michielenmarieke.reismee.nl

Op reis

Allereerst dien ik te melden dat dit geen reisverslag wordt, maar meer een korte uitleg over hoe we verder gaan qua reizen, overlanden en werken de komende jaren. Hoewel we er nog steeds niet over uit zijn, maar ieder jaar ontslag nemen en een half jaar op reis zit er voorlopig niet meer in, denken we. Dit heeft m.n. te maken met de nieuwe baan van Michiel, die hij leuk vindt en waar hij nog e.e.a. te leren heeft. Maar ook hoe we nu zelf in het leven staan momenteel. We missen ons thuis, vrienden en familie en merken na 6 jaar veel reizen voornamelijk met z’n tweetjes dat we het sociale gebeuren van thuis missen en een beetje teveel afgenaveld zijn van huis en haard. Zowel letterlijk als figuurlijk. Soms denken we avonturiers te zijn maar hebben we eigenlijk net als de meesten behoefte aan structuur en bekenden om ons heen en een plek waar je thuis komt.



Nee, we gaan de camper niet verkopen, want ook dat is ons (t)huis en we hebben nog een rondje Zuid Amerika af te maken, wat we heel graag willen. Mogelijk gaan we dit doen in kortere periodes uitgesmeerd over meerdere jaren yet to come. Daarnaast voelt de overlanderswereld ook als een stuk van ons sociale leven dat we heel gezellig en leuk vinden.



Wat wel echt stopt zijn de reisverhalen op deze blog. De vorm is wat achterhaald, ellenlange verhalen met foto’s op postzegelformaat, niet meer van deze tijd. Via de app Polarsteps gaat het delen van reisbelevenissen veel makkelijker en zijn de foto’s goed te bekijken, zelfs op een mobieltje. Hier volgen we ook zelf andere reizigers op, wat superleuk is en je doet gelijk ideetjes op voor andere mooie plekken. Tevens is het één druk op de knop aan het einde van de reis en we hebben een prachtig samenvattend filmpje en een fotoboek. Ook als medereiziger vanaf de bank thuis, kun je je even lekker weg wanen. Dus geen blog meer, maar nog wel te volgen op Polarsteps en Instagram, hieronder straks de links.



Voor wie het mogelijk nog niet wist, heb ik ook een boek gemaakt van de reisverhalen van ons eerste jaar op reis dat plots eindigde in zuidelijk PatagoniĂ« (door velen het einde van de wereld genoemd) na het uitbreken van de wereldwijde Coronapandemie, waarvan we even dachten dat het echt het einde van de wereld betekende. Vandaar de titel “El fin del mundo”. Nog één keer een lang verhaal voor de echte liefhebber over onze voorbereidingen, de tocht met het vrachtschip naar Zuid Amerika, onze avonturen daar en hoe het onverwachts eindigde. Het is als boek of als E-book te bestellen. Ook daarvoor straks de links.



Als laatste wil ik jullie allen bedanken voor jullie reacties op onze verhalen en foto’s. Dit is en blijft altijd zo leuk! Het geeft ons het gevoel dat jullie een beetje mee reizen waardoor we zelf ook steeds weer met nieuwe ogen naar alles kijken en niks vanzelfsprekend of gewoon gaan vinden. Zuid Amerika heeft veel te bieden en we zijn zeker nog niet klaar! Hasta luego!!



Link Polarsteps:

https://www.polarsteps.com/MariekeVerzijlbergh/20107958-ecuador?s=cc90f7e0-f9c0-4040-bf89-9a07b13c4b0f


Instagramnaam: michielenmarieke.reismee.nl


Link bestellen boek:

https://publishes.bookmundo.com/mariekeverzijlbergh


Ecuador

De laatste maand verblijven we in Ecuador met veel afwisseling en verrassingen. We reizen o.a. 10 dagen met vrienden Mirjam en Dennis uit Nederland langs de kust, we zien onverwacht een topconcert van Sting, door hevige regenval maken we landverschuivingen en overstromingen mee en zien we geen enkele vulkaan, waar Ecuador zo om bekend staat, door alle bewolking, worden we veel aangehouden door corrupte agenten, wonen we een week in een biergarten en zijn we overdonderd door het natuurschoon op de Galapagos.



Dit verhaal start als we eind februari van Peru naar Ecuador rijden. Bij de grens wordt ons al verteld dat reizen met een barst in het raam en met een motor voorop niet toegestaan is in Ecuador. Toch worden we zonder verdere problemen door gelaten en krijgen we zelfs het mobiele nummer mee van de hoofddouanier voor als we problemen ondervinden bij politiecontroles.



We hebben een beetje haast want over twee dagen komen onze vrienden met de Djosergroep aan in Cuenca, een grote, mooie, koloniale stad in de Andes, waar we ze willen verrassen want eigenlijk hebben we pas over een week afgesproken. Eenmaal de grens over verandert de Panamericana van een dorpsweggetje met veel hobbels en kuilen naar een brede, gladde 3baans snelweg. De woestijn van Peru laten we achter ons en we rijden direct tussen de groene bananenplantages en palmbomen. Er ligt nauwelijks meer vuilnis langs de weg, het is er schoon en modern, de huizen zijn mooi en af, er wordt afgerekend in Amerikaanse dollars en de diesel blijkt spotgoedkoop! We vinden Ecuador nu al leuk!



We rijden de mooie, groene bergen in en halverwege staat een lange file. Er blijkt een aardverschuiving over de weg heen geschoven te zijn en het duurt zeker nog een halve dag voor het kleine buldozertje zich door de grote modderhoop heen heeft gezwoegd. Michiel maakt foto’s met de drone. Gelukkig hebben we ons huis bij ons, dus dat wachten is helemaal geen probleem. Wel zijn we pas tegen de avond in Cuenca. De volgende dag zijn we al snel gespot via de app Polarsteps en ziet ook Mirjam dat we ineens nog maar 3 km van elkaar verwijderd zijn. Er volgt een heerlijk weerzien met knuffels, bijpraten, borrelen en de stad verkennen, de middag vliegt om! Daarna moeten zij door met hun drukke reisprogramma waarin o.a. nog een weekje Galapagos. We zullen ze na afloop oppikken in de buurt van Guayaquil.



We verkennen Cuenca nog een paar dagen. Er zijn veel musea, waarvan we er een paar bezoeken o.a. hoe Panamahoeden gemaakt worden (die komen origineel van hier), de geschiedenis van Ecuador en een expo over de koppensnellers van de Amazone. Op straat is veel streetart te zien, veelal met een link naar de oorspronkelijke bevolking, en de flora en fauna van het land. Op de markt eten we heerlijke stukjes varken uit de oven (hornado), we halen nog een biertje in de Belgische kroeg omdat die gewoon de lekkerste zijn, en proberen de leuke lunchtentjes vooral bedoeld voor toeristen met bijbehorende prijzen. Ondertussen bereidt de stad zich voor op het komende carnaval. Veel jeugd spuit elkaar nat met spuitbussen vol schuim, gooien met waterballonnen en schieten met supersoakers (waterpistolen), ook duwen ze elkaar in stadsparken in de fonteinen. Dit dagen lang, met veel lol en leedvermaak, ook wij zijn natuurlijk dankbare slachtoffers.

Bij een uitzichtpunt zien we dat er een groot podium wordt opgebouwd in het stadsstadion, ook i.v.m. carnaval denken we. Als Michiel ‘s avonds na het eten op internet kijkt wat voor muziek er zal spelen, blijkt dat er die avond een concert van Sting is! Met nog een half uur te gaan, springen we op de fiets richting stadion, scoren kaartjes op straat voor een paar tientjes, rennen naar de ingang en vijf minuten later speelt de 73-jarige Sting twee uur lang compleet jeugdsentiment tegen een achtergrond van Andesbergen en koloniale kerken afsluitend met een gigavuurwerk. Wow wat een avond, net een droom!!



Na een weekje stad is het weer hoog tijd voor wat natuur. De reis naar Guayaquil duurt twee dagen en onderweg hebben we mooi de tijd om PN el Cajas te bezoeken. Dit natuurgebied ligt hoog in de bergen en we maken er een werkelijk prachtige wandeling van bijna 4 uur, langs meren, watervallen, bijzondere bloemen en door een sprookjesachtig bos met roodbruine kronkelbomen begroeid met knalgroene mossen, varens en felgele zwammen. Het voelt zo heilzaam zo’n trekking into the wild, de stilte, de mistflarden door het coulisselandschap, hier en daar een kolibrie, orchideeĂ«n, vreemde vetplanten, heel fijn.



We zakken naar zeeniveau terug de Panamericana op. Hier af en toe een tolpoort, geen probleem. Maar vlak daar achter vaak een politiecontrole omdat iedereen daar toch al stapvoets rijdt en zo makkelijk aan te houden is, wel een probleem! De eerste agent mekkert over de motor voor op, ik laat hem een brief zien (zelf geknutseld in de nachtdienst ooit) in het Spaans en Engels waarin de ANWB zogenaamd verklaart dat we toestemming hebben van de Nederlandse overheid om zo te rijden met allerlei stempels en handtekeningen er op. Dan verplaatst hij snel z’n aandacht naar de scheur in de ruit (die er al in zit sinds aanschaf 9 jaar geleden), 400 dollar boete, zegt hij, cash te betalen aan hem natuurlijk. Michiel legt uit dat het net gebeurd is en we op zoek zijn naar een garage voor reparatie. Ondertussen maak ik een foto van hem en dat geeft de doorslag. We mogen verder, zonder te betalen, maar ik moet wel de foto van m’n telefoon wissen.

We pikken Mirjam en Dennis op in Guayaquil, superleuk, en kruipen gezellig met z’n vieren in de cabine voor in om nog een paar uur door te rijden naar de kust. Ook dan worden we nog twee keer aangehouden met de vraag om geld (bij elkaar geteld zitten we die dag op 1200 dollar aan boetes!), de ene agent beweert dat we door rood gereden zijn en de ander maakt zich druk dat onze oldtimer geen gordels heeft. Ook hier steeds weer dezelfde tactiek, Michiel houdt zich dom, spreekt zogenaamd nauwelijks Spaans, laat stiltes vallen en geeft nooit geld en ik of Dennis gaan na een kwartier foto’s maken, waarna we dan uiteindelijk weer zonder boete verder mogen. Enigszins tijdrovend is dit wel en tegen zonsondergang zijn we eindelijk aan zee.



De dagen daarna zijn heerlijk, we reizen met z’n vieren langs verschillende plekken aan de kust. Onze vrienden slapen in hostels en wij parkeren de truck er naast. Iedere plek heeft zo z’n charme. Puerto Lopez is echt een vissers dorp en iedere ochtend kijken we onze ogen uit als de vissers hun vangst binnen brengen o.a. marlijnen en pijlstaartroggen. De pelikanen en fregatvogels wachten geduldig op de bijvangst en het slachtafval dat direct op het strand gegooid wordt. We eten ceviche chicharron, garnalen en andere lekkernijen, doen spelletjes als het regent en Mir en ik zingen als vanouds een liedje. We maken een heerlijke wandeling met onderweg zwemmen bij PN Machalilla met z’n Palo Santo bomen, bounty stranden en prachtige golven. In toeristendorp Montanita is het alleen op zondag druk, maar dan ook heel heel druk. Het strand staat vol vrolijk gekleurde parasolletjes en strandstoelen, die na vijven allemaal weer verlaten zijn als de lokale toeristen terug gaan naar het achterland. We parkeren de truck op het nu lege strand en maken broodjes hamburger die we met zonsondergang en in bijzijn van alle buurtkatjes gezellig oppeuzelen. De volgende dag door naar Hosteria Farallon, waar we ook een paar dagen blijven. Heerlijk zwembad op de kliffen waar voortdurend pelikanen voorbij zweven. Hotel is tevens museum, vol kunst, kitsch en antiek, een fijne plek. De laatste dagen zijn we in Salinas, het Miami van Ecuador, stad met hoogbouw, lange boulevard maar ook het meest westelijke punt van dit land. We zien er een blowhole, waar de zee omhoog spuit bij iedere golf, 3 gronduiltjes en een paar zeeleeuwen.



Nadat we onze lieve vrienden weer in Guayaquil hebben afgezet, is het ineens stil en zijn we enigszins verdrietig, de heimwee slaat toe (vooral bij mij dan). Ook voelen we ons allebei lichamelijk niet zo lekker. Het is bloedheet, de luchtvochtigheid niet te harden, dus rijden we snel de hoogte in richting koelte, ook in de hoop eindelijk iets van het vulkanenlandschap te gaan zien. Eerst moeten we door een overstroomd gebied waar auto’s op laadwagens gezet worden om zo de ondergelopen weg te overbruggen en 15 km verder, waar het wat droger is, weer te worden uitgeladen. Onze truck staat hoog op z’n pootjes, dus wij rijden er zonder probleem doorheen. Wel spannend, want de weg, de berm en eventuele gaten zijn niet meer te zien. Plaatselijke bewoners, tot hun kruis in het water, gidsen de vrachtwagens steeds een stukje verder, zo verdienen ze een paar centen bij.



Eenmaal op hoogte is het heerlijk koel, koud soms zelfs! Lekker weer slapen onder het dekbed. Veel regen en laaghangende bewolking, af en toe een glimp van een besneeuwde vulkaan. We besluiten in één ruk door te rijden naar de camping in het noorden waar we gaan stallen. De bezienswaardigheden bewaren we voor een volgende episode als het hopelijk wat beter weer is. Het rijdt lekker door over de ondertussen 4baans weg richting Quito, de hoofdstad. We rijden ongemerkt de evenaar over en komen aan bij Finca Sommerwind, de camping/stalling/biergarten van Hans, een geëmigreerde Duitser, die hier aan een groot meer in de bergen bij Ibarra, een leuke toko heeft opgebouwd waar veel overlanders samen komen. Gezellig kletsen met nieuwe en bekende medereizigers, wagen opruimen en stallingsklaar maken, curryworst, wienerschnitzel en lekkere biertjes, een lieve hond, een wasmachine, fijne temperaturen en Hans die ons voorziet in alles wat we nodig hebben voor de truck. Meer hebben we niet nodig. En weer is er zo een week voorbij.



Naast het in orde maken van de truck, moeten we ook bedenken wat we allemaal nodig hebben voor de Galapagos waar we de laatste 10 dagen heen gaan. Maar ook wat we gaan doen bij terugkomst in Nederland. We praten over de toekomst, onze dromen en wensen en proberen ondertussen weer werk te vinden. Mijn werkgever heeft gelukkig nog plek voor me, maar voor Michiel ligt dat anders. De AVR, waar hij 35 jaar gewerkt heeft, heeft geen vacatures en het werkklimaat in Nederland met z’n vele regels plus de situatie in de wereld zorgen er voor dat fabrieken sluiten en er een overschot aan operators op de markt komt. De goede tijden lijken voorbij en we dienen onze plannen daar op aan te passen. Zomaar ontslag nemen, doen we misschien niet meer zo snel, tenslotte zijn we nog financieel afhankelijk van werk. Een nieuwe baan vinden gaat nu nog wel lukken, maar mogelijk komende jaren niet meer gezien de veranderingen maar ook onze leeftijd gaat misschien mee tellen. We hebben 5x een half jaar heerlijk kunnen reizen en ongekende vrijheid ervaren, dat hebben we in ieder geval mooi meegenomen!



