In een roestbak de oceaan over.
āIn een roestbak de oceaan overā stond er boven een artikel dat maanden op mān prikbord in de keuken hing. Het artikel ging over de boottocht op een vrachtschip van Grimaldi van Montevideo naar Antwerpen. Ik kon me maar niet voorstellen dat ik ooit op een dag aan zoān zelfde tocht zou beginnen, wat een avontuur! Bij het inlezen en regelen van deze reis, kwam ik allerlei verontrustende fotoās en verhalen tegen van omgevallen en op de kust gelopen schepen van Grimaldi. Na het boeken van onze tickets, zonk er zelfs nog eentje voor de kust van Bretagne onderweg naar Montevideo en kwam het door ons in eerste instantie geboekte schip aan de ketting te liggen in Dakar i.v.m. cocaĆÆnesmokkel. Ik heb mijn sterke voorgevoel om maar niet op de boot te stappen ferm onderdrukt en verleden maand letterlijk mān angsten overboord gegooid en toch maar ingecheckt op de Grande Amburgo.
We zijn nu een maand verder, wow en wat een avontuur was het inderdaad, van zeer afwisselend tot dodelijk saai en alles er tussen in. Zou ik het nog een keer doen? Nee. Heb ik spijt? Absoluut niet!! Lees hieronder hoe het was en laat me weten of je ook zou gaan.
Donderdagavond 19 september worden om precies 0.00 uur de trossen los gegooid in Antwerpen. Ik ben de enige passagier op het bovendek die onze reis daadwerkelijk ziet beginnen. De rest ligt al te slapen. Michiel slaapt sowieso veel de eerste dagen, de andere passagiers, 3 Fransen, zien we bij de maaltijden en bij mooi weer aan dek. Gelukkig spreken ze goed Engels en bezitten ze een goede dosis humor, gezellig! De eerste dagen varen we door wouden van windmolens naar Hamburg. Daar mogen we een paar uurtjes van boord de stad in. Bij terugkomst heeft de rest van de passagiers zich ingecheckt, 7 Duitsers waar we de hele reis maar geen echt contact mee op kunnen bouwen, zelfs niet als we een rondje bier regelen bij de kok of andere gezamenlijke activiteiten proberen (puzzelen, karaoke, reisplannen bespreken, de steden bezoeken waar we aanmeren). Ze doen nergens aan mee en blijven stug Duits praten in ons bijzijn. Jammer. Pas de laatste dagen ontdooien ze een beetje.
Naast de 12 passagiers zijn er ook nog zoān 20 Filipijnse werkmannen en 10 Italiaanse officieren aan boord. Ook met hen hebben we niet heel veel contact. Ze zijn vaak druk aan het werk en m.n. de officieren lijken het vooral lastig te vinden dat er ook nog 12 passagiers aanwezig zijn. We hebben onze eigen steward toegewezen gekregen, Vincenzo, die iedere ochtend onze kamer schoonmaakt en ons ās middags bedient bij zowel de 4 gangen lunch als het 4 gangen diner. Wat een luxe! De kok, Nicola, is een Italiaan uit Napels die al 40 jaar op schepen kookt en ons dus unbelievable verwent met zān kookkunsten. Hij lijkt zo weg gelopen uit de muppetshow met zān wilde bos haar, grote snor, zwart/wit geruite broek, vlekkerige hemd en peuk in zān mond. Maar koken kan hij en ondanks dat we iedere dag sporten en/of minimaal 1 a 2 uur per dag ākustwandelingenā maken op het bovendek, vliegen de kiloās er aan. (en dan drink ik nog niet eens de halve liter wijn die we iedere dag bij de maaltijd krijgen!).
Onze dagen vullen zich rondom de maaltijden (7.30 ontbijt, 11.00 lunch, 18.00 diner) met sporten, lezen, puzzelen, film/series kijken, gitaar spelen, Spaans leren, maar vooral heel veel aan dek naar de zee turen, al wandelend of vanuit hangmat en luie stoel, en ik kan zeggen dat dat nooit verveeld! Het is iedere dag weer anders. De kleur van de zee wisselt van de grauwe Noordzee naar de stralend blauwe en doorzichtige zee bij de Canarische eilanden, tot de bruine zee voor de kust van BraziliĆ« waar veel rivieren uitmonden. Ook zijn er veel mooie luchten te zien, zonsondergangen, regenbogen, hoge cumuluswolken, strakblauwe hemels, prachtige sterren maar ook potdichte mist. En dan is er natuurlijk nog het leven in en om de zee, grote scholen dolfijnen die spelen op de boeggolven, vliegende vissen die echt wonderlijk ver komen door de lucht, Jan van Genten die azen op de vliegende vissen, vlinders, schildpadden (altijd met zān tweeĆ«n), fregatvogels, een sunfish (heel bijzondere vis, nog nooit eerder gezien!), een witte walvis, bultruggen en zelfs 2 orkaās!
Bij de golf van Biskaje komen we terecht in een storm 8 bft, het schip deint behoorlijk heen en weer, iedereen voelt zich een beetje katterig en is er stil van. Maar niemand is echt ziek en bij mij werken de zeeziekpillen prima. De rest van de reis verloopt redelijk kalm en het waait nergens meer zo hard als in die eerste week. Vanaf Hamburg varen we dezelfde weg weer terug langs de noordwest kust van Nederland om 8 dagen later Dakar binnen te varen. De volgende dag mogen we een dagje van boord, wat een heerlijkheid! Het ruikt er zalig naar land, nooit geweten dat je dat kunt ruiken. Het stoffige zand in de straten, de kruiden van de markt, het fruit, kookluchtjes, heerlijk om weer even aan land te zijn. De Duitsers blijven aan boord (zoals in alle volgende havens), lekker veilig. Michiel en ik bezoeken Ile de Goree, een klein eilandje voor de kust van Senegal vol koloniale huizen, keienstraatjes, geen verkeer, soezende katten, prachtige vrouwen in kleurige gewaden, baobabbomen, veel kunstenaars en een superrelaxte sfeer. Het is warm en de zon schijnt, we steken erg wit af bij de plaatselijke bevolking als we eind van de middag een verfrissende duik nemen, nieuwsgierige kinderen raken me stiekem aan onder water. We zijn 3 uurtjes op het eiland, maar het voelt als een lang weekend, zo blij dat we gegaan zijn!
