel geen last van heeft, de boffert. Hij brengt dan ook vele avonden pimpelend met Jan door waarbij de sterke verhalen over en weer uitgewisseld worden en er veel gelachen wordt.


Ik geniet enorm van alle dieren om ons heen, wat heb ik die gemist aan boord. Er zijn drie honden die het gek genoeg heel leuk vinden om aan de lijn uitgelaten te worden terwijl ze een groot erf hebben waar ze los kunnen lopen en kunnen doen wat ze willen. Twee kroelkatten, vier paarden, een enorm varken met de mooie naam Snitzel, een grote schare kippen en kuikens (en dus verse eieren) en heel veel verschillende vogels. De lapwings, een soort kievieten, die hun eieren en jongen schreeuwend verdedigen boven de weiden. Statige ibissen die met hun kromme snavel ook bijzondere geluiden produceren. Zwermen groene papagaaitjes die een tropisch tintje aan het polderlandschap verschaffen. Ovenbirds met hun ronde nesten van klei en discussies voor de deur wie van de twee er voor het eten moet zorgen. En natuurlijk de kroelende uiltjes die ik iedere ochtend vanaf de bank kan observeren als ze op hun uitkijkbergje staan rond te kijken en hun nest in de grond prepareren nu de lente hier begint. Regelmatig komen er mensen te paard voorbij (meer dan auto’s) en Marieke nodigt me uit om ook een ritje te maken wat we op een mooie zonnige middag dan ook doen. Het is zeker 20 jaar geleden dat ik m’n laatste buitenrit heb gedaan en we houden het dan ook gewoon bij lekker stappen door het mooie landschap, wat super fijn om dit weer eens te kunnen doen!


We gaan ook nog een dagje terug naar Montevideo, we staan veel te laat op, nemen de bus die bij 85 haltes stopt (maar wel live gitaarmuziek onderweg!) en komen dus vrij laat aan in de stad. We hebben hierdoor maar een paar uur en gaan bij de plaatselijke VVV vragen wat er allemaal te zien is. “Nou niet zoveel” zegt het meisje achter de balie. Ook kan ze ons niet uitleggen hoe en waar we internet op onze simkaart kunnen regelen. Die heeft dus het verkeerde beroep gekozen! Dus nemen we de gratis kaart mee en dwalen door het voetgangersgebied met leuke winkeltjes en restaurantjes. Gelukkig heeft Marieke ons een goed restaurant getipt en daar genieten we van een heerlijke lunch. Bijzonder is dat als je met je creditcard betaalt je gelijk je tax weer terugkrijgt, dus ben je een stuk minder kwijt dan de prijs die op de menukaart staat. Nu is uit eten toch al niet zo duur, voor 10 euro pp heb je een goede maaltijd met een paar biertjes. De boodschappen daarentegen zijn schreeuwend duur, brood, fruit, kaas is zelfs 2 soms 3x zo duur als in Nederland! Wijn en vlees (de plaatselijke producten) zijn echter wel weer wat goedkoper dan bij ons.


Naarmate de dagen voorbij gaan, raken de klusjes aan de camper op. We gaan langzaam eens nadenken over waar we heen zullen gaan. Het is bijzonder om zonder plan op reis te zijn en zoveel tijd te hebben. We beseffen ons ineens dat we nog nooit zo lang op één plek op vakantie zijn geweest! Als de vogeltjes nestjes beginnen te bouwen in de dubbele uitlaatpijpen van de truck en ik zonder te kijken kan zeggen wie er langs rijdt in de auto of op de brommer, weten we dat het tijd is om te gaan. We horen echter van Jan dat er een paar dagen later een jaarlijks festival (een soort vestingdagen) in Atlantida is. Hierbij draait alles om de gauchocultuur en iedereen komt in z’n beste kleding op z’n paard naar het strand om daar een optocht te starten door het dorp en te eindigen op een pleintje/veld vlak bij onze chacra waar dan behendigheidswedstrijden zijn, een braderie is en live muziek gespeeld wordt. We besluiten dat we dat nog wel graag willen meemaken en het is een geweldige dag met meer dan honderd paarden en gauchos, zo mooi op het strand! Er is geen toerist te bekennen (behalve wij) en we schieten mooie plaatjes en completeren de mooie herinneringen die we zullen hebben aan Atlantida, een gemoedelijk dorp aan het strand met mooie riviermonding en prachtig achterliggend platteland en altijd zwaaiende mensen en grote verscheidenheid aan vogels en niet te vergeten La Chacra Holandesa met z’n gastvrije bewoners, zowel mens als dier. Het was fijn zo.









In een roestbak de oceaan over.