We nemen afscheid van het overlanderleven met mixed feelings (ik mis de truck nu al). Maar eerst vliegen we in een paar uurtjes naar de Galapagos eilanden, mijn grote droom! (Michiel was er 29 jaar geleden al). We verblijven 3 dagen op het eiland San Cristobal, maken daarna een cruise van 5 dagen met 10 andere toeristen en daarna nog 3 dagen afnavelen op Santa Cruz voor we in één keer naar huis vliegen.

Het is alles wat ik er van verwachtte. Veel tamme dieren zoals pelikanen, Jan van Genten, hagedissen, leguanen, zeeleeuwen, vinken en fregatvogels. Vreemde, mooie bloemen, planten, cactussen, bomen en ongerepte natuur. Prachtige onvervuilde witte stranden vol bijzondere schelpen, rode krabben, zwarte zeeleguanen en rustende zeeleeuwen. Super snorkel water met goed zicht op de zeeschildpadden, grote scholen vis, fluoriserende papagaaivissen, speelse zeeleeuwenpups en zelfs hamerhaaien (zie video)! ‘s Nachts de Melkweg boven ons hoofd. Zeekajakken op azuurblauw water. Het paradijs op aarde! DĂ© perfecte afsluiter van deze 5e episode in Zuid Amerika. Of er nog een volgende komt? Vamos a ver (we gaan het zien).


Bedankt voor het meereizen en meeleven, dat maakt onze reis altijd extra leuk! Ook bedankt voor de extra fotoruimte, maar dat is echt niet nodig, helaas meer een verkooptruckje van deze site. We verheugen ons er enorm op iedereen weer live te zien, tot snel!


Voor meer foto’s, filmpjes en de gereden route zie: Volg me op mijn reis ‘Panamericana deel 5‘ via https://www.polarsteps.com/MariekeVerzijlbergh/12468611-panamericana-deel-5?s=76fc6c53-777b-48dd-8a95-dcdf2a30b92b


En heb je er dan nog geen genoeg van, koop dan ook op 26 april de Telegraaf! 📰😜

Peru, veelzijdig land

Onze verwachtingen van Peru waren niet hoog, we hadden de highlights al gezien 25 jaar geleden en bijna alle overlanders noemen dit als het minst leuke land van Zuid Amerika. Misschien dat het land ons daarom juist aangenaam verrast heeft. Tuurlijk ligt er veel afval langs de weg en zijn de mensen wat meer op zichzelf. Maar als je daar doorheen kijkt, zie je schoonheid, veelzijdigheid en culturele verrassingen om iedere hoek en hebben we ook hier vele leuke ontmoetingen en verwondermomenten. Een derde bezoek in de toekomst aan dit land is daarom ondertussen een zekerheid geworden. Er valt nog zoveel te zien.



Ondertussen hebben we de omgeving van Cusco achter ons gelaten en rijden we dagen door de bergen zonder duidelijke bestemming of bezienswaardigheden, maar soms is de reis zelf de bestemming. De omgeving is zeer afwisselend, van hoge passen tot diepe kloven. We maken veel hoogte meters op en neer en worden een beetje suf van de miljoen bochten. Het gaat daarom niet snel, maar we hebben geen haast. We zien landschappen die doen denken aan de ruige woestheid in Schotland of IJsland, behalve dat hier dan kleurig geklede herderinnen met hun lama’s lopen. Dan rijden we weer door bossen of lappendeken akkerlandjes of zien we vreemd gevormde rotsen, watervallen, brede snel stromende rivieren en in de verte af en toe besneeuwde bergtoppen. Dan ineens weer een dorp waar we dan heerlijk lunchen voor een paar euro op een markt of wegrestaurantje, en waar altijd wel een paar mensen in lachen uitbarsten en wijzen als ze de truck met motor met vreemd nummerbord en met een lange en een blonde in de cabine, zien. Het blijft leuk en geeft vaak opening tot contact. Zoals bijvoorbeeld Francisca, een verpleegkundige in Ayacucho, die tijdens het gesprek steeds meer ontdooit en honderduit vraagt Ă©n vertelt. Of Alberto, de verzekeringsagent in Huancayo, die zo enthousiast is dat hij ons trakteert op ijsjes en iedereen op het plein waaraan we die dag wonen, gaat uitleggen wie we zijn en waar we vandaan komen. Of twee verlegen jonge mannen die niet veel durven te zeggen maar later via Whatsapp (het tel.nr. staat op een sticker die we vaak aan mensen geven) allerlei bruikbare tips geven over wat er allemaal te zien is in de omgeving. Ieder dorp wenst ons middels spandoeken boven de weg welkom als we het in rijden en feliz viaje als we er weer uit rijden, en dat is het, een gelukkige reis, zo fijn.



Ayacucho is de enige stad van betekenis die we deze dagen tegen komen en er wordt, tot onze grote verrassing, alvast een voorproefje genomen op het carnaval dat hier over een paar weken zeer uitgebreid gevierd wordt. In het oude centrum, met kleurige huizen, mooie houten balkonnetjes en boogpoortjes, lopen we zo de optocht in en kijken we onze ogen uit. Vele dorpen en wijken in de omgeving hebben een groep afgevaardigden gestuurd die allemaal met hun eigen soort kleding, dansers en muzikanten één lange stoet vormen, een kakofonie van kleur en geluid, een lust voor het oog. Als er een regenboog verschijnt die de kleuren op het centrale plein nog eens versterkt is het plaatje compleet en staan we met open mond in het rond te kijken, wat een feest en saamhorigheid, iedereen heeft plezier, geweldig. Het gaat tot diep in de nacht door, waardoor we al snel terug verlangen naar de rust en ruimte in de bergen, dus gaan we de volgende dag weer verder met de prachtige doch vermoeiende roadtrip.



Na 8 dagen bochten en veel ge-op-en-neer twijfelt zelfs Michiel of we toch niet een stukje over de (oersaaie en drukke maar rechte en vlakke) Panamericana door de woestijn aan de kust moeten doen. Dit soort twijfels dienen zich vooral aan tegen het eind van de middag, als de wolken zich samenpakken, het uitzicht daardoor verdwijnt en de regen weer los barst. We zijn dan hangerig en moe van de lange rijdag en onze hoofden zitten vol van alle indrukken. Juist op zo’n moment krijg ik een appje van Gert en Irma, overlanders die we 5 jaar geleden in ArgentiniĂ« ontmoetten en sindsdien nog wel eens contacten via whatsapp met vragen en/of praktische informatie over en weer, we hebben veel gemeen met elkaar. Ze blijken nog geen 40 km van ons vandaan te zijn, zo bizar toevallig, dus spreken we af elkaar halverwege te treffen en daar kletsen we zo een halve dag weg langs de kant van de weg net als toen onder het genot van een bakkie met appeltaart, super gezellig! Zij komen uit het noorden, waar wij naar onderweg zijn, en rijden in tegenovergestelde richting. Hun enthousiasme over de Cordillera Blanca, een prachtig hoog deel van de Andes, met meerdere 6000 meter pieken, nog eens 5 dagen rijden door de bergen vanaf hier, maakt dat we (nog) niet voor de Panamericana kiezen maar op hoogte blijven en hopen dat de regen niet teveel roet in het eten gooit qua modder en aardverschuivingen.



Het regent nog veel de volgende dagen en we rijden nu door een gebied waar meerdere mijnen zijn, meestal niet de mooiste gebieden. Ook een vreselijke, lelijke, deprimerende stad, Cerro de Pasco, waar een groot deel van de inwoners en eigenlijk alle kinderen al gezondheidsproblemen hebben door giftige metalen in de grond en de lonely planet afraadt om daar water te drinken of ĂŒberhaupt lang te blijven, nou dat waren we ook niet van plan. Gelukkig halen we het nog net voor zonsondergang om naar een volgend dorp te rijden waarvan we gehoord hebben dat daar een fijn hotel is met zwembad, die het toestaat om overlanders te laten overnachten in de tuin en tegen betaling mogen we gebruik maken van alle faciliteiten en krijgen we nog ontbijt ook! Wow een soort minivakantie na 10 lange rijdagen zonder rustdag. Heerlijk.



De slechtste en bochtigste weg van deze hele reis moet nog komen en de weersvoorspelling ziet er niet goed uit. Na twee dagen uitrusten bij het hotel besluiten we verder te gaan op de dag die volgens de berichten het minst regenachtig zou zijn. Nou het regent de hele dag pijpenstelen en de weg blijkt maar voor 50 procent te zijn geasfalteerd, af en toe komt er een heel stuk ripio, dat nu snel in blubber verandert door grond van eerdere aardverschuivingen die nog niet allemaal is opgeruimd. Vaak is het op die plekken ook nog eens extra smal en zit het er vol diepe kuilen en hobbels, pfffff. Het is de enige mogelijke weg, dus we ploeteren door, soms met samengeknepen billen en zelfs een paar keer met de 4x4 ingeschakeld voor wat meer power en grip. We doen 8 uren over 150 km en zijn het uitgeruste gevoel alweer kwijt. Gelukkig is de omgeving wel weer prachtig en staan we uiteindelijk aan een mooi meertje vol eenden met blauwe snavels en bruine omhoogstekende staarten. We maken de volgende ochtend een mooie wandeling o.a. over een paar hangbruggen waar we vriendelijke indianen tegenkomen die ons meerdere keren welkom heten. We rijden een laatste pas over en vergapen ons aan de hoge grillige besneeuwde bergen van de inderdaad hele mooie Cordillera Blanca, die echter ook alweer snel in de wolken verdwijnen zodra de middag sessie regen weer begint die vervolgens niet meer ophoudt.



De volgende dag willen we de gletsjer Pastoruri bezoeken echter is er nog steeds geen berg te zien. Einde van de ochtend klaart het een heel klein beetje op en wagen we de 30 km ripio die vol plassen staat, we slippen 1x van de weg een geul in waar we met 4x4 gelukkig weer uit komen, keren is geen optie op deze smalle weg, dus verder omhoog richting gletsjer. Gelukkig geen tegenliggers of achteropkomers, we kunnen in ons eigen tempo door tuffen. Ook wel weer een heel bijzonder landschap met reuze bromelia’s (Puya Raimondii) van 12 meter hoog die als lange antennes in groepjes bij elkaar staan. Nog nooit gezien! Prachtig! Tevens een soort drive inn rotstekeningen (uit 200-500 AD) waar we vanuit de truck naar kunnen kijken omdat de overhangende rots, die als dak fungeert, vlak langs de weg staat. De gletsjer ligt op 5000 meter en het is nog best een klim vanaf de parkeerplaats, maar we halen het en kunnen zelfs tot aan de onderkant van de gletsjer lopen waar het ijs mooi blauw is. Bijzonder, zeker gezien het feit dat de gletsjer rapido kleiner wordt en er, volgens de berekeningen, over een paar jaar niet meer zal zijn door de klimaatverandering. Blij dat we ‘m nog even konden zien. Als we terug lopen naar beneden begint het hard te waaien en te hagelen en alles zit weer potdicht, brrrrrrr. De behoefte aan 3xZ (zon, zee en zuurstof), wordt steeds groter en als het de volgende dag weer heel de dag regent, de bergen niet te zien zijn en hiken onmogelijk is, nemen we alsnog voortijdig een afslag naar de kust en bewaren deze Cordillera voor een andere keer.



Na twee dagen dalen, bereiken we de kust. Met de regen verdwijnt ook het groen en er verschijnen steeds meer duinen. Op de grens onder aan de bergen naar de woestijn liggen grote mango- en appelboomgaarden. Het ruikt er heerlijk naar rijp fruit. Het is druk op de weg met vrachtwagens vol mango’s die blijkbaar deze periode geplukt worden. Een grote zak van 20 kg (!) kost 3 euro, ik schat dat er zo’n 60 tot 80 stuks inzitten, dat zijn er wat teveel voor ons, hoewel we ze wel dagelijks eten, ze zijn zoveel lekkerder hier dan in Nederland.

We rijden verder op de Panamericana, die soms een tweebaansweg is die lekker doorrijdt, maar meestal in steden en dorpen veranderd in een hindernissenbaan met heel veel drempels, stoplichten, gaten en hobbels en opstropende rijen vrachtwagen combinaties die moeite hebben met de krappe bochten in zo’n stad. Bij veel slechte stukken in de weg staan mensen zand of grind in de kuilen te scheppen en houden dan een emmer op waar je een muntje in kunt gooien als dank voor hun noeste arbeid.



Vlakbij Trujillo gaan we aan de zee staan en trekt Michiel nog een vastgereden auto los. Een prachtige zonsondergang, heerlijke temperaturen, de luiken kunnen weer open en genoeg zuurstof om na een maand boven de 3000 meter eindelijk weer eens een hele nacht te kunnen doorslapen. Helaas ligt er ontzettend veel vuilnis, wat dan weer veel vliegen genereert, plus dat het er gewoon niet zo gezellig uit ziet. Tijd voor een lekkere lange douche ook, dus rijden we de volgende dag door naar een camping die aan de voet van een oud uitziende enorme stapel adobe (van stro en modder gemaakte) stenen ligt. Het blijken er miljoenen en het is een piramide/tempel van de Moche beschaving die in Peru bij riviermondingen woonden zo’n 500 tot 2000 jaar geleden. Tot de Inca’s en daarna de Spanjaarden het stokje overnamen.

In de week die volgt bezoeken we verschillende musea op verschillende opgravingsites langs onze route verder naar het noorden en leren we veel over de Moche cultuur. Ze konden niet zo ingenieus bouwen als de Inca’s, maar maakten wel unieke vazen van keramiek, versierden muren met kleurrijke reliĂ«fs en bouwden hun tempels dus van adobe (i.p.v. steen), dat in al die eeuwen langzaam weg “smelt” door heftige regenseizoenen en overstromingen tijdens el Nino (als de warme golfstroom tijdelijk van plek verandert 1x per zoveel jaar). De leiders waren erg belangrijk en werden met veel ritueel, schatten en zelfs met hun nog levende vrouw, kinderen, dieren en de dienstdoende priester bij de begrafenis begraven. Veel graven zijn uiteraard leeg geroofd, maar sommigen zijn alsnog gevonden, zelfs nog recent, het doet denken aan een Indiana Jones verhaal. De voorwerpen die daarbij gevonden zijn, geven veel info over hoe het er in die tijd aan toe ging. We vinden het allebei verrassend boeiend, en de gouden, zilveren en andere handgemaakte zaken zijn prachtig en kunstig gemaakt en getuigen van een hoge mate van beschaving en creativiteit. Hun ontwerp van kleine rieten bootjes die geroeid worden met een bamboestok wordt nu nog steeds gebruikt door vissers en zien we af en toe langs de kust op zee in actie.