Daarna volgen weer 6 dagen op zee, wat dan ineens toch wel erg veel niets is. Het enige heugelijke dat er gebeurt is dat we de evenaar passeren en dat we dit moment mee mogen maken op de brug. Een paar jonge officieren krijgt een plens water over zich heen van Neptunus (gespeeld door het enige Braziliaanse bemanningslid, die overigens wel heel aardig en spraakzaam is) en ook de passagiers worden gedoopt. We krijgen zelfs een certificaat van de kapitein met daarin onze nieuwe zeenamen shrimp (ik) en tuna (Michiel). De enige naam die blijft hangen is shark voor de stugge Duitse vrouw van wie ik als enige haar eigen naam niet kan onthouden, dat heeft de kapitein goed uitgekozen.
Op maandagochtend 7 oktober staan we allemaal met onze verrekijker aan dek omdat we weten dat we Zuid Amerika naderen. We zijn nu totaal 19 dagen onderweg en hunkeren naar land, even internetten, even lopen, even wat anders, input! Maar voordat we land zien, zien we eerst nog zoān 40 bultruggen die ons met hun grote vinnen al flappend op het water welkom heten in de ānieuwe wereldā. Prachtig!! En dan eindelijk land! We zien mooie bergen bedekt met jungle de zee in rollen , hagelwitte stranden en een hoge brug in de verte die de monding van de rivier bij Vitoria overbrugd en waar wij onderdoor getrokken worden door twee sleepboten. We kijken onze ogen uit, een bruisende stad met wolkenkrabbers maar ook kleine gekleurde huisjes in de favelaās, de sloppenwijken in de buurt van de haven. We kunnen de boot niet af. We zijn er te kort. Jaloers kijk ik naar de joggers in het park en het dagelijkse leven aan de overkant van de rivier waar we aangemeerd liggen. Vannacht varen we naar Rio de Janeiro, hopelijk kunnen we er daar wel af.
Rio is ƩƩn van de meest tot de verbeelding sprekende steden ter wereld. De screensaver van de computer op mān werk was een foto van de bergen en baai rondom Rio. Tjonge wat ben ik daar vaak bij weg gedroomd en dat ik de maanden, weken en uiteindelijk de dagen telde dat ik daadwerkelijk die kant op zou gaan! Als ik de volgende ochtend wakker word, spring ik dan ook gelijk mān bed uit om mijn screensaverworld in werkelijkheid te zien. Het regent echter pijpenstelen, de bewolking hangt laag en de boot ligt aangemeerd in een lelijk havengebied naast grauwe en volle viaducten. Hmmmmm niet helemaal wat ik er van verwacht had. We mogen even van boord en komen uiteindelijk (door tijdgebrek) niet verder dan het busstation, waar we gelukkig nog wel een paar simkaarten scoren en zodoende eindelijk weer contact kunnen hebben met de rest van de wereld. Het blijft de hele dag kletteren van de regen, maar vlak voor het donker wordt, trekt de bewolking wat omhoog en door de optrekkende flarden zie ik vanaf de boot toch nog even de Cristo Redentor, het monumentale christus beeld dat met zān armen gespreid de grootte van Rio lijkt aan te wijzen. Erg indrukwekkend! Leuk ook dat mān boek (de zeven zussen) precies hier speelt en over het beeld gaat, nooit geweten dat het helemaal gemozaĆÆekt is.
De volgende dag meren we aan in Santos na een prachtige tocht langs de zuidkust van BraziliĆ«. Het is heerlijk weer, we zien vissersbootjes, nog meer walvissen en her en der eilandjes voor de kust. We mogen in de stad weer een paar uurtjes van boord, gelukkig liggen we vlak bij het oude centrum waar we met een oud trammetje langs de vergane glorie van de hoogtijdagen in de koffiehandel rijden. ās Nachts varen we weer verder, nu richting Paranagua. Echter als we de volgende middag vlakbij zijn, mindert de boot ineens vaart en gaat voor anker op zee waar we vervolgens 3 dagen in de mist liggen! Het is weekend/feestdag dus het werk in de haven ligt stil, geen pilots, geen sleepboten enzā¦. Nou ik kan jullie verzekeren dat waren drie hele lange dagen met als enige hoogtepunt een paar grote groene libellen aan boord. We zijn ondertussen ook wel zoān beetje uitgepraat met de andere passagiers na bijna vier weken op elkaars lip. Gelukkig hebben we af en toe een vleugje internet vanaf de kust die verborgen ligt in een dikke grijze deken. Mijn Spaans gaat met sprongen vooruit, dat dan weer wel.
Maandag 14 oktober liggen we dan eindelijk weer in een haven en mogen we zelfs de stad in tot 17.00 uur, wat een feest!! Wel duurt het bijna twee uur voor we door de havenpoort en de douane heen zijn, maar dat hebben we er echt wel voor over. Paranagua heeft een liefelijk, rustig oud centrum met pastelkleurige huizen en gietijzeren balkonnetjes, het ligt aan een mooie rivier met mangrove waar kanoās en vissersbootjes af en aan varen. De zon schijnt weer, de wind waait zachtjes door de palmbomen, er zwemmen rivierdolfijnen voorbij. We bestellen een paar grote pullen bier op het terras bij de mercado en genieten van schalen vol vers zeevoedsel. Zo voel ik me weer helemaal in mān element, mooi plaatsje ontdekken, lekker eten, precies de goede temperatuur, kleuren en geuren en mān maatje die weer helemaal opleeft. Helaas komt aan deze mooie dag ook weer een eind en de volgende dag voelt totaal tegenovergesteld. Regen, harde wind, onduidelijk waarom we nog niet vertrokken zijn of wanneer we gaan vertrekken, kranen in de haven stuk, pilots die niet uit durven varen vanwege de wind, computersysteem dat niet werkt en daardoor 43 containers kwijt enz enzā¦.. Uiteindelijk vertrekken we pas de dag er na. Ik reken uit dat we nog zeker een week te gaan hebben. We zijn wel in de buurt van onze eindbestemming, maar de route bepaalt nou eenmaal dat we eerst naar Zarate in ArgentiniĆ« varen en dan pas naar Montevideo. Ook horen we dat er gestaakt wordt in Zarate. Pfffff het kan dus nog wel eens veel langer gaan duren voor we eindelijk weer in onze truck kunnen gaan rijden. Iets waar we steeds meer naar uitkijken.