“In een roestbak de oceaan over” stond er boven een artikel dat maanden op m’n prikbord in de keuken hing. Het artikel ging over de boottocht op een vrachtschip van Grimaldi van Montevideo naar Antwerpen. Ik kon me maar niet voorstellen dat ik ooit op een dag aan zo’n zelfde tocht zou beginnen, wat een avontuur! Bij het inlezen en regelen van deze reis, kwam ik allerlei verontrustende foto’s en verhalen tegen van omgevallen en op de kust gelopen schepen van Grimaldi. Na het boeken van onze tickets, zonk er zelfs nog eentje voor de kust van Bretagne onderweg naar Montevideo en kwam het door ons in eerste instantie geboekte schip aan de ketting te liggen in Dakar i.v.m. cocaïnesmokkel. Ik heb mijn sterke voorgevoel om maar niet op de boot te stappen ferm onderdrukt en verleden maand letterlijk m’n angsten overboord gegooid en toch maar ingecheckt op de Grande Amburgo.


We zijn nu een maand verder, wow en wat een avontuur was het inderdaad, van zeer afwisselend tot dodelijk saai en alles er tussen in. Zou ik het nog een keer doen? Nee. Heb ik spijt? Absoluut niet!! Lees hieronder hoe het was en laat me weten of je ook zou gaan.


Donderdagavond 19 september worden om precies 0.00 uur de trossen los gegooid in Antwerpen. Ik ben de enige passagier op het bovendek die onze reis daadwerkelijk ziet beginnen. De rest ligt al te slapen. Michiel slaapt sowieso veel de eerste dagen, de andere passagiers, 3 Fransen, zien we bij de maaltijden en bij mooi weer aan dek. Gelukkig spreken ze goed Engels en bezitten ze een goede dosis humor, gezellig! De eerste dagen varen we door wouden van windmolens naar Hamburg. Daar mogen we een paar uurtjes van boord de stad in. Bij terugkomst heeft de rest van de passagiers zich ingecheckt, 7 Duitsers waar we de hele reis maar geen echt contact mee op kunnen bouwen, zelfs niet als we een rondje bier regelen bij de kok of andere gezamenlijke activiteiten proberen (puzzelen, karaoke, reisplannen bespreken, de steden bezoeken waar we aanmeren). Ze doen nergens aan mee en blijven stug Duits praten in ons bijzijn. Jammer. Pas de laatste dagen ontdooien ze een beetje.


Naast de 12 passagiers zijn er ook nog zo’n 20 Filipijnse werkmannen en 10 Italiaanse officieren aan boord. Ook met hen hebben we niet heel veel contact. Ze zijn vaak druk aan het werk en m.n. de officieren lijken het vooral lastig te vinden dat er ook nog 12 passagiers aanwezig zijn. We hebben onze eigen steward toegewezen gekregen, Vincenzo, die iedere ochtend onze kamer schoonmaakt en ons ‘s middags bedient bij zowel de 4 gangen lunch als het 4 gangen diner. Wat een luxe! De kok, Nicola, is een Italiaan uit Napels die al 40 jaar op schepen kookt en ons dus unbelievable verwent met z’n kookkunsten. Hij lijkt zo weg gelopen uit de muppetshow met z’n wilde bos haar, grote snor, zwart/wit geruite broek, vlekkerige hemd en peuk in z’n mond. Maar koken kan hij en ondanks dat we iedere dag sporten en/of minimaal 1 a 2 uur per dag “kustwandelingen” maken op het bovendek, vliegen de kilo’s er aan. (en dan drink ik nog niet eens de halve liter wijn die we iedere dag bij de maaltijd krijgen!).


Onze dagen vullen zich rondom de maaltijden (7.30 ontbijt, 11.00 lunch, 18.00 diner) met sporten, lezen, puzzelen, film/series kijken, gitaar spelen, Spaans leren, maar vooral heel veel aan dek naar de zee turen, al wandelend of vanuit hangmat en luie stoel, en ik kan zeggen dat dat nooit verveeld! Het is iedere dag weer anders. De kleur van de zee wisselt van de grauwe Noordzee naar de stralend blauwe en doorzichtige zee bij de Canarische eilanden, tot de bruine zee voor de kust van Brazilië waar veel rivieren uitmonden. Ook zijn er veel mooie luchten te zien, zonsondergangen, regenbogen, hoge cumuluswolken, strakblauwe hemels, prachtige sterren maar ook potdichte mist. En dan is er natuurlijk nog het leven in en om de zee, grote scholen dolfijnen die spelen op de boeggolven, vliegende vissen die echt wonderlijk ver komen door de lucht, Jan van Genten die azen op de vliegende vissen, vlinders, schildpadden (altijd met z’n tweeën), fregatvogels, een sunfish (heel bijzondere vis, nog nooit eerder gezien!), een witte walvis, bultruggen en zelfs 2 orka’s!