Bij één van de pieren waar vissers hun vangst naar de afslag brengen, zien we weer een bijzondere samenwerking tussen mens en dier. De vis wordt namelijk ter plekke schoongemaakt en het afval in de zee gekiept. Natuurlijk komen daar de gebruikelijke opportunisten als pelikanen en fregat vogels op af, maar op deze plek dus ook tientallen zeeschildpadden! We zagen er nog nooit zoveel bij elkaar! Op hun beurt trekken zij weer toeristen dus extra inkomsten voor het dorp aan, een win win voor mens en dier. Wel een beetje apart gezicht die toeristen die in groepjes en voorzien van gopro’s om de schildpadden (en dus ook tussen het visafval) drijven in hun rode zwemvesten. Wij kijken wel vanaf de pier. De schildpadden lijken overigens geen last te hebben van de toeristen en zijn vrij om te komen en gaan.



Bijna helemaal in het noorden van Peru aan de kust is een fijne camping aan het strand zien we bij andere overlanders via Polarsteps. Daar vertoeven we nog 3 dagen voor we naar Ecuador vertrekken waar we op een bepaalde datum willen zijn omdat Mirjam en Dennis (vrienden van ons) daar rondtrekken met een Djoser groepsreis en we hun willen verrassen. Elke en Axel, een Duits stel dat we eerder in Sucre tegenkwamen, staan ook op de camping en later komt er nog een Duits stel die in Cusco stonden, ook met een truck camper. Gezellig! Er is een zwembad, het is heerlijk weer, 34 graden en zon (regenen doet het ‘s nachts), en de Zwitserse eigenaars maken een heerlijke Peruaanse cocktail namelijk Pisco Sour die we iedere middag al kletsend in het zwembad nuttigen. We eten superverse ceviche en chicharron van vis (soort kibbeling). We zien grote groepen pelikanen vlak over de golven zweven en ook nog een groep flamingo’s! Iedere zonsondergang is weer anders, maar altijd prachtig, de silhouetten van de palmbomen maken het vakantiegevoel compleet. We vinden een bot van een schildpad, een opgeblazen kogelvis en alle vormen en maten drijfhout al juttend en wandelend op het strand. We maken een groot kampvuur met z’n allen.


Dit zou een mooi einde zijn van onze reis, maar we hebben gewoon nog een maand en nog een land! Wat een ongekende luxe is dat toch, hoewel thuis toch ook alweer begint te trekken. Maar eerst gaan we Mirjam en Dennis verrassen in Cuenca, 10 dagen met hun samen de kust ontdekken, de truck stallen en als kers op de toch al zo fijne taart nog 10 dagen naar de Galapagos!

Een nieuw jaar, een nieuw land.

Peru, here we come! Helemaal nieuw is het niet, want 25 jaar geleden zijn we hier samen een maand met backpack van hostel naar hostel getrokken met bus en trein, en hebben we al veel highlights gezien, o.a. de koloniale hoofdstad Lima, bootexcursie naar Islas Ballestas, sandboarden bij oase Huacachina, de mysterieuze Nazca lijnen, Colca canyon met z’n condors, mooie steden als Arequipa en Cusco, de drijvende rieteilanden op het Titicaca meer en natuurlijk ĂŒberhighlight Inca ruĂŻne Machu Pichu. Dat kunnen we nu dus overslaan en hebben we meer tijd om nieuwe dingen te ontdekken.



Er was nog even een plan om via het Titicaca meer terug naar Bolivia te gaan om daar nog de noordkant en La Paz te bezoeken, maar vanwege het regenseizoen, de brandstof problemen van het land en omdat Michiel er al geweest is ooit, doen we het lekker rustig aan en hangen we nog een weekje rond bij Arica in noord Chili. We hebben daar een reserve onderdeel voor de truck besteld en vanwege de feestdagen duurt het wat langer voor het binnen is. Geen straf, want het is leuk wonen aan de boulevard. Dus voor we de grens over gaan naar Peru bezoeken we nog wat musea over de Chinchorro’s die al aan mummies deden 2000 jaar voor de Egyptenaren er mee begonnen. Roberto en z’n vrouw komen nog een avondje langs en we eten gezellig zelfgemaakte Sopaipillas (Chileense hartige oliebollen) met Pebre (salade van tomaat, ui, knoflook, koriander, en veel groene pepers, mjammmmm) aan het strand. Ze blijken fervent hardrockers, hun grootste droom is ooit naar een rockfestival in Duitsland te kunnen, Roberto leert er zelfs Duits voor! Leuk die passies van mensen. Rammstein schalt uit hun box over de boulevard, niemand kijkt er vreemd van op, veel Chilenen houden er van en Roberto vraagt ons de oren van het hoofd over wat de woorden in de tekst allemaal betekenen, zo grappig. Ook fietsen we regelmatig even naar het centrum voor boodschappen en om even te internetten en ontmoeten we nog een paar andere overlanders, o.a. Lothar en Sylvia die al 18 jaar met een oude Mercedestruck door Zuid Amerika rijden en dus een schat aan verhalen weten te vertellen. Ondertussen overlijdt m’n telefoon nadat ie al een maand terminaal was na een val uit bed, dat klinkt dramatisch, maar is ook dramatisch. Geen foto’s kunnen maken, niet navigeren, bankzaken buiten bereik, geen dom spelletje ter ontspanning, en de contacten thuis missen, dat kan natuurlijk niet. Gelukkig bleek het scherm vervangen de oplossing en viel de schade dus mee.



De grensovergang is weer spannend. Ik bespaar je de details, maar na een hoop kastje van de muur gedoe, bureaucratisch geneuzel en drie uur verder, hebben we de juiste stempels en papieren en komen we ineens Isabella en Fabian van het youtube kanaal live&give4x4 tegen. Zij reizen ook met een truck en maken hier filmpjes over (https://www.youtube.com/@LiveandGive4x4). Ik ben één van hun 166 duizend volgers. Ze waren 7 jaar geleden mede inspiratie om hetzelfde te willen en nu staan ze ineens in levende lijve voor m’n neus. Ik word daar dan een beetje zenuwachtig van, alsof je je idool uit een film ontmoet, Michiel niet en maakt zoals altijd een praatje, althans doet een poging. Blijkbaar zijn zij ook wat gespannen door alle gedoe aan de grens, tijd voor een praatje is er in ieder geval niet en het enige dat Fabian in het Duits tegen mij snauwt is dass es doch Wahnsinn ist dat juist hij zo lang moet wachten op z’n papieren. Prompt valt hij van z’n troon en ben ik blij dat ze net iets langzamer dan ons blijken te reizen en we ze dus niet meer gaan tegenkomen verder. Natuurlijk blijven hun filmpjes wel leuk om te zien, zeker nu ze dezelfde route doen als ons.



Het eerste stuk rijden we nog langs de kust. Wat direct opvalt is dat het druk is op de weg en het rijgedrag van de Peruanen in tegenstelling tot alle andere landen die we tot nu toe gedaan hebben. Er wordt veel getoeterd en met lichten geseind en de inhaalmanoeuvres zijn die van Ăłf superongeduldige Ăłf superlevensmoede mensen. Toch gaat het, gek genoeg en gelukkig maar, altijd goed (althans wat wij zien).

Langs hoge woestijnduinen rijden we over de Panamericana naar het noorden. We overnachten op een geweldig jutstrand, één grote schatkamer, heel veel grote schelpen, botten van walvissen en dolfijnen, skeletten van zeeleeuwen, nestelende vogels, jonge meeuwtjes, mooie veren, prachtige stukken drijfhout, zeeglas, pelikanenschedels, echt van alles is er te zien en te vinden, helemaal mijn ding.

In het vissersstadje Ilo pinnen we onze eerste Peruaanse soles, halen we (met veel moeite, we moeten zelfs onze vingerafdrukken geven) 2 simkaarten en gaan we lekker lunchen met uitzicht op de levendige vishaven, heerlijk Ceviche (rauwe vis gegaard in citroensap) en een soort kibbeling, smullen. Het prijsniveau is beduidend lager dan Chili, maar best wel hoger dan Bolivia, de kwaliteit en hoeveelheid van eten is het echter zeker waard. Ook in dit land zal ik weinig achter het eigen fornuis staan, denk ik, wat een genot! We rijden verder, onderweg zien we mooie cactussen, af en toe olijfboomgaarden en bij een riviermonding zelfs knalgroene rijstvelden. Boven de kust zwermende strandplevieren, die in een grote groep linksom vliegend een zwarte wolk lijken en rechtsom een witte. Rennend op het strand, bewegen ze mee met de waterlijn alsof ze zelf een golf zijn, er naar kijken verveelt nooit, wow.



We gaan terug de bergen in, langs een grote zilvermijn, megagat in de grond, naar de stad Arequipa. In een voorstadje zijn ze gespecialiseerd in het uitbakken van varkensvel dat ze in grote stukken langs de kant van de weg verkopen, lekker zout en heerlijk knapperig samen met een soort gefrituurde en gezouten ongepopte maiskorrels, wat een goede snack! De stad in rijden valt gelukkig mee en is goed te doen. We parkeren in de ommuurde tuin van een hostel, waar ook Lothar en Sylvia staan, gezellig!

Bij onze eerste wandeling door de stad herkennen we deze niet meer terug, veel auto’s, reclameborden, geen indianen in traditionele kleding meer (ja twee felgekleurde dames in het centrum met jonge lama’s voor de toeristen), overal supermarkten en moderne winkels. Gelukkig nog wel veel koloniale gebouwen van wit vulkanisch gesteente en het mooie rood en blauw gekleurde Santa Catalina klooster dat we ‘s avonds bezoeken omdat het dan sfeervol verlicht wordt met kaarsen en olielampen.

We blijven vier dagen. Op de camping maken we kennis met Jan en Jannie uit Nederland die ons al een tijdje volgen via dit blog, maar die we nog niet ontmoet hadden, leuk! Fijn ook om weer even in het Nederlands te kunnen kletsen. Ook staat er een jong Frans stel, Thimotée en Matilda op weg naar Alaska, en een Zwitsers stel met een mooie Iveco die ook richting noorden gaan. Gezellige gesprekken en natuurlijk uitwisselen van Polarstep/blog gegevens, zo leuk om te zien hoe anderen invulling geven aan hun droomreis en vaak doen we zo ook weer leuke ideeën op. Michiel doet nog een paar fietstochtjes op zoek naar altijd nodige onderdelen voor truck en motor, terwijl ik mezelf verwen op een terrasje in de zon met pie de limon en een lekkere Peruaanse koffie, mensen kijken en langs de vele winkeltjes waar ik, heel blij, een paar alpaca wollen vingerloze handschoenen scoor. Verder maken we wandelingen door de stad, proberen her en der restaurantjes uit en vieren we het heugelijke feit dat we elkaar 29 jaar geleden in de kroeg ontmoetten en dat dat tot zoveel leuke dingen heeft geleid.



Dan zijn we de drukte van de stad zat, stouwen de koelkast vol en rijden, ondertussen weer gewend aan de hoogte, verder de bergen in omhoog richting het Titicacameer. Dit stuk hebben we ooit met de trein gereden, ik herken het landschap, de besneeuwde vulkanen, en we zien ook nu gelukkig nog veel vicunas. De trein nemen kan niet meer, die rijdt alleen nog voor de mijnen. De bus nemen als backpacker is veel sneller en goedkoper nu de wegen geasfalteerd zijn en een binnenlandse vlucht wordt tegenwoordig ook veel gedaan. Wij doen het super op ons gemak met een gemiddelde van zo’n 20 tot 40 km per uur berg op (inclusief lunchpauze en stops bij o.a. waterval en vreemd gevormde stenen) en na drie dagen bereiken we het hoogst gelegen meer dat nog bevaarbaar is. Dat gaan we natuurlijk uitproberen met ons bootje! We zien op het hele meer, zover we kunnen kijken, geen zeilboten, gek eigenlijk, het is er prima voor geschikt. Wel zien we aan de waterkant van het strand waar we staan zeker 20 megagrote felgekleurde ronde opblaasmatrassen drijven die achter voormalige vissersbootjes gehaakt worden tot groot vermaak van gillende Peruaanse dagjesmensen die er zo op rond racen.

Het is heerlijk weer, zonnetje, 18 graden en ‘s middags een aantrekkende aanlandige wind, perfecte omstandigheden en we hebben een leuke middag terwijl we ieder een stuk zeilen (op 3812 meter hoogte!), met de drone spelen, nieuwsgierige locals uitleg geven en tot slot een warme douche en lekker opdrogen in de zon met een hapje en een drankje. Sommige dagen krijgen een 10 en dit was er zo één!



Door naar Cusco, de stad die we graag nog een keer bezoeken omdat er zoveel te zien is. Ook nu zijn we drie dagen onderweg met verschillende stops. Zo zien we in het dorpje Lampa een bijzondere kerk met mega grote schilderijen en lugubere catacomben vol skeletten en losse schedels. Pucara, het volgende dorp, staat bekend om het maken van stieren van keramiek die in Peru veel op het dak van huizen gezet worden, altijd als stelletje (geen idee waarom), voor geluk. We zien sneeuw op de bergen in de verte, we rijden verder over de altiplano, vrouwen in klederdracht, lama’s. Mensen zijn erg op zichzelf, verlegen, moeilijker om contact mee te krijgen.

Ieder dorp waar we door komen lijkt zo z’n specialiteit te hebben, die dan langs de weg verkocht wordt, m.n. bij de drempels want daar moet iedereen haast tot stilstand afremmen en is er dus even tijd om handel te drijven via het autoraam. Op die manier kopen we een groot stuk kaas en kaasbroodjes, in het volgende dorp staan ze weer met uitgebakken spek, dan grote ronde zoete broden, dorp verder 6 cakes voor een euro, dorp waar cuy (gebakken cavia) de hit is rijden we snel door maar het dorp met overal mango’s is dan weer favoriet bij Michiel. We laten het aanbod bepalen wat we eten en zo wordt de voorraad lekker aangevuld.

Halverwege is er een afslag naar “rainbowmountain”, een berg met vele kleuren, afgelegen en hoog, die tegenwoordig door bijna alle toeristen wel bezocht wordt vanuit Cusco met een toertje. Onze 1e keer in Peru bestond deze berg natuurlijk ook al, maar stond niet in de lonely planet (de reisbijbel onder de backpackers), dus bestond hij eigenlijk niet. Pas sinds een aantal jaar heeft Peru door dat reizigers dit leuk vinden en worden er dus toertjes georganiseerd. De zeer smalle, zeer steile, bochtige modderweg geeft ons herbelevingen aan de glijbaan in Bolivia verleden jaar, dus na een poging van zo’n 20 km erkennen we dat het te link is, zijn we wijs en keren (met veel moeite) om. Gelukkig vinden we een hele aardige taxichauffeur die het wel aandurft met zijn kleine autootje en gaan we op zijn advies naar andere, net zo mooi gekleurde bergen waar niet die tientallen toerbussen heen gaan en we maken zodoende een prachtige (zorgeloze) rit omhoog langs eeuwenoude Inca terrassen waar nog steeds mais en aardappelen op geteeld worden, hoewel in veel kleinere hoeveelheden dan 600 jaar geleden gedaan werd, veel terrassen liggen er geĂ«rodeerd, maar nog steeds herkenbaar bij. Eenmaal op de top (5000 meter!) kunnen we een mooie wandeling maken tussen al die gekleurde bergen, het begint al snel te hagelen en regenen (lang leve de alpaca handschoenen), maar gelukkig hebben we nog even van het uitzicht kunnen genieten.