Als we uitvaren miezert het nog steeds en staat er nog een flinke deining van de afgelopen storm. Geen weer om op dek te zijn, dus zitten we weer verplicht in onze hut zonder raam waar we, suf van het geschommel, veel slapen. Michiel komt in de gang de zwijgzame kapitein tegen die we normaal nauwelijks zien. Hij houdt Michiel aan en zegt goed nieuws te hebben, namelijk dat we eerst in Montevideo stoppen i.p.v. doorvaren naar Zarate! Dat betekent dat we overmorgen al aankomen i.p.v. volgende week!! Daarna klaart de stemming bij iedereen, zowel passagiers als de bemanning, aanzienlijk op. Ik begin met het uitzoeken van de fotoās voor op de site, pak mān spullen in, haal de fotoslingers van de muur en schrijf dit verhaal. Als ik het zo terug lees is de tijd toch eigenlijk best wel gevlogen en hebben we veel meegemaakt en gezien voor een maand āheel veel nietsā. Ik heb 8 boeken gelezen, 4 puzzels gemaakt, veel Spaans, Frans, Engels en een beetje Portugees gesproken en geleerd, (bijna) iedere dag gesport, 60 warme maaltijden op, 2x per dag vers fruit op, gezien hoe het werkt op een vrachtschip, heel veel Porsches en Jaguars uitgeladen zien worden, 3 BHV oefeningen gedaan, in een reddingsboot gezeten, veel buiten geleefd, lekker bruin geworden, uitgerust, 7 havensteden bezocht, veel zeeleven gezien en buiten de stugge Duitsers en de serieuze officieren veel lol gehad met de anderen, veel gezongen, muziek gemaakt en geluisterd en me welkom gevoeld (zwaaiende walvissen en supervriendelijke, behulpzame en goedlachse Brazilianen) in die nieuwe wereld die we de komende maanden verder gaan ontdekken. Kannie wachten!!
Klaar voor vertrek!
Pfffff nu begrijp ik wat er met de uitdrukking āde laatste loodjes wegen het zwaarstā bedoeld wordt. Tjonge wat waren de laatste weken vol met van alles! Werk afronden, 12 jaar Pameijer overdragen aan collegaās, cliĆ«nten die extra in de stress schieten omdat ze hun persoonlijk begeleidster kwijt raken, nog even verhuizen met ons kantoor in mijn laatste week. Afscheid nemen van cliĆ«nten en verwanten, daarna van collegaās, daarna van familie, vrienden, buren, kennissen, zelfs de postbode en natuurlijk de pakjesbezorger, keer op keer op keer, best heftig. BBQās, supriseparty, feestjes, borrels. Nieuwe mensen spreken en ontmoeten die we leren kennen op onze zoektochten op het web naar info over overlanden in Zuid Amerika. Ons huis leeg en schoon maken (niet mijn beste eigenschap!), veel, heel veel spullen weg doen, minimaliseren, op zich wel prettig. Inpakken en natuurlijk nog heel heel heel veel klussen aan de truck!
Al drie jaar heb ik me verheugd op het jaarlijkse overlandersweekend in Ranst, BelgiĆ«. We zijn daar twee keer eerder geweest, maar nog nooit met deze truck. In het weekend van 6,7, en 8 september zouden we er heen gaan, dit stond al heel lang vast. Ons eerste weekendje weg met de truck naar een evenement waar veel gelijkgestemden zijn, veel gave trucks staan en heel veel kennis en kunde te zien en te halen is. Wat een mooie gelegenheid om proef te draaien! Helaas gooit Grimaldi, de bootmaatschappij, roet in het eten. Vertrek vanuit Antwerpen is precies naar dat weekend verschoven, dus gaan we eerder weg dan verwacht, wat helemaal niet goed uitkomt, we kunnen de tijd ook goed gebruiken om zoveel mogelijk af te krijgen. De datum wordt echter nog wel een paar keer verschoven (naar voren Ć©n naar achteren) en uiteindelijk wordt het gelukkig toch later. Echter geeft Michiel een paar dagen voor het weekendje weg aan dat hij er niet overheen ziet om met de truck naar Ranst te rijden, er moet nog zoveel aan gebeuren. Ik zie ondertussen ook de wallen onder zān ogen steeds donkerder worden, ik zie dat hij het moeilijk heeft met zān baan los laten, ik zie dat hij zich rot klust om het af te krijgen, ik zie voor het eerst wat stresssymptomen, iets wat Michiel nooit heeft, en ik laat het weekendje Ranst schieten, trek mijn kluskleren weer aan en ga verder met schilderen.