Bij de golf van Biskaje komen we terecht in een storm 8 bft, het schip deint behoorlijk heen en weer, iedereen voelt zich een beetje katterig en is er stil van. Maar niemand is echt ziek en bij mij werken de zeeziekpillen prima. De rest van de reis verloopt redelijk kalm en het waait nergens meer zo hard als in die eerste week. Vanaf Hamburg varen we dezelfde weg weer terug langs de noordwest kust van Nederland om 8 dagen later Dakar binnen te varen. De volgende dag mogen we een dagje van boord, wat een heerlijkheid! Het ruikt er zalig naar land, nooit geweten dat je dat kunt ruiken. Het stoffige zand in de straten, de kruiden van de markt, het fruit, kookluchtjes, heerlijk om weer even aan land te zijn. De Duitsers blijven aan boord (zoals in alle volgende havens), lekker veilig. Michiel en ik bezoeken Ile de Goree, een klein eilandje voor de kust van Senegal vol koloniale huizen, keienstraatjes, geen verkeer, soezende katten, prachtige vrouwen in kleurige gewaden, baobabbomen, veel kunstenaars en een superrelaxte sfeer. Het is warm en de zon schijnt, we steken erg wit af bij de plaatselijke bevolking als we eind van de middag een verfrissende duik nemen, nieuwsgierige kinderen raken me stiekem aan onder water. We zijn 3 uurtjes op het eiland, maar het voelt als een lang weekend, zo blij dat we gegaan zijn!


Daarna volgen weer 6 dagen op zee, wat dan ineens toch wel erg veel niets is. Het enige heugelijke dat er gebeurt is dat we de evenaar passeren en dat we dit moment mee mogen maken op de brug. Een paar jonge officieren krijgt een plens water over zich heen van Neptunus (gespeeld door het enige Braziliaanse bemanningslid, die overigens wel heel aardig en spraakzaam is) en ook de passagiers worden gedoopt. We krijgen zelfs een certificaat van de kapitein met daarin onze nieuwe zeenamen shrimp (ik) en tuna (Michiel). De enige naam die blijft hangen is shark voor de stugge Duitse vrouw van wie ik als enige haar eigen naam niet kan onthouden, dat heeft de kapitein goed uitgekozen.


Op maandagochtend 7 oktober staan we allemaal met onze verrekijker aan dek omdat we weten dat we Zuid Amerika naderen. We zijn nu totaal 19 dagen onderweg en hunkeren naar land, even internetten, even lopen, even wat anders, input! Maar voordat we land zien, zien we eerst nog zo’n 40 bultruggen die ons met hun grote vinnen al flappend op het water welkom heten in de “nieuwe wereld”. Prachtig!! En dan eindelijk land! We zien mooie bergen bedekt met jungle de zee in rollen , hagelwitte stranden en een hoge brug in de verte die de monding van de rivier bij Vitoria overbrugd en waar wij onderdoor getrokken worden door twee sleepboten. We kijken onze ogen uit,  een bruisende stad met wolkenkrabbers maar ook kleine gekleurde huisjes in de favela’s, de sloppenwijken in de buurt van de haven. We kunnen de boot niet af. We zijn er te kort. Jaloers kijk ik naar de joggers in het park en het dagelijkse leven aan de overkant van de rivier waar we aangemeerd liggen. Vannacht varen we naar Rio de Janeiro, hopelijk kunnen we er daar wel af.


Rio is één van de meest tot de verbeelding sprekende steden ter wereld. De screensaver van de computer op m’n werk was een foto van de bergen en baai rondom Rio. Tjonge wat ben ik daar vaak bij weg gedroomd en dat ik de maanden, weken en uiteindelijk de dagen telde dat ik daadwerkelijk die kant op zou gaan! Als ik de volgende ochtend wakker word, spring ik dan ook gelijk m’n bed uit om mijn screensaverworld in werkelijkheid te zien. Het regent echter pijpenstelen, de bewolking hangt laag en de boot ligt aangemeerd in een lelijk havengebied naast grauwe en volle viaducten. Hmmmmm niet helemaal wat ik er van verwacht had. We mogen even van boord en komen uiteindelijk (door tijdgebrek) niet verder dan het busstation, waar we gelukkig nog wel een paar simkaarten scoren en zodoende eindelijk weer contact kunnen hebben met de rest van de wereld. Het blijft de hele dag kletteren van de regen, maar vlak voor het donker wordt, trekt de bewolking wat omhoog en door de optrekkende flarden zie ik vanaf de boot toch nog even de Cristo Redentor, het monumentale christus beeld dat met z’n armen gespreid de grootte van Rio lijkt aan te wijzen. Erg indrukwekkend! Leuk ook dat m’n boek (de zeven zussen) precies hier speelt en over het beeld gaat, nooit geweten dat het helemaal gemozaïekt is.