Hoe dichter we bij Cusco komen hoe nadrukkelijker de Inca’s hun voormalige aanwezigheid laten gelden. Niet alleen zien we heel veel terrassen op de berghellingen, maar ook ruïnes, oude muren, een aquaduct en her en der muurschilderingen die verhalen over het rijk der Inca’s met hun zonnegod en symbolen als de slang, de condor en de puma. Maar wat vooral opvalt is hun ingenieuze bouwtechniek van grote bijna naadloos aansluitende stenen die bijzonder aardbeving bestendig waren in tegenstelling tot alles wat na circa 1500 is gebouwd door andere volken. Hoe ze die zware stenen zo glad en passend maakten weet niemand. Ik denk dat ze hulp hebben gehad van tijdreizigers met megagrote slijpmachines of zo, ik zie niet hoe ze dit anders voor elkaar hebben gekregen, hahaha. Nog vreemder is eigenlijk waarom de Spanjaarden, die de Inca’s met oorlogen en virussen uit Europa onderdrukten en uitroeiden, deze wijze van bouwen niet overgenomen hebben. Waarschijnlijk was het gewoon vooral heel arbeidsintensief.



In Cusco staan we 4 dagen op een prima camping op loopafstand van de stad. Ook hier dwalen we heerlijk rond door de steile oude straatjes, hebben lekkere lunches, bezoeken musea en de kleurrijke markt en kletsen met andere reizigers. Op de camping is een lieve kroelkat, kunnen we lekker lang douchen en de was laten doen. Michiel gaat naar de kapper terwijl ik langs nog wat galerieën loop en uiteindelijk een mooie potloodtekening koop van een perfecte Inca muur. We gaan hier ook overstag voor de uitvinding van Elon Musk zoals meerdere overlanders en kopen een Starlink, overal internet (ook als je in nood bent in the middle of nowhere) en geen gezeik met simkaarten meer.



Dan is het alweer zondag en pakken we de boel in om verder te rijden naar Chinchero, waar een leuke zondagsmarkt zou zijn. Chinchero is een klein authentiek dorpje, zo’n 40 km ten noorden van Cusco. Op marktdagen komen veel traditioneel geklede mensen uit de omgeving hun waren verkopen of ruilen, wat hier ook nog veel gedaan wordt. Het marktterrein blijkt echter verbouwd te worden en de marktlui zitten her en der verspreid door het dorp. We wandelen omhoog en komen bij een verrassend grote Inca ruïne met daarop dan weer een mooie kerk waarvoor een grote groep locals aan het zingen en musiceren is, absoluut sfeerverhogend en zo passend in deze omgeving met op de achtergrond de hoge bergen van de Andes. Beneden ons zien we allerlei vrachtwagens met stieren aan komen rijden. Vanmiddag is het stierenvechten, aldus twee jonge verkoopsters van gekookte maiskolven, en we zien dat de dorpelingen richting het grote veld lopen en plaats nemen op de tegenoverliggende helling in het gras. We laten de ruïne voor wat-ie is, en lopen naar het veld wat ondertussen op een soort festivalterrein lijkt met allerlei eettentjes met rokende BBQ’s, live muziek, mooi geklede vrouwen en mannen met cowboyhoeden en overal suffende stieren die geduldig staan te wachten op wat komen gaat. Er wordt veel Quechua gesproken, de 2e taal in Peru, die nog door zo’n 4 miljoen mensen wordt gebruikt, m.n. in de Andes. Gelukkig kunnen we met Spaans ook terecht en we vragen her en der naar wat er te lunchen valt. Het is moeilijk kiezen tussen de trucha (forel), chicharron (stukken karbonade van de grill), gevulde pepers en aardappellasagna. De cuy laten we ook hier aan ons voorbij gaan, nadat we er natuurlijk nog wel even geïntrigeerd naar hebben staan kijken, hoe kom je er bij om cavia te eten? Het ziet er uit als gegrilde ratten, bleeeehhh. Als toetje een met dulce de leche gevulde churro en een bekertje met opgeklopt eiwit met natuurlijk heel veel suiker, slecht maar heul lekkerrrrrr. We klimmen de heuvel op en ploffen neer tussen de anderen, geen toerist te zien, dit is echt volksvermaak. We zijn nieuwsgierig hoe het stierenvechten er hier aan toe gaat. In Bolivia was het nog enigszins diervriendelijk waar jonge knullen een vastgebonden sjaal van de horens van de stier moesten zien te bemachtigen zonder prikstokken of andere enge dingen.

Hier blijkt het geen strijd tussen mens en dier, maar is het stier tegen stier! Er worden twee stieren de ring in gebracht en losgelaten, meestal gebeurt er eigenlijk helemaal niets en staan de stieren net als buiten de ring suf voor zich uit te staren, best lachwekkend eigenlijk. Ze krijgen twee minuten en de stier die het eerst weg loopt door toedoen van de andere stier heeft verloren. Als er een tochtige koe de ring in wordt gebracht, verhoogd dit duidelijk het testosteronniveau bij de stieren en lijken ze te ontwaken. De macho’s krabben met hun voorpoot over de grond, loeien hard en gaan elkaar met de horens te lijf, de strijd is kort en snel beslist want binnen no time loopt één van de twee snel weg, zijn meerdere erkennend en verlangend weer suf naast de vrachtwagen te staan, dan maar geen sex (de winnaar trouwens ook niet, gemeen!). De setting van het geheel is prachtig zo tussen de bergen met aan de overkant de perfect rechte Inca muren, overal kleurige kleding, heerlijk zonnig weer en verkoopsters die steeds met allerlei plaatselijke snacks langs komen. Deze ook weer zo’n fijne dag, eindigt bij een geweldig uitzichtpunt met een regenboog boven de heilige vallei die we de komende dagen gaan bezoeken.



Het verhaal wordt weer veel te lang, maar ik ga toch nog even verder, zo verwerk ik ook alles wat we meemaken en is er weer ruimte in m’n hoofd voor nieuwe input.



Sacred Valley dus, een diepe vallei en tegenwoordig vooral toegangspoort voor Machu Pichu omdat de trein daar naar toe vanuit Ollantaytambo vertrekt dat aan het eind van de vallei ligt. Wij wandelen er drie dagen rond (berg op met taxi/bus, berg af wandelen, heerlijk!) en zien de zoutpannen bij Maras, een experimenteer landbouw bouwwerk van de Inca’s met grote cirkels bij Moray en we verkennen Ollantaytambo met ook weer mooie oude steile straatjes en daarlangs door de Inca’s aangelegde waterkanaaltjes, nog steeds functioneel en gezellig met al dat kabbelende water langs en zelfs onder huizen door. Ook hier weer een Inca ruïne (ik ben er bijna klaar mee) met bizar grote, gladde en perfect in elkaar passende stenen. Hoe deden ze dat toch? Het blijft toch wel heel indrukwekkend en intrigerend. Er valt hier nog een hoop te zien en te ontdekken ondanks dat het voor ons de tweede keer is dat we hier zijn. Het is heerlijk wandelen met indrukwekkende vergezichten, lapjesdeken van schuine en golvende akkertjes met koolzaad, mais en aardappels, overal bloeiende bloemen, alles lekker groen en pas geboren dieren omdat het regentijd is. Hierdoor ook mysterieuze wolkflarden die om de bergtoppen cirkelen, regenbogen die altijd weer verrassen, en plaatselijke regensluiers in de verte. Prachtig! Misschien moeten we hier gewoon nog een derde keer heen, wie weet!

Slapen op de top van de Mont Blanc?

De afgelopen weken hadden vele hoogtepunten, zowel letterlijk (een paar keer tikten we de 4900 meter aan), als figuurlijk (prachtige landschappen, leuke ontmoetingen, een autoloze grote stad en een walvis!).


We starten in Sucre, de mooiste stad van Bolivia vol statige veelal witte koloniale gebouwen, overhangende balkonnetjes en kerken met rode pannendaken. We waren er al eens, twee jaar geleden, maar het is leuk om er nog een keer heen te gaan en het ligt op de route. Zelfs zo leuk dat we er pas na 9 dagen weer vertrekken!
We verblijven op het stadscampinkje van Carolina en haar ouders. Het is niet meer dan een ommuurde tuin, met een goede badkamer, die vol staat met twee trucks, 1 camper en twee auto’s, maar wel midden in de stad. Syo en Lou en hun twee zoontjes, die we kennen uit Paraguay, staan er ook met hun Mercedes truck. Verder Carlos met z’n gezin uit Mallorca, Jan uit Duitsland en een Canadees stelletje dat na een dag alweer vertrekt omdat hun tijd er bijna op zit. Het is er gezellig, en alles wordt er makkelijk en snel geregeld, zoals de was van drie weken, diesel waar we normaal als buitenlander niet aan kunnen komen, een paar verzekeringspapieren die uitgeprint moeten worden, supersnelle wifi zodat we de nieuwe muziekfilm van Stromae (wat een artiest!) kunnen kijken en ik m’n verhaal en foto’s kan uploaden, Spaanse les in de buurt voor Michiel en de Duitse jongens, gitaarles South American Style voor Syo die het mij dan weer leert, Boliviaanse kookles op Michiel z’n verjaardag en allerlei lekkere restaurants en leuke markten vlakbij.
Er zijn verkiezingen voor de rechtelijke macht in Bolivia en dat weekend mag er geen alcohol verkocht worden en is er een autoloze dag in het hele land zodat er geen blokkades opgeworpen kunnen worden die de verkiezingen mogelijk kunnen beïnvloeden. Het is heel bijzonder dat deze grote stad autovrij is en de dag begint opvallend stil. We wandelen de hele ochtend door de lege straten waar we af en toe een fiets zien, maar vooral veel andere wandelaars met honden, kinderen op skeltertjes en zelfs een paar gaucho’s op paarden. Er hangt een serene sfeer en het is een goede dag om leuke stadsfoto’s te maken en Michiel fietst nog heerlijk ongestoord en veilig een flinke ronde.


De avond voor Michiel z’n verjaardag gaan we naar een sjiek restaurant waar we een uitgebreid en gevarieerd 8 gangen menu krijgen. De presentatie, de verfijnde smaken en de portie grootte zijn ĂĄ la nouvelle cuisine, heerlijk! De prijs is gelukkig de Bolivian way, we zijn eind van de avond 10 euro pp kwijt, 5x zo duur als een 3 gangen menu op de markt, maar natuurlijk nog steeds belachelijk goedkoop. EĂ©n van de redenen dat Bolivia zo leuk maakt om door te reizen.
Ik bezoek twee musea over de geschiedenis en gebruiken van de oorspronkelijke bevolking, o.a. stukken mooie weefkunst van kleurrijke gewaden met ingewikkelde patronen, terwijl Michiel aan het zwoegen is op het vervoegen van de Spaanse werkwoorden. Met Jan bezoeken we een paar keer de markten om te lunchen en lekkere vruchtensapjes of chicha (gefermenteerde maissap, bleeeeh) te proberen. Ik kook een keer Indonesisch voor ons drieĂ«n. Lorena leert ons Tucamanas maken, gefrituurde empanadas (deegenvelopjes) gevuld met vlees en groenten. Best een hoop werk voor zo’n redelijk simpele snack, we zijn vanaf 17.00 bezig en eten pas tegen negenen en leren gelijk weer een hoop Spaans van haar en haar dochter.
Sami en Tio (de Duitse jongetjes) knutselen een cactus voor Michiel (verjaarskadootje) en hij koopt voor hun wat felbegeerd vuurwerk dat ze pas krijgen als we weg gaan (teringherrie) en waar ze echt superblij mee zijn, hun ouders mogelijk wat minder.
Als we willen vertrekken, is Michiel niet zo lekker, dus stellen we het nog een dag uit (tijd genoeg). Gelukkig is hij snel weer de oude, na een lekkere kom zelfgemaakte kippensoep van Lou, en wurmen we de truck uit het kleine stadstuintje.


Het was een fijne tijd, even ergens “wonen”, ieder ons eigen ding doen en socializen met andere overlanders. Maar nu we zo samen on the road zijn, weg tussen die vier muren vandaan, voel ik weer een geweldige vrijheid met om iedere bocht een nieuw avontuur. We stoppen bij een mooi uitzichtpunt in de bergen en maken een lekkere op en neer wandeling, we zien een bijzondere en voor ons nieuwe vogel bij de rivier, de avond is zonder stadsgeluiden, er slaapt een lief zwerfhondje onder de truck, en ik geniet met volle teugen.


Verder omhoog de Andes in, richting de altiplano, de hoogvlakte. We rijden door geweldige landschappen, langs indianendorpjes waar we de dagelijkse gang van zaken aan ons voorbij zien gaan. Mannen zijn aan het ploegen met ossen, mais zaaien en aardappelen oogsten, de vrouwen met hun lange zwarte vlechten spinnen wol, weven, en hoeden hun geiten en lama’s met slingertouwen waarmee ze een steen kunnen gooien om de kudde de juiste richting op te krijgen.
Halverwege seint een ons tegemoet komend californiabusje ons te stoppen. Het zijn Regine en Joachim, een Duits stel die afgelopen jaar helemaal uit Halifax zijn komen rijden. Het is altijd leuk gelijkgestemden tegen te komen. We hebben elkaar een hoop te vertellen en doen dit onder het genot van een bakkie met een stuk cake, na een uur tips en gegevens uitwisselen gaan we weer ieder ons weg, een leuk intermezzo.


We bereiken de hoogvlakte na twee dagen op ons gemak stijgen. Hier een paar lelijke, vervuilde mijnstadjes met overal littekens in het landschap van de gravende mens op zoek naar bodemschatten. Het doet haast pijn aan onze ogen na al die schoonheid onderweg. Oruro is de grootste en lelijkste mijnstad in de omgeving. Toch liggen hier goede herinneringen aan het uitbundige en kleurrijke carnaval en als we parkeren naast de grote begraafplaats (meestal de rustigste plekken in zo’n stad) komen de buren die de truck herkennen van twee jaar geleden, vrijwel direct vrolijk gedag zeggen en vragen of we iets nodig hebben, zo lief.
We bezoeken een spoorwegmuseum met een paar oude locomotieven en een antieke auto op rails, eten lekkere pizza’s met alpaca vlees bij een rock LP verzamelaar onder het genot van Argentijnse hardrock en een biertje, bezoeken de hoofdkerk gewijd aan de maagd van Socavon vol met engelen en een Jezus met een kleurrijk Boliviaans rokje aan en slenteren uren over de megagrote markt waar je alles kunt kopen wat je nodig hebt (zelfs gedroogde lama foetussen), maar wat wel veel tijd kost om je boodschappen te verzamelen.