Vanaf 1 september zijn we werkeloos, wat een raar gevoel. Als ik na de laatste werkdag thuis kom, weet ik niet hoe ik me moet voelen, moet ik huilen, moet ik lachen? Uiteindelijk klinkt er een grote gil door het lege, kale huis, YESSSSSSSS I did it, ik ben vrij om te gaan en staan waar ik wil voor de komende 3 jaar met mān beste maatje, wat bijzonder en hoe fijn! Michiel moet nog even wennen aan het idee (hier is hij afgelopen negen jaar al mee bezig), wat als er geen werk is bij terugkomst (hij heeft een terugkomgarantie), wat als de truck allerlei kuren vertoont en er niets werkt van wat hij bedacht heeft (komt goed joh), wat als het tussen ons niet goed gaat als we straks 24/7 op elkaars lip zitten (was ik niet van plan, lekker je eigen dingen blijven doen), wat als we niet voldoende geld hebben (nou dan gaan we wat eerder naar huis), wat als het huis en de tuin in verval raken (joh daar wordt goed op gepast), wat als onze ouders of andere geliefde personen wat overkomt (vliegticket en je bent binnen 24 uur weer thuis). Enzā¦. Enzā¦.. Zo praten we heel wat af en naar mate de datum van vertrek dichter bij komt, gaat hij er toch ook steeds meer in geloven (Gelukkig!).
En dan de laatste zondagmiddagborrel met onze lieve vrienden en buren, een prachtige nazomermiddag op het terras van de Barbier, op de achtergrond speelt een meisje mooi gitaar, een biertje in de hand, zo is het leven goed, wat gaan we dit missen, maar wat een fijne herinnering. En wat nog meer, de camper is af!!!!! Onverwachts toch nog gehaald! Trots showen we aan alle geĆÆnteresseerden onze kikkebak (eigenlijk wel een goeie naam, dat schijnt namelijk te horen een naam voor je truck, raarrrrrr) en besluiten prompt om er alvast in te gaan slapen (toch een beetje proefdraaien op eigen oprit). Zo slapen we de laatste nachten in het toch wel wat krappe bedje met de kat tussen ons in, die haar kans nog even aangrijpt om nog meer zwaankleefaan te zijn (ze voelt duidelijk dat er iets gaat gebeuren wat niet in haar voordeel is). We worden ongelooflijk verwend met lieve berichtjes, fotoslingers, prachtige, lekkere en praktische kadootjes en heel veel knuffels. En dan is het tijd om echt te vertrekken, we gaan dit doen!
Woensdagochtend 18-9-2019 is onze reis officieel gestart, we zoenen en zwaaien nog een paar lieverds gedag en rijden naar Vlissingen voor een tussenstop bij mijn ouders. Daar worden we nog even in de watten gelegd voor we vandaag, donderdag 19-9 dan eindelijk naar Antwerpen rijden. Als we bij de immigratie parkeren, na twee keer fout rijden, horen we vanuit de toren een schril fluitje. Het blijkt een meneerke van de gendarmerie die het niet eens is met de plek die we daar voor uitgekozen hebben. Hij dirigeert ons vanuit zān toren naar de parkeerplek onder hem waar Michiel gelijk een deel van de kroon van boom af rijdt. Pfffff en we zijn al zo nerveus (komen we de boot wel op, vinden ze het wel goed dat we zoveel spullen bij ons hebben, straks moet de motorfiets ingeleverd worden of moeten we bijbetalen, of vaart de boot niet enzā¦..). Maar het wordt ons verder niet kwalijk genomen en binnen twee minuten hebben zwart op wit toestemming dat we BelgiĆ« mogen verlaten met de Grande Amburgo als zeelieden. De boot op gaat ook soepel en nu is het wachten op het echte vertrek, het echte begin van de reis. Een zeereis van 4 Ć” 5 weken met een aantal tussenstops o.a. in Hamburg, Dakar en Rio de Janeiro. Hoe dat verloopt horen jullie in het volgende verslag! Trossen los!!
Nog 43 dagen voor vertrek.
Hier een update van de laatste weken. Er is weer een hoop gebeurd. Michiel klust zich helemaal wezeloos, ik help waar kan (lees "waar mag") en houd me daarnaast bezig met alle praktische voorbereidingen en het opruimen, aanschaffen en inpakken van spullen.
We volgen de Grande Nigeria nauwlettend en stiekem hoop ik op wat vertraging zodat we nog wat meer tijd hebben om de camper zover mogelijk af te krijgen. Well, you get what you need, is mijn ervaring in het leven en ik zie op de shipfinderapp dat het schip al dagen in Dakar ligt. Als ik google op de naam van het schip, blijkt dat ze aan de ketting ligt en dat de bemanning én de passagiers zijn gearresteerd i.v.m. smokkel van cocaïne (het zal je maar gebeuren als passagier!!!), er is zo'n 700 kg gevonden in de auto's aan boord. Nou die vaart dus voorlopig niet meer. In lichte paniek begin ik me te oriënteren op vliegtickets aangezien de 6 hutten aan boord een jaar van tevoren geboekt moeten worden en er dus niet snel weer een plek voor ons aan boord zal zijn op de andere 3 lijndiensten (er vaart er één per week naar Zuid Amerika) omdat die natuurlijk al lang volgeboekt zijn. Maar wonder boven wonder tovert Grimaldi nog een megavrachtschip uit z'n hoge hoed en krijgen we een paar weken later bericht dat we alsnog in september kunnen vertrekken maar dan met de Grande Argentina en twee weken later dan gepland. Helemaal goed!!
Ondertussen doen we een paar testritjes naar de Brouwersdam en dat maakt dat ik er steeds meer in begin te geloven dat we dit echt gaan doen. Ik durf me langzaam te gaan verheugen en m'n werk meer los te laten. Ik schrijf m'n ontslagbrief en nu is het voor het eggie. Michiel wacht tot het laatste moment, maar eind juli neemt ook hij eindelijk de stap. Straks ontvangen we ons voorlopig laatste salaris en weten we met welk budget we op reis kunnen nu de grote uitgaven aan de truck en voor de bootreis gedaan zijn. De uitgaven aan de truck blijken minder dan gedacht, mede doordat er her en der spullen geritseld kunnen worden, er hulp is van vrienden, Aliexpress en Marktplaats onze favoriete sites zijn momenteel en we een goede lasser in de buurt hebben gevonden. Dat betekent dat we mogelijk nog langer op reis kunnen dan gepland. Ook ontstaat er het idee om de zomers in Nederland door te brengen (in de huizen van vrienden die dan op vakantie gaan, alleen weten zij dit nog niet, hahaha), de truck in Uruguay te stallen en dan vakantiewerk te doen. Bij mijn werkgever zou dat bijvoorbeeld prima kunnen. Ook daarmee zouden we de reistijd kunnen verlengen. Nou ja eerst maar eens kijken of deze "way of life" ons bevalt, maar niet teveel vooruit plannen.