De volgende dag meren we aan in Santos na een prachtige tocht langs de zuidkust van Brazilië. Het is heerlijk weer, we zien vissersbootjes, nog meer walvissen en her en der eilandjes voor de kust. We mogen in de stad weer een paar uurtjes van boord, gelukkig liggen we vlak bij het oude centrum waar we met een oud trammetje langs de vergane glorie van de hoogtijdagen in de koffiehandel rijden. ‘s Nachts varen we weer verder, nu richting Paranagua. Echter als we de volgende middag vlakbij zijn, mindert de boot ineens vaart en gaat voor anker op zee waar we vervolgens 3 dagen in de mist liggen! Het is weekend/feestdag dus het werk in de haven ligt stil, geen pilots, geen sleepboten enz…. Nou ik kan jullie verzekeren dat waren drie hele lange dagen met als enige hoogtepunt een paar grote groene libellen aan boord. We zijn ondertussen ook wel zo’n beetje uitgepraat met de andere passagiers na bijna vier weken op elkaars lip. Gelukkig hebben we af en toe een vleugje internet vanaf de kust die verborgen ligt in een dikke grijze deken. Mijn Spaans gaat met sprongen vooruit, dat dan weer wel.


Maandag 14 oktober liggen we dan eindelijk weer in een haven en mogen we zelfs de stad in tot 17.00 uur, wat een feest!! Wel duurt het bijna twee uur voor we door de havenpoort en de douane heen zijn, maar dat hebben we er echt wel voor over. Paranagua heeft een liefelijk, rustig oud centrum met pastelkleurige huizen en gietijzeren balkonnetjes, het ligt aan een mooie rivier met mangrove waar kano’s en vissersbootjes af en aan varen. De zon schijnt weer, de wind waait zachtjes door de palmbomen, er zwemmen rivierdolfijnen voorbij. We bestellen een paar grote pullen bier op het terras bij de mercado en genieten van schalen vol vers zeevoedsel. Zo voel ik me weer helemaal in m’n element, mooi plaatsje ontdekken, lekker eten, precies de goede temperatuur, kleuren en geuren en m’n maatje die weer helemaal opleeft. Helaas komt aan deze mooie dag ook weer een eind en de volgende dag voelt totaal tegenovergesteld. Regen, harde wind, onduidelijk waarom we nog niet vertrokken zijn of wanneer we gaan vertrekken, kranen in de haven stuk, pilots die niet uit durven varen vanwege de wind, computersysteem dat niet werkt en daardoor 43 containers kwijt enz enz….. Uiteindelijk vertrekken we pas de dag er na. Ik reken uit dat we nog zeker een week te gaan hebben. We zijn wel in de buurt van onze eindbestemming, maar de route bepaalt nou eenmaal dat we eerst naar Zarate in Argentinië varen en dan pas naar Montevideo. Ook horen we dat er gestaakt wordt in Zarate. Pfffff het kan dus nog wel eens veel langer gaan duren voor we eindelijk weer in onze truck kunnen gaan rijden. Iets waar we steeds meer naar uitkijken.


Als we uitvaren miezert het nog steeds en staat er nog een flinke deining van de afgelopen storm. Geen weer om op dek te zijn, dus zitten we weer verplicht in onze hut zonder raam waar we, suf van het geschommel, veel slapen. Michiel komt in de gang de zwijgzame kapitein tegen die we normaal nauwelijks zien. Hij houdt Michiel aan en zegt goed nieuws te hebben, namelijk dat we  eerst in Montevideo stoppen i.p.v. doorvaren naar Zarate! Dat betekent dat we overmorgen al aankomen i.p.v. volgende week!! Daarna klaart de stemming bij iedereen, zowel passagiers als de bemanning, aanzienlijk op. Ik begin met het uitzoeken van de foto’s voor op de site, pak m’n spullen in, haal de fotoslingers van de muur en schrijf dit verhaal. Als ik het zo terug lees is de tijd toch eigenlijk best wel gevlogen en hebben we veel meegemaakt en gezien voor een maand “heel veel niets”. Ik heb 8 boeken gelezen, 4 puzzels gemaakt, veel Spaans, Frans, Engels en een beetje Portugees gesproken en geleerd, (bijna) iedere dag gesport, 60 warme maaltijden op, 2x per dag vers fruit op, gezien hoe het werkt op een vrachtschip, heel veel Porsches en Jaguars uitgeladen zien worden, 3 BHV oefeningen gedaan, in een reddingsboot gezeten, veel buiten geleefd, lekker bruin geworden, uitgerust, 7 havensteden bezocht, veel zeeleven gezien en buiten de stugge Duitsers en de serieuze officieren veel lol gehad met de anderen, veel gezongen, muziek gemaakt en geluisterd en me welkom gevoeld (zwaaiende walvissen en supervriendelijke, behulpzame en goedlachse Brazilianen) in die nieuwe wereld die we de komende maanden verder gaan ontdekken. Kannie wachten!!