In de stad zijn meerdere badhuizen waar we graag gebruik van maken, scheelt natte zooi in de camper en je kunt er een uur blijven douchen. Het ziet er schoon en keurig verzorgd uit. We krijgen samen één doucheruimte met twee douches en een stoompijp die je naar behoefte open en dicht kunt draaien. Een bosje bij elkaar gebonden kruiden die je voor het stoomgat legt, maakt het saunagevoel compleet, het ruikt heerlijk! Wat een verwennerij, we maken het uur dan ook bijna vol. Daarna laten we de stad (waarschijnlijk voor altijd) achter ons, proberen nog wat diesel te scoren maar worden ontmoedigt door de lange rijen of lege pompen. Gelukkig hebben we genoeg om naar de eerstvolgende pomp in Chili te komen.


Net buiten de stad is een grote lagune vol flamingo’s en als we een zijweggetje pakken, zijn we al snel in the middle of nowhere waar niks of niemand meer woont. In de verte zien we wat vreemde bouwwerken, het blijken chullpas, oude graven van de Aymara indianen, een soort rechthoekige schuurtjes, met een kleine trapezevormige opening. Overal liggen potscherven, botten en zelfs een schedel. Jeetje hoe oud zou dit allemaal zijn? Zoiets als de Hunnenbedden in Nederland?
We overnachten in een vallei met bijzonder gevormde rotsen waar we de volgende dag een mooie wandeling maken. Ook daar chullpas, oude muurtjes en veel potscherven, maar geen levende mens te ontdekken. Ietwat luguber is het wel. We zien lama’s, vizcacha’s (soort chinchilla's) en een paar grote witte ganzen, in de verte aan de horizon de besneeuwde top van de Sajama vulkaan, onze volgende bestemming.


De Sajama vulkaan is 6542 meter hoog en ziet er indrukwekkend uit. Je kunt er omheen rijden op zo’n 4800 meter hoogte. Gelukkig zijn we al redelijk geacclimatiseerd na drie weken langzaam omhoog rijden en hebben we nauwelijks last van de ijle lucht, dus slapen we met gemak ter hoogte van de top van de Mont Blanc, het hoogste punt in Europa, wat een gek idee!
Op 1e kerstdag vinden we, heel toepasselijk, een afgelegen herberg aan de voet van de vulkaan waar we verwelkomd worden met een lekker diner, daar waar we het allerminst verwacht hadden. We slapen tussen de kuddes lama’s naast een lief, oud kerkje. In de buurt zijn een aantal thermale baden aangelegd die voornamelijk door de plaatselijke bevolking bezocht worden, maar waar wij ook welkom zijn. De openluchtbaden liggen prachtig in het landschap met uitzicht op de Sajama en zo zitten we tussen de gezellig keuvelende indianenfamilies in het heerlijk warme water dat zo uit de grond komt borrelen terwijl het buiten flink afkoelt tegen zonsondergang.


We rijden de volgende dag verder richting de grens met Chili en zien in de verte een scheef hangend vrachtwagentje staan. Als we dichterbij komen, blijkt de laadbak vol lama’s te zitten en zijn de achterbanden van de as gelopen. De vrouw van de chauffeur vraagt of we kunnen helpen en na zo’n 1,5 uur gezamenlijk klussen m.b.v. de krik, gereedschap en wat zelfgemaakte ringetjes uit Nederland, lukt het Michiel en de chauffeur om de banden er weer op te zetten en kunnen de lama’s, die tijdelijk naast de vrachtwagen gelegd waren, weer ingeladen worden. We halen het net om voor de avond valt, de grens over te gaan. Ook hier blijkt een douanier z’n werk niet goed te hebben gedaan verleden jaar. De motor is niet uitgeschreven uit Chili, maar de vrachtwagen wel, legt de douanier, gelukkig heel vriendelijk, uit. No problema, volgens de man, één druk op de knop van de computer en het staat er weer goed in. Pfffff, waren ze in BraziliĂ« maar zo makkelijk! Opgelucht rijden we Chili in en parkeren weer op zo’n mooi uitzichtpunt, nu over het ChungarĂĄ meer vol verschillende vogels o.a. veel flamingo’s en een prachtig spiegelende Parinacota vulkaan.


Wat een rust en ruimte op de altiplano en wat een voorrecht om hier zo rond te kunnen rijden, het maakt ons echt gelukkig. Ook de Chileense kant is prachtig, we krijgen er geen genoeg van en besluiten nog een extra rondje ripioweg te doen van 200 km naar de Surire zoutvlakte. Opvallend is dat hier veel meer dieren zijn dan aan de Bolivia kant. Als we dit bespreken bij het bezoekerscentrum, legt de ranger uit dat er in Bolivia nog heel veel illegaal gejaagd wordt op bijvoorbeeld de vicuñas, omdat ze veel geld krijgen voor hun fijne wol. Verder vertelt de parkwachter e.e.a. over de flora en de fauna van het park, b.v. over een bepaald soort bomen die pas boven de 4000 meter groeien, nooit geweten, maar inderdaad zien we op sommige hellingen van de vulkanen een soort kleine bomen (eerder struiken) groeien. Er zijn afgelopen jaar zo’n 10.000 vicuñas geteld hier in de buurt.


De weg naar Surire is goed, want het blijkt een weg naar een Boraxmijn, dus goed onderhouden en we zien meer vrachtwagens dan in Bolivia en her en der een autowrak, waar Michiel nog een Chileens nummerbord voor z’n verzameling van scoort. De omgeving is weer prachtig en afwisselend, veel verschillende kleuren bergen, riviertjes, rokende vulkanen en dan aan het eind de grote zoutvlakte met her en der een meer vol flamingo’s en vicuñas.We verblijven er een paar dagen, baden in de natuurlijke thermale baden, ontmoeten gezellig nog een paar andere overlanders en rijden daarna in één dag de 222 km vanuit de hoge bergen door de droge, lege Atacama woestijn naar beneden tot de zee bij Arica, een grote Chileense kustplaats. Waar we ineens aan een drukke boulevard oud en nieuw vieren met het gastvrije gezin van Roberto die toevallig naast ons geparkeerd staat en door wie we vol gestopt worden met lekkere hapjes en drankjes tot we niet meer kunnen en samen het mooie vuurwerk kijken dat overal op het strand wordt afgestoken.


Enigszins overprikkeld “vluchten” we de volgende dag naar een afgelegen baai een uurtje rijden onder Arica. Een groot strand met heftige golven, veel verschillende vogels zoals pelikanen, gieren, Jan van Genten en een miljoen meeuwen. Groepjes zeeleeuwen dartelen vrolijk boven het water uit en vieren feest als er een walvis langs komt die bommetjes maakt en zo hele scholen vis lam slaat die daardoor een makkelijke prooi worden voor een ieder die maar vis lust. Een mooi samenwerkingsverband dat we goed kunnen observeren vanaf het strand maar helemaal met de drone waarmee Michiel prachtige foto’s en filmpjes van het hele zeebanket maakt vanuit een bijzonder perspectief. Een beter begin van het nieuwe jaar kunnen we ons niet wensen en hierbij wensen we jullie natuurlijk ook een geweldig 2025!! Maak er wat van!

Dierenpracht in Brazilië en Bolivia

Ter voorbereiding van deze blog neem ik m’n dagboek en de foto’s door en denk “het is weer veel te veel!”. We zien en doen zoveel dingen, ontmoeten zoveel interessante en leuk mensen en rijden door zoveel verschillende landschappen dat het haast niet samen te vatten is om er voor anderen een leesbaar maar ook nog enigszins interessant verhaal van te maken. Laat ik beginnen met een hele korte samenvatting, dan kun je zelf beslissen of je daarna nog verder gaat met de lange versie.



Dieren, heel veel dieren. Warm, heel erg warm. Weer een grensovergang en ook weer pech met de truck. Een oude bekende (want de wereld is klein, heel klein) en nieuwe mensen, veel nieuwe mensen. De Andes!

Hahaha, eigenlijk is het ook altijd het zelfde liedje. Ik zou het dus goed snappen hoor, als je hier stopt! đŸ€Ș



We zijn onderweg naar de Pantanal, het grootste moerasgebied van de wereld. Maar voor we daar zijn, moeten we eerst langs 1000 km sojavelden, een woestijn van monocultuur, zoals de Lonely Planet het zo mooi formuleert. Daarbij is het rond de 40 graden en als de zon onder is, blijft het de hele nacht tegen de 30C. Hoogtepunten zijn dan ook de stops bij benzinestations met lekkere goedkope en uitgebreide lunchbuffetten, internet, airco en koude douches, oases in die woestijn!

Na een dag of vier bereiken we Aquidauana, een stadje aan de rand van de Pantanal. Er zijn in de stad opvallend veel vogels, zoals papegaaien, grote ara’s en witte reigers. Als we in de avondschemering een koude douche in het park nemen, zien we daar vele capibaras, een paar agouti’s, een gordeldier en grote zwermen vleermuizen boven het meer. Door de klimaatverandering is het de laatste jaren erg warm en droog in het midden van Zuid Amerika, hierdoor ontstaan er regelmatig grote bosbranden waardoor de dieren vluchten naar de steden waar ze blijkbaar goed gedijen en genoeg voedsel en water vinden in de parken en meren die daar aangelegd zijn.



Vanaf hier gaan we het asfalt af om dieper het moerasgebied in te trekken en we rijden over (nu nog) harde, droge kleiwegen en vele bruggetjes maar houden de weerberichten goed in de gaten omdat het regenseizoen gaat beginnen, en met natte modderwegen zijn we gewoon niet zo goed kunnen we uit ervaring zeggen.

Het is een mooie omgeving, groener dan verwacht, blijkbaar zijn er al een paar buien geweest. Wat tafelbergen aan de rand, weiden met vee, plukjes jungle met daar omheen moerassen vol kaaimannen, capibara’s, jabiru’s (soort mega ooievaar), moerasherten, wilde zwijnen, reuzenmiereneters (we zien er drie die dag!), roze lepelaars, nandoes, leguanen, toekans, ara’s, een vos, een slang en nog heel veel andere soorten vogels. Aan het eind van de dag zien we de wolken samentrekken en donkerder worden, we vinden niet echt een geschikte slaapplaats en besluiten daarom toch nog maar even door te rijden naar het volgende dorp, Rio Verde de Mato Grosso, dat we net halen voor het compleet donker is.

De volgende ochtend ligt er een plas olie onder de truck en blijkt de hydraulische druk van het koppelingspedaal verdwenen waardoor we niet meer kunnen rijden. Ondertussen begint het kei- maar dan ook keihard te regenen. Wat zijn we blij dat we niet in het moeras op een modderweg staan, maar op asfalt bij een benzinestationoase met alles wat we nodig hebben. Behalve dan een nieuwe zuiger voor de koppelingscilinder. In het hele dorp niet te vinden en na twee dagen internetten en rondbellen in heel Brazilië niet!! Via onze hulplijnen vinden we er één in Caacupé in Paraguay waar we deze reis begonnen zijn. We checken bus- en vliegverbindingen (opsturen is geen optie, spullen raken altijd kwijt of blijven hangen bij de douane) en het kost allemaal veel tijd én geld voor het ophalen van een onderdeel dat nog geen 30 euro kost, maar dat wel noodzakelijk is om de reis met de truck te continueren! Wat we ondertussen wel geleerd hebben is als er een onderdeel niet te krijgen is, moet je het oude reviseren. Dus richten we ons daar op. Uiteindelijk vindt Michiel via internet een zuiger met dezelfde diameter in een dorp 70 km ten zuiden van ons. Hij haalt het op met een bus en gaat daarna aan de slag met de veel te lange zuiger die ook nog eens van een heel ander materiaal is dan de oude. Hij boort en zaagt, knipt veren op maat, maakt de oude cilinder helemaal schoon en glad, vult hem met olie en na vier dagen kunnen we weer rijden! Zo ontzettend knap!!



Ondertussen is het regenseizoen losgebarsten en besluiten we om onze modderwegenroute verder maar te vergeten, dan maar geen jaguars zien bij Puerto Joffre. Even slikken maar al te blij dat we in ieder geval weer verder kunnen, rijden we terug naar het zuiden, maar dan over asfalt en via een weg die we twee jaar geleden ook al gedaan hebben. Toen waren er zoveel muggen en modder dat we afzagen van een bezoek aan de junglelodge in het zuiden van de Pantanal. Nu valt dat nog wel mee en durven we de 8 km modderweg wel aan (is toch wat anders dan 300 km naar Puerto Joffre).

Het is een leuke plek aan de Mirandarivier vol piranha's en andere dieren. We maken een boottocht in de vroege ochtend met Rodriquo en hij heeft verhalen over dat er daar ook wel eens jaguars te zien zijn. Die zien wij natuurlijk niet en wij denken dat hij dat alleen zegt om de boottocht wat spannender te maken want we zien bijzonder weinig dieren deze keer. Wel veel verbrande stukken jungle, ook hier zijn veel dieren gevlucht aldus de gids. ‘s Middags gaat Rodriquo nog een keer met andere toeristen en vraagt of we nog een keer mee willen. Nee hoor, het onweer barst net weer los en we geloven het wel. Uiteraard zien ze deze keer wel een jaguar, het kan dus wel! Ik neem ondertussen maar een foto van de barkrukken met jaguarprint en staart, ook leuk maar niet helemaal het zelfde als “the real thing”.



Door naar Bolivia. Maar eerst nog even naar Corumba aan de grens om Alessandro te bezoeken die ons twee jaar geleden in een elektronicazaak als verkoper aan een ventilator hielp maar ons ook hielp met het krijgen van internet door zijn BSN nummer te gebruiken en waar we sindsdien contact mee hebben gehouden. Zo’n leuke, lieve en intelligente knul die ondertussen gelukkig gestopt is met z’n baantje en er voor gekozen heeft om toch verder te studeren m.b.v. een studietoelage na onze ontmoeting vorige keer. Hij leert programmeren en weet alles van computers en Artificial Intelligence waar we een leuke discussie over hebben, hij spreekt perfect Engels (zichzelf geleerd via gamen). Hij leert me om Gemini te gebruiken i.p.v. de google assistent. Wow wat een uitvinding, je kunt haar (of hem, kun je instellen) echt alles vragen wat je maar wilt weten, ze vertaalt zelfs menukaarten en vertelt over de gerechten, een aanrader!



De grens over is toch weer spannend. Het geld voor de boete die we moesten betalen aan de douane van Brazilië ligt nog steeds bij het Nederlandse consulaat omdat het bedrag te hoog is om cash te storten bij de bank, feestdagen, personeelstekort enz
.., niet te geloven toch!! Gelukkig is het helemaal geen probleem, ze zijn super aardig hier, net als twee jaar geleden. We ontmoeten nog een paar andere overlanders en zo is de oversteek zelfs gezellig te noemen. De Boliviaanse politie troggelt ons nog wel 10 euro af voor een flut documentje dat achteraf gewoon gratis blijkt te zijn, maar dat boeit me niet, al lang blij eindelijk Bolivia weer in te kunnen na twee uur formulieren geregel. Het is weer bloedheet.