De verbouwing blijft trager verlopen dan verwacht en gehoopt. De keuken is nu echt wel af, zo ook de bovenkastjes. Afgelopen maand heeft Michiel de watertank ingebouwd en alle benodigde waterleidingen en afvoeren gelegd naar boiler, keuken, douches (ƩƩn binnen en ƩƩn buiten) en wc. De garage en de cabine zijn ook af. De badkamer krijgt langzaam vorm. Verlichting, verwarming en stopcontacten heeft hij ook gemaakt. De buitenkant is nu ook helemaal klaar, de dieseltank en reservedieseltank zijn schoon en hangen weer onder de truck, zo ook een kastje voor de gasflessen, de vuilwatertank, twee nieuwe opbergbakken en de door mijn vader gereviseerde generator. Ik verf alles zwart.
Wat er nog gemaakt moet worden is: laatste beetje badkamer, kastje vriezer, hoekbank, tafel, binnendeur, elektra, zonnepanelen op dak, dakraam, horren en dan binnen alles nog verven. -Zucht- Als ik dit zo opschrijf voel ik weer die lichte paniek, ken je dat, van dat gefladder in je borst? Gelukkig is daar Michiel die onverstoorbaar door buffelt en er een "kikke bak" van maakt, zoals voorbijgangers regelmatig zeggen. Zijn ondertussen gevleugelde uitspraken "ach ik rommel maar wat aan" en "het komt wel goed joh" zijn me dierbaar geworden en maken dat ik er in blijf geloven. Nog 6 weken!
Nog 75 dagen voor vertrek.
Jeetje wat vliegt de tijd! Over nog geen 11 weken zitten we op de Grande Nigeria richting Montevideo en zou de camper klaar moeten zijn. Dat we met de boot meegaan is zeker, dat de camper dan af is zeker niet! Maar waar ik eerst dacht dat je dan niet weg zou kunnen (je kan toch niet met een halve camper op pad!), heb ik me nu door verschillende mensen laten verzekeren dat dit eigenlijk helemaal geen probleem is.
We hebben allebei zoveel bijgeleerd de laatste maanden, op het gebied van klussen maar ook op andere gebieden. Ik heb me sufgelezen (en nog) in allerlei reisblogs van anderen zodat ik een beetje weet wat ons te wachten staat in al die verre landen, hoe gaat het bij de grensovergangen, welke papieren heb je nodig, wat kost diesel eigenlijk daar, kun je makkelijk aan bepaalde levensmiddelen komen (pot sambal gaat mee!), hoe vervelend doet de politie, hoe makkelijk kom je aan onderdelen voor de truck enz...... Een ware schat aan informatie en ook leuke contacten gelegd o.a. met Jan en Marieke die 5 jaar geleden naar Uruguay zijn geƫmigreerd en daar nu een camping runnen voor overlanders (reizigers die, met wat voor vervoermiddel dan ook, over land reizen). Zij hebben ons gevraagd wat spullen mee te nemen uit Nederland en wij kunnen onze reis door Zuid Amerika bij hun op de camping starten waar ook de mogelijkheid is om nog verder te klussen, dus dat is helemaal mooi.
Ondertussen scharrelen we alle onderdelen als puzzelstukjes bij elkaar en doet Aliexpress goede zaken. De postbode komt zo vaak pakketjes brengen (van horren, tot schroeven, scharnieren, camera's, beddengoed, motorhelmen, deurknopjes, lampjes, enz. enz....) dat hij regelmatig even een shaggie bij ons rookt terwijl hij informeert naar onze vorderingen. Er is sowieso veel aanloop van geĆÆnteresseerden en nieuwsgierigen. Ons plan en ons vervoermiddel spreken blijkbaar tot de verbeelding en dagelijks beantwoorden we vragen hierover en gaan we ons steeds meer beseffen hoe bevoorrecht we toch zijn dat we dit kunnen doen. We zijn veel vrij in de aanloop naar ons ontslag per 1 september, omdat we onze vrije dagen moeten opmaken. Dit komt goed uit want zoals Sjors en Monique zo mooi formuleerden afgelopen week "niets droogt zo snel op als een zee van tijd". Zij zijn doorgewinterde overlanders, al jaren aan het reizen in hun truck en weten als geen ander hoeveel tijd er gaat zitten in het bouwen van een camper.
We regelen ook allerlei praktische zaken. Ik moet medicijnen mee voor minstens een jaar en dat gaat allemaal niet zomaar. Eerst moet ik de ambassades bellen van alle landen die we gaan bezoeken om te vragen of dit niet onder de verdovende middelen valt, aldus mijn huisarts. Volgens de supervriendelijke ambassade van Uruguay is het helemaal geen probleem, en ik besluit mijn huisarts te zeggen dat ik alleen naar dat land ga. Daarna is er nog wat overredingskracht nodig bij zowel huisarts als apotheek, maar lijkt het toch wel te gaan lukken. Onze zorgverzekeringen en de belastingdienst moeten we informeren over dat we straks geen werk meer hebben, we hebben dan geen recht meer op teruggaaf inkomstenbelasting, maar weer wel op zorgtoeslag. We zorgen voor oppas van ons huis inclusief kat. We regelen een reisverzekering die het goed vindt dat we een jaar aaneengesloten reizen en die voor een Engelstalige verklaring zorgt dat ze ons repatriƫren indien nodig (brief is nodig om mee te mogen varen met het vrachtschip), ook een cargoverzekering voor aan boord (tenslotte zinkt er nog wel eens een Grimaldiboot) en een verzekering voor de truck in Zuid Amerika. Dit moet ook weer via via, aangezien je niet als buitenlander kunt verzekeren (je moet het allemaal maar weten!). De motor zetten we op mijn naam, omdat je geen twee voertuigen in mag voeren in bepaalde landen. Onze ontslagbrieven hebben we nog niet geschreven, het blijft een hele stap en allebei hikken we er een beetje tegenaan. Michiel heeft gelukkig wel een terugkomgarantie gekregen. Als hij binnen twee jaar terug is, kan hij zo weer bij de AVR aan de slag. Ik verwacht ook geen problemen in het vinden van een baan in de zorg bij terugkomst, maar toch. Op je 50ste een leuke en goed betaalde baan opzeggen is best spannend. Verder moeten we de auto nog verkopen, want om die twee jaar stil te laten staan is niet handig. Met het geld dat we dan eind augustus na 10 jaar bij elkaar hebben gespaard zouden we het zo'n 2,5 Ɣ 3 jaar kunnen uithouden inclusief af en toe een break naar Nederland van een paar weken.