De volgende dagen rijden we richting het westen naar Santa Cruz. We badderen weer in de warme rivier bij Agua Calientes waar de visjes onze handen en voeten van schilfertjes ontdoen. In San Jose de Chiquitos mogen we gelukkig weer een paar uur gebruik maken van het zwembad van een sjiek hotel. En in Cotoca is het jaarlijkse feest van de heilige maagd aan de gang, dus gezellig druk en een braderie op het centrale plein waar we een luiaard in één van de bomen zien hangen die zich daar helemaal niets van aantrekt, zo grappig. De 700 km door de Boliviaanse Chaco naar Santa Cruz, waar we vier dagen over doen, zijn ons bekend, maar toch anders nu in een ander seizoen. Overal zijn vlinders, de weg is er mee bezaaid, de lucht is er vol van en in iedere plas water zitten ze met duizenden bij elkaar. Echt bizar, nog nooit gezien zoiets, het heeft iets magisch. Af en toe zien we ook Mennonieten met hun paard en wagen, alsof we in de verkeerde eeuw beland zijn.



Bolivia heeft een brandstofprobleem, al maanden. Eerst gaf de overheid de schuld aan de wegblokkades die opgeworpen waren door ontevreden burgers. Die blokkades zijn allang weg, maar nog steeds verschijnen er te weinig brandstoftrucks bij de stations om ze gevuld te houden. Blijkbaar importeert Bolivia alle brandstof en heeft het land te weinig dollars om voldoende in te kunnen kopen. Een structureel probleem dus, dat wel maanden of zelfs nog langer kan duren. De wegen zijn hierdoor wel bijzonder rustig en gelukkig wisten we het van tevoren en hebben we in BraziliĂ« nog helemaal volgetankt. Goed voor zo’n 1500 km, maar net niet genoeg om het land te kunnen oversteken naar Chili. Veel overlanders mijden het land hierom momenteel, maar wij willen het toch graag proberen, we zijn fan van Bolivia met z’n kleurrijke markten, traditioneel geklede indianen, lama’s en mooie landschappen. Daarbij hebben we tijd genoeg, dus we geven het een kans en zullen bij ieder station even stoppen en vragen om diesel. Tot Santa Cruz zijn dat 20 stations waarvan er 15 geen diesel hebben en er bij de 5 anderen wagens dagen in de rij staan en er niet verkocht wordt aan buitenlanders. Hmmmmm dat is niet erg hoopgevend. Maar in Santa Cruz vinden we eindelijk een station dat wel bereid is om onze tank te vullen, wel moeten we er alsnog 4 uur voor in de rij gaan staan en het dubbele betalen dan de locals. Dat geeft mij mooi de tijd om naar een markt in de buurt te lopen om dollars te wisselen en een paar meeneem maaltijden op te halen, zodat we tijdens het wachten kunnen lunchen.



We staan een paar dagen bij Landhaus. Dat is een lunchrestaurant (iedereen eet in Bolivia ‘s middags de warme maaltijd) met plek voor een paar campers in de jungletuin achter het restaurant. Sergio en Rudy zijn zwagers en eigenaren van het geheel, en vertellen ons een hoop over de omgeving en over Bolivia. ‘s Ochtends worden we gewekt door lachende apen boven ons en iedere dag ligt onze trap vol verschillende soorten mango’s die uit de tuin komen en die verrukkelijk zijn. We eten ook super lekkere bbq steaks en genieten van de uitgebreide saladebar van het restaurant. Michiel gaat nog een ochtend mountainbiken met Rudy. Door de dagelijkse onweersbuien is het iets minder warm maar nog steeds wel benauwd en het muggenaantal neemt toe. Het is de hoogste tijd om richting de koelere bergen te gaan!



Samaipata is een leuk bergdorpje met een heerlijk lenteachtig klimaat, waar veel reizigers zijn blijven hangen vanwege de leuke sfeer en de goede temperaturen. Het dorpsplein is levendig en al helemaal in kerstsfeer met honderden lampjes en een kerstboom gemaakt van oude kratjes waardoor het er ‘s avonds nog gezelliger uitziet.

In de buurt kun je mooie hikes maken en een buurtbewoner wil ons wel voor een paar centen met de auto de bergen in rijden, vanwaar wij dan 13 km over een bergpad door een prachtige wilde omgeving weer omlaag kunnen lopen. Een nieuw record voor mij sinds m’n enkelbreuk en ik overschat mezelf compleet. Het pad is steil, smal en langs diepe afgronden, het stormt boven in de bergen en we worden soms bijna omver geblazen. Er liggen een hoop losse steentjes en ik ben blij met m’n stokken, soms ga ik maar gewoon zitten en laat me een stukje omlaag glijden. Het tempo is tergend traag en we hebben veel te weinig eten (een paar suikervrije muesli repen) en drinken (één fles water) bij ons omdat ik dacht wel in 4 uurtje beneden te zullen zijn. Eind van de middag zijn we er nog niet en ik voel me steeds raarder, duizelig, suf, misselijk, zweten, slecht zien en op een gegeven moment kan ik na een rustpauze (de zoveelste) niet meer op m’n benen gaan staan. Supereng gevoel en ik besef me dat dit niet zomaar oververmoeidheid is. Ik kan alleen nog maar liggen met m’n hoofd naar het laagste punt (niet handig op zo’n smal paadje), voel me zeer beroerd en wil het liefste slapen. Dan besef ik me dat ik een hypo (te laag bloedsuiker) heb en weet beroepsmatig dat dat linke soep is in de middle of nowhere zonder eten en verder niemand in de buurt. Gelukkig vinden we onder in de rugzak nog een paar plakkerig gesmolten toffees die ik met tegenzin en een gortdroge mond weg kauw en binnen een half uur voel ik me een stuk beter en lopen we de laatste 5 km’s en zijn net als het donker wordt weer bij de camper. De koude douche is goddelijk!!



De volgende dag bezoeken we nog een oude Inca nederzetting, el Fuerte, op zich bijzonder om te zien en gelukkig hadden we van tevoren een museum bezocht met info, maar eigenlijk maakt de traag cirkelende condor hoog boven ons en de flarden mist tussen de bergen meer indruk dan de afgebrokkelde muurtjes die her en der op de berg staan.

We drinken een heerlijk apart smakend wit biertje in de plaatselijke biertuin en eten sinds lange tijd weer eens een pizza. Ik onderhandel 3 dagen over een unieke waterfluit van keramiek die ik in een winkeltje heb gezien en vlak voor we vertrekken uit Samaipata komen we tot overeenstemming en ik ben zo blij met m’n handgemaakte Huaco Silbador, waar ik al meerdere documentaires over gekeken heb voor we naar Zuid Amerika gingen. Het zijn twee vaatjes verbonden door een tunneltje, die gevuld worden met water, als je het water van de één in de ander laat lopen, klinkt er een bijzonder fluitje. Bedacht door precolumbiaanse indianen, geniaal.

Hoe anders zijn dan weer de Zuid Amerikaanse gitaartjes (Charango’s geheten), die de locals namaakten van de instrumenten van de Spanjaarden. Zij wisten niet hoe ze de holle buiken van de gitaren moesten maken, dus gebruikten ze (tot voor kort) het schild van een gordeldier als klankkast voor de 10-snarige gitaren met zo’n specifiek Latin geluid (luister maar eens naar el condor pasa). In Aiquila, het volgende dorp, worden deze gitaren nog steeds met de hand gemaakt en is er zelfs een museum over dat we bezoeken en waar de kaartjes verkoper voor ons een paar mooie liedjes speelt, zo leuk.



De volgende dagen klimmen we steeds hoger de Andes in, het voelt heerlijk vertrouwd, het is prachtig, het coulissenlandschap met z’n plaatselijke onweersbuien in de verte terwijl we er in de zon staand naar kijken, de zeldzame roodwang ara’s die we onderweg zien, steeds meer grote, bloeiende cactussen op de roodbruine berghellingen, de heerlijk ruikende onbekende vruchten die we langs de kant van de weg voor een paar centen kopen. Herderinnen met kuddes geitjes, hangbruggen, flarden panfluitmuziek en gezang uit een kerkje, vrouwen met lange vlechten en gekleurde doeken, mannen met cowboyhoeden, een rivier waar het water steeds meer helder van wordt naarmate we dichter bij de bron komen, en waar de weg zich langs omhoog kronkelt. De truck ronkt vrolijk en rijdt ons zonder enige moeite naar boven op naar volgende avonturen!

Reizen om de verrassingen

In Nederland doet de herfst z’n intrede en dat betekent voor ons dat het grote afnavelen weer is begonnen voor we migreren naar warmere streken. We zeggen onze baan op. Ontslag nemen als vijftiger deed je vroeger nooit, want de kans op een baan was dan verkeken. Nu is het “a piece of cake”, er is werk genoeg en zo niet dan gaan we toch gewoon wat anders doen. Na meerdere keren zijn we er nu zelf ook een stuk makkelijker in geworden. Het went, ook voor de collega’s die stuk voor stuk “tot volgend jaar” roepen na onze laatste dienst.

Afscheid van vrienden en familie blijft altijd wel een lastige, zeker van onze ouders die ondertussen op respectabele leeftijd zijn en mogelijk onze hulp of nabijheid nodig hebben op korte termijn. Gelukkig zijn de lijnen kort en hebben we op reis zelfs meestal meer contact met onze directe kring dan thuis.

“Thuis” schrijf ik, wat is dat eigenlijk thuis? Is dat ons fijne plekje in Hellevoetsluis, waar het nu kaal en kil is en waar velen waarschijnlijk in een soort winterslaapachtige cocon achter een schermpje gedoken zit of is thuis waar ik ben met m’n lief, waar de zon m’n hart en huid verwarmt en avonturen wachten? Ik weet het nooit zo goed in de tussenmaanden. In oktober wil ik altijd heel graag richting Zuid Amerika en in april/mei wil ik niets liever dan naar Nederland. Gelukkig doen we dat ook al een tijdje zo, en hoe leuk is het als je 2x per jaar een groot en blij gevoel van thuiskomen hebt!



Zo ook nu weer en met zware koffers maar een verwachtingsvol en licht gevoel melden we ons op Schiphol. Michiel zegt daar dat z’n koffer bomvol is, dat vindt de douane een slechte woordkeuze en prompt moet heel z’n zooitje leeg, allerlei kabels, snoeren, motorrelais, vetspuiten en andere onderdelen gaan door de handen van de verbaasde mannen, maar het mag na uitleg gelukkig allemaal mee. Bij de gate treffen we onverwacht Els en Dian, die we twee jaar geleden in ArgentiniĂ« hebben ontmoet, super leuk! Zij gaan naar Panama in een ander vliegtuig dan het onze, maar door het geklets over reizen, voel ik me al echt weer in m’n hum. De vlucht verloopt voorspoedig en binnen no time staan we in Asuncion, de hoofdstad van Paraguay, waar Astrid, van de camping 50 km verderop, ons ophaalt. We worden gastvrij onthaald door de andere overlanders, twee Duitse gezinnen die daar al weken bivakkeren. Voor Hendrik hebben we wat onderdelen meegenomen en in ruil daarvoor krijgen we een doos vol heerlijkheden waarmee we de eerste dagen kunnen doorkomen en heeft Anke, z’n vrouw gekookt en kunnen we zo aanschuiven. Het is een heerlijke zwoele avond, we zitten gezellig met z’n allen onder de flessenboom, de vuurvliegjes vliegen om ons heen, we delen reiservaringen en geven elkaar tips, de luiken van onze truck staan allemaal open en door het zachte briesje hoor ik m’n windgong klingelen. Ja dit voelt als thuiskomen!! Geen burgers meer in de ratrace van alle dag maar avonturiers met om iedere hoek een nieuwe verrassing. Het gevoel weer op m’n plek te zijn.



Er moeten de nodige onderhoudsklusjes gebeuren, dus voorlopig staan we hier nog wel even, aldus Michiel. Terwijl ik oude kleding uitzoek, schoonmaak en alles weer een plekje geef, spoelt Michiel de watertank schoon met Steradent, zet een nieuw slot in de achterdeur, vervangt het brandstoffilter (waarna de truck weer als een zonnetje start), maakt nieuwe ledverlichting in de garage, bouwt een expansievaatje in zodat de pomp niet steeds bijspringt, dicht een lekkend klepje van het toilet, en rommelt dagen aan de motor die het al een jaar niet doet. Ondertussen moeten we erg wennen aan de warmte van rond de 33C, de fan draait overuren en het zwembad is een gewild object, helaas ook bij de vele kinderen op de camping, die overigens gelukkig niet vervelend zijn maar wel alom aanwezig. We proberen het ritme van dagelijks een actief uurtje vol te houden, maar dat valt niet mee in de hitte. We maken een paar wandelingen in de heuvels en bossen en fietsen zelfs via de snelweg bergje op, bergje af naar CaacupĂ© om een nieuwe accu voor de motor te halen. Pfffeww dat is toch wel wat anders dan het rechte, rustige, vlakke (en vooral koelere) trambaanpad naar m’n werk! Gelukkig is die accu wel het laatste zetje dat de motor nodig had en Michiel Mc Gyver krijgt ‘m zowaar weer aan de praat en na een week zijn we (onverwacht eerder) klaar voor vertrek. Wat een verrassing! Yeahhhh, laat de roadtrip beginnen!!



We nemen toeterend afscheid van Astrid en Chris, de ondertussen 3 Duitse gezinnen en de Oostenrijkse workaways en volgen de grote snelweg richting BraziliĂ« waar we over een paar dagen met Sjors en Monique (bevriende overlanders uit Nederland) hebben afgesproken om samen één van de grootste dammen en één van de grootste watervallen te bezoeken. Onderweg zien we een heuvelachtig landschap dat aan Uruguay doet denken, maar dan met veel meer drukte op de weg. We maken een tussenstop bij een grote melkfabriek (met Nederlandse roots) en eten daar het lekkerste softijsje ooit, vanille Ă©n koffiesmaak en heerlijk romig (verrassing)! We overnachten langs de kant van de weg in een Japans immigrantendorpje waar het opvallend schoon en sereen is. De volgende dag nog even langs een Zwitserse kaasfabriek voor lekkere kaas (verrassing) en dan het laatste stukje naar de grens bij Ciudad del Este. Michiel heeft ondertussen het plan opgevat om in ieder land dat we aandoen, een nummerbord te scoren. Dus nog even snel langs een sloperij. Daar geen nummerborden maar wel een taxibrommermeneer die er toevallig nog één thuis heeft liggen en deze zelfs voor ons op gaat halen! Michiel krijgt ‘m kado (verrassing), zo lief, en hij blij met z’n Nederlandse sleutelhanger met klompjes.



Ciudad del Este is één grote koopgoot met een overload aan kleding en elektrische apparatuur én koopjesjagende Brazilianen (Paraguay is veel goedkoper dan Brasil). Daarbij is het een grote, stoffige, drukke, hete grensplek met de nodige louche geldhandelaren, gokkasten, zwervers en bedelaars. We gaan op zoek naar een Starlink schotel voor op de truck, maar die is hier, gek genoeg, 3x zo duur als via internet (verrassing), dus houden we het voorlopig maar bij simkaartjes. Ook kijken we nog naar nieuwe banden bij een luxe Ferrari/Pirelli winkel en nieuwe zonnepanelen. Overal leuke en informatieve gesprekken, en inderdaad erg goedkoop, maar uiteindelijk wordt er niet meer dan een nieuwe haarspeld, een kleurrijk Paraguayaans indianen portemonneetje (verrassing) en een paar Pao de queso (kaasbroodjes) gekocht en rijden we snel de stad uit om nog even in de natuur te genieten voor we de grens oversteken.



Het Tati Yupi natuurreservaat is erg gereguleerd en we komen er niet zomaar binnen. We moeten een permit elders halen (pfffff, lekker logisch) en als we die gehaald hebben, blijkt het een dagpermit en mogen we er niet overnachten. Gelukkig weten we de bewakers over te halen en als alle dagjesmensen einde van de middag verdwijnen, verschijnen de dieren (verrassing). Eerst een paar mooie vogels, later ondeugende en spelende kapucijn aapjes en een paar coati’s (neusbeertjes) die wel heel dicht langs m’n hangstoel onder de grote mangoboom lopen. Ook zien we nog twee grote leguanen en prachtige vlinders. ‘s Nachts spannende junglegeluiden, en een hoop mooie fluitliedjes bij het ontwaken.



Sjors en Monique appen, ze zijn ook al bijna bij de grens, maar dan vanuit de Argentijnse kant. Tijd om die kant op te gaan. Het is heel druk bij de grens en na twee uur file rijden komen we eindelijk bij de douane. We vinden het spannend want de invoerpermit van Paraguay was maar voor 3 maanden, maar doordat we er 6 maanden gestald hebben, is die dus ruim overschreden. Volgens de campingeigenaren zou dat helemaal geen probleem zijn, en dat is het inderdaad niet. Er wordt niet eens naar gevraagd en een stempel in ons paspoort is voldoende (verrassing). Zeer opgelucht rijden we naar de Braziliaanse douane. Daar verwachten we geen problemen, en vrolijk app ik alvast naar Monique dat we onderweg zijn. We halen ook daar een stempel in ons paspoort en gaan dan nog even een TIP (temporary import permit) aanvragen voor de truck en motor. Je moet dan eerst zelf een formulier op internet invullen. Daar komen we niet helemaal uit, omdat alles in het Portugees is. EĂ©n van de medewerkers biedt aan om te helpen, wat we erg fijn vinden. Hij loopt weg met onze paspoorten en kentekenbewijzen en zegt zo terug te zijn. Als hij er na een kwartier nog niet is, gaan we naar hem op zoek. Nergens te vinden, ondertussen komt er wel een hele boze douanier naar ons toe en gebiedt in het Portugees Michiel de truck op een andere plek te zetten. Het blijkt een parkeerplek voor in beslag genomen voertuigen, zie ik net voordat Michiel er de truck in wil rijden en ik roep ineens gealarmeerd dat hij niet verder moet rijden. Hierop wordt de douanier nog bozer en haalt er een paar (brede) collega’s met geweren bij. What the f
.. gebeurt hier (tja ook een verrassing?)? We snappen er niets van, er wordt tegen ons geschreeuwd en gedreigd, de testosteron vliegt ons om de oren. Ik raak in paniek, ze willen alles in beslag nemen en ik begrijp niet waarom. Ik ren over de parkeerplaats en klamp iedere douanier aan die ik zie, spreekt u Engels, spreekt u Spaans, waar zijn onze paspoorten, roep ik, help, help! Eindelijk vind ik iemand die wat Engels spreekt en die aan de ondertussen briesende douanier vraagt uit te leggen wat er aan de hand is. Dan blijkt dat de truck en de motor in 2023 niet uitgeklaard zijn uit BraziliĂ«, dit is een ernstig misdrijf en de boete hiervoor is 10% van de waarde van je spulletje, of anders in beslagname! Dan valt het kwartje bij ons. De douanier verantwoordelijk voor de uitklaring destijds, zei toen tegen ons dat dat automatisch zou gebeuren bij ons vertrek en bij het uit stempelen van ons paspoort. Ik heb toen nog eens extra gevraagd of hij a.u.b. toch de papieren van de truck en motor wilde uit stempelen, waarop hij nogmaals zei dat dat echt niet nodig was. Waarschijnlijk had hij er geen zin in en later hebben we van nog zeker 10 overlanders gehoord dat dit uitklaren er vaak bij inschiet. Lekker dan! Moeten wij dan een torenhoge boete betalen omdat je collega z’n werk niet naar behoren heeft gedaan, bries ik terug tegen de douane. M’n paniek is omgeslagen naar boosheid over zoveel onrecht en wordt gevoed door een perplexe Michiel die maar blijft zeggen dat ze ons huis niet mogen afpakken. Tuurlijk gaan ze dat niet doen, denk ik, maar er wordt wel gedreigd met arrestatie als we de sleutels niet inleveren (wat we stellig weigeren). En die geweren zien er indrukwekkend uit. Plots verschijnt de verkoper van de Pirelli banden (hoe toevallig is dat dan, het lijkt wel een film), hij spreekt vloeiend Engels omdat hij getrouwd is met een Amerikaanse weten we, dus we klampen hem aan. Sommige mensen komen niet voor niks op je pad. Hij doet z’n best ons te helpen, maar ook hij ziet dat het de douanier ernst is en adviseert ons het Nederlandse consulaat te bellen, wat uiteindelijk lukt m.b.v. een vriendelijke politieagent die het nummer voor me googled. Er wordt over en weer gebeld tussen consulaat, politie en douane, ondertussen heeft de douane snel de bekeuring uitgeschreven via de computer terwijl ik juist bewijzen heb verzameld om te laten zien dat de truck en motor wel degelijk uit BraziliĂ« zijn gegaan toen in mei 2023. Zo vind ik foto’s die ik heb genomen van de TIP van Uruguay, het land dat we daarna bezochten en waarop precies de datum staat dat we Brasil verlieten en Uruguay ingingen, TIP papieren van Bolivia die ik toevallig nog in m’n tasje heb zitten, Polarsteps, andere foto’s enz
.. Via het consulaat laat ik dit allemaal zien en vertalen voor de douane maar die blijven volhouden dat wij de uitklaring hadden moeten doen destijds en als we het niet eens zijn met de boete we hier nĂĄ betaling bezwaar tegen kunnen aantekenen m.b.v. een advocaat, een proces van jaren, hoge kosten en nul resultaat, horen we later van vele Brazilianen en andere overlanders op de drukke appgroepen en socials over dit onderwerp.

We vragen vele malen of we alsjeblieft terug Paraguay in mogen en beloven dan nooit meer terug te komen, maar ook dat mag niet, eerst betalen, aldus de douane. De wet is de wet. Als dan zelfs het consulaat adviseert te betalen of de sleutels in te leveren en een politieagent fluistert ‘s nachts een vluchtpoging naar Paraguay te doen, breekt bij ons het lijntje en trekken we ons terug in de camper, de boze wereld buiten sluitend. Dit is serieuze shit, dit is geen corruptie of iemand die wat bij probeert te verdienen, dit wordt geen verhaal waar we later om kunnen lachen. Dit gaat om duizenden euro’s. Morgen zien we wel verder.



Als we wakker worden, staan er betonblokken en paaltjes om de camper waar een lint omheen gespannen is, ook hebben we een persoonlijke bewaker die naast de truck de wacht houdt. We overleggen nog eens met het consulaat en met overlanders op de appgroepen. De steun is hartverwarmend en we ontvangen veel persoonlijke berichtjes en adviezen, ook juist van Monique en Sjors, die ook twee jaar geleden bij dezelfde grensovergang hetzelfde te horen kregen, uitklaren gaat automatisch, je moet er maar gewoon op vertrouwen. Monique kijkt het na op de site van de douane, want zij durven nu BraziliĂ« niet meer in na ons verhaal. Blijkt dat zij wel uitgeklaard zijn en wij niet, totale willekeur dus, waardoor we nog bozer worden. Allemaal zo onterecht. Tevens horen we nog van overlanders die niet uitgeklaard zijn op de grens waar wij nu de problemen hebben. Dus zelfs directe collega’s van de briesende douanier (of misschien zelfs hij zelf wel) zeggen dat uitklaren niet nodig is! Is het dan toch een verdienmodel? Is het dan toch corruptie? Wat heeft dat nou voor zin bij die paar overlanders per maand die de grens over gaan? En waarom is die boete zo absurd hoog? Het consulaat heeft hier allemaal geen antwoorden op, behalve dan dat is nou eenmaal het systeem, de wet is de wet, betaal maar en ga in beroep, wordt er herhaald.

Murwgeluld besluiten we te betalen en de zaak als verloren te beschouwen. Geluk bij een ongeluk heb ik een veel lagere waarde opgegeven toen we in 2023 naar Brazilië gingen, maar dan nog gaat het om een boete van 2500 euro. Een maand extra nachtdiensten draaien en poepbillen afvegen in Nederland! We zijn er ziek van, wat een onrecht, wat een machtsvertoon van deze ellendelingen, kotsziek.

Als we ons na lang wachten eindelijk omhoog geworsteld hebben in de hiërarchie van de douane post en aangeven dat we willen betalen en door willen met onze reis, blijkt dat we niet met creditcard of cash kunnen betalen. Het moet via een Braziliaanse bankapp, die we niet hebben en ook niet kunnen krijgen omdat we buitenlanders zijn. Serieus!!!! En zo gaat er weer een dag verloren met het zoeken naar oplossingen voor deze volgende horde.

Uiteindelijk kunnen we via ons ministerie van buitenlandse zaken betalen (tegen een extra tarief), die stort het geld dan door naar het consulaat in Sao Paulo en die gaan het dan op de bank van de douane storten. Het is werkelijk niet te geloven. Op dag drie krijgen we eindelijk (op vertoon van ons betalingsbewijs aan het ministerie van BUZA) onze documenten terug en een vrijwaringsbewijs van de douane voor de truck en motor en uiteraard een nieuwe Tijdelijke Import Permit. Zucht. De betonpalen en linten worden verwijderd, onze gijzeling is voorbij en de bewaker wenst ons een mooie reis door BraziliĂ«. Vrijheid met een hele nare bijsmaak en een heel ander gevoel dan dat we 2 jaar geleden hadden toen we bij Corumba vrolijk werden binnen gehaald door ĂŒbervriendelijke, zwaaiende en knipogende Braziliaanse douaniers. Bizar toch? Ons geld is overigens ergens tussen het Consulaat en de douane verdwenen, een betaalbewijs hebben we nooit meer gekregen en ons whatsappcontact met Joyce van het Consulaat (die overigens wel echt bestaat, we hebben haar gegoogled) reageert plots helemaal niet meer. Nu ik het zo allemaal opschrijf borrelen de emoties weer op en proef ik gewoon weer die hele nare bijsmaak. Even pauze, even koffie om die smaak weg te spoelen en dan nog een fijn en leuk stuk om het verhaal toch positief te eindigen. Neem ook even een bakkie zou ik zeggen.



We rijden naar de dichtstbijzijnde supermarkt (na drie dagen vast zitten is de mondvoorraad aardig geslonken), halen allemaal lekkere dingen en racen dan door naar de ecocamping 10 km verderop waar Sjors en Monique al op ons wachten. Zo fijn om bekende gezichten te zien en te kunnen praten met gelijkgestemden over wat ons overkomen is. We proosten op de vrijheid, kletsen bij en eten gezellig wraps met junglegeluiden om ons heen terwijl het treintje van Elon Musk over ons heen vliegt als de kerstman met z’n slee en rendieren. Zo is het leven weer fijn en goed! Zelfs de dikke grote pad die me aankijkt terwijl ik eindelijk onder een heerlijke koude douche stap, vind ik geweldig.



De volgende dag gaan we naar de Iguazu watervallen. We hebben er al veel over gehoord en van gezien en onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Maar wat we zien als we aankomen overtreft alle verwachtingen en het kippenvel staat letterlijk op onze armen. Wow, overal watervallen, wat veel, wat een bruut geweld van water, wat een natuurschoon zo midden in het oerwoud, echt zo ontzettend mooi!! Met open mond vergapen we ons aan dit natuurwonder en wandelen we een prachtige route langs de watervallen en met een looppad over de rivier kom je er zelfs haast onder te staan. We voelen de koele spetters op ons gezicht, heerlijk! De ochtendzon versiert het geheel met de meest fantastische regenboog en de grote gele snavel van een Toekan vangt het licht, terwijl de coati’s rondsnuffelen en papegaaien krijsen en kwetteren. We zijn er twee uur lang ondersteboven van. In één keer herinneren we ons weer waarom we reizen en het nare gevoel van de afgelopen dagen verdwijnt naar de achtergrond. ‘s Middags verwerken we al die indrukken gezellig relaxend op de camping, het is heerlijk weer, zo’n 28 graden. ‘s Avonds zie ik de pad weer voorbij komen maar nu door het restaurant waar we genieten van hamburgers met een koud biertje. In de dagen daarna gaan we nog met z’n vieren naar een groot vogelpark met o.a. de Harpy arend, vlinders en kolibries, we bezoeken de één na grootste dam ter wereld, de Itaipu dam en later nog een ecomuseum. De dagen vliegen voorbij en het is supergezellig om dit met z’n vieren te doen. Onze reisplannen doen onze wegen uiteindelijk echter weer scheiden. Sjors en Monique, die een paar jaar later dan ons zijn begonnen aan Zuid Amerika, hebben nog één en ander in Chili en ArgentiniĂ« te zien, terwijl wij al toe zijn aan wat noordelijke regionen. Dus nemen we afscheid voor nu en vertrekken zij naar onze “probleem grens” om gelukkig zonder problemen Paraguay in te rijden en op zoek te gaan naar de melkfabriek na onze verheerlijkte softijsverhalen. Terwijl wij ons instellen op 1500 km noordwaarts door oneindige heuvels vol sojaplantjes voor we eindelijk, hopelijk nog op tijd voor het regenseizoen begint, bij de Pantanal aan zullen komen. Het grootste moerasgebied ter wereld, waar we hopen veel dieren te zullen zien. We laten ons weer verrassen!










Paraguay, nieuw land, nieuwe avonturen

Het is gelukt! We hebben de steile modderhelling in de Boliviaanse bergen overwonnen! Na drie dagen regen ging de zon schijnen en droogde de modder net genoeg op om met behulp van de rijplaten en rupsbandmatten stapje voor stapje omhoog te komen. Wat een opluchting! Net voor het donker rijden we die dag eindelijk weer op asfalt en we bezweren elkaar daar deze reis niet meer van af te gaan. Het festival van Kaas & Melk hebben we gemist, maar we hebben elkaar en de truck én onze vrijheid terug. We hebben nog drie weken om naar de stallingsplek in Paraguay te komen, maar eerst gaan we nog een paar dagen terug naar de camping in Tarija, waar we uitgebreid kunnen douchen, de was laten doen, ons huis een flinke schoonmaakbeurt geven en bijkomen van ons modderavontuur (Michiel heeft nog 3 dagen spierpijn van de bergop/bergaf wandeling om voedselvoorraad te halen).



Bolivia is erg goedkoop en gelukkig lukt het ook nu weer (na twee mislukte pogingen) om de tanks vol te gooien voor een gereduceerd tarief. Onderweg naar de grens, waar we vier dagen over doen, eten we bij tentjes langs de weg voor 2 euro per persoon. De maaltijden bestaan uit eerst een bord goed gevulde soep met rijst, aardappel en een stuk kip er in. Daarna een volgend bord met steak en worst van de BBQ met daarbij een salade, een bak mais en ook rijst en aardappel. Een liter kan vol limonade is ook nog inclusief! Het is er druk, de eigenaar rent heen en weer met borden en doet ook nog een loterij tussendoor, er hangt een gezellige sfeer.