Wat een heerlijk vooruitzicht om zo'n tijd helemaal niets te moeten! Hoewel ik ook wel uit ervaring weet dat dat heel snel went. Toen we 9 jaar geleden een half jaar op reis waren, misten we uiteindelijk toch wel het gevoel van je nuttig maken. Hier hebben we dan ook best wel veel over nagedacht en gepraat. We hebben afgesproken dat we samen veel leuke dingen gaan zien, doen en meemaken, maar dat we vooral ook onze eigen dingen blijven doen, andere mensen gaan ontmoeten en ook wel nieuwe dingen willen leren (b.v. Spaans en Portugees spreken/verstaan, zelf brood bakken, ukelele spelen, kiten, workaways, wijnproeverijen enz....). Zuid Amerika is niet echt een continent voor vrijwilligerswerk, maar wie weet zijn er toch wel mogelijkheden om anderen te helpen of om ons nuttig te maken. We gaan het allemaal beleven.
Nu dus nog 75 dagen om te kijken of we toch alle basics in de camper op orde krijgen. Er moet nog een bank in, een badkamer, en alle elektriciteit. Graag ook nog een dakraam, een schone reservedieseltank, nieuwe onderbouwbakken en alles geschilderd, maar dat heeft geen prio. In die tijd moeten we ook nog afscheid gaan nemen van iedereen, het moeilijkste stuk. Onze ouders die al op leeftijd zijn, onze vrienden en vriendinnen waar ik eigenlijk niet zonder kan, onze kat die mijn tweede schaduw is. De kanoclub, de eetclub, de pokerclub, het zwembad, m'n koor en ons heerlijke plekkie in Hellevoetsluis. Geen grote afscheidsparty maar het liefst ongezien weg glippen, ach nee dat kan toch ook niet. Gelukkig bestaat er whatsapp en facetime en zijn de mogelijkheden om contact te houden groot. Behalve de eerste maand op de boot, geen wifi, geen land en alle tijd om te onthaasten. Ben benieuwd!
nog 222 dagen
Vandaag ons reisblog nieuw leven in geblazen voor wie het leuk vindt om ons te volgen komende jaren.
reis verhaal voor liefhebbers die niet in de mailinglist stonden
zie andere verhalen en foto 's van dit blog.
cape to cape walk
Een laatste verhaal om deze heerlijke reis af te sluiten. Niet te lang, want ik wil ook nog even genieten van Bali waar we gisteren gearriveerd zijn en slechts twee dagen blijven, eigenlijk veel te kort. Het vorige verslag eindigde alweer meer dan twee weken geleden net even ten noorden van Perth. Daar zijn we met de camper nog allerlei kustplaatsjes langsgereden. Ik merk dat ik de namen al niet meer weet. Het werd richting Perth steeds drukker op de weg en de bebouwing nam toe. Enigzins benauwend na al die weken van leegte en ruimte. Het heeft ook wel weer z'n voordelen, leuke winkeltjes, terrasjes, mensen kijken i.p.v. dieren, biertje drinken bij de little creatures brouwerij in Fremantle en de juiste spullen kunnen kopen ter voorbereiding op onze trekking. Begin december leveren we na een maand onze redelijk trouwe camper af bij Apollo, ondanks meerdere warmlopers, een fluitende V-snaar, gebroken spiegel en gladde banden zijn we op meer plekken gekomen dan we dachten te kunnen komen. Soms wel met wat hulp van anderen, maar toch voor ons perfect. We nemen na het inleveren een taxi terug naar de stad waar we kunnen logeren bij Cameron, een collega van Marc. Die heeft een supertof huis vlak bij het centrum en een prachtige kamer waar we zowel voor als na de trekking mogen slapen en tussentijds ons overtollige bagage mogen opslaan. Helemaal goed! We nemen de bus naar het zuidwestelijkste puntje van Australie, het is toch nog zo'n 6 uur rijden en de dag is al te ver heen om nog te starten met de hike die van Cape Leeuwin naar Cape Naturalista loopt. Dus dat doen we de volgende dag. De zoon van de campingbeheerder brengt ons met de auto van Augusta naar de vuurtoren waar de hike officieel begint. Van daar is het 140 km naar het noorden. Je kunt zelf bepalen hoe lang je er over wilt doen, je kunt onderweg op verschillende gratis campings terecht die heel basic zijn, een wc, een regenton voor drinkwater en paar plekjes gras met een picknicktafel. Wij lopen er uiteindelijk 8 dagen over en het is best zwaar, zwaarder dan ik dacht. We lopen voornamelijk langs de kust waarvan behoorlijk wat stukken door mul zand. We hebben zware backpacks want er moet veel eten en drinken mee aangezien er onderweg niet veel te verkrijgen is. En wat nog het meest irritant is, en dat kun je je moeilijk voorstellen als je het zelf niet hebt meegemaakt, al die vliegen! Er hangt voortdurend een zwerm van zo'n 100 vliegen rond ons hoofd die proberen in je neus, ogen, oren en mond te kruipen. We lopen standaard met een takkebosje om ons heen te zwiepen en stilstaan (rusten) is haast geen doen want dan worden we ook nog eens belaagd door een grote meute horzels. Verder blijken de trekkingsokken van de Lidl en de Xenos geen goed idee deze keer. Ik loop verschrikkelijke blaren op hielen en tenen. Wat maakt dat ik toch doorzet is het prachtige landschap en de dieren om ons heen. Het is heel afwisselend, van stranden naar kliffen met grotten en blowholes naar bossen met gigakaribomen. We komen af en toe een paar vissers of surfers tegen en 1x per dag wandelaars die ook de trekking doen maar dan van noord naar zuid. Iedere ochtend worden we wakkergefloten door de magpies met hun typische australische sound, we zien kangaroes, slangen, leguanen, bobtail lizards, grote roggen en dolfijnen en zelfs een keer een walvis in de verte. Het weer is heel afwisselend met prachtige luchten en zonsondergangen. De duinen staan vol voorjaarsbloemen en het