Het landschap verandert van jungle naar gewone en steeds drogere bossen. De bergen worden steeds lager en er verschijnen grote, hoge cactussen en een soort baobabbomen, ook wel flessen bomen genoemd vanwege hun bolling in de stam. Het groen wordt steeds vaker onderbroken door rode rotsen en vlak voor we de laatste stad voor de grens bereiken (Villamontes), houdt het asfalt ineens op en kunnen we niet anders dan over ripio door een prachtige canyon met overhangende rotsen en een steeds smaller wordende weg langs een snel stromende rivier diep onder ons rijden. Gelukkig rijden er twee vrachtwagens voor ons, waardoor we weten dat het mogelijk is om door te rijden en op sommige plekken tegenliggers te laten passeren, wat zij kunnen, kunnen wij ook. Toch nog even spannend!



Vlak voor Villamontes vieren we m’n verjaardag bij Hoterma, een hotel/camping met warm water baden mooi gelegen aan het eind van de canyon aan de rivier. Ik word door m’n eigen man versierd (met slingers), altijd leuk! We genieten van het uitzicht over de rivier, de vele vogels en het lekkere eten. Leuk gesprek met jonge Zwitsers Julia en Simon die ook aan het overlanden zijn door Zuid Amerika. De baden zijn eigenlijk te warm om lekker te zijn, dus na een dag rijden we toch maar verder naar het opvallend goed verzorgde stadje met brede, schone wegen, mooie parkjes en een levendige grote markt aan de rand van Villamontes. Geen stoffig grensstadje dus en onverwacht leuk. We drinken er lekkere fruitsapjes, eten een soort grote opgeblazen kaassoufflĂ©s en doen er de laatste inkopen. De super nieuwe, rechte, brede, vlakke en steeds leger wordende asfaltweg brengt ons naar de grens met Paraguay. Daar is het ook super rustig en zijn we vrij snel aan de andere kant. Daar staat een soort tolpoort, maar zonder tarieven. We moeten er twee verschillende bedragen betalen en als ik vraag waarom, krijg ik alleen als antwoord “dat is de wet, iedereen moet dat”. Als ik aandring en nog eens vraag of het tol is, of een soort tax of omdat de truck daar ingespoten wordt met landbouwgif, zegt één van de mannen in uniform dat hij er vanavond een lekker Hollands biertje van gaat drinken. Dat is onze eerste kennismaking met Paraguay.



We rijden de eerste dagen honderden kilometers over de transchaco highway. Er is niks te beleven, de weg is leeg en slaapverwekkend, super saai. Er wordt gewaarschuwd middels borden voor overstekende miereneters, tapirs, luipaarden, manenwolven, herten en vossen maar we zien niets van dit alles. De hitte, modder en begroeiing van struiken en bomen met veel stekels maken van dit landschap een ondoordringbaar gebied wat de Chaco genoemd wordt en beslaat een groot deel van Paraguay, en een stukje van west Bolivia en noord ArgentiniĂ«. Er leven wat Guarani’s en andere indianenstammen die er een nomadisch bestaan hebben. Sinds 1927 wonen er ook Mennonieten die gevlucht zijn uit Nederland, Duitsland en Rusland toen hun zonen dienstplicht moesten gaan vervullen. Mennonieten zijn vanuit hun geloof pacifisten en weigerden hun zonen “in te leveren”, daarvoor werden ze vervolgd of het leven moeilijk gemaakt. Paraguay bood ze de dorre, ondoordringbare Chaco aan waar ze met veel moeite en volharding stukjes landbouwgrond aanlegden en nu een succesvolle gemeenschap vormen waar nog steeds platduits gesproken wordt.



Halverwege onze lange rit naar de stallingsplek voor de truck, blijven we een paar dagen in Filadelfia, de bevoorradingsstad van de Mennonieten die in het land daar omheen hun boerderijen hebben. Het is een welkome break, met twee leuke en informatieve musea over de Chaco, de flora en fauna, en de bevolking daar. Ook kunnen we er eindelijk pinnen en is er een goed gevulde supermarkt met veel Duitse producten. Er zijn ook veel onderdelenwinkels voor motoren, trucks en tractoren maar ook hier vinden we niet het door ons gewilde motorrelais. Voor we de stad verlaten, willen we het nog bij één zaak proberen die iets verder uit het centrum ligt. Dus gaan we er niet lopend heen maar met de truck. Het is weer einde asfalt en we zijn nog geen 20 meter op de natte kleiweg als we de truck weer voelen glijden, we niets meer kunnen doen en zo schuin in de sloot, die naast de weg loopt, belanden. Pfffff, nee he, dit zouden we niet meer doen!! Gelukkig zijn de bewoners super behulpzaam en nadat een pickup en een andere vrachtwagen vruchteloze pogingen doen om ons zware huis te redden, komt er uiteindelijk een tractor (gelukkig hebben ze er daar veel van hier!) die ons er zo uit trekt. “Herzlich willkommen” zegt een voorbijganger vrolijk die ons heeft zien ploeteren in de modder.



De hoofdstad Asuncion komt dichterbij en onderweg overnachten we onder andere bij een benzinestation, waar ‘s ochtends gaucho’s op hun paard een bakkie komen doen. Het ziet er uit als de saloons uit de Lucky Luck, maar dan met wifi en airco in plaats van klapdeurtjes en bordeeldames ter vermaak. Ook overnachten we in een voorstadje aan een grote rivier. Opvallend is dat er overal gokkasten staan op straat. De knipperlichtjes daarvan maken het gezellig aangezien het hier al om 17.30 uur donker is. De kortste dag nadert met rasse schreden.



In Asuncion laten we de truck schoonspuiten (eindelijk al die modder er af!), ze zijn er 2 uur mee bezig. Daarna bezoeken we één van de vele grote shoppingmalls en lunchen op een foodcourt, zoals dat heet. Het doet allemaal wat Amerikaans en erg modern aan. Heel anders als het primitieve Bolivia en de uitgestrekte, lege Chaco die we nu achter ons gelaten hebben.

Overnachten in een hoofdstad van een land heeft altijd een extra dimensie. Naast alle luxe, winkels en restaurants zijn er ook juist veel mensen die er in armoede leven en hopen in de stad een beter leven te krijgen. Als we een rondje door het centrum lopen en via een kortere weg denken terug te kunnen, worden we door meerdere mensen aangesproken die ons haast letterlijk de weg versperren en dringend adviseren de langere weg terug te nemen aangezien het daar “zona roja”, een rode zone is. Zoiets als een favela in Rio de Janeiro waar de kans op een gewapende overval 100% is volgens de locals. We zijn niet bang aangelegd maar gaan het gevaar ook niet opzoeken (op wat modderwegen na dan, hahaha), dus nemen de lange route en zoeken zorgvuldig naar een veilige overnachtingsplek.



Volgens de app Ioverlander zou je aan de boulevard van de Rio Paraguay goed kunnen overnachten omdat daar 24 uurs surveillance is door de politie. Dus rijden we daar eind van de middag heen, dwars door de drukke stad met z’n overvolle verkeerswegen. Als we de boulevard opdraaien, worden we ingehaald door een motoragent met zwaailichten. Hij sommeert ons naar de kant van de weg en legt uit dat er geen vrachtwagens op de costanera (boulevard) mogen rijden. Michiel heeft inderdaad een bord zien staat “verboden voor vrachtwagens”, maar dat staat voor ieder dorp en niemand, dus ook wij niet, trekt zich daar iets van aan. Maar deze agent laat zich niet vermurwen en in plaats van snel wat cash geld vragen (wat nog wel eens gebeurt bij aanhoudingen op straat door corrupte agenten), dwingt hij ons mee te komen naar het bureau want volgens hem hebben we een ernstige overtreding begaan.

Op het bureau zijn meerdere agenten en worden we voorgeleid en neergezet in een kantoor. Het ziet er allemaal zeer serieus uit en volgens de wet waren we ook echt verkeerd. Er wordt zelfs een reglementenboek van de verkeerspolitie uit de kast gehaald waarin duidelijk staat dat er geen vrachtverkeer op de costanera toegestaan is. Dus we leggen ons er bij neer dat we een boete gaan krijgen tot de agent het heeft over dat dat dan 350 Amerikaanse dollar is, cash te betalen! What!!! roep ik verschrikt en begrijp de seconde daarna gelijk dat dit een scam moet zijn, zo’n achterlijk hoog bedrag. We overleggen en ik vraag achteloos tussen neus en lippen m’n papieren terug, zodat we daar niet mee gechanteerd kunnen worden. De agenten denken beet te hebben en geven vol vertrouwen ons rijbewijs en kentekenbewijs terug. Dan beginnen we ons mantra “sorry dat kunnen we niet betalen” te herhalen en herhalen, hierop doet de agent of hij ons wil helpen en verlaagt de prijs 4x (!) in het uur dat volgt. Daarbij is hij met z’n collega wisselend bad cop, good cop, en wordt er gedreigd met in beslag name van de truck, met de leidinggevende die morgen komt en zeker weten de hoogste boete gaat innen en met dat we het land niet uitkomen zonder bewijs van betaling. Daar tegenover zeggen wij domme toeristen te zijn die niet beter wisten, dat we zoveel cash niet hebben en dat we dan inderdaad maar in de truck gaan slapen en wachten op die leidinggevende die morgen komt.

Wegrijden lukt niet want één van de agenten zet snel een motor achter de truck. Dus gaan we binnen zitten met de lichten uit en de luiken dicht. Tja dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Er wordt dan ook na 10 minuten boos op de deur geklopt, terug naar het bureau, schreeuwt de bad cop. Best spannend allemaal, maar Michiel en ik houden samen vol “lo siento, no podemos pagar”, we kunnen niet betalen, sorry, het spijt ons. De good cop geeft aan naar huis te willen, betaal nou wat, dan kunnen jullie ook gaan, maar wij hebben tijd genoeg (daar istie weer) en hebben ons huis bij ons. Als alle argumenten tegen elkaar weg gespeeld zijn en het 7-0 voor ons is, voel ik me sterk en zeg in het Spaans dat we gaan slapen en we staan op en lopen het kantoor uit. Met de mond vol tanden kijkt de good cop ons na en roept de bad cop tegen z’n collega “waar zijn hun documenten”? De good cop kijkt z’n collega beschaamd aan en moet toegeven dat hij die al terug gegeven heeft. (toch handig als je wat Spaans begrijpt).

Weer zitten we een tijdje in het donker met de luiken dicht in de truck, en weer wordt er geklopt, vriendelijker deze keer. De good cop heeft z’n burgerkleding aan en zegt dat we mogen vertrekken zonder te betalen voor deze keer. Het spel is gespeeld en vol bewondering geeft hij nog een paar complimenten over de truck voor hij met z’n collega het verkeer stil legt op de drukke weg voor het bureau zodat wij makkelijker kunnen weg rijden, wat een service! We gaan alsnog aan de boulevard staan en voelen ons daar veilig met de 24uurs bewaking van de politie, die zijn tenslotte je beste vriend! Pffffff.



We rijden het laatste stukje naar de camping van Chris en Astrid, die 50 km van de hoofdstad wonen en waar weer wat bergen zijn en de jungle weer begint. Zij zijn 2 jaar geleden uit Duitsland geëmigreerd (o.a. vanwege de vaccinatieverplichting en overheidsbemoeienis gedurende de coronatijd blijkt later in gesprek) en een camping begonnen voor overlanders. Daarnaast bieden ze ook de mogelijkheid om langdurig te stallen waar we graag gebruik van maken. Ze hebben een vrijstaand huis onder aan een berg vol bossen met een heerlijk zwembad, de grootste en schoonste douche en wc die ik gezien heb deze reis en een klein supermarktje op loopafstand. Een prima plek om de laatste wassen te doen, nog wat onderhoud aan de truck en alles in te pakken. Na een week zijn we klaar voor vertrek, willen we graag naar huis (het is hier zooooo warm en vochtig) en overnachten we nog twee nachten in Asuncion waar we een mooi museum over het land bezoeken maar vooral genieten van de airco in het hotel en nog een dag in Rio de Janeiro afnavelen van Zuid Amerika met Pao de queso (die heerlijke Braziliaanse kaasbroodjes!), een bezoek aan de wijk Santa Teresa met een oud trammetje en het grootste en laatste concert van Madonna op het strand van Copacabana net mislopen omdat we toch graag de geplande vlucht naar huis willen nemen.



Dat was dan episode 4, 11.000 kilometer on the road, waarvan 2 weken in Uruguay, 11 weken in Argentinië, 9 weken in Chili, 2 weken in Bolivia en 2 weken in Paraguay. En natuurlijk nog een paar fijne dagen in Brazilië door de tussenlanding in Rio.



De 15 leukste dingen waren:


  • - week met Sjors en Monique reizen, ArgentiniĂ«

  • - zeilen en wandelen Lago Filo Hua Hum, ArgentiniĂ«

  • - bezoek en kado kunstenaar Guillermo Galetti, ArgentiniĂ«

  • - zeeleeuwen die vismarkt in Valdivia bezoeken, Chili

  • - wandelingen in NP Huilo Huilo, Chili

  • - uitzicht op werkende vulkaan Villarica, Chili

  • - wandelingen in NP Conguillio, Chili

  • - kustwandeling Cachagua, Chili

  • - over de hoge passen in de Andes, m.n. Paso Agua Negra en Paso San Francisco

  • - stranddagen bij Playa Luna, Bahia Inglesa en Caldera, Chili

  • - balcon del Pissis, ArgentiniĂ«

  • - wijnproeverijen en hotelletje in Cafayate, ArgentiniĂ«

  • - of the beaten track in de bergen van zuid Bolivia

  • - alle leuke en bijzondere mensen die we ontmoet hebben

  • - alle fijne reacties op ons blog en andere socials


De 5 minder leuke dingen waren:


  • - de eerste drie maanden erg benauwd en hoesten

  • - er niet kunnen zijn voor vrienden en familie, heimwee

  • - vastzitten in/door modder

  • - band kapot gereden, veel noodzakelijk onderhoud truck deze keer

  • - corrupte politie (hoewel ook wel weer een soort van grappig)



Over all was het vooral heel leuk en hebben we genoten van het heerlijke weer, de prachtige landschappen, de vriendelijke mensen en vooral het stressloze van tijd genoeg. Dus gaan we in november weer terug om alsnog de Iguazu watervallen eindelijk eens in het echt te gaan zien. Nog een stuk van authentiek en prachtig Bolivia te bereizen. Peru nu eens met eigen vervoer te bezoeken na onze backpackreis van 25 jaar geleden naar dat land. En tot slot Ecuador inclusief Galapagos eilanden. Dat is de planning voor episode 5, reizen jullie dan weer met ons mee? We hopen van wel want sharing is caring en wel zo gezellig. Bedankt voor het meelezen en tot de volgende! Hasta luego!