ruikt er heerlijk naar munt, citroen, eucalyptus, lavendel en natuurlijk de zee. We wassen ons in de riviertjes die naar zee stromen. En ondanks de vliegen, de blaren en het mulle zand is het een geweldig avontuur dat ik niet had willen missen. Als we de laatste nacht in een hostel in Dunsborough overnachten, schrik ik van alle herrie en drukte en krijg het zelfs aan de stok met een groepje zwaarbezopen australiers die om twee uur 's nachts nog steeds de muziek keihard hebben aanstaan, beetje jammere afsluiting van de trekking en ik ben blij als ik weer veilig en wel in de bus terug naar Perth zit. Daar ontvangen we het verdrietige bericht dat Piet, een fijne collega van Michiel, is overleden. Het raakt ons zeer en doet ons weer extra beseffen om vooral zoveel mogelijk de dag te plukken voordat het zomaar afgelopen is. We staken ons geshop naar souvenirs en gaan proosten op het leven met matso's mangobier tot we ons weer wat beter voelen. We logeren nog een nachtje bij Cameron en vliegen de volgende dag naar Bali, waar we nu dus zijn. Ik zit heerlijk aan het zwembad, omringt door palmbomen en schattige balinese tempeltjes. De zon schijnt en ik voel me een zeer bevoorrecht mens dat ik dit soort avonturen mag beleven samen met m'n beste maatje. Het leven is goed. Bedankt voor het meelezen en alle berichtjes, zeer zeer gewaardeerd en stimulerend om dit verslag bij te houden. Ik hoop jullie allen snel weer te zien en vind het altijd weer jammer dat niet iedereen mee kan op reis. Ik hoop dat ik jullie zo een beetje mee heb kunnen nemen en dat het jullie stimuleert om zelf ook op avontuur te blijven gaan!
Coral Bay - Shark Bay - Kalbarri
Coral bay stond in eerste instantie niet in de planning. Maar toen bleek dat ik aan het eind wat dagen overhield bij het maken van de planning, heb ik Coral Bay er tussen gepropt, en gelukkig maar! Coral Bay is een piepklein dorpje, een paar huizen, 1 supermarktje, 1 hotel en 2 campings gelegen aan een prachtige baai met wit zand, blauwe zee en most of all een koraalrif voor de deur. We blijven zelfs een dag langer dan gepland want het blijkt een succesvolle combinatie en het is er heerlijk vertoeven. We snorkelen meerdere keren per dag over de prachtige koraaltuinen en maken lange wandelingen naar het eind van de baai, waar rifhaaien hun paaigronden hebben. Je mag daar niet snorkelen, en dat zou ik ook echt niet willen. Vanaf het strand zien we zo'n vijftig haaien op een paar meter afstand in het ondiepe water patrouilleren. Het zijn geen grote haaien maar wel veel, tussendoor zwemmen ook nog wat grote roggen. Dus blijven we lekker aan de kant en laten de GoPro onze herinneringen vastleggen, helaas crasht de SDkaart dus moeten we vertrouwen op ons eigen geheugen en jullie moeten het maar van ons aannemen dat het een indrukwekkend gezicht was. De zonsondergangen zijn er ook spectaculair. Lekker vertrouwd de zee op het westen.
Op iedere plek waar we ons kampement opzetten staat er altijd één meeuw voor ons tafeltje die hoopt een graantje mee te pikken van whatever wij eten. Aangezien ze allemaal op elkaar lijken, is het net of de meeuw ons al 7000 km volgt. We noemen hem Jonathan en hij wordt onderdeel van onze dagelijkse maaltijden. Hij krijgt nooit wat van ons, maar toch staat hij er iedere dag en moet hij heel hard werken (en schreeuwen) om de concurrentie op afstand te houden. Het is vermakelijk om te zien.
Van Coral bay naar Monkey Mia is weer een lange rit en we onderbreken met een nachtje kamperen halverwege ergens een paar km van de west coastal highway aan het water. De volgende dag rijden we door naar Shark bay, een world heritage site omdat het een bijzondere omgeving met bijzondere dieren is. Het is een grote zandbaai met veel zeegras, daarom leven er o.a. veel dugongs (zeekoeien) en schildpadden. Ook leven er de oudst bestaande levensvorm namelijk stromatolites, ik snap nog steeds niet wat het precies zijn. Een soort micro-organismen die samenklonteren en er dan uitzien als zwarte stenen die uit de zee steken. Ze zijn letterlijk de sfeermakers op onze aardbol, aangezien ze de zuurstof voor onze atmosfeer hebben geleverd miljoenen jaren geleden. Het is weinig spectaculair die ogenschijnlijk levensloze stenen in de zee. Shellbeach dat bestaat uit meters hoge lagen kokkels vind ik dan weer wel leuk. Tussen de middag lunchen we aan de boulevard van Denham, het enige stadje aan Shark bay. Het is er super rustig, mooi en relaxed, stiekem zie ik mezelf hier al weer wonen. We overnachten bij Monkey Mia, een resort met camping waar al sinds de jaren '60 iedere ochtend dolfijnen naar het strand komen om wat visjes te halen. Het is enorm toeristisch en als we 's ochtend met zo'n 100 man tot onze enkels in het water aan het strand staan om een stuk of 8 dolfijnen te aanschouwen, hebben we het vrij snel gezien en zetten we koers naar het Francois Peron national park waar je alleen met een 4wd heen kan en een groot deel van de toeristen dus alweer afvalt. Wat nog wel leuk is aan het resort is dat er emoes met jonkies rondlopen te dwalen op zoek naar voedsel en pelikanen op het strand koddig staan te kijken. (onze Jonathan heeft het zeer druk met al deze concurrentie). Ook zien we een groep Japanners, zij omsingelen onze camper en de caravan van de buren als ze uitleg krijgen van hun toeroperator hoe kampeerders leven, tsssss alsof we ook een zeldzame diersoort zijn, hun fototoestellen klikken er op los.
Voor we het NP in rijden, dat alleen bestaat uit zachte zandwegen, is er een luchtdrukstationnetje waar je bandenspanning kunt verlagen zodat je meer grip in het zand hebt. Keurig volgen we de instructies op de borden op, want we willen uiteraard niet vast komen te zitten in the middle of nowhere. Ons doel van de dag is Skipjackpoint, zo'n 50 km verderop, waar een mooi uitzichtspunt is, je kunt er ook kamperen. Michiel vindt het allemaal erg leuk en spannend, ik zit met gekromde tenen en gebalde vuistjes te hopen dat we niet vast komen te zitten. En natuurlijk gebeurt dat uiteindelijk toch. Het was al een dik uur goed gegaan, ik begon er zelfs een beetje vertrouwen in te krijgen dat Michiel en de camper het wel zouden redden door het mulle zand. We zijn er bijna, dan komt er een bocht waar we vaart voor moeten minderen, de voorbanden verliezen de grip en de voorbumper hapt in het zand, plop, vast. Achteruit rijden lukt even, maar ook dan begint de achterkant zich in te graven. We zitten tot de bodemplaten muurvast in het zand. Ik krijg herbelevingen van eenzelfde gebeurtenis in Namibië, en maan mezelf tot kalmte. Michiel begint te graven en ik leg takken voor de voorbanden, het helpt allemaal niets. Ik hoor een paar zwitsers nog zeggen "you will have the beach to yourself in Francois Peron national park" omdat er zo weinig mensen komen. Dat betekent dus ook weinig kans op hulp. Er is geen telefoonbereik en 50 km is een eind lopen. Daarnaast is het zand zo heet dat je er met je teenslippers niet in kan staan.
Dan hoor ik toch in de verte motorgeronk! Het is een busje dat vlak bij ons stopt. Er stapt een breed lachende man uit die "welcome to Australia" roept. Na een half uur ploeteren en proberen zonder succes, komt er nog een auto aan, deze heeft een sleepkabel en dan is het vrij snel gepiept. We rijden in het spoor van het busje verder en eenmaal bij het uitzichtspunt bedanken we de chauffeur nogmaals uitgebreid voor zijn tijd en hulp. "You would have done the same for me if I got stuck in Amsterdam" roept hij vrolijk en even vraag ik me schuldbewust af of dit ook echt zo zou zijn.
Bij Skipjackpoint maken we een wandeling langs de kust, vanaf de kliffen kun je goed zien wat er allemaal beneden in de zee rondzwemt. Zo zien we weer grote roggen voorbij zweven, maar ook schildpadden, haaien en ook een dugong! Die hadden we nog nooit in het echt gezien en dachten we ook alleen maar te kunnen zien als we met een dure georganiseerde zeiltrip zouden gaan. Dus dat maakt het wel weer goed en even vergeet ik dat we ook nog een keer dezelfde weg terug moeten. Eerst overnachten we nog aan het strand en inderdaad is daar verder helemaal niemand. De volgende dag zit ik weer zwetend en met alle spieren gespannen als we door het mulle zand terugrijden. Maar Michiel houdt de vaart er in op het rotste stuk en als we dat eenmaal voorbij zijn ontspan ik wat, we zijn bijna weer in de bewoonde wereld. We zien nog een grote python op de weg liggen, hij ligt daar op te warmen in de zon en laat zich van alle kanten fotograferen (vanuit de veilige auto). Bij het stationnetje pompen we de banden van de auto weer op en nemen we een duik in de hottub daar in de buurt. De rest van de dag hebben we nodig om naar Kalbarri te rijden 400 km verder naar het zuiden.
Kalbarri is een dorp aan de zee waar een grote rivier in uitmondt. Deze rivier heeft een flinke kloof uitgesleten die we bezoeken en waar we een paar wandelingen maken. Ook huren we een zeilbootje bij de riviermonding en spelevaren hier een tijdje mee. Er zijn veel uitzichtspunten aan de zeekant en als we zitten te lunchen zien we een grote groep dolfijnen in de branding. We merken dat we steeds meer in de bewoonde wereld komen. Na weken van rood zand en lage bosjes langs de weg zien we nu ook af en toe akkers. Wat ook opvalt is dat hier gewone personenauto's rijden, die zag je in het noorden ook nauwelijks. Het wordt ook steeds koeler naarmate we zuidelijker komen, hier zo rond de 25 graden en in Augusta waar de cape to cape hike is, is het nu zelfs onder de 20 graden.
Nog een paar dagen en dan zijn we al bij Perth, woensdag moeten we de camper inleveren, dat zal wel even moeilijk afscheid nemen zijn. Het is echt zo ideaal reizen. Maar ik heb makkelijk praten, ik hoef niet te rijden. Michiel wordt het nu wel een beetje zat, we hebben dan ook al veel km's gemaakt, dus begrijpelijk. Het is maar goed dat we de laatste 10 dagen gaan wandelen. Maar daarover later